2006-10-01 | BWBR0008066 | Wet op de orgaandonatie
This commit is contained in:
parent
d8aafdccd1
commit
a9d9e60bd3
1 changed files with 39 additions and 14 deletions
|
|
@ -81,6 +81,8 @@ Het verwijderen van een orgaan bij leven is slechts toegestaan, indien daarvoor
|
|||
|
||||
**4.** Een wilsbeschikking met een in dit artikel bedoelde strekking kan ook worden afgelegd bij een schriftelijke verklaring die ten minste eigenhandig is gedagtekend en ondertekend.
|
||||
|
||||
**5.** Een in algemene bewoordingen gestelde herroeping van een uiterste wilsbeschikking houdt niet in een herroeping van een wilsbeschikking als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister draagt ervoor zorg dat iedere ingezetene als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, een donorformulier wordt toegezonden, wanneer hij of zij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Donorformulieren worden voorts op verzoek door de zorg van Onze minister en door het college van burgemeester en wethouders kosteloos ter beschikking gesteld.
|
||||
|
|
@ -89,11 +91,9 @@ Het verwijderen van een orgaan bij leven is slechts toegestaan, indien daarvoor
|
|||
|
||||
**3.** Het register kan door of in opdracht van een arts dag en nacht worden geraadpleegd wanneer dat met het oog op de voorgenomen verwijdering van een orgaan noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten van de uitvoering van het eerste, tweede en derde lid worden betaald uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen.
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de vorm, inhoud en toezending van het donorformulier en het bijhouden en de toegankelijkheid van het donorregister. Bij die algemene maatregel kan worden bepaald dat een donorformulier wordt toegezonden aan personen die na het bereiken van de leeftijd van negentien jaar nieuw in een basisadministratie zijn ingeschreven of dat aan daarbij aan te wijzen categorieën van personen aan wie een donorformulier is toegezonden en van wie na een bij die maatregel te bepalen termijn nog geen wilsverklaring in het register is opgenomen, opnieuw een donorformulier wordt toegezonden.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de vorm, inhoud en toezending van het donorformulier, het bijhouden en de toegankelijkheid van het donorregister en de bekostiging, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens het vijfde lid wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging vier weken zijn verstreken.
|
||||
**5.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens het vierde lid wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging vier weken zijn verstreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,6 +105,8 @@ Het verwijderen van een orgaan bij leven is slechts toegestaan, indien daarvoor
|
|||
|
||||
**4.** Indien gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid, is dit artikel van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien de beslissing is overgelaten aan een bepaalde persoon, die persoon toestemming kan verlenen. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van laatstgenoemde persoon kan de toestemming worden verleend met overeenkomstige toepassing van het eerste en derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een persoon toestemming heeft verleend voor het na zijn overlijden verwijderen van organen, kan voor het verwijderen van een orgaan dat niet is opgenomen in de tekst van een op het tijdstip van toestemming geldend donorformulier en tegen verwijdering waarvan hij niet anderszins reeds zelf bezwaar heeft gemaakt, toestemming worden verleend met overeenkomstige toepassing van het eerste, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Overlijdt een persoon voor het bereiken van de zestienjarige leeftijd en heeft hij ingevolge artikel 9 toestemming gegeven voor het verwijderen van zijn organen, dan vindt geen verwijdering plaats indien daartegen bezwaar wordt gemaakt door een ouder die de ouderlijke macht uitoefent of de voogd. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van beide ouders of van de voogd kan de verwijdering plaatsvinden.
|
||||
|
|
@ -141,7 +143,7 @@ Bij de aanwezigheid of het vermoeden van een niet natuurlijke dood mag een orgaa
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De arts die de dood vaststelt, draagt er zorg voor dat van het vermoedelijk beschikbaar komen van organen voor implantatie onmiddellijk melding wordt gedaan bij een orgaancentrum.
|
||||
**1.** De daartoe in het protocol, bedoeld in artikel 23, aangewezen functionaris doet van het vermoedelijk beschikbaar komen van organen voor implantatie onmiddellijk melding bij een orgaancentrum.
|
||||
|
||||
**2.** Het orgaancentrum wijst aan wie voor implantatie van een bij het centrum aangemeld orgaan in aanmerking komt. Indien geen onmiddellijke aanwijzing kan plaatsvinden en het orgaancentrum zulks op medische gronden noodzakelijk acht, kan het bepalen dat een daarvoor naar zijn aard geschikt orgaan voor implantatie beschikbaar dient te blijven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -155,23 +157,46 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Degene die de dood vaststelt draagt er zorg voor dat wordt nagegaan of een wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 aanwezig is. Indien een uit het register blijkende wilsverklaring niet overeenkomt met een andere aanwezige verklaring als bedoeld in artikel 9 is de laatst afgelegde verklaring van toepassing.
|
||||
**1.** Wanneer een gerede kans bestaat dat een persoon binnen afzienbare tijd zal overlijden, maar in ieder geval zo spoedig mogelijk na het intreden van de dood, gaat de daartoe in het protocol, bedoeld in artikel 23, aangewezen functionaris na of een wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 aanwezig is, tenzij reeds vaststaat dat de betrokkene medisch gezien niet in aanmerking komt als donor. Indien een uit het register blijkende wilsverklaring niet overeenkomt met een andere aanwezige verklaring als bedoeld in artikel 9 geldt de laatst afgelegde verklaring.
|
||||
|
||||
**2.** Indien geen wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of 10 aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid, draagt de in het eerste lid bedoelde arts overeenkomstig het protocol zorg voor raadpleging van de persoon of personen, bedoeld in artikel 11.
|
||||
**2.** Indien geen wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of 10 aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid, raadpleegt de daartoe in het protocol, bedoeld in artikel 23, aangewezen functionaris na het intreden van de dood van de betrokkene de persoon of personen, die op grond van artikel 11 bevoegd zijn tot het verlenen van toestemming voor het verwijderen van organen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de betrokkene zelf toestemming heeft gegeven voor het verwijderen van organen, stelt de daartoe in het protocol, bedoeld in artikel 23, aangewezen functionaris de daarvoor in aanmerking komende, onmiddellijk bereikbare naasten op de hoogte van de wijze waarop aan de toestemming gevolg wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**4.** De toepassing van dit artikel geschiedt met inachtneming van de regels gesteld in het in artikel 23 bedoelde protocol. Van de toepassing doet de daartoe in het protocol, bedoeld in artikel 23, aangewezen functionaris verslag door invulling van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld formulier. Bij die algemene maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de verstrekking van gegevens betreffende de toepassing van dit artikel aan het orgaancentrum.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de in dit artikel bedoelde functionarissen wordt voor zover dat voor de uitvoering van de werkzaamheden betreffende de toepassing van dit artikel noodzakelijk is, inzage gegeven in het dossier van de patiënt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van dit artikel afwijkende regels worden gesteld betreffende de toepassing door bij die maatregel aan te wijzen categorieën van artsen. Daarbij kan worden bepaald dat de taken die in dit artikel zijn opgedragen aan een functionaris als bedoeld in het eerste lid, door een ander worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Het verwijderen van een orgaan na overlijden is slechts toegestaan, indien:
|
||||
|
||||
a. met toepassing van artikel 20 is vastgesteld dat daarvoor door of ten aanzien van de overledene toestemming is verleend overeenkomstig deze wet;
|
||||
a. met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 20 is vastgesteld dat daarvoor door of ten aanzien van de overledene toestemming is verleend overeenkomstig deze wet;
|
||||
b. voldaan is aan de artikelen 14, 16 en 17;
|
||||
c. het voor implantatie ter beschikking gestelde orgaan overeenkomstig artikel 18 is aangemeld bij een orgaancentrum.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Indien is vastgesteld dat door een persoon toestemming is verleend voor het na zijn overlijden verwijderen van een orgaan, kan ter voorbereiding daarvan onderzoek worden gedaan en kunnen met hetzelfde oogmerk maatregelen worden getroffen, voor zover dat niet strijdig is met de geneeskundige behandeling van die persoon en uitstel daarvan tot na het overlijden in verband met de implantatie niet mogelijk is.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien van een persoon geen wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid, kunnen na het intreden van de dood die maatregelen worden getroffen die noodzakelijk zijn om het orgaan voor implantatie geschikt te houden zolang de procedure ter verkrijging van de voor het verwijderen ingevolge deze wet noodzakelijke toestemmingen nog niet is beëindigd.
|
||||
Indien een persoon toestemming heeft verleend voor het na zijn overlijden verwijderen van een orgaan, mogen in verband met de implantatie reeds voor het intreden van de dood voorbereidingen worden getroffen voor zover deze niet strijdig zijn met de geneeskundige behandeling van die persoon en uitstel tot na het intreden van de dood niet mogelijk is. Die voorbereidingen kunnen bestaan uit:
|
||||
|
||||
– onderzoek noodzakelijk voor de voorbereiding van de implantatie;
|
||||
– het in werking stellen of in stand houden van de kunstmatige beademing;
|
||||
– het kunstmatig in stand houden van de bloedsomloop, en
|
||||
– andere maatregelen noodzakelijk om organen geschikt te houden voor implantatie.
|
||||
|
||||
**2.** Indien van een persoon geen wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid en de betrokkene niet wordt beademd, kunnen vanaf vijf minuten na het intreden van de dood, zolang de procedure ter verkrijging van de voor het verwijderen van organen ingevolge deze wet noodzakelijke toestemmingen nog niet heeft geleid tot weigering daarvan, maatregelen worden getroffen om organen geschikt te houden voor implantatie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien van een persoon geen wilsverklaring als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 aanwezig is of gebruik is gemaakt van de in de tweede volzin van artikel 9, tweede lid, bedoelde mogelijkheid en de betrokkene wordt beademd, kunnen na het intreden van de dood, zolang de procedure ter verkrijging van de voor het verwijderen van organen ingevolge deze wet noodzakelijke toestemmingen nog niet heeft geleid tot weigering daarvan, de volgende maatregelen worden getroffen:
|
||||
|
||||
– het in stand houden van de kunstmatige beademing;
|
||||
– het kunstmatig in stand houden van de bloedsomloop, en
|
||||
– andere maatregelen noodzakelijk om organen geschikt te houden voor implantatie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Het protocol
|
||||
|
||||
|
|
@ -181,15 +206,15 @@ c. het voor implantatie ter beschikking gestelde orgaan overeenkomstig artikel 1
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het protocol worden regels gesteld omtrent:
|
||||
In het protocol worden de functionarissen aangewezen die binnen het ziekenhuis zijn belast met de uitvoering van de in de artikelen 18, eerste lid, en 20 genoemde taken en worden regels gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop wordt nagegaan of een overledene in aanmerking komt als donor;
|
||||
b. de wijze waarop overeenkomstig artikel 20 het donorregister en de nabestaanden dan wel een bepaalde persoon als bedoeld in artikel 9, tweede lid, tweede volzin, worden geraadpleegd;
|
||||
b. de wijze waarop overeenkomstig artikel 20 het donorregister en de in het tweede lid van artikel 20 bedoelde personen worden geraadpleegd, dan wel de in het derde lid van artikel 20 bedoelde personen op de hoogte worden gesteld;
|
||||
c. de procedure die wordt gevolgd bij de melding van een orgaan bij een orgaancentrum;
|
||||
d. de verslaglegging over de toepassing van de onderdelen *a*, *b* en *c*;
|
||||
d. de wijze waarop aan de personen bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, nazorg wordt verleend;
|
||||
e. de voorlichting in het ziekenhuis over de in het protocol gestelde regels.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het in het eerste lid bedoelde protocol.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het in het eerste lid bedoelde protocol en kan worden bepaald dat dit artikel geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op bepaalde categorieën ziekenhuizen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien in een ziekenhuis de mogelijkheid bestaat tot het vaststellen van de hersendood, bevat het protocol tevens de daarvoor geldende methoden en criteria en de daarbij te volgen procedures en onderzoeken zoals vastgesteld op grond van artikel 15, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue