From a9fb9d96a2e4ab0aef126c4545e0510b7f1bd335 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-10-01 | BWBR0027431 | Crisis- en herstelwet --- .../BWBR0027431/README.md | 31 ++++++++++--------- 1 file changed, 16 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/wet/crisis-en-herstelwet/BWBR0027431/README.md b/wet/crisis-en-herstelwet/BWBR0027431/README.md index 8f76b02ff81..605a42a7b36 100644 --- a/wet/crisis-en-herstelwet/BWBR0027431/README.md +++ b/wet/crisis-en-herstelwet/BWBR0027431/README.md @@ -176,12 +176,13 @@ Indien voor de uitvoering van maatregelen of werken als bedoeld in het tweede li a. de Flora- en faunawet; b. de Natuurbeschermingswet 1998; c. de Ontgrondingenwet; -d. de Wet ammoniak en veehouderij -e. de Wet bodembescherming; -f. de Wet geluidhinder; -g. de Wet geurhinder en veehouderij; -h. de Wet inzake de luchtverontreiniging; -i. de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2, +d. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het betreft een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet; +e. de Wet ammoniak en veehouderij +f. de Wet bodembescherming; +g. de Wet geluidhinder; +h. de Wet geurhinder en veehouderij; +i. de Wet inzake de luchtverontreiniging; +j. de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2, met dien verstande dat na vaststelling van het plan uiterlijk na tien jaar alsnog wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde milieukwaliteitsnormen. Indien er na deze periode niet wordt voldaan aan een milieukwaliteitsnorm geven burgemeester en wethouders aan op welke wijze alsnog aan die norm zal worden voldaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de maximale afwijking van milieukwaliteitsnormen. @@ -258,8 +259,8 @@ c. de wijze waarop wordt vastgesteld of een afwijking aan haar doel beantwoordt, In deze afdeling wordt: -a. *verstaan onder bestemmingsplan:* bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening alsmede een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a of b, van die wet, een projectbesluit als bedoeld in de artikelen 3.10, 3.27 en 3.29 van die wet, een inpassingplan als bedoeld in de artikelen 3.26 en 3.28 van die wet, een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wet en een besluit als bedoeld in de artikelen 3.40, 3.41 en 3.42 van die wet alsmede een rijksbestemmingsplan als bedoeld in artikel 10.3 van die wet; -b. *onder toelichting bij een bestemmingsplan mede verstaan* de onderbouwing bij een projectbesluit als bedoeld in de artikelen 3.10, 3.27 en 3.29 van de Wet ruimtelijke ordening of een besluit als bedoeld in de artikelen 3.40, 3.41 en 3.42 van die wet; +a. *verstaan onder bestemmingsplan:* bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening alsmede een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a of b, van die wet, een inpassingplan als bedoeld in de artikelen 3.26 en 3.28 van die wet, een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wet en een rijksbestemmingsplan als bedoeld in artikel 10.3 van die wet alsmede een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening is afgeweken; +b. *onder toelichting bij een bestemmingsplan mede verstaan* de onderbouwing bij een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening is afgeweken; c. *verstaan onder radarstation:* voor de beveiliging van het nationaal luchtruim en de veilige afhandeling van het militair en burgerluchtverkeer essentieel radarstation, en d. *verstaan onder radarverstoringsgebied voor een radarstation:* gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van bestemmingsplannen ten behoeve van een goede werking van de radar op het radarstation. @@ -279,7 +280,7 @@ c. de maximale hoogte van bouwwerken binnen het radarverstoringsgebied vastgeste **4.** De toelichting bij het bestemmingsplan bevat de uitkomsten van de beoordeling, bedoeld in het derde lid, alsmede het oordeel van Onze Minister van Defensie over de toereikendheid van de beoordeling en over de aanvaardbaarheid van de in de beoordeling beschreven gevolgen. -**5.** Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 3.6, eerste lid, onderdeel c, 3.22 en 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening ter zake van het oprichten van bouwwerken die de maximale hoogte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, overschrijden. +**5.** Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, 2°, of het tweede lid van dat artikel van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ter zake van het oprichten van bouwwerken die de maximale hoogte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, overschrijden. **6.** Op een besluit als bedoeld in het tweede lid is het krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening bepaalde omtrent de voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van bestemmingsplannen van overeenkomstige toepassing. Op de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, zijn de krachtens artikel 4.3, eerste lid, in samenhang met artikel 4.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening gestelde regels van overeenkomstige toepassing. @@ -345,9 +346,9 @@ e. indien het project ziet op de bouw van woningen in of op rijkswateren of regi **7.** -Indien een projectuitvoeringsbesluit er toe strekt een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 te vervangen: +Indien een projectuitvoeringsbesluit er toe strekt een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 of artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te vervangen: -a. legt de gemeenteraad, indien het een archeologisch monument betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Monumentenwet 1988 en in de gevallen, bedoeld in artikel 16 van die wet, het voornemen tot een projectuitvoeringsbesluit voor advies voor aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die binnen vier weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 3:7 van de Algemene wet bestuursrecht, advies uitbrengt, en +a. legt de gemeenteraad, indien het een archeologisch monument betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Monumentenwet 1988 en in de gevallen waarin Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht adviseert, het voornemen tot een projectuitvoeringsbesluit voor advies voor aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die binnen vier weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 3:7 van de Algemene wet bestuursrecht, advies uitbrengt, en b. zendt de gemeenteraad aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het monument gelegen is buiten de bebouwde kom, aan gedeputeerde staten: 1°. het ontwerpbesluit, en @@ -355,7 +356,7 @@ b. zendt de gemeenteraad aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap **8.** Indien een projectuitvoeringsbesluit betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Monumentenwet 1988 zendt de gemeenteraad onmiddellijk na de vaststelling hiervan een afschrift aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. -**9.** Het tweede lid en het vijfde lid, tweede volzin, zijn niet van toepassing op de wettelijke voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wet luchtvaart, de Luchtvaartwet en de wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561) omtrent ruimtelijke beperkingen in de omgeving van luchthavens in verband met geluidbelasting, externe veiligheid en vliegveiligheid. Voor de toepassing van de Wet luchtvaart wordt het projectuitvoeringsbesluit gelijkgesteld aan een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening. +**9.** Het tweede lid en het vijfde lid, tweede volzin, zijn niet van toepassing op de wettelijke voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wet luchtvaart, de Luchtvaartwet en de wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561) omtrent ruimtelijke beperkingen in de omgeving van luchthavens in verband met geluidbelasting, externe veiligheid en vliegveiligheid. Voor de toepassing van de Wet luchtvaart wordt het projectuitvoeringsbesluit gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken. ### Artikel 2.10a @@ -367,7 +368,7 @@ Op de voorbereiding van de beslissing tot vaststelling van het projectuitvoering ### Artikel 2.12 -Voor zover het projectuitvoeringsbesluit niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of een beheersverordening, geldt het projectuitvoeringsbesluit als een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ruimtelijke ordening, onderscheidenlijk als een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van die wet. +Voor zover het projectuitvoeringsbesluit niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of een beheersverordening, geldt het projectuitvoeringsbesluit als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. ### Artikel 2.13 @@ -450,11 +451,11 @@ Voor zover de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project ### Artikel 2.23 -**1.** Indien voor de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt genomen, kan de gemeenteraad met het oog op de invordering van rechten terzake van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met dat projectbesluit aan dat projectbesluit voorschriften verbinden, die de verplichting inhouden dat financiële zekerheid wordt gesteld voor het nakomen van de ingevolge dat besluit verschuldigde rechten. +**1.** Indien voor de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt verleend, kan de gemeenteraad met het oog op de invordering van rechten terzake van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met die omgevingsvergunning aan die omgevingsvergunning voorschriften verbinden, die de verplichting inhouden dat financiële zekerheid wordt gesteld voor het nakomen van de ingevolge die vergunning verschuldigde rechten. **2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt in ieder geval het bedrag aangegeven waarvoor de zekerheid in stand moet worden gehouden. -**3.** Bij het besluit kunnen voorschriften worden gesteld voor gevallen waarin aan de verplichting uitvoering wordt gegeven door het sluiten en in stand houden van een verzekering. Daarbij wordt rekening gehouden met hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt. +**3.** Bij de vergunning kunnen voorschriften worden gesteld voor gevallen waarin aan de verplichting uitvoering wordt gegeven door het sluiten en in stand houden van een verzekering. Daarbij wordt rekening gehouden met hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt. ## Hoofdstuk 3. Wijziging van diverse wetten