2007-02-21 | BWBR0003833 | Besluit trekkende bevolking WPO

This commit is contained in:
Coornhert 2007-02-21 12:00:00 +00:00
parent 065d901c27
commit aa23bca1ee

View file

@ -34,11 +34,11 @@ e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander ni
**1.** Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.
**2.** De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 37, 40 tot en met 46, 50 tot en met 64, 66, 67, 123, tweede lid, 126 tot en met 131, 138, 164, 177, 178, 182 tot en met 184a, 186 en 187 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts zijn het Kaderbesluit rechtspositie PO en het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.
**2.** De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 37, 38a, 40 tot en met 46, 50 tot en met 64, 66, 67, 123, tweede lid, 126 tot en met 131, 138, 163a, 164, 171 tot en met 176j, 177, 178, 178a tot en met 178e182 tot en met 184a, 186 en 187 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts zijn het Kaderbesluit rechtspositie PO en het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.
### Artikel A 3
De artikelen 2, vierde lid, 17, 17a, 17b, 18 en 19 van het Formatiebesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a, zesde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing.
## Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers
@ -118,7 +118,7 @@ Vervallen
### Artikel B 12
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 34a, 34b en 34c van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
#### Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging
@ -172,72 +172,52 @@ f. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats,
g. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek, en
h. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het voor rekening van het Rijk komende personeel.
#### Paragraaf 4A. Formatie personeel
#### Paragraaf 4A. Bekostiging personeel
### Artikel B 16a
**1.**
De formatie voor een school omvat de formatie
De bekostiging voor een school omvat de bekostiging
a. voor de vervulling van reguliere taken van de school, en
b. voor speciale doeleinden.
De formatie, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
De bekostiging, bedoeld in onderdeel *a*, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen B 16b tot en met B 16m wordt vastgesteld.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer bekostiging toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen B 16b tot en met B 16l wordt vastgesteld.
### Artikel B 16b
**1.** De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel B 16a, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien krachtens artikel B 16j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.
**2.** De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor een school berekend op grond van de artikelen B 16d tot en met B 16m.
Voor de bekostiging van personeel wordt per school een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 3,4304 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
### Artikel B 16c
De formatie voor de vervulling van de reguliere taken van de school, bedoeld in artikel B 16a, eerste lid onderdeel a, bestaat uit:
a. de normatieve formatie,
b. een opslag in verband met formatieve fricties,
c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting, en
d. een opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995.
Voor 15 oktober zendt het bevoegd gezag een opgave van het aantal leerlingen dat op 1 oktober op de school staat ingeschreven.
### Artikel B 16d
De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel B 16c onderdeel a, omvat de basisformatie, de formatie voor vakonderwijs, en de formatie voor de schoolleiding.
Vervallen
### Artikel B 16e
De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.
Vervallen
### Artikel B 16f
**1.** De formatie voor vakonderwijs in de onderwijsactiviteiten zintuiglijke en lichamelijke oefening, tekenen, muziek en handvaardigheid genoemd in artikel 9 van de wet, of, met toepassing van artikel 9, zesde lid, van de wet, ten behoeve van vakonderwijs in een of meer niet in artikel 9 van de wet genoemde onderwijsactiviteiten, wordt berekend op 4 uur.
**2.** Het aantal uren vakonderwijs, genoemd in het eerste lid, wordt besteed aan het geven van vakonderwijs in de in het eerste lid bedoelde onderwijsactiviteiten.
Vervallen
### Artikel B 16g
**1.** De formatie voor de schoolleiding wordt deels berekend in een aantal uren en deels uitgedrukt in formatierekeneenheden.
**2.** De formatie voor zover berekend in uren, omvat 16 uren.
**3.**
De formatie voor zover uitgedrukt in formatierekeneenheden, wordt berekend aan de hand van onderstaand schema:
| Aantal leerlingen | Aantal formatierekeneenheden |
| --- | --- |
| tot en met 99 | 54 |
| 100 tot en met 199 | 86 |
De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
### Artikel B 16h
De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.
Vervallen
### Artikel B 16i
De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16m, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Vervallen
### Artikel B 16i.1
@ -249,11 +229,11 @@ Vervallen
### Artikel B 16i.3
De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16e en B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, worden ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1993-1994 verhoogd met 0,783% en voor het schooljaar 1994-1995 verhoogd met 1,284%. Per schooljaar wordt de uitkomst van de berekening op grond van de vorige volzin vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Vervallen
### Artikel B 16j
De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel B 16*a*, eerste lid onderdeel *b*, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.
Vervallen
### Artikel B 16k
@ -261,30 +241,15 @@ Vervallen
### Artikel B 16k.1
**1.**
De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16e, te vermenigvuldigen:
a. met 2,7% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel B 16e, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4; of
b. met 5,0% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel B 16e, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4.
**2.** De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Vervallen
### Artikel B 16l
**1.** Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen B16e en B16g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober van het voorafgaande jaar.
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de 3 maanden volgende op de maand waarin de school is geopend, doch uiterlijk tot en met de maand oktober. Voor het daaropvolgende schooljaar wordt als grondslag genomen het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden volgende op de maand waarin de school is geopend tot en met oktober daaraanvolgend.
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder "schooljaar" verstaan het tijdvak van 1 maart tot 1 maart daaraanvolgend.
Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is een bij ministeriële regeling vast te stellen vast bedrag per school.
### Artikel B 16m
**1.** Voor zover de berekening van de formatie geschiedt in formatieplaatsen, wordt voor de omrekening in formatierekeneenheden dat aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.
**2.** Voor zover de berekening van de formatie geschiedt in uren, wordt voor de omrekening in formatierekeneenheden dat aantal uren vermenigvuldigd met 179/40.
**3.** De berekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste en tweede lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Vervallen
#### Paragraaf 5. Wijze van bekostiging
@ -294,61 +259,29 @@ Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van
### Artikel B 18
**1.** Het Rijk vergoedt jaarlijks aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de uitgaven voor de materiële instandhouding.
**1.** Bij ministeriële regeling per school een bedrag per formatieplaats, zoals bedoeld in artikel B 16b, vastgesteld voor de bekostiging van materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding.
**2.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de begroting op voor het eerstvolgende jaar. De begroting is voorzien van een toelichting en wordt jaarlijks voor 1 oktober ter toestemming bij Onze Minister ingediend.
**3.** Eveneens jaarlijks voor 1 oktober dient het bevoegd gezag ter toestemming bij Onze Minister een raming van inkomsten en uitgaven in voor de 4 jaren volgend op het jaar bedoeld in het tweede lid. De raming is voorzien van een toelichting.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen richtlijnen worden gegeven voor de inrichting van de begroting en de meerjarenraming.
**5.** Onze Minister stelt de vergoeding vast. Deze omvat het bedrag van de kosten voor zover Onze Minister daaraan zijn toestemming heeft gehecht.
**2.** Artikel 113, vierde tot en met zesde lid van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel B 19
**1.** Het bevoegd gezag van een bijzondere school stelt jaarlijks een rekening en verantwoording op over het afgelopen jaar en dient deze jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister in.
**2.**
De rekening en verantwoording omvatten in elk geval:
a. de gemaakte kosten;
b. de genoten inkomsten uit verhaal van wettelijk verschuldigde bijdragen en premies;
c. de door Onze Minister vast te stellen waarde van de roerende zaken die door vervreemding of op andere wijze met toestemming van Onze Minister worden onttrokken aan de bestemming waartoe zij met vergoeding uit s Rijks kas zijn aangeschaft;
d. andere inkomsten, voortvloeiende uit de instandhouding van de school;
e. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de juistheid van de gegevens bedoeld onder *a*, *b* en *d*.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen richtlijnen worden gegeven voor de inrichting van de rekening en verantwoording en de over te leggen bescheiden.
**4.** Onze Minister besluit binnen twee jaren na 1 juli van het jaar waarin de rekening en verantwoording is ingediend.
Vervallen
### Artikel B 20
**1.**
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen B 16b en B 16g vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
Met inachtneming van de artikelen B 16a tot en met B 16m van dit besluit, vergoedt het Rijk aan het bevoegd gezag van een bijzondere school:
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget, en
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 126 van de wet.
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel B 20a
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel *a*, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
**2.** De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel *b*, wordt besteed aan personele uitgaven.
**2.** De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het schooljaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
### Artikel B 21
Onze Minister verstrekt maandelijks voorschotten op de vergoeding en bepaalt de wijze van verrekening van de uitgekeerde voorschotten met het bedrag van de vastgestelde vergoeding.
De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
#### Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging
### Artikel B 22
**1.** De bekostiging wordt beëindigd op 1 maart volgend op het tweede jaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober minder heeft bedragen dan 10.
**1.** De bekostiging wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 10.
**2.** De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
@ -431,23 +364,21 @@ Vervallen
### Artikel C 10
De artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, vierde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Formatie personeel
### Artikel C 11
**1.** De formatie wordt toegekend in formatierekeneenheden.
**1.** Aan de school wordt voor de bekostiging van personeelskosten een vast bedrag per school toegekend. Het vaste bedrag per school is het bedrag dat de uitkomst is van de vermenigvuldiging van 4,1899 formatieplaats en een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
**2.** Grondslag voor de berekening van de formatie voor een schooljaar is een vaste voet en het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op de teldatum 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven. De formatie wordt berekend door het aantal leerlingen op de teldatum te vermenigvuldigen met een aantal formatierekeneenheden dat jaarlijks voorafgaand aan het schooljaar schriftelijk wordt bekend gemaakt en te verhogen met de vaste voet. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een heel getal.
**2.** Voor de bekostiging van personeel wordt tevens per leerling een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 0,0545 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
**3.** Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen zendt de telling van het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, voor 15 oktober van het desbetreffende jaar aan Onze Minister.
**4.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen dan op grond van het tweede lid wordt vastgesteld.
**3.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven. Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen zendt de telling van het aantal leerlingen voor 15 oktober van het desbetreffende jaar aan Onze Minister.
### Artikel C 12
De totale omvang van de formatie die voor de school voor varende kinderen wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Het formatiebudget bedraagt de som van de aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 11.
Vervallen
#### Paragraaf 3. Wijze van bekostiging
@ -455,29 +386,23 @@ De totale omvang van de formatie die voor de school voor varende kinderen wordt
**1.** Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
**2.** De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, tweede lid.
**2.** De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, derde lid.
**3.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
### Artikel C 14
Artikel 15, eerste tot en met vierde lid, met uitzondering van onderdeel b van het eerste lid, en het zesde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
Vervallen
### Artikel C 15
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
### Artikel C 16
**1.**
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel C 11 vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
Met inachtneming van de artikelen C 11 en C 12 bekostigt het Rijk:
a. de uitgaven van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget,
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 126 van de wet.
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet voor wat betreft artikel 123, tweede lid, onder c, van de wet, alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
### Artikel C 16.1
@ -493,11 +418,7 @@ c. in artikel 144, eerste lid onder d2e, «artikel 137, eerste lid onder b» wor
### Artikel C 18
**1.** De bekostiging, bedoeld in artikel C 16, eerste lid, onder a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
**2.** De bekostiging, bedoeld in artikel C 16, eerste lid, onder b, wordt besteed aan personele uitgaven.
**3.** Artikel 150 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel C 19