2002-01-01 | BWBR0005966 | Besluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad van State en de Staatsraden, enz.
This commit is contained in:
parent
1ebc8a5d31
commit
aa256bcd95
1 changed files with 10 additions and 45 deletions
|
|
@ -4,7 +4,7 @@ titel: Besluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad van S
|
|||
bwb_id: BWBR0005966
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-01-24'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1993-04-23'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005966
|
||||
citeertitel: Besluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad van
|
||||
State en de Staatsraden, enz.
|
||||
|
|
@ -14,59 +14,24 @@ citeertitel: Besluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
De vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt:
|
||||
|
||||
De vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State ontvangen een maandelijkse kostenvergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. De maandelijkse vergoeding bedraagt met ingang van 1 januari 2008:
|
||||
|
||||
a. voor de vice-president € 635,– en
|
||||
b. voor de staatsraden € 529,–.
|
||||
c. voor de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State: een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in onderdeel b, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State ontvangen een maandelijkse kostenvergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. De maandelijkse vergoeding bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de vice-president voor het jaar 2001: € 544,–, voor het jaar 2002: € 562,–, voor het jaar 2003: € 577,– en voor het jaar 2004: € 587,–;
|
||||
b. voor de staatsraden voor het jaar 2001: € 454,–, voor het jaar 2002: € 470,–, voor het jaar 2003: € 483,– en voor het jaar 2004: € 491,–;
|
||||
c. voor de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State: een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in onderdeel b, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak.
|
||||
a. voor de vice-president: f 470,- per 1 januari 2002: € 270;
|
||||
b. voor de staatsraden: f 392,- per 1 januari 2002: € 226;
|
||||
c. voor de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State: een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in onderdeel *b*, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
De president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt:
|
||||
|
||||
De president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt verbonden zijn en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt met ingang van 1 januari 2008:
|
||||
|
||||
a. voor de president van de Algemene Rekenkamer € 635,– en
|
||||
b. voor de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer € 529,–.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt verbonden zijn en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de president voor het jaar 2001: € 544,–, voor het jaar 2002: € 562,–, voor het jaar 2003: € 577,– en voor het jaar 2004: € 587,–;
|
||||
b. voor de overige leden in gewone dienst voor het jaar 2001: € 454,–, voor het jaar 2002: € 470,–, voor het jaar 2003: € 483,– en voor het jaar 2004: € 491,–.
|
||||
a. voor de president: f 470,- per 1 januari 2002: € 270;
|
||||
b. voor de overige leden in gewone dienst: f 392,- per 1 januari 2002: € 226.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
De in de artikelen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft.
|
||||
**1.** De in de artikelen 1 en 2 bedoelde bedragen worden jaarlijks door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan de hand van de index materiële overheidsconsumptie die door het Centraal Planbureau wordt opgesteld, nader vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
De vice-president van de Raad van State, de staatsraden, de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
Indien aan de vice-president van de Raad van State, een staatsraad, de president of een lid van de Algemene Rekenkamer een dienstauto ter beschikking is gesteld, ontvangt hij voor de jaren 2001 tot en met 2004 een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde inkomstenbelasting over het gebruik van de dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule:
|
||||
|
||||
waarin:
|
||||
|
||||
M = het bedrag van de vergoeding;
|
||||
|
||||
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM;
|
||||
|
||||
P = het percentage, genoemd in artikel 3.145, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
|
||||
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen percentages.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde bedragen worden telkens wanneer zij wijziging ondergaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in de *Staatscourant* bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue