From aa756fdba11d523b59212de549fe967a01fc84ad Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008 --- .../BWBR0024096/README.md | 120 +++++++++++++----- 1 file changed, 91 insertions(+), 29 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index d99d56bbed7..8b51fa5cc57 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008 bwb_id: BWBR0024096 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2013-06-26' +datum_inwerkingtreding: '2013-12-18' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096 citeertitel: Leidraad Invordering 2008 --- @@ -90,7 +90,7 @@ Een andere bepaling uit de Awb die van toepassing is bij invordering is artikel Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb. -Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger desgevraagd de belastingaanslag marginaal toetst. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening met belastingteruggaven begrepen. Genomen invorderingsmaatregelen draait de ontvanger zoveel mogelijk terug. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. +Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de Belastingdienst aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven begrepen. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de ontvanger bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat. De verrekening van een belastingaanslag waarvan is gebleken dat die in materiële zin niet verschuldigd is met een belastingteruggave wordt niet ongedaan gemaakt, tenzij het verzoek daartoe heeft plaatsgevonden binnen één maand nadat de verrekening is bekendgemaakt. #### 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen @@ -192,7 +192,7 @@ De begrippen ‘woonplaats’ en ‘plaats van vestiging’ hebben bij de uitvoe Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip ‘woonplaats’ als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW. -Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk IV van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen ‘woonplaats’ en ‘plaats van vestiging’ die gelden voor de heffingswet op grond waarvan de belastingschuld – waarvoor de aansprakelijkheid bestaat – is ontstaan. +Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk VI van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen ‘woonplaats’ en ‘plaats van vestiging’ die gelden voor de heffingswet op grond waarvan de belastingschuld – waarvoor de aansprakelijkheid bestaat – is ontstaan. ## 3. Bevoegdheden ontvanger @@ -281,7 +281,7 @@ In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst. -Bij betaling op het postkantoor, hetzij door middel van storting van contant geld hetzij met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie. +Bij betaling op het een vestiging van GWK Travelex, hetzij door middel van storting van contant geld hetzij met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie. Bij rechtstreekse betaling aan de Belastingdienst door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. @@ -363,6 +363,10 @@ Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt vold Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald. +## 7b. Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting + +Er zijn in deze leidraad op artikel 7b van de wet geen beleidsregels gemaakt. + ## 8. Bekendmaking aanslag In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: @@ -604,7 +608,7 @@ De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel pe Verzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de Belastingdienst bekende adres van de belastingschuldige. -Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens – bijvoorbeeld een postbusadres – kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres. +Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de basisregistratie personen is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de basisregistratie personen – bijvoorbeeld een postbusadres – kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres. Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een – ten tijde van de terpostbezorging – onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden. @@ -1144,7 +1148,7 @@ Voor deze aanslagen geldt – naast de voorwaarden genoemd onder a en b – als #### 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot -Als de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op gelden, penningen of periodieke betalingen die in de huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger een vordering ten laste van de echtgenoot doen. De bekendmaking van de vordering dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht dagen na het doen van de vordering, te geschieden aan de belastingschuldige en de echtgenoot afzonderlijk. +Als de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op gelden, penningen of periodieke betalingen die in de huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger een vordering ten laste van de echtgenoot doen. De bekendmaking van de vordering dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht dagen na het doen van de vordering, te geschieden aan de belastingschuldige en de echtgenoot afzonderlijk. Voor zover het periodieke uitkeringen betreft die onder de opsomming van artikel 19, eerste lid, van de wet vallen, past de ontvanger de beslagvrije voet toe alsof de echtgenoot de belastingschuldige is. ### 19.2. De faillissementsvordering @@ -1689,7 +1693,7 @@ De weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking op Instemming met een cessie of verpanding wordt alleen geweigerd als de ontvanger gegronde redenen heeft om aan te nemen dat instemmen met de cessie of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel onverhaalbaarheid van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen bedrag zonder cessie of verpanding had kunnen worden verrekend. De weigering voorkomt aldus dat de invordering van deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze situatie zal zich onder meer voordoen bij een belastingschuldige die bekend staat als een notoir slechte betaler. -Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is. +Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is. In verband met het cessie- en verpandingsverbod van artikel 7b van de wet geldt dit niet voor uitbetalingen inkomstenbelasting. De ontvanger maakt zijn beschikking aan de belastingschuldige en aan de derde – in dit geval de pandhouder of cessionaris – bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de mogelijkheid wordt gewezen bij de directeur beroep in te stellen. @@ -1902,7 +1906,7 @@ Als de ontvanger overgaat tot verrekening, licht hij de belastingschuldige in bi #### 25.2.7a. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel -Als de ontvanger bij het verlenen van het uitstel geen nadere voorwaarden heeft gesteld, kan hij uiterlijk binnen vier maanden vanaf de datum dat het uitstel is verleend voor het ingediende bezwaarschrift schriftelijk aan de belastingschuldige nadere voorwaarden stellen. De ontvanger maakt alleen gebruik van deze mogelijkheid in situaties dat de looptijd voor het afdoen van het bezwaarschrift in relatie tot de hoogte van het bestreden bedrag van de aanslag daartoe aanleiding geeft. Indien de belastingschuldige tijdig voldoet aan deze voorwaarden, continueert de ontvanger het uitstel. De ontvanger trekt het uitstel in als de belastingschuldige niet aan deze voorwaarden voldoet. +Als de ontvanger bij het verlenen van het uitstel geen nadere voorwaarden heeft gesteld, kan hij uiterlijk binnen vier maanden vanaf de datum dat het uitstel is verleend voor het ingediende bezwaarschrift schriftelijk aan de belastingschuldige nadere voorwaarden stellen. Bij een herbeoordeling van het verzoek kijkt de ontvanger of de looptijd voor het afdoen van het bezwaarschrift in relatie tot de hoogte van het bestreden bedrag van de aanslag daartoe aanleiding geeft. Indien de belastingschuldige tijdig voldoet aan deze voorwaarden, continueert de ontvanger het uitstel. De ontvanger trekt het uitstel in als de belastingschuldige niet aan deze voorwaarden voldoet. #### 25.2.8. Geen uitstel voor het niet-bestreden bedrag @@ -1964,7 +1968,7 @@ De ontvanger zal een betalingsregeling in ieder geval niet toestaan als de betal De motorrijtuigenbelasting behoort tot de kosten die onverbrekelijk samenhangen met het houden van een motorrijtuig. De ontvanger wijst een verzoek om een betalingsregeling voor motorrijtuigenbelasting om die reden af, tenzij voldaan is aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 25.5.3 of 25.6.2D van deze leidraad. -In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en voor de belasting zware motorvoertuigen. Dit vanwege het specifieke karakter van die belastingen. +In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en voor de belasting zware motorrijtuigen. Dit vanwege het specifieke karakter van die belastingen. #### 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling @@ -1982,6 +1986,26 @@ De ontvanger kan ook tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebr Als zekerheid is gesteld, wint de ontvanger deze uit. Daarna informeert hij de curator dan wel de bewindvoerder over de wijziging in de hoogte van de belastingschuld. +#### 25.4.5. Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater + +De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor het gedeelte van een belastingaanslag in de erfbelasting dat betrekking heeft op een tot de nalatenschap behorende woning. Hierbij gelden de volgende cumulatieve voorwaarden: + +1. De belastingschuldige beschikt over onvoldoende betalingscapaciteit om de belastingaanslag binnen de betalingstermijn, dan wel de duur van een betalingsregeling als bedoeld in artikel 25.5.1 of 25.6.1 van deze leidraad te betalen. +2. De belastingschuldige is een broer of zus van de erflater en verkrijgt de woning op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van Boek 4 van het BW. +3. De woning was ten tijde van het overlijden voor de erflater en de belastingschuldige een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +4. De belastingschuldige stond op 1 januari 2010 samen met de erflater op het adres van die woning in de basisregistratie personen ingeschreven. +5. De belastingschuldige stond tot het tijdstip van het overlijden gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren samen met de erflater op het adres van die woning in de basisregistratie personen ingeschreven. +6. Er is voldoende zekerheid gesteld, waarbij zekerheid in de vorm van hypotheek op (het onverdeelde aandeel in) de woning als voldoende wordt aangemerkt. + +De aanwezigheid van vermogen op het moment van het indienen van het verzoek staat het verlenen van uitstel van betaling tot de waarde van dat vermogen overeenkomstig dit artikel in de weg. Daarbij blijft de woning waarop het onderhavige uitstel van betaling ziet buiten beschouwing. + +Het uitstel wordt beëindigd: + +1. Na verloop van vijf jaar na het tijdstip van verkrijging. +2. Als de woning voor de belastingschuldige geen eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 meer is. +3. In geval van faillissement van de belastingschuldige. +4. Als de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing is. + ### 25.5. Betalingsregeling voor particulieren #### 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren @@ -2100,6 +2124,8 @@ d. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor ande e. Het verzoek betreft niet een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet die in meerdere termijnen betaald mag worden. f. Er is geen sprake van een aangifteverzuim. +Als de ondernemer op grond van de hiervoor genoemde voorwaarden in aanmerking komt voor kort uitstel van betaling ter zake van belasting die op aangifte moet worden betaald, komt een eventueel in verband met die aangifte opgelegde betalingsverzuimboete te vervallen. Dit geldt niet voor de motorrijtuigenbelasting. + #### 25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers Voor ex-ondernemers is het uitstelbeleid van toepassing zoals dat geldt voor particulieren, ook als de belastingschuld betrekking heeft op de ondernemingsperiode. @@ -2380,7 +2406,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft #### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering -De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder €35 per maand en voor echtgenoten € 75 per maand. +De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 84 per maand. #### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland @@ -2854,8 +2880,6 @@ De regeling als bedoeld in de artikelen 34.6.1 en 34.6.2 gaat in per 1 juli 201 Op verzoek geeft de ontvanger een verklaring af over het betalingsgedrag van de uitlener. De verklaring betreft de geformaliseerde loonheffingen en omzetbelasting op het moment van afgifte van de verklaring. De verklaring biedt geen garantie dat de materieel verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting ten volle zijn voldaan. -Als een onderdeel van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting optreedt als uitlener, betrekt de ontvanger de omzetbelasting niet in de af te geven verklaring. In dat geval is niet de feitelijke uitlener maar de fiscale eenheid voor de omzetbelasting de belastingschuldige. - Op de procedure voor de afgifte van de verklaring alsmede op de inhoud ervan, is het bepaalde in artikel 35.12 van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. ### 34.8. De omvang van de aansprakelijkheid @@ -2878,6 +2902,19 @@ De ontvanger zal de hoogte van de aansprakelijkstelling niet matigen als blijkt In het geval van matiging wordt bij de brutering van het loon - althans voor zover het de loonbelasting en premie volksverzekeringen betreft - gebruik gemaakt van een marginaal percentage. +De inlener kan de identiteit van de werknemer aantonen door in zijn administratie de volgende gegevens van de werknemer op te nemen: + +– naam-, adres- en woonplaatsgegevens; +– de geboortedatum; +– het burgerservicenummer; +– een specificatie van de gewerkte uren; +– de nationaliteit; +– het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur; +– als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning, notificatie of VAR-verklaring inclusief nummer en geldigheidsduur; +– naam-, adres- en woonplaats van de uitlener. + +De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende inlener verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels. + De loonbelasting/premie volksverzekeringen over de werkzaamheden waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, wordt vervolgens berekend met toepassing van hetzelfde (marginale) percentage. Vanwege het feit dat de matiging uitsluitend de betreffende inlener zelf aangaat, en niet de positie van de inhoudingsplichtige of die van andere aansprakelijken voor de naheffingsaanslag beïnvloedt, wordt het voorgaande uitsluitend betrokken in de berekening als uiteengezet in het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 35.5.1 en niet in de berekening als bedoeld in artikel 34.8.1 van deze leidraad. Deze ‘tariefmatiging’ – die overigens niet van invloed is op de hoogte van de naheffingsaanslag – vindt niet plaats als de inlener wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de uitlener met anoniem personeel werkte. De beperking van de hoogte van de aansprakelijkheid blijft daardoor achterwege. @@ -3114,13 +3151,18 @@ De ontvanger matigt de primaire aansprakelijkheid als: De ontvanger zal de hoogte van de aansprakelijkstelling niet matigen als blijkt dat de aannemer de voor de matiging vereiste gegevens niet heeft geadministreerd ten tijde van de uitvoering van de aannemingsovereenkomst. Als mocht blijken dat het in de administratie van de aannemer opgenomen BSN/sofinummer van de werknemer onjuist is, zal de aannemer in de gelegenheid worden gesteld alsnog het juiste BSN/sofinummer te overleggen. -De aannemer kan dit bijvoorbeeld doen door een door hemzelf bijgehouden administratie over te leggen waarin de volgende gegevens zijn opgenomen: +De aannemer kan de identiteit van de werknemer aantonen door in zijn administratie de volgende gegevens van de werknemer op te nemen: – naam-, adres- en woonplaatsgegevens; – de geboortedatum; -– het BSN/sofinummer van de werknemer; +– het burgerservicenummer; – een specificatie van de gewerkte uren; -– een kopie van het identiteitsbewijs. +– de nationaliteit; +– het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur; +– als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning, notificatie of VAR-verklaring inclusief nummer en geldigheidsduur; +– naam-, adres- en woonplaats van de onderaannemer. + +De administratie moet ook een adequate procedure bevatten aan de hand waarvan de identificatie van de werknemer, de verificatie van het identiteitsbewijs en de vastlegging van de persoonsgegevens plaatsvindt. Deze procedure moet ten minste voldoen aan de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende inlener verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase. Dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels. In dat geval zal de ontvanger de hoogte van de aansprakelijkheid voor de betreffende aannemer verlagen aan de hand van herrekeningsregels. Deze verlaging kan al plaatsvinden ten tijde van de aansprakelijkstelling, maar ook in de bezwaar- of (hoger) beroepfase en dit gebeurt aan de hand van de volgende herrekeningsregels. @@ -3685,6 +3727,27 @@ Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gez Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten. +## 48a. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting + +In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken. + +1. In afwijking van artikel 49.6 van deze leidraad zoekt de ontvanger als er een vermoeden van fraude is, eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de ontvanger verhaal bij de belastingschuldige. +2. Als de ontvanger inkomstenbelasting of omzetbelasting heeft uitbetaald aan: + +– een lid van de NVVK in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK; +– een gemeente in het kader van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de NVVK of overeenkomsten met dezelfde strekking; +– een curator; +– een bewindvoerder, + +gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling als: + +– het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, de gemeente, de curator of de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de belastingaanslag, of +– de schuldhulpverlener, de gemeente, de curator of de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde bedragen. +3. Als de ontvanger aan een derde inkomstenbelasting of omzetbelasting heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de ontvanger alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde: + +– financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of +– wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag. + ## 49. Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: @@ -3964,7 +4027,7 @@ Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de ## 68. tot en met 72 -Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70c, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt. +Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt. ## 73. Insolventieprocedures @@ -4613,7 +4676,7 @@ Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten bu ### 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel -Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.246, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.246. +Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.461, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.461. ## 76. Douane en invordering @@ -4741,7 +4804,7 @@ De internationale invordering betreft alle maatregelen die in het buitenland kun Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen: -– doen van een verzoek; +– doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen; – overleg met het ministerie; – geen verdere invorderingsmaatregelen treffen; – overige internationale invordering. @@ -4812,13 +4875,14 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen: – toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld; – betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit; – uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek; +– uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete; – geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen; – aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld; – beslag door derden op toeslag; – informatieverzoek gerechtdeurwaarder omtrent toeslag; – rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen; – verzoekschriften aan andere instellingen; -– uitbetaling toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren. +– aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen. ### 79.1. De betalingsherinnering en toeslagschuld @@ -4937,6 +5001,10 @@ Voor de toepassing van artikel 8 van de Uitvoeringsregeling Awir geldt het volge In het geval van beroep, hoger beroep en cassatie geldt een met het voorgaande overeenkomend beleid met dien verstande dat de belanghebbende uitdrukkelijk om uitstel van betaling dient te vragen. +### 79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete + +De Belastingdienst/Toeslagen verleent uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete in verband met een gemotiveerd bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete. + ### 79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld De partner van de belanghebbende – als bedoeld in artikel 3 Awir – is op grond van artikel 33 van de Awir aansprakelijk voor de schuld die voortvloeit uit een toeslagschuld die de belanghebbende onbetaald laat. In overeenstemming met de Awir zal de partner alleen aansprakelijk worden gesteld voor zover die ook feitelijk partner van de belanghebbende was gedurende de periode waarop de toeslagschuld betrekking heeft. @@ -4963,7 +5031,7 @@ De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als e ### 79.15. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen -In artikel 6 van de Uitvoeringsregeling Awir zijn de situaties opgenomen waarin een ander dan de belanghebbende bevoegd is om een toeslag van iemand op zijn bankrekening te ontvangen. In deze situaties geldt op grond van de Awir een hoofdelijke aansprakelijkheid van de derde voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de aan hem uitbetaalde toeslagen. De Belastingdienst/Toeslagen hanteert het volgende beleid bij de toepassing van deze wettelijke aansprakelijkheid: +In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat de Belastingdienst/Toeslagen hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor terugvorderingen die samenhangen met toeslagen die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken. 1. als de Belastingdienst/Toeslagen toeslagen heeft uitbetaald aan: @@ -4973,21 +5041,15 @@ In artikel 6 van de Uitvoeringsregeling Awir zijn de situaties opgenomen waarin − een bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als: -− het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, respectievelijk de gemeente, respectievelijk de curator, respectievelijk de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de terugvordering, of -− de schuldhulpverlener, respectievelijk de gemeente, respectievelijk de curator, respectievelijk de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde toeslagen; +− het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, de gemeente, de curator of de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de terugvordering, of +− de schuldhulpverlener, de gemeente, de curator of de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde toeslagen; 2. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een ‘partnerschapsovereenkomst één rekeningnummer’ (POBR1) heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als de kinderopvanginstelling in strijd met de Awir, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de op die wetten berustende bepalingen of in strijd met de voorwaarden die zijn opgenomen in de POBR1 handelt of heeft gehandeld; 3. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een convenant heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen waarin zij hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaardt voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling uitbetaalde kinderopvangtoeslag, geldt de in onderdeel 2 beschreven inperking van de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling niet. Het bepaalde in artikel 49.6 van deze leidraad is hierbij van overeenkomstige toepassing; 4. als de Belastingdienst/Toeslagen aan een derde een toeslag heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde: − financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of − wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag. - -### Artikel 79.16 - -Als de Belastingdienst/Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artikel 25, derde lid, van de Awir, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties: - -1. Op het moment dat de derde failliet is verklaard of hem surseance van betaling is verleend. -2. Als het faillissement van de derde is aangevraagd of door de derde aangifte tot faillietverklaring is gedaan. +5. Als er een vermoeden van fraude is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen verhaal bij de belanghebbende. ## 80. Invordering,