2008-03-15 | BWBR0002063 | Wet op de economische delicten

This commit is contained in:
Coornhert 2008-03-15 12:00:00 +00:00
parent 15a6752950
commit aa7835dd0b

View file

@ -28,7 +28,7 @@ de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 17 tot en met 21, 25, 2
de Hamsterwet, de artikelen 3 en 4;
de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2a, eerste, derde en vijfde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, artikel 2a, zesde lid, en artikel 3;
de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2a, eerste, derde en vijfde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, artikel 2a, zesde lid, en artikel 3;
de Kaderwet diervoeders, de artikelen 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 16, 26, 27, 28, 29, 31, 32, 33, onderdelen a, b, c en e, 34, 37 en 39;
@ -69,7 +69,7 @@ Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 19, 35, 36, 41, 42 en 45, derde lid;
de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 3 tot en met 13, 66, 68, 73, eerste lid, 77 tot en met 80, 96, 97, 99, 101, 102 tot en met 105, 107, 111 en 120;
de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2*a*, eerste en derde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover niet betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, alsmede de artikelen 2b, 4, eerste lid, onder a, c en e, en derde lid juncto eerste lid, onder a, c en e, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 17;
de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2*a*, eerste en derde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover niet betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, alsmede de artikelen 2b, 4, eerste lid, onder a, c en e, en derde lid juncto eerste lid, onder a, c en e, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 17;
de Kaderwet diervoeders, de artikelen 10, 22 en 35;
@ -81,9 +81,9 @@ de Telecommunicatiewet, de artikelen 2.1, eerste en vijfde lid, eerste volzin, 3
de verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227), de artikelen 13, tweede lid, 17, eerste en tweede lid en 18, derde lid;
de verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), artikel 2, eerste en tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea;
de verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), artikel 2, eerste en tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea;
de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (*PbEG *L 181), artikel 6, eerste lid, eerste en tweede volzin;
de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (*PbEG *L 181), artikel 6, eerste lid, eerste en tweede volzin;
de Waterleidingwet, de artikelen 3m en 3o, eerste lid;
@ -347,7 +347,7 @@ de Wet bescherming Antarctica, de artikelen 3, eerste lid, 5, 6, eerste en tweed
de Wet bodembescherming, de artikelen 20, 27, 28, 29, 30, tweede, derde en vierde lid, 31, 32, tweede lid, tweede volzin, 39, eerste, tweede en vierde lid, 39a, 39b, eerste en derde lid en vierde lid, tweede volzin, 39c, eerste en derde lid, 39d, eerste en vijfde lid, 39e, 43, eerste, derde en vierde lid, 45, vierde lid, 49 juncto 30, tweede, derde en vierde lid, 55b, eerste lid, 63e, derde lid, tweede volzin, 63i, vijfde lid, tweede volzin, 63j, tweede lid, 70 en 72;
de Wet milieubeheer, de artikelen 8.14, eerste lid, 8.36f, eerste lid, 8.20, tweede lid, 8.41, eerste, tweede en derde lid, 8.42, eerste lid, artikel 8.42a, eerste lid, 9.2.1.3, 9.2.1.4, 9.2.2.2, 9.2.3.1, 9.2.3.2, 9.2.3.4, 9.2.3.5, tweede lid, 9.3.3, tweede en derde lid, 9.4.4 tot en met 9.4.7, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.20, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, eerste lid, 10.32, 10.38, 10.40, eerste en tweede lid, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, eerste en derde lid, 10.45, eerste lid, onderdeel a, 10.46, eerste lid, 10.48, derde lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.55, 10.60, vijfde lid, onder a, onder b, in verbinding met onderdeel a, en onder c, 11.2, eerste, derde en vierde lid, 11.3, aanhef en onderdeel b, 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid, 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid en derde lid, juncto het eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid, 15.32, eerste en tweede lid, 17.1 en 17.2;
de Wet milieubeheer, de artikelen 8.14, eerste lid, 8.36f, eerste lid, 8.20, tweede lid, 8.41, eerste, tweede en derde lid, 8.42, eerste lid, artikel 8.42a, eerste lid, 9.2.1.3, 9.2.1.4, 9.2.2.2, 9.2.3.1, 9.2.3.2, 9.2.3.4, 9.2.3.5, tweede lid, 9.3.3, tweede en derde lid, 9.4.4 tot en met 9.4.7, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.20, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, eerste lid, 10.32, 10.38, 10.40, eerste en tweede lid, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, eerste en derde lid, 10.45, eerste lid, onderdeel a, 10.46, eerste lid, 10.48, derde lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.55, 10.60, vijfde lid, onder a, onder b, in verbinding met onderdeel a, en onder c, 11.2, eerste, derde en vierde lid, 11.3, aanhef en onderdeel b, 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid, 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid en derde lid, juncto het eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid, 12.20, eerste en tweede lid, 12.29, aanhef en onder a tot en met c, 12.30, 15.32, eerste en tweede lid, 17.1 en 17.2;
de Wet milieugevaarlijke stoffen, de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 20, 21, 22, 23, 25, 32, 34, 37, 38, 39, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 19, vierde lid;
@ -491,7 +491,7 @@ Vervallen
**1.** Het recht tot uitvoering van verbeurdverklaring vervalt niet door de dood van de veroordeelde.
**2.** De in artikel 8 onder b vermelde maatregel vervalt door de dood van de veroordeelde.
**2.** De in artikel 8 onder *b* vermelde maatregel vervalt door de dood van de veroordeelde.
### Artikel 14
@ -610,7 +610,7 @@ Vervallen
### Artikel 25
Voor zover daarvan niet in deze wet of de in artikel 1 en artikel 1a genoemde wetten en besluiten is afgeweken, gelden ten aanzien van de opsporing van economische delicten de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
Voor zover daarvan niet in deze wet of de in artikel 1 en artikel 1*a* genoemde wetten en besluiten is afgeweken, gelden ten aanzien van de opsporing van economische delicten de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
### Artikel 26
@ -683,7 +683,7 @@ Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het
### Artikel 31
De in de artikelen 28, 29, 30 en 30a bedoelde bevelen en beschikkingen zijn dadelijk uitvoerbaar. Zij worden onverwijld aan de verdachte betekend.
De in de artikelen 28, 29, 30 en 30*a* bedoelde bevelen en beschikkingen zijn dadelijk uitvoerbaar. Zij worden onverwijld aan de verdachte betekend.
### Artikel 32
@ -721,7 +721,7 @@ Het opzettelijk, al dan niet door middel van een ander, onttrekken van vermogens
**1.** Bij toepassing van artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering kan tevens de aanwijzing worden gegeven dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald.
**2.** Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000.
**2.** Indien de verdachte een rechtspersoon is, behoeft deze, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts onder bijstand van een raadsman te worden gehoord als de strafbeschikking betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel bevat welke afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 10 000.
### Artikel 37