2023-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2023-01-01 12:00:00 +00:00
parent ab73603809
commit aa9abaa0b2

View file

@ -118,10 +118,6 @@ b. als geen andere personen met dat adres in de basisregistratie personen zijn i
### Artikel 10
De huurder die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, heeft recht op huurtoeslag.
### Artikel 10
Vervallen
### Paragraaf 3. Eisen aan de woning
@ -154,13 +150,13 @@ Vervallen
Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur:
a. hoger is dan € 763,47 per maand als:
a. hoger is dan € 808,06 per maand als:
1º. de huurder, diens partner of een van de medebewoners 23 jaar of ouder is, dan wel de woning deelt met een kind of pleegkind van de huurder, diens partner of een medebewoner of
2º. de huurder, diens partner of de medebewoner jonger dan 23 jaar is, en een handicap heeft
of
b. hoger is dan € 442,46 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
b. hoger is dan € 452,20 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
**2.**
@ -182,10 +178,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als de huurder
Het norminkomen bedraagt:
a. € 24.075 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 32.675 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 22.987,94 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 30.430,41 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
a. € 25.475 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 34.575 bij een meerpersoonshuishouden;
c. € 24.330,44 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 32.207,55 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
@ -201,7 +197,7 @@ Vervallen
### Artikel 16
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2017: € 16,94.
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2023: € 0.
### Artikel 17
@ -214,7 +210,7 @@ b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het twaalfvoud van
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 220,68.
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 225,54.
**3.**
@ -231,14 +227,14 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 25.450;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 33.100;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 26.100;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 34.300.
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 28.550;
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 37.100;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 28.275;
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 36.925.
**2.** Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 448,57.
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 458,44.
**4.**
@ -275,14 +271,14 @@ Y: het rekeninkomen.
### Artikel 20
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 442,46 per maand.
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 452,20 per maand.
**2.**
De aftoppingsgrens is:
a. € 633,25 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
b. € 678,66 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
a. € 647,19 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
b. € 693,60 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.