diff --git a/zbo/nadere-regeling-gedragstoezicht-effectenverkeer-2002/BWBR0010194/README.md b/zbo/nadere-regeling-gedragstoezicht-effectenverkeer-2002/BWBR0010194/README.md index 8405d8626f1..098fd89473c 100644 --- a/zbo/nadere-regeling-gedragstoezicht-effectenverkeer-2002/BWBR0010194/README.md +++ b/zbo/nadere-regeling-gedragstoezicht-effectenverkeer-2002/BWBR0010194/README.md @@ -148,6 +148,12 @@ Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst a. de gelden en effecten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de effecteninstelling betrekking hebben, op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling worden aangehouden; b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen geld- of effectenrekeningen van de effecteninstelling worden gebruikt; en c. de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de effecteninstelling uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden en effecten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de effecteninstelling voor de cliënt. +d. onder schriftelijk in sub c wordt mede verstaan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 3:15d, derde lid, Burgerlijk Wetboek indien de overeenkomst: + +– raadpleegbaar is door partijen; +– de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd; +– het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en +– de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. #### Paragraaf . Effecteninstellingen, niet zijnde kredietinstellingen, die de effectendienst als bedoeld in @@ -320,7 +326,7 @@ b. de betrokkene in het contact slechts wordt aangeboden om schriftelijk of elek ### Artikel 26a -**1.** Een effecteninstelling stelt beleid vast ter zake van de acceptatie van cliënten, dat ten minste voldoet aan de in dit artikel bedoelde normen, waaronder het maken van onderscheid in risico's, die betrekking hebben op de identiteit, aard en achtergrond van de cliënt en op de risico's die afgenomen producten of diensten met zich brengen. De effecteninstelling hanteert objectieve, kenbare criteria ten aanzien van de risicoclassificaties. +**1.** Een effecteninstelling stelt beleid vast ter zake van de acceptatie van cliënten. De effecteninstelling hanteert objectieve, kenbare criteria ten aanzien van de risicoclassificaties. **2.** De effecteninstelling draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur. @@ -356,6 +362,15 @@ k. de omstandigheden waaronder de overeenkomst tussen de effecteninstelling en d **2.** +Onder schriftelijk in het eerste lid wordt mede verstaan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 3:15d, derde lid, Burgerlijk Wetboek indien de overeenkomst: + +– raadpleegbaar is door partijen; +– de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd; +– het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en +– de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. + +**3.** + Indien de overeenkomst betrekking heeft op vermogensbeheer is daarin tevens bepaald: a. de samenstelling van het beheerde vermogen naar effectensoort en de waarde van het te beheren vermogen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst; @@ -364,7 +379,7 @@ c. een specificatie van de eventuele kwalitatieve en kwantitatieve beperkingen t d. de wijze waarop het beheer wordt gevoerd alsmede de betrokkenheid van de cliënt daarbij, daaronder een regeling van de machtiging aan de effecteninstelling; e. de frequentie van rapportage aan de cliënt. -**3.** Een effecteninstelling dient voordat zij een effectendienst verricht de identiteit van de betreffende cliënt vast te stellen. Voor zover de verplichting tot vaststellen van de identiteit van een cliënt niet reeds voortvloeit uit de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 of een aan die wet gelijkwaardige regeling, geschieden de identiteitsvaststelling en -vastlegging overeenkomstig de bepalingen bij of krachtens de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993. +**4.** Een effecteninstelling dient voordat zij een effectendienst verricht de identiteit van de betreffende cliënt vast te stellen. Voor zover de verplichting tot vaststellen van de identiteit van een cliënt niet reeds voortvloeit uit de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 of een aan die wet gelijkwaardige regeling, geschieden de identiteitsvaststelling en -vastlegging overeenkomstig de bepalingen bij of krachtens de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993. ### Artikel 28 @@ -503,25 +518,13 @@ De informatie die door de effecteninstelling dient te worden verstrekt ingevolge ### Artikel 39 -**1.** - -Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van de omgang met incidenten als bedoeld in artikel 24c, onder a, van het besluit. Het beleid omvat ten minste: - -a. de administratieve vastlegging van incidenten; -b. de wijze van afhandeling van incidenten; -c. de informatieverstrekking over incidenten. +**1.** Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van de omgang met incidenten als bedoeld in artikel 24c, onder a, van het besluit. **2.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur. -**3.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, zorgt voor administratieve vastlegging van incidenten die ten minste omvat de kenmerken van het incident, gegevens over degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd, en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen. +**3.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, zorgt voor administratieve vastlegging van incidenten. -**4.** - -De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn ten minste gericht op: - -a. beheersing van het optredende risico; -b. bevestiging van de geldende normen; -c. beperking van negatieve interne en externe effecten van het incident. +**4.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. **5.** @@ -533,15 +536,6 @@ c. sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatreg d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling; of e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de Autoriteit Financiële Markten in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd. -**6.** - -De in het vijfde lid bedoelde informatie betreft ten minste: - -a. de feiten en omstandigheden van het incident; -b. informatie over de functie, hoedanigheid en positie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd. - -**7.** Op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten informeert de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, de Autoriteit Financiële Markten over de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen. - #### Paragraaf . Toezicht op naleving van maatregelen en gedragscodes ### Artikel 40 @@ -580,65 +574,37 @@ e. het is een effecteninstelling toegestaan de rechtshandelingen als bedoeld ond ### Artikel 42a -**1.** Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van integriteitsgevoelige functies als bedoeld in artikel 24c, onder b, van het besluit. Het beleid omvat ten minste de kwalificatie van functies die een wezenlijk risico bevatten voor de integere bedrijfsvoering van de effecteninstelling. +**1.** Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van integriteitsgevoelige functies als bedoeld in artikel 24c, onder b, van het besluit. -**2.** - -De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van de beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid in een integriteitsgevoelige functie. Het beleid omvat ten minste: - -a. de beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid dat de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voornemens is te benoemen; -b. de beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid dat reeds in dienst is van de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, en dat de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie. +**2.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, stelt beleid vast ter zake van de beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid in een integriteitsgevoelige functie. **3.** Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur. **4.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, hanteert organisatorische en administratieve procedures en maatregelen om een functie te kwalificeren als een functie die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling. -**5.** +**5.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen om de betrouwbaarheid te beoordelen van een personeelslid dat de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie. -De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, hanteert objectieve, kenbare criteria om een functie te kwalificeren als een functie die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling. De criteria kunnen betrekking hebben op: +**6.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voert een zodanige administratie dat uit het dossier van een personeelslid dat is benoemd in een integriteitsgevoelige functie blijkt dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid, onder a, b en c. -a. de mate waarin het betrokken personeelslid de beschikking of het beheer heeft over vermogen of waarden van de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, of van derden; -b. de mate waarin het betrokken personeelslid bevoegd is tot het aangaan van verplichtingen namens de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, of al dan niet tezamen met anderen bevoegd is tot vertegenwoordiging van de effecteninstelling in en buiten rechte; -c. de mate waarin het betrokken personeelslid toegang heeft tot cliënt- of transactiegegevens of tot bedrijfsgevoelige informatie over de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, of over derden; -d. de mate waarin de betrokken medewerker belast is met de uitvoering van controlerende of toezichthoudende werkzaamheden ten aanzien van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle van de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, en de naleving van toepasselijke regelgeving en interne voorschriften. +**7.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, is verantwoordelijk voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degene die zich anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst jegens de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, verbindt werkzaamheden in een integriteitsgevoelige functie te verrichten. -**6.** - -De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen om de betrouwbaarheid te beoordelen van een personeelslid dat de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie. De organisatorische en administratieve procedures en maatregelen omvatten ten minste: - -a. het controleren van de identiteit van betrokkene; -b. het controleren van de door betrokkene verstrekte gegevens en referenties op juistheid en volledigheid; -c. het maken van een onderbouwde inschatting van de betrouwbaarheid van betrokkene en een beoordeling daarvan in relatie tot de integriteitsgevoelige functie. - -**7.** - -De in het zesde lid bedoelde organisatorische en administratieve procedures en maatregelen kunnen omvatten: - -a. het inwinnen van inlichtingen omtrent de betrouwbaarheid van betrokkene bij de werkgevers van betrokkene gedurende de laatste vijf jaar; -b. het vragen aan betrokkene naar voorvallen uit het verleden die betekenis kunnen hebben voor het oordeel over de betrouwbaarheid van betrokkene; -c. het laten overleggen door betrokkene van een verklaring omtrent het gedrag in de zin van de Wet op de justitiële documentatie. - -**8.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voert een zodanige administratie dat uit het dossier van een personeelslid dat is benoemd in een integriteitsgevoelige functie blijkt dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid, onder a, b en c. - -**9.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, is verantwoordelijk voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degene die zich anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst jegens de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, verbindt werkzaamheden in een integriteitsgevoelige functie te verrichten. - -**10.** +**8.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, kan de beoordeling van de betrouwbaarheid overlaten aan de werkgever van de betrokkene als bedoeld in het negende lid onder de voorwaarde dat: a. de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, de administratieve en organisatorische procedures en maatregelen van de betrokken werkgever kent en heeft vastgesteld dat deze voldoen aan de eigen administratieve en organisatorische procedures en maatregelen; b. de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, zich door middel van contractuele voorwaarden het recht voorbehoudt dat door of namens de effecteninstelling een onderzoek wordt ingesteld naar de mate van naleving van de gedelegeerde werkzaamheden. -**11.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, controleert onder alle omstandigheden zelf de identiteit van betrokkene als bedoeld in het negende lid. +**9.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, controleert onder alle omstandigheden zelf de identiteit van betrokkene als bedoeld in het negende lid. -**12.** +**10.** De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, waaraan over een betrokkene inlichtingen als bedoeld in het zevende lid, onder a., worden gevraagd ten behoeve van een andere financiële instelling, dient: a. schriftelijk te verklaren dat zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van betrokkene te twijfelen dan wel, indien daartoe aanleiding bestaat, b. schriftelijk inlichtingen te verstrekken en wel zodanig dat de verzoekende financiële instelling zich voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de sollicitant een juist en zo volledig mogelijk beeld kan vormen omtrent betrokkene. -**13.** Onverminderd het bepaalde in het twaalfde lid onthoudt een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, zich van het doen van uitspraken of het afgeven van verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een (voormalig) personeelslid indien zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee een onjuist beeld van betrokkene wordt gegeven. +**11.** Onverminderd het bepaalde in het twaalfde lid onthoudt een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, zich van het doen van uitspraken of het afgeven van verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een (voormalig) personeelslid indien zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee een onjuist beeld van betrokkene wordt gegeven. #### Paragraaf . Toepassingsgebied van de gedragsregels