From aab4731c90fec566ddcf5f6853389f5622f41e63 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 30 +++++----------------- 1 file changed, 7 insertions(+), 23 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 66b91f4bc49..1aefa88d0d8 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -727,15 +727,15 @@ c. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende provinciale m ### Artikel 4.15a -**1.** Het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, stelt een regionaal milieubeleidsplan vast, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan een orgaan van dat lichaam is toegekend. +**1.** Het algemeen bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, kan een regionaal milieubeleidsplan vaststellen, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan een orgaan van dat lichaam is toegekend. -**2.** De artikelen 4.13, 4.16, tweede lid, 4.17, 4.18 en 4.19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in artikel 4.17, tweede lid, genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in het gebied van het regionaal openbaar lichaam gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken. +**2.** De artikelen 4.13, 4.16, tweede lid, 4.17, 4.18 en 4.19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in artikel 4.17, tweede lid, genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in de plusregio gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken. ### Paragraaf 4.5b. Het regionale milieuprogramma ### Artikel 4.15b -**1.** Het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, stelt jaarlijks een milieuprogramma vast. +**1.** Het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, stelt jaarlijks een milieuprogramma vast. **2.** De artikelen 4.20, tweede en derde lid, en 4.21 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het programma naast de in artikel 4.20, tweede lid, genoemde onderdelen ook een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende regionale milieubeleidsplan bevat. @@ -1480,22 +1480,11 @@ c. in werking te hebben. ### Artikel 8.2a -**1.** - -In afwijking van artikel 8.2, eerste en tweede lid, is het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, bevoegd te beslissen: - -a. op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, geheel of in hoofdzaak gelegen op zijn grondgebied, ten aanzien waarvan burgemeester en wethouders ingevolge die bepalingen bevoegd zouden zijn, en -b. op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, geheel of in hoofdzaak gelegen op zijn grondgebied, ten aanzien waarvan gedeputeerde staten ingevolge die bepalingen bevoegd zouden zijn en die behoort tot een daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie. - -**2.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder *b*, kan zo nodig onderscheid worden gemaakt tussen regionale openbare lichamen. +Vervallen ### Artikel 8.2b -**1.** Het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam dat op grond van artikel 8.2*a*, eerste lid, de bevoegdheid heeft te beslissen op de aanvraag om een vergunning als in dat artikel bedoeld, kan die bevoegdheid geheel of voor bij zijn besluit aan te geven categorieën van inrichtingen delegeren aan burgemeester en wethouders van in het gebied van het regionaal openbaar lichaam gelegen gemeenten, indien zij daarmee instemmen. - -**2.** Ten aanzien van de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 139 tot en met 141 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. - -**3.** De voorschriften met betrekking tot de in artikel 8.2*a*, eerste lid, bedoelde bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam, de uitoefening daarvan en het toezicht daarop, zijn ten aanzien van de krachtens het eerste lid gedelegeerde bevoegdheid van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 8.3 @@ -2900,12 +2889,7 @@ Gereserveerd. **1.** In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder verslagjaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin een milieuverslag moet worden opgesteld. -**2.** - -De bij of krachtens deze titel gestelde bepalingen gelden voor bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangegeven regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De maatregel heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen waarvoor: - -a. gedeputeerde staten van de provincie krachtens artikel 8.2 bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning, of -b. het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering krachtens artikel 8.2*a*, eerste lid, onder *b*, bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een vergunning, dan wel dit bestuur die bevoegdheid heeft overgedragen krachtens artikel 8.2*b*, eerste lid. +**2.** De bij of krachtens deze titel gestelde bepalingen gelden voor bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangegeven regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De maatregel heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen waarvoor gedeputeerde staten van de provincie krachtens artikel 8.2 bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning. ### Artikel 12.2 @@ -4621,7 +4605,7 @@ Onze Minister draagt zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaald ### Artikel 18.3e -**1.** Gedeputeerde staten kunnen, indien zij hebben vastgesteld dat een behoorlijke uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 18.3 in de provincie onvoldoende gewaarborgd is, gemeenten of waterschappen aanwijzen waarvan burgemeester en wethouders, respectievelijk de dagelijkse besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter behartiging van het belang van een doelmatige handhaving. Artikel 99, eerste en vierde lid, van die wet is niet van toepassing. Een waterschap wordt niet aangewezen dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bezwaar heeft. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen, indien zij hebben vastgesteld dat een behoorlijke uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 18.3 in de provincie onvoldoende gewaarborgd is, gemeenten of waterschappen aanwijzen waarvan burgemeester en wethouders, respectievelijk de dagelijkse besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter behartiging van het belang van een doelmatige handhaving. Artikel 99, eerste lid, van die wet is niet van toepassing. Een waterschap wordt niet aangewezen dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bezwaar heeft. **2.** Gedeputeerde staten houden bij een aanwijzing rekening met de regio’s die overeenkomstig de bijlage, behorend bij de Politiewet 1993, zijn vastgesteld.