2003-12-01 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
517d22c0ba
commit
aae3701f6e
1 changed files with 33 additions and 11 deletions
|
|
@ -165,7 +165,9 @@ categorie 12: rechterlijk ambtenaar in opleiding.
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Rechterlijke ambtenaren of rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak, ontvangen een salaris dat een met hun taak overeenkomend deel bedraagt van het salaris dat zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak.
|
||||
**1.** Rechterlijke ambtenaren of rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak, ontvangen een salaris dat een met hun taak overeenkomend deel bedraagt van het salaris dat zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak.
|
||||
|
||||
**2.** De rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 20, eerste lid, op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, ontvangt een salaris voor het vervullen van een volledige taak, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 20, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,21 +253,35 @@ De bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden ten aanzien van het ge
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De arbeidsduur bedraagt gemiddeld ten hoogste 36 uur per week.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De arbeidsduur bedraagt bij een volledige taak gemiddeld 36 uur per week. Op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan de arbeidsduur in hele uren worden vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uur per week, waarbij een maximum geldt van gemiddeld 40 uur per week. Dit verzoek wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. Een verzoek tot het vaststellen van de arbeidsduur op meer dan 36 uur per week wordt niet toegewezen aan:
|
||||
|
||||
a. de rechterlijk ambtenaar wiens gemiddelde werktijd op basis van artikel 38d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is teruggebracht;
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 37 betaald ouderschapsverlof geniet;
|
||||
c. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 39 buitengewoon verlof geniet;
|
||||
d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op grond van artikel 46h, eerste lid, gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
e. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, waarbij een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding met een volledige taak bedraagt het aantal te werken uren in een jaar: het aantal kalenderdagen, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en met de niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,2.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding met een gedeeltelijke taak bedraagt het aantal te werken uren in een jaar een evenredig deel van het aantal uren, berekend overeenkomstig het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het tweede of derde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond.
|
||||
**4.** Het aantal te werken uren in een jaar, bedoeld in het tweede lid, wordt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, voor wie de arbeidsduur op basis van het eerste lid op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor. De arbeidsduurfactor is een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit 36.
|
||||
|
||||
**5.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van artikel 3 berust de bevoegdheid tot het vaststellen van de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur per week als bedoeld in het eerste lid bij de functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
**7.** Onder de Stichting Pensioenfonds ABP wordt in dit artikel verstaan de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De functionele autoriteit stelt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, in overeenstemming met deze, een werktijdregeling vast. Voor een rechterlijk ambtenaar in opleiding die een deelstage van zijn binnenstage elders dan bij een rechtbank of arrondissementsparket doorbrengt, geschiedt die vaststelling door de rector.
|
||||
|
||||
**2.** Onder werktijdregeling wordt verstaan een voor een periode van langer dan een week opgesteld en tevoren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden. In de werktijdregeling wordt het aantal te werken uren, bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, vermeld.
|
||||
**2.** Onder werktijdregeling wordt verstaan een voor een periode van langer dan een week opgesteld en tevoren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden. In de werktijdregeling wordt het aantal te werken uren, bedoeld in artikel 20, tweede, derde of vierde lid, vermeld. Het in de werktijdregeling opgenomen aantal te werken uren is op jaarbasis niet hoger dan gemiddeld 40 uur per week.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding kan, indien het belang van de taakvervulling zich daartegen niet verzet, een werktijdregeling worden vastgesteld waarbij het aantal te werken uren gelijk is aan het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, bedoeld in het vijfde lid, vermenigvuldigd met acht. De bepalingen die terzake gelden voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding kan, indien het belang van de taakvervulling zich daartegen niet verzet, een werktijdregeling worden vastgesteld waarbij het aantal te werken uren gelijk is aan het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, bedoeld in het vijfde lid, vermenigvuldigd met acht. De bepalingen die terzake gelden voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing. De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 20, eerste lid, op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, kan geen verzoek doen als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**4.** Van de vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken voor een beperkte duur en indien het belang van de taakvervulling dit naar het oordeel van degene die de werktijdregeling ingevolge het eerste lid heeft vastgesteld, onvermijdelijk maakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -317,9 +333,11 @@ De aanspraak op vakantie wordt, afhankelijk van de leeftijd die de rechterlijk a
|
|||
|
||||
**4.** De aanspraak op vakantie wordt voor degene die een aanstelling of aanwijzing voor een gedeeltelijke taak heeft, vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige taak.
|
||||
|
||||
**5.** De ingevolge het tweede en derde lid geldende aanspraak op vakantie wordt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 20, eerste lid, op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 20, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Indien wijziging wordt aangebracht in de taakomvang van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe taakomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
|
||||
Indien wijziging wordt aangebracht in de arbeidsduur van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe arbeidsduur. De tot aan de datum van ingang van de wijziging verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -343,11 +361,13 @@ c. in geval van genoten vakantie.
|
|||
|
||||
**2.** Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met 144 uren indien hij is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige taak, dan wel verminderd met een in evenredigheid lager aantal uren indien hij is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een gedeeltelijke taak. De aanspraak op vakantie kan alleen worden verlaagd met een aantal uren vakantie dat deelbaar is door het getal vier.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt vast voor welke datum verzoeken als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend.
|
||||
**3.** Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 20, eerste lid, op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 20, vierde lid.
|
||||
|
||||
**4.** De functionele autoriteit beslist op of na de in het derde lid bedoelde datum gelijktijdig op de voor die datum ingediende verzoeken.
|
||||
**4.** Onze Minister stelt vast voor welke datum verzoeken als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend.
|
||||
|
||||
**5.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het eerste en tweede lid wordt verlaagd, een vergoeding ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door Onze Minister krachtens het derde lid vastgestelde datum.
|
||||
**5.** De functionele autoriteit beslist op of na de in het derde lid bedoelde datum gelijktijdig op de voor die datum ingediende verzoeken.
|
||||
|
||||
**6.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het eerste en tweede lid wordt verlaagd, een vergoeding ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door Onze Minister krachtens het derde lid vastgestelde datum.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -357,6 +377,8 @@ c. in geval van genoten vakantie.
|
|||
|
||||
**3.** Voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een gedeeltelijke taak wordt de op grond van het tweede lid geldende verplichting vastgesteld op een evenredig deel van de verplichting bij een volledige taak.
|
||||
|
||||
**4.** Het aantal uren vakantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 20, eerste lid, op meer dan gemiddeld 36 uur per week is vastgesteld, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 20, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende de binnenstage meldt het voornemen vakantie op te nemen tijdig aan de functionele autoriteit.
|
||||
|
|
@ -369,7 +391,7 @@ Indien de taakvervulling dat dringend noodzakelijk maakt, kan de functionele aut
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Niet opgenomen vakantie, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding over een vol kalenderjaar berekend op grond van de artikelen 24 tot en met 27, verminderd met de in artikel 28, tweede en derde lid, bedoelde vakantie.
|
||||
Niet opgenomen vakantie, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding over een vol kalenderjaar berekend op grond van de artikelen 24 tot en met 27, verminderd met de in artikel 28, tweede, derde en vierde lid, bedoelde vakantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -862,4 +884,4 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage . Bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
|
||||
## Bijlage . bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue