2015-01-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent 406a2417a3
commit ab2568cae4

View file

@ -91,8 +91,8 @@ Onze Minister kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wor
In dit besluit wordt onder lid van de Algemene Bestuursdienst verstaan:
a. de ambtenaar die het ambt van lid van de topmanagementgroep, genoemd in de bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, vervult;
b. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 17 of 18 van de bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt;
c. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 16 of 15 van de bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt en die daartoe door of namens Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is aangewezen.
b. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 17 of 18 van de bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt;
c. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 16 of 15 van de bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt en die daartoe door of namens Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is aangewezen.
## Hoofdstuk Ia. Elektronische berichtgeving
@ -397,7 +397,7 @@ Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, me
**1.** De ambtenaar, die ingevolge wettelijke verplichting anders dan voor herhalingsoefening als militair in werkelijke dienst is, geniet onverminderd het bepaalde in artikel 92 de aan zijn ambt verbonden bezoldiging voor zoveel deze meer bedraagt dan zijn militaire beloning, met dien verstande, dat indien de ambtenaar ongehuwd is, hij slechts de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet, voor zoveel 70 ten honderd daarvan meer bedraagt dan zijn militaire beloning.
**2.** Zonodig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijft de ambtenaar als daar bedoeld in ieder geval de aan zijn ambt verbonden bezoldiging genieten tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**2.** Zonodig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijft de ambtenaar als daar bedoeld in ieder geval de aan zijn ambt verbonden bezoldiging genieten tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**3.** Ongehuwde enige kostwinners worden voor de toepassing van het eerste lid gelijk gesteld met gehuwden. Onze Minister, Hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur, beslist of een ongehuwde als enig kostwinner wordt beschouwd.
@ -409,7 +409,7 @@ Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, me
**1.** Het bepaalde in artikel 18 is eerst van toepassing, nadat de ambtenaar als militair de opleiding en oefening heeft volbracht.
**2.** De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**2.** De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van ambtenaren op wie bij koninklijk besluit de artikelen 17 en 18 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
@ -461,7 +461,7 @@ Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, ver
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar blijft gedurende het aldaar bedoelde verlof, onverminderd het bepaalde in artikel 92, in het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, met dien verstande, dat deze bezoldiging, indien het verlof langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur van het verlof wordt verminderd met de beloning, waarop de ambtenaar als vrijwilliger aanspraak heeft.
**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering wordt slechts toegepast tot een zodanig bedrag, dat de ambtenaar in het genot blijft van een bedrag gelijk aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering wordt slechts toegepast tot een zodanig bedrag, dat de ambtenaar in het genot blijft van een bedrag gelijk aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP.
**4.** Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar de werkelijke dienst als vrijwilliger vervult tijdens aan hem verleend vakantieverlof.
@ -625,7 +625,7 @@ a. genoten vakantie;
b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt.
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 33fb, derde en vierde lid;
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
e. verlof verleend op basis van artikel 32a, 33, 33b, 33c, 33d, 33h of 33i van dit besluit;
e. verlof verleend op basis van artikel 32a, 33, 33b, 33c, 33d, 33h of 33i van dit besluit;
f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoelde regels.
**11.** In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 40a, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie.
@ -634,7 +634,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoeld
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
**15.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door het bevoegd gezag krachtens het veertiende lid vastgestelde datum.
@ -926,7 +926,7 @@ Het bevoegd gezag is tevens verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambt
**14.** Indien het verlof op grond van het zesde lid is opgedeeld en de aanstelling eindigt voordat het verlof volledig is genoten, heeft de ambtenaar, indien hij een nieuwe aanstelling krijgt bij een ander bevoegd gezag, aanspraak op de eventueel resterende deelperioden van het verlof met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
**15.** Op de ambtenaar die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen voor 1 januari 2011, blijven het vijfde en zevende lid, van toepassing zoals die luidden op 31 december 2010 voor wat betreft zijn recht op bezoldiging tijdens de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, met dien verstande dat aanvullend dertien maal de arbeidsduur per week kan worden opgenomen zonder behoud van bezoldiging.
**15.** Op de ambtenaar die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen voor 1 januari 2011, blijven het vijfde en zevende lid, van toepassing zoals die luidden op 31 december 2010 voor wat betreft zijn recht op bezoldiging tijdens de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, met dien verstande dat aanvullend dertien maal de arbeidsduur per week kan worden opgenomen zonder behoud van bezoldiging.
### Artikel 33h
@ -953,7 +953,7 @@ Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet wordt aan de ambtenaar
a. zijn echtgenote of echtgenoot;
b. een inwonend kind tot wie de ambtenaar als ouder in een familierechtelijke betrekking staat;
c. een inwonend kind van zijn echtgenote of echtgenoot;
d. een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en door hem duurzaam wordt verzorgd en opgevoed op basis van een pleegcontract als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg.
d. een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verzorgt.
**2.** Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet wordt aan de ambtenaar verlof met behoud van bezoldiging verleend voor de noodzakelijke verzorging in verband met ernstige ziekte van: echtgenote, echtgenoot, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen.
@ -1142,7 +1142,7 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 37a, eerste li
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
### Artikel 37a
@ -1184,7 +1184,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
**7.**
In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken weken het verschil tussen:
In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken weken het verschil tussen:
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
@ -1235,7 +1235,7 @@ b. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
De doorbetaling van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, eindigt in ieder geval:
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
**7.** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een WIA-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft recht op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident.
@ -1262,7 +1262,7 @@ Het percentage, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, is afhankelijk van de m
De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, eindigt:
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
**11.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 94a, heeft slechts recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of aanvullende uitkering voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt.
@ -1449,7 +1449,7 @@ Vervallen
### Artikel 49
Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2015, onverminderd artikel 49yy.
Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2015, onverminderd artikel 49yy.
### Paragraaf . Procedure rond reorganisaties
@ -1529,7 +1529,7 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar binnen de termijn kan worden vastges
**5.** Door Onze Minister wordt de herplaatsingskandidaat geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn als bedoeld in het tweede en het derde lid.
**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.
**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.
#### Paragraaf . - passende functie
@ -1583,7 +1583,7 @@ Vervallen
**4.** Indien de tweede toename van de reistijd meer dan 15 minuten bedraagt ten opzichte van de reistijd zoals die was na de eerste wijziging, wordt de in het eerste en tweede lid genoemde termijn, gedurende welke de aanspraak bestaat, opnieuw gestart.
**5.** De ambtenaar voor wie binnen twee jaar voor de tweede maal de plaats van tewerkstelling als gevolg van een reorganisatie wijzigt en voor wie pas na de tweede wijziging de toename van de reistijd meer dan 15 minuten bedraagt, heeft aanspraak op de voorziening, bedoeld in het eerste en tweede lid vanaf de tweede wijziging.
**5.** De ambtenaar voor wie binnen twee jaar voor de tweede maal de plaats van tewerkstelling als gevolg van een reorganisatie wijzigt en voor wie pas na de tweede wijziging de toename van de reistijd meer dan 15 minuten bedraagt, heeft aanspraak op de voorziening, bedoeld in het eerste en tweede lid vanaf de tweede wijziging.
**6.** Voor de bepaling van de reistijd wordt uitgegaan van de route met de minste reistijd, berekend met de ANWB-routeplanner.
@ -1629,24 +1629,24 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, wordt verstaan onder:
a. *begeleidingstraject:* het begeleidingstraject van werk naar werk, bedoeld in artikel 49y, vijfde lid, bij de uitvoering van het VWNW-plan;
b. *commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 49uu, eerste lid;
c. *plaats van tewerkstelling:* de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989;
c. *plaats van tewerkstelling:* de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989;
d. *reorganisatie:* iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een onderdeel van de sector Rijk, waaraan personele consequenties zijn verbonden;
e. *verplichte VWNW-kandidaat:* de ambtenaar
1°. die krachtens artikel 49w, tweede lid, als overtollig is aangewezen,
2°. van wie de functie in verband met een reorganisatie is opgeheven,
3°. ten aanzien van wie het bevoegd gezag heeft besloten dat in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich zal voegen in zijn verplaatsing over een aanmerkelijke afstand tengevolge van een besluit tot wijziging van de plaats van tewerkstelling, of
4°. die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat en die vóór 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt als verplichte VWNW-kandidaat gebruik te gaan maken van het begeleidingstraject;
4°. die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat en die vóór 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt als verplichte VWNW-kandidaat gebruik te gaan maken van het begeleidingstraject;
f. *VWNW:* van werk naar werk;
g. *vrijwillige fase:* de vrijwillige fase, bedoeld in artikel 49s, eerste lid, waarin een onderdeel van de sector Rijk zich bevindt;
h. *vrijwillige VWNW-kandidaat:* de ambtenaar, die deel uitmaakt van een aangewezen groep als bedoeld in artikel 49s, tweede lid, en aanvangt met de uitvoering van het VWNW-plan;
i. *VWNW-kandidaat:* de vrijwillige VWNW-kandidaat of de verplichte VWNW-kandidaat;
j. *VWNW-onderzoek:* het VWNW-onderzoek, bedoeld in artikel 49x;
k. *VWNW-plan:* het VWNW-plan, bedoeld in artikel 49y.
j. *VWNW-onderzoek:* het VWNW-onderzoek, bedoeld in artikel 49x;
k. *VWNW-plan:* het VWNW-plan, bedoeld in artikel 49y.
### Artikel 49s
**1.** Een voorgenomen besluit tot een belangrijke reorganisatie wordt voorafgegaan door een vrijwillige fase, onverminderd artikel 49u.
**1.** Een voorgenomen besluit tot een belangrijke reorganisatie wordt voorafgegaan door een vrijwillige fase, onverminderd artikel 49u.
**2.**
@ -1802,11 +1802,11 @@ c. de derde periode, bedoeld in artikel 49bb, eerste lid: een dienstverband bij
### Artikel 49dd
**1.** Indien de vrijwillige VWNW-kandidaat na afloop van de derde periode van het begeleidingstraject niet geplaatst is in een andere functie, vervalt zijn status als vrijwillige VWNW-kandidaat en vervalt zijn aanspraak op het begeleidingstraject en op de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
**1.** Indien de vrijwillige VWNW-kandidaat na afloop van de derde periode van het begeleidingstraject niet geplaatst is in een andere functie, vervalt zijn status als vrijwillige VWNW-kandidaat en vervalt zijn aanspraak op het begeleidingstraject en op de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
**2.** Indien de verplichte VWNW-kandidaat na afloop van de derde periode van het begeleidingstraject niet geplaatst is in een andere functie, wordt onder onafhankelijke professionele begeleiding een individueel vervolgtraject bepaald, dat in beginsel is gericht op de aanvaarding van een andere functie door de verplichte VWNW-kandidaat.
**3.** Tijdens het vervolgtraject, bedoeld in het tweede lid, heeft de verplichte VWNW-kandidaat aanspraak op een nieuw begeleidingstraject en heeft hij aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat artikel 49cc, eerste lid, en 49gg, zesde en zevende lid niet van toepassing zijn.
**3.** Tijdens het vervolgtraject, bedoeld in het tweede lid, heeft de verplichte VWNW-kandidaat aanspraak op een nieuw begeleidingstraject en heeft hij aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat artikel 49cc, eerste lid, en 49gg, zesde en zevende lid niet van toepassing zijn.
### Paragraaf 3. Voorzieningen VWNW-kandidaten
@ -1876,7 +1876,7 @@ In afwijking van artikel 12ba, tweede lid, en het bepaalde krachtens artikel 12b
### Artikel 49ll
**1.** Aan de VWNW-kandidaat die in verband met zijn plaatsing in een functie in opdracht van het bevoegd gezag is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van € 11.637,69 ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten, indien de verhuizing plaatsvindt binnen twee jaar nadat de opdracht om te verhuizen is gegeven.
**1.** Aan de VWNW-kandidaat die in verband met zijn plaatsing in een functie in opdracht van het bevoegd gezag is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van € 11.637,69 ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten, indien de verhuizing plaatsvindt binnen twee jaar nadat de opdracht om te verhuizen is gegeven.
**2.** In de gevallen waarin de VWNW-kandidaat en zijn echtgenoot beiden in aanmerking komen voor het bedrag bedoeld in het eerste lid ontvangt elk de helft daarvan.
@ -1932,14 +1932,14 @@ De verplichte VWNW-kandidaat heeft bij de vervulling van vacatures binnen de sec
De rekenkundige maanden, bedoeld in het derde lid, zijn:
a. vier maanden voor VWNW-kandidaten die minder dan tien jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
b. acht maanden voor VWNW-kandidaten die tien tot twintig jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
c. twaalf maanden voor VWNW-kandidaten die twintig tot dertig jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
d. vierentwintig maanden voor VWNW-kandidaten die dertig of meer jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
a. vier maanden voor VWNW-kandidaten die minder dan tien jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
b. acht maanden voor VWNW-kandidaten die tien tot twintig jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
c. twaalf maanden voor VWNW-kandidaten die twintig tot dertig jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP,
d. vierentwintig maanden voor VWNW-kandidaten die dertig of meer jaren overheidswerknemer zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
**5.** Bij het vaststellen van de teller, bedoeld in het derde lid, wordt uitgegaan van de datum waarop de VWNW-kandidaat het ontslag wil laten ingaan waarbij tussen de aanvraag en de gewenste ontslagdatum de opzegtermijn ten minste een maand bedraagt, met dien verstande dat een maand opzegtermijn niet in mindering wordt gebracht op de resterende maanden van het begeleidingstraject in de teller.
**6.** De stimuleringspremie bedraagt ten hoogste € 75.000. Indien de som van twaalf maandsalarissen verhoogd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van de VWNW-kandidaat hoger is dan € 75.000, bedraagt de stimuleringspremie maximaal twaalf maandsalarissen verhoogd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**6.** De stimuleringspremie bedraagt ten hoogste € 75.000. Indien de som van twaalf maandsalarissen verhoogd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van de VWNW-kandidaat hoger is dan € 75.000, bedraagt de stimuleringspremie maximaal twaalf maandsalarissen verhoogd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
**7.**
@ -1994,13 +1994,13 @@ De artikelen 96 en 96a zijn niet van toepassing op de VWNW-kandidaat.
### Artikel 49xx
Het bevoegd gezag kan de aanspraak op het begeleidingstraject en de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit hoofdstuk toekennen aan andere ambtenaren voor zover daarmee de plaatsing van een VWNW-kandidaat wordt gerealiseerd of hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een taakstelling.
Het bevoegd gezag kan de aanspraak op het begeleidingstraject en de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit hoofdstuk toekennen aan andere ambtenaren voor zover daarmee de plaatsing van een VWNW-kandidaat wordt gerealiseerd of hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een taakstelling.
### Artikel 49yy
**1.** De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat kan voor 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar maken dat hij als verplichte VWNW-kandidaat gebruik gaat maken van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
**1.** De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat kan voor 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar maken dat hij als verplichte VWNW-kandidaat gebruik gaat maken van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
**2.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, voor 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt als verplichte VWNW-kandidaat gebruik te gaan maken van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3, worden de resterende maanden van de periode, bedoeld in artikel 49g, eerste lid, omgezet in een periode voor een begeleidingstraject van dezelfde omvang. Zo nodig wordt voor het begeleidingstraject een VWNW-plan opgesteld.
**2.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, voor 1 juli 2013 aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt als verplichte VWNW-kandidaat gebruik te gaan maken van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3, worden de resterende maanden van de periode, bedoeld in artikel 49g, eerste lid, omgezet in een periode voor een begeleidingstraject van dezelfde omvang. Zo nodig wordt voor het begeleidingstraject een VWNW-plan opgesteld.
**3.** De ambtenaar die met toepassing van het Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 20082012 als herplaatsingskandidaat is aangewezen, kan de resterende maanden van zijn herplaatsingstermijn vergelden in een stimuleringspremie bij ontslag op zijn aanvraag. Artikel 49tt is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in aanmerking te nemen noemer dertig bedraagt.
@ -2008,7 +2008,7 @@ Het bevoegd gezag kan de aanspraak op het begeleidingstraject en de voorzieninge
Hoofdstuk VII blijft van toepassing op de ambtenaar die:
a. voor 15 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat en die geen gebruik maakt van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, of
a. voor 15 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat en die geen gebruik maakt van het begeleidingstraject en de voorzieningen bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, of
b. met toepassing van het Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 20082012 als herplaatsingskandidaat is aangewezen, en de resterende maanden van zijn herplaatsingstermijn niet vergeldt in een stimuleringspremie.
### Artikel 49zz
@ -2110,7 +2110,7 @@ De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 220,00;
b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 440,00;
c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00.
c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00.
**3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
@ -2122,7 +2122,7 @@ a. € 360,00 na vijf jaar;
b. € 440,00 na tien jaar;
c. € 525,00 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
**6.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst past de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, aan overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel.
@ -2289,7 +2289,7 @@ g. fooien.
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. voor een functie, genoemd in artikel 7, vierde lid: € 533,33;
a. voor een functie, genoemd in artikel 7, vierde lid: € 533,33per 1 januari 2015: € 538,13;
b. voor het structurele plaatsvervangerschap van een functie als bedoeld onder a: 75% van het onder a genoemde bedrag;
c. voor de functie van directeur of daarmee door het bevoegd gezag voor de toepassing van dit artikel gelijk te stellen functie: 50% van het onder a genoemde bedrag;
d. voor een andere functie waaraan representatiekosten zijn verbonden, voor zover deze functie is vermeld op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde lijst: het bij die functie vermelde bedrag dat maximaal 25% van het onder a genoemde bedrag kan zijn.
@ -2310,7 +2310,7 @@ a. het onderhouden van externe contacten en het verrichten van representatieve a
b. de declaratie van representatiekosten is ingediend binnen zes maanden na de kalendermaand waarin de kosten zijn gemaakt, en
c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
**9.** Het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt per 1 januari van elk jaar bij regeling van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst aangepast voor zover de consumentenprijsindex van het Centraal bureau voor de statistiek, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft.
**9.** Het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt per 1 januari van elk jaar bij regeling van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst aangepast voor zover de consumentenprijsindex van het Centraal bureau voor de statistiek, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft.
### Artikel 69
@ -2559,63 +2559,6 @@ c. ingevolge een aanvraag van de ambtenaar.
**3.** Artikel 94, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 94b
**1.** Bij regeling van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst worden functies aangewezen die uit hoofde van de aard van de aan die functies verbonden werkzaamheden als substantieel bezwarend worden aangemerkt.
**2.** Aan de ambtenaar die is belast met een functie die is aangemerkt als substantieel bezwarend wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend met het oog op een uitkering op grond van het achtste lid, indien onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer substantieel bezwarende functies.
**3.** Het ontslag, bedoeld in het tweede lid, kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan.
**4.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend. Dit gedeelte bedraagt ten minste 10% en ten hoogste 50% van de omvang van de voor hem geldende arbeidsduur.
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de werktijd van de ambtenaar is teruggebracht op grond van artikel 21a, eerste lid.
**6.** Na het ontslag, bedoeld in het vierde lid, kan op aanvraag van de ambtenaar ontslag worden verleend voor de resterende arbeidsduur.
**7.** Ontslag uit een substantieel bezwarende functie wordt uiterlijk verleend op de dag waarop de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt.
**8.** De ambtenaar, aan wie op grond van het tweede, vierde of zesde lid voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering.
**9.** Het tweede tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de op grond van artikel 60, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde regeling.
### Artikel 94c
**1.**
Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt bij ministeriële regeling een lijst vast met:
a. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend na 31 maart 2015 vervalt;
b. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend is vervallen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 maart 2015;
c. functies, bedoeld in artikel 3 van het Besluit overgangsrecht FLO-functies, zoals dat luidde op 31 maart 2015.
**2.** De ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid vervult, kan het bevoegd gezag verzoeken om eervol ontslag met het oog op een uitkering als bedoeld in het zevende lid. Dit ontslag kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan.
**3.**
Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder a, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op die dag een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
**4.**
Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder b, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
**5.**
Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is met ingang van 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een FLO-functie.
**6.** Bij ontslag op grond van het tweede lid zijn artikel 94b, vierde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
**7.** De ambtenaar aan wie op grond van dit artikel voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering.
### Artikel 95
**1.** Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken, tenzij sprake is van een stilzwijgende voortzetting als bedoeld in artikel 6, vierde of vijfde lid.
@ -2674,7 +2617,7 @@ Aan de ambtenaar die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt wo
**1.** Bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een in categorie A en B onderverdeelde lijst met functies vastgesteld, die uit hoofde van de aard van de aan die functies verbonden werkzaamheden als substantieel bezwarend worden aangemerkt.
**2.** De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie A van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar en 8 maanden heeft bereikt. Indien onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van ontslag geen aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer zodanige functies, wordt het ontslag uitgesteld tot de datum waarop aan deze voorwaarde is voldaan.
**2.** De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie A van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar en 8 maanden heeft bereikt. Indien onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van ontslag geen aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer zodanige functies, wordt het ontslag uitgesteld tot de datum waarop aan deze voorwaarde is voldaan.
**3.** De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie B van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Indien onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van ontslag geen aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer zodanige functies, wordt het ontslag uitgesteld tot de datum waarop aan deze voorwaarde is voldaan.
@ -2742,7 +2685,7 @@ c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid,
**8.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 37a plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
**9.** Van ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt op verzoek van de ambtenaar afgezien voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar volgens de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, in staat is zijn functie te blijven vervullen.
**9.** Van ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt op verzoek van de ambtenaar afgezien voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar volgens de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, in staat is zijn functie te blijven vervullen.
**10.** Een verzoek als bedoeld in het negende lid wordt door de ambtenaar ten minste drie maanden voor het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar of ouder, ingediend.
@ -2815,13 +2758,13 @@ Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op
Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18 procent van het resultaat van de vermenigvuldiging van:
a. indien het gaat om de partner, vijf zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
b. indien het gaat om de wees waarvan de verzorger geen recht heeft op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, een zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
a. indien het gaat om de partner, vijf zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
b. indien het gaat om de wees waarvan de verzorger geen recht heeft op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, een zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee zevende deel van 1,75 procent van het pensioengevend inkomen en de pensioengeldige diensttijd, zoals deze begrippen door de Stichting Pensioenfonds ABP worden gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgend op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel.
@ -2869,7 +2812,7 @@ e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van amb
**4.** In de Sectorcommissie wordt geen overleg gevoerd over voorstellen die betrekking hebben op het gehele overheidspersoneel.
**5.** Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
**5.** Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
**6.** Indien bij het overleg, bedoeld in het vijfde lid, een geschil ontstaat over de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van de ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g.
@ -3241,21 +3184,21 @@ Vervallen
### Artikel 129
Met uitzondering van de ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 7, eerste lid.
Met uitzondering van de ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 7, eerste lid.
### Artikel 130
**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 21a, 57a, 57b, 98, 98b, 102, 102a en hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 40b in genoemd hoofdstuk VI in de plaats treedt artikel 40b zoals dat thans luidt.
**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 21a, 57a, 57b, 98, 98b, 102, 102a en hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 40b in genoemd hoofdstuk VI in de plaats treedt artikel 40b zoals dat thans luidt.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
### Artikel 130a
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in artikel 38a indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 november 2005.
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in artikel 38a indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 november 2005.
### Artikel 130b
Artikel 69, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan vóór 1 december 2005.
Artikel 69, tweede lid, is niet van toepassing op beroepsincidenten die zich hebben voorgedaan vóór 1 december 2005.
### Artikel 130c
@ -3277,7 +3220,7 @@ Vervallen
### Artikel 131a
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 489) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 489) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
**2.** De compensatievergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tweemaal het positieve verschil tussen de vergoeding, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, op jaarbasis van het jaar voor inwerkingtreding en de vergoeding op jaarbasis van het jaar na inwerkingtreding van genoemd besluit.