1994-01-01 | BWBR0002313 | Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren 1959

This commit is contained in:
Coornhert 1994-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4ae4c5bb8b
commit ab321933a7

View file

@ -0,0 +1,55 @@
---
titel: Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren
1959
bwb_id: BWBR0002313
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1960-06-02'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002313
citeertitel: Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren
1959
---
# Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren 1959
### Artikel 1
Dit besluit verstaat onder:
a. "Onze minister", Onze minister belast met de zorg voor de zaken van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie;
b. "directeur-generaal", de directeur-generaal der Posterijen, Telegrafie en Telefonie;
c. "radiostoringscommissie", de commissie bedoeld bij artikel 13 van het Radiostoringsreglement 1951;
d. "radio-omroepontvangst", de ontvangst van de Nederlandse omroepzenders, werkende op frequenties tussen 40 en 240 megahertz;
e. "omroepstoring", de storing, welke veroorzaakt wordt in de radio-omroepontvangst door een aan een verbrandingsmotor dienstbaar zijnde elektrische ontstekingsinrichting, welke op een afstand van 10 meter een stoorveldsterkte opwekt van 50 microvolt per meter of meer.
### Artikel 2
Voor de toepassing van dit besluit wordt met radio-omroepontvangst gelijkgesteld de ontvangst van de Nederlandse beeldomroepzenders, werkende op frequenties tussen 40 en 240 megahertz.
### Artikel 3
Het hebben of gebruiken van een aan een verbrandingsmotor dienstbaar zijnde elektrische ontstekingsinrichting, die omroepstoring kan veroorzaken, is verboden.
### Artikel 4
Overtreding van het in artikel 3 gestelde verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste dertig dagen of met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
### Artikel 5
De directeur-generaal is - gehoord de radiostoringscommissie - bevoegd in bijzondere gevallen te zijner beoordeling, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, ontheffing te verlenen van het in artikel 3 gestelde verbod.
### Artikel 6
Onze minister is bevoegd richtlijnen te geven met betrekking tot de wijze waarop kan worden nagegaan of door de elektrische ontstekingsinrichtingen van verbrandingsmotoren omroepstoring kan worden veroorzaakt.
Onze minister kan bepalen, dat door de directeur-generaal - gehoord de radiostoringscommissie - in de *Nederlandse Staatscourant* wordt ervan kennis wordt gegeven op welke wijze elektrische ontstekingsinrichtingen van verbrandingsmotoren zodanig kunnen worden ingericht, dat zij in het algemeen geen omroepstoring kunnen veroorzaken.
### Artikel 7
Het in de artikelen 3, 4, 5 en 6 bepaalde is niet van toepassing op elektrische ontstekingsinrichtingen, welke dienstbaar zijn aan kennelijk voor uitvoer bestemde verbrandingsmotoren.
### Artikel 8
Dit besluit treedt in werking één jaar na de dagtekening van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst.
Het kan worden aangehaald onder de titel: "Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren 1959".