2005-01-01 | BWBR0007746 | Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
This commit is contained in:
parent
4763c5d0e7
commit
ab4193ed36
1 changed files with 32 additions and 55 deletions
|
|
@ -28,13 +28,16 @@ c. loon: loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met daar
|
|||
4°. loon in de vorm van krachtens een publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst regelmatig bij de betaling van het loon verstrekte vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of van daarmee overeenkomende aanspraken;
|
||||
5°. loon ter zake waarvan de belasting ingevolge artikel 31 van die wet wordt geheven van de inhoudingsplichtige;
|
||||
d. toetsloon: het in het desbetreffende hoofdstuk van deze wet opgenomen bedrag aan loon waarboven of waaronder de inhoudingsplichtige niet in aanmerking komt voor de in dat hoofdstuk voorziene afdrachtvermindering;
|
||||
e. kinderopvang: opvang van kinderen die jonger zijn dan 13 jaar welke voldoet aan de regels die krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de opvang, of welke voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels;
|
||||
e. vervallen;
|
||||
f. vervallen;
|
||||
g. ouderschapsverlof: het ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
|
||||
h. zeeschip: een schip ten aanzien waarvan de Zeevaartbemanningswet van toepassing is, dat is voorzien van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, en dat in het kader van een onderneming voornamelijk op zee wordt geëxploiteerd, dan wel is bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee en wordt gebezigd voor het verrichten van deze werkzaamheden aan zeeschepen, met uitzondering van:
|
||||
h. zeeschip: een schip ten aanzien waarvan de Zeevaartbemanningswet van toepassing is, dat is voorzien van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet en dat in het kader van een onderneming grotendeels op zee wordt geëxploiteerd, met uitzondering van:
|
||||
|
||||
1°. een schip dat wordt gebruikt voor de loodsdienst, en
|
||||
2°. een schip dat wordt gebruikt voor de zeilvaart.
|
||||
1°. een schip dat wordt gebruikt voor de loodsdienst;
|
||||
2°. een schip dat wordt gebruikt voor de zeilvaart;
|
||||
3°. een schip in havensleepdienst als bedoeld in onderdeel ha;
|
||||
ha. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten door een sleepboot als bedoeld in onderdeel hb grotendeels in en rond havens en op binnenwateren van de Europese Gemeenschap verricht, ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing en die inkomen van of uitgaan naar zee;
|
||||
hb. sleepboot: een schip ten aanzien waarvan de Zeevaartbemanningswet van toepassing is, dat is voorzien van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet en is bestemd voor het verrichten van sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee;
|
||||
i. zeevarende: degene die als kapitein, scheepsofficier of scheepsgezel werkzaam is op een zeeschip dat in Nederland is geregistreerd en de Nederlandse vlag voert;
|
||||
j. onderneming: een onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
|
||||
k. fiscale eenheid: een eenheid in de zin van de artikelen 15 en 15*a* van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
|
||||
|
|
@ -43,14 +46,14 @@ l. S&O-inhoudingsplichtige:
|
|||
1°. een inhoudingsplichtige die tevens een onderneming drijft;
|
||||
2°. een inhoudingsplichtige die niet tevens een onderneming drijft, voor zover hij speur- en ontwikkelingswerk verricht krachtens een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met en voor rekening van een onderneming, een samenwerkingsverband van degenen die een onderneming drijven of een lichaam als bedoeld in de Wet op de bedrijfsorganisatie;
|
||||
m. S&O-belastingplichtige: een natuurlijke persoon die voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
n. speur- en ontwikkelingswerk: door een S&O-inhoudingsplichtige, dan wel een S&O-belastingplichtige, systematisch georganiseerde en in Nederland verrichte werkzaamheden, direct en uitsluitend gericht op technisch-wetenschappelijk onderzoek of de ontwikkeling van voor de S&O-inhoudingsplichtige onderscheidenlijk de S&O-belastingplichtige technisch nieuwe:
|
||||
n. speur- en ontwikkelingswerk: door een S&O-inhoudingsplichtige, dan wel een S&O-belastingplichtige, systematisch georganiseerde en in Nederland verrichte werkzaamheden, direct en uitsluitend gericht op technisch-wetenschappelijk onderzoek, op de ontwikkeling van voor de S&O-inhoudingsplichtige onderscheidenlijk de S&O-belastingplichtige technisch nieuwe:
|
||||
|
||||
1°. fysieke producten;
|
||||
2°. onderdelen van fysieke producten;
|
||||
3°. fysieke productieprocessen;
|
||||
4°. onderdelen van fysieke productieprocessen;
|
||||
5°. programmatuur of
|
||||
6°. onderdelen van programmatuur;
|
||||
6°. onderdelen van programmatuur, of op het uitvoeren van een systematisch opgezette analyse van de technische haalbaarheid van het zelf verrichten van onderzoek of ontwikkeling zoals hiervoor in dit onderdeel bedoeld;
|
||||
o. programmatuur: het niet-fysieke, logische deelsysteem van een informatiesysteem dat de structuur van de gegevens en van de verwerkingsprocessen bepaalt;
|
||||
p. Vervallen.
|
||||
q. S&O-verklaring: de door Onze Minister van Economische Zaken op de voet van artikel 24 aan een S&O-inhoudingsplichtige of een S&O-belastingplichtige afgegeven verklaring betreffende speur- en ontwikkelingswerk.
|
||||
|
|
@ -99,15 +102,14 @@ a. de afdrachtvermindering lage lonen;
|
|||
b. vervallen;
|
||||
c. de afdrachtvermindering onderwijs;
|
||||
d. vervallen;
|
||||
e. de afdrachtvermindering kinderopvang;
|
||||
e. vervallen;
|
||||
f. de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof;
|
||||
g. de afdrachtvermindering zeevaart;
|
||||
h. de S&O-afdrachtvermindering;
|
||||
i. de arbo-afdrachtvermindering.
|
||||
h. de S&O-afdrachtvermindering.
|
||||
|
||||
**2.** De afdrachtvermindering lage lonen, de afdrachtvermindering kinderopvang, de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof en de S&O-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting. Uitsluitend voor de toepassing van de vorige volzin door de inhoudingsplichtige wordt af te dragen premie voor de volksverzekeringen gelijkgesteld met af te dragen loonbelasting.
|
||||
**2.** De afdrachtvermindering lage lonen, de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof en de S&O-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting. Uitsluitend voor de toepassing van de vorige volzin door de inhoudingsplichtige wordt af te dragen premie voor de volksverzekeringen gelijkgesteld met af te dragen loonbelasting.
|
||||
|
||||
**3.** De afdrachtvermindering onderwijs, de afdrachtvermindering zeevaart en de arbo-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
|
||||
**3.** De afdrachtvermindering onderwijs en de afdrachtvermindering zeevaart komen in mindering op de af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -119,13 +121,13 @@ Voor zover loon in aanmerking is genomen voor de toepassing van de S&O-afdrachtv
|
|||
|
||||
Met betrekking tot een werknemer met een volledige arbeidsduur bedraagt:
|
||||
|
||||
a. de afdrachtvermindering lage lonen per kalenderjaar: € 1093;
|
||||
a. de afdrachtvermindering lage lonen per kalenderjaar: € 530;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid onderdelen a tot en met d en f, bedoelde werknemers: € 2 500 per kalenderjaar. De afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer: € 1 500 per kalenderjaar;
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** De afdrachtvermindering kinderopvang beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VI.
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIA.
|
||||
|
||||
|
|
@ -133,7 +135,7 @@ c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14
|
|||
|
||||
**6.** De S&O-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIII.
|
||||
|
||||
**7.** De arbo-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIIIA.
|
||||
**7.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**8.** Ingeval de som van de afdrachtvermindering lage lonen en de afdrachtvermindering onderwijs op de voet van de vorige leden meer dan € 3405 bedraagt, wordt de afdrachtvermindering lage lonen zodanig verlaagd dat de bedoelde som € 3405 bedraagt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -158,7 +160,7 @@ b. de werknemer zonder overeengekomen vaste arbeidsduur.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de leeftijd heeft bereikt van 23 jaren en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen bedraagt per kalenderjaar: € 17 806.
|
||||
De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de leeftijd heeft bereikt van 23 jaren en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen bedraagt per kalenderjaar: € 17 805.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,7 +213,7 @@ f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon wordt voor de toepassing van deze wet en de krachtens deze wet uitgevaardigde regelingen, aangemerkt als werknemer met een volledige arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 20 793 per kalenderjaar.
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 20 791 per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdelen b en c, is met betrekking tot een werknemer gedurende ten hoogste 48 maanden van toepassing. De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdeel d, is met betrekking tot een werknemer ten hoogste 24 maanden van toepassing. Indien artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot een werknemer toepassing vindt, wordt de termijn van 48 maanden onderscheidenlijk 24 maanden met betrekking tot deze werknemer naar evenredigheid verlengd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,21 +244,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De afdrachtvermindering kinderopvang is van toepassing met betrekking tot kosten van kinderopvang van kinderen en pleegkinderen van werknemers. De afdrachtvermindering beloopt 50 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang in het loontijdvak direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang, voorzover dat bedrag per kalenderjaar niet meer bedraagt dan € 21 400, en 30 percent van dat bedrag voorzover dat bedrag per kalenderjaar meer bedraagt dan € 21 400. Voorzover de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt, wordt als bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang, ten hoogste € 9626 per kind per kalenderjaar in aanmerking genomen. Het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang wordt verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen, met het bedrag dat door de werknemers ter zake van de kinderopvang aan de inhoudingsplichtige is vergoed en met het bedrag dat op voorschotten is terugbetaald.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de betaling door de inhoudingsplichtige geschiedt aan een fonds dat zich geheel of nagenoeg geheel bezig houdt met de financiering van kinderopvang, bedoeld in het eerste lid, voor zover de inhoudingsplichtige een collectieve arbeidsovereenkomst heeft die in zodanige betaling voorziet.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval de inhoudingsplichtige zelf kinderopvang als bedoeld in het eerste lid verricht beloopt de afdrachtvermindering kinderopvang 50 dan wel 30 percent van de daaraan toe te rekenen kosten, verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen en met het bedrag dat de werknemers ter zake van de kinderopvang in rekening wordt gebracht. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter bepaling van de aan de kinderopvang toe te rekenen kosten.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en het derde lid worden door de inhoudingsplichtige direct of indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden ontvangen bijdragen in de kosten voor kinderopvang niet in mindering gebracht op de kosten waarover de afdrachtvermindering kinderopvang wordt berekend. Voor de situatie waarin indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden een bijdrage wordt ontvangen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt bepaald welk deel daarvan van rijkswege is verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt met betaald zijn van kosten gelijkgesteld het verrekend zijn of het rentedragend zijn geworden van die kosten dan wel het ter beschikking gesteld zijn van de betaling.
|
||||
|
||||
**6.** Het in het eerste lid, derde volzin, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van de in artikel 3.143 van die wet vermelde bedragen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Onze minister kan, zo nodig onder voorwaarden, toestaan dat de toepassing van de afdrachtvermindering kinderopvang wordt verlegd naar de inhoudingsplichtige die de kosten van kinderopvang voor zijn rekening neemt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIA. Afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,8 +325,7 @@ c. met betrekking tot de zeevarende die niet aan de loonbelasting is onderworpen
|
|||
De inhoudingsplichtige bewaart en registreert met betrekking tot het schip of de schepen waarop een of meer zeevarenden werkzaam zijn met betrekking tot wie de afdrachtvermindering zeevaart wordt toegepast:
|
||||
|
||||
a. afschriften van monsterrollen als bedoeld in artikel 33 van de Zeevaartbemanningswet;
|
||||
b. afschriften van zeebrieven als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet;
|
||||
c. indien het betreft zeeschepen die zijn bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee die worden gebezigd voor het verrichten van deze werkzaamheden aan zeeschepen: afschriften van certificaten van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Schepenwet.
|
||||
b. afschriften van zeebrieven als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet.
|
||||
|
||||
**3.** De inhoudingsplichtige legt vast met betrekking tot welke zeevarenden hij in het kalenderjaar de afdrachtvermindering zeevaart heeft toegepast, alsmede het schip of de schepen waarop die zeevarenden werkzaam zijn geweest onder vermelding van de periode waarin dit plaatsvond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -422,29 +413,13 @@ De S&O-inhoudingsplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven houdt een ove
|
|||
|
||||
**1.** De in de artikelen 47 tot en met 51 en 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister van Economische Zaken met betrekking tot de toepassing van dit hoofdstuk aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 68, 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 67r tot en met 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIIIA. Arbo-afdrachtvermindering
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** De arbo-afdrachtvermindering is van toepassing met betrekking tot de aanschaffings- of voortbrengingskosten van arbo-bedrijfsmiddelen voor bij de inhoudingsplichtige werkzame personen indien of voorzover de inhoudingsplichtige niet is onderworpen aan de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting en de kosten niet in die hoedanigheid zijn gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De afdrachtvermindering beloopt 3,5 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige heeft betaald ter zake van de aanschaffing of voortbrenging van arbo-bedrijfsmiddelen, verminderd met de door de inhoudingsplichtige van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen ter zake van de arbo-bedrijfsmiddelen. Met betalen wordt gelijkgesteld het verrekenen of het rentedragend worden van de aanschaffings- of voortbrengingskosten, dan wel het ter beschikking stellen van de betaling.
|
||||
|
||||
**3.** Arbo-bedrijfsmiddelen zijn bedrijfsmiddelen die door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van Financiën op grond van artikel 3.32 van de Wet inkomstenbelasting 2001 als zodanig zijn aangewezen, voorzover de aanschaffings- of voortbrengingskosten ten minste € 454 bedragen.
|
||||
|
||||
**4.** Ingeval een arbo-bedrijfsmiddel wordt vervreemd binnen 36 maanden na de aanvang van het kalenderjaar waarin de afdrachtvermindering ter zake van de aanschaffing of voortbrenging van het arbo-bedrijfsmiddel is genoten, wordt de af te dragen loonbelasting vermeerderd met een gelijk percentage als waarvoor afdrachtvermindering in aanmerking is genomen, van de overdrachtsprijs. De overdrachtsprijs wordt gesteld op de waarde die ten tijde van de vervreemding in het economische verkeer aan het arbo-bedrijfsmiddel kan worden toegekend. Ingeval een investering ongedaan wordt gemaakt, dan wel met betrekking tot een investering een vermindering, teruggaaf of vergoeding wordt genoten waarmee op de voet van het tweede lid nog geen rekening is gehouden, geldt zulks als vervreemding van een bedrijfsmiddel.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het in aanmerking nemen van de afdrachtvermindering alleen mogelijk is indien de aangegane verplichtingen of de in het kalenderjaar gemaakte voortbrengingskosten zijn aangemeld bij Onze Minister van Financiën.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de arbo-afdrachtvermindering alleen van toepassing is indien op een door de inhoudingsplichtige gedaan verzoek door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verklaard dat sprake is van een aangewezen bedrijfsmiddel. Bij die regeling kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verklaring.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kan, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met ingang van een kalenderkwartaal het in het tweede lid vermelde percentage worden vervangen door een ander, of kan de afdrachtvermindering arbo-bedrijfsmiddelen in het algemeen of voor bepaalde aangewezen bedrijfsmiddelen of bepaalde groepen van aangewezen bedrijfsmiddelen buiten toepassing worden gesteld, dan wel kan het in het tweede lid vermelde percentage voor bepaalde aangewezen bedrijfsmiddelen worden verlaagd.
|
||||
|
||||
**8.** Uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop de ministeriële regeling bedoeld in het zevende lid in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel besluit, worden onverwijld bij ministeriële regeling met ingang van het eerstvolgende kalenderkwartaal de krachtens het vorige lid aangebrachte wijzigingen ongedaan gemaakt.
|
||||
|
||||
**9.** Het achtste lid is niet van toepassing op een beperking van de afdrachtvermindering die plaatsvindt bij de aanwijzing van bedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.32 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Bestuurlijke boeten inzake speur- en ontwikkelingswerk
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,9 +443,9 @@ Indien het in artikel 27 en artikel 28 bedoelde verschil in belasting wordt nage
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister van Economische Zaken kan ontheffing verlenen van het in artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervatte verbod ter zake van de werkzaamheden bij de uitvoering van de artikelen 24 tot en met 26 van deze wet door hem of de door hem aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Tegen een besluit genomen door een van de in het eerste lid dan wel de in artikel 26a, zesde lid, genoemde bestuursorganen, met uitzondering van de Centrale organisatie werk en inkomen, kan de belanghebbende, in afwijking van artikel 8:4, onderdeel g, van de Algemene wet bestuursrecht, beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
|
||||
**3.** Tegen een besluit genomen door een van de in het eerste lid, genoemde bestuursorganen, met uitzondering van de Centrale organisatie werk en inkomen, kan de belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
|
||||
|
||||
**4.** Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan beroep in cassatie instellen ter zake van schending van de artikelen 1 en 2 met betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen 'inhoudingsplichtige', 'loontijdvak', 'loon', 'onderneming', 'fiscale eenheid' en 'werknemer', dan wel artikel 26a, zesde lid, met betrekking tot het begrip bedrijfsmiddelen.
|
||||
**4.** Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan beroep in cassatie instellen ter zake van schending van de artikelen 1 en 2 met betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen 'inhoudingsplichtige', 'loontijdvak', 'loon', 'onderneming', 'fiscale eenheid' en 'werknemer'.
|
||||
|
||||
**5.** Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de plaats inneemt van een gerechtshof.
|
||||
|
||||
|
|
@ -512,11 +487,15 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet kunnen bij ministeriële r
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid bedraagt het toetsloon voor de afdrachtvermindering langdurig werklozen per kalenderjaar:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt: € 20 027;
|
||||
b. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: € 23 015.
|
||||
a. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt: € 20 025;
|
||||
b. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: € 23 012.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het derde lid vermelde toetslonen vervangen door andere. Het in het derde lid, onderdeel a, vermelde toetsloon wordt gesteld op 125 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. Het in het derde lid, onderdeel b, vermelde toetsloon wordt gesteld op 144,5 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. Artikel 31, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 34*
|
||||
|
||||
Artikel 26a, vierde lid, zoals dit luidde op 31 december 2004 blijft van toepassing met betrekking tot arbo-bedrijfsmiddelen ter zake waarvan de inhoudingsplichtige arbo-afdrachtvermindering heeft genoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
De Wet bevordering arbeidsinpassing wordt ingetrokken.
|
||||
|
|
@ -609,9 +588,7 @@ De Afbakeningsregeling speur- en ontwikkelingswerk en de Uitvoeringsregeling adm
|
|||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met Onze Minister van Economische Zaken, voor 1 januari 2000 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel 14, eerste lid, onderdeel *d*, in de praktijk.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in het jaar 2004 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de arbo-afdrachtvermindering alsmede van de willekeurige afschrijving arbo-bedrijfsmiddelen in de Wet inkomstenbelasting 2001 vergezeld van een oordeel over de afschaffing dan wel voortzetting van de regelingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue