2011-12-30 | BWBR0030378 | Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

This commit is contained in:
Coornhert 2011-12-30 12:00:00 +00:00
parent 87e62db210
commit ab47021bed

View file

@ -0,0 +1,620 @@
---
titel: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
bwb_id: BWBR0030378
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2011-12-30'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378
citeertitel: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
---
# Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1.1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bijlage:* bij dit besluit behorende bijlage;
- *gebouw:* gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet met inbegrip van woonwagens;
- *geometrische plaatsbepaling:* plaatsbepaling als geregeld bij of krachtens artikel 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening;
- *GML-bestand:* elektronisch geografisch databestand met kenmerk NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3000, opgemaakt in Geography Markup Language;
- *kaart:* kaart opgenomen als bijlage bij dit besluit;
- *wet:*
Wet ruimtelijke ordening.
**2.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestemmingsplan mede verstaan:
a. wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet;
b. inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 van de wet;
c. beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van de wet;
d. projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet.
**3.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder toelichting bij een bestemmingsplan mede verstaan de ruimtelijke onderbouwing, bedoeld in artikel 2.12, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**4.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestemming mede verstaan regels met het oog op de bestemming, tenzij anders is bepaald.
**5.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verleend door Onze Minister, Onze Minister die het aangaat of Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister.
### Artikel 1.2
Het bepaalde bij of krachtens dit besluit is niet van toepassing op een bestemmingsplan voor zover dat strekt ter uitvoering van een tracébesluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Tracéwet, dan wel ter uitvoering van een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Spoedwet wegverbreding, dan wel een plan als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van die wet.
## Hoofdstuk 2. Nationale belangen
### Titel 2.1. Rijksvaarwegen
### Titel 2.2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam
### Artikel 2.2.1
Als landaanwinningsgebied wordt aangewezen het gebied in de Noordzee aansluitend op het op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande havengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.2
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het gebied, bedoeld in artikel 2.2.1, kan de bestemming bedrijventerrein aanwijzen op een zodanige wijze dat in het landaanwinningsgebied voor ten hoogste 1000 hectare netto uitgeefbaar haven- en industrieterrein ontstaat.
**2.** Indien de gronden binnen de begrenzing van het gebied begrepen zijn in meer dan één bestemmingsplan, bedraagt de optelsom van het door deze plannen in het gebied toegewezen aantal hectaren netto uitgeefbaar haven- en industrieterrein ten hoogste 1000 hectare.
**3.** Voor het netto uitgeefbaar haven- en industrieterrein kunnen geen andere bestemmingen worden toegewezen dan die welke deep sea gebonden activiteiten mogelijk maken.
**4.** In afwijking van het derde lid kan voor het netto uitgeefbaar haven- en industrieterrein onder bijzondere omstandigheden en op basis van een zorgvuldige afweging een andere bestemming worden aangewezen.
### Artikel 2.2.3
Als gebied voor de compensatie van de effecten van de landaanwinning op open droog duin worden de gronden aangewezen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.4
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het gebied, bedoeld in artikel 2.2.3, bevat geen bestemmingen waardoor een belemmering kan ontstaan voor de aanleg of verdere ontwikkeling van 100 hectare duincompensatie voor de ontwikkeling van de landaanwinning.
### Artikel 2.2.5
Als gebied voor de compensatie van het verlies aan zeenatuur als gevolg van de landaanwinning worden de gronden aangewezen binnen de Voordelta, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.6
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het gebied, bedoeld in artikel 2.2.5, bevat geen bestemmingen waardoor een belemmering kan ontstaan voor de instelling en verdere ontwikkeling zeenatuur van 31.250 hectare zeenatuur als compensatie voor de aanleg en ontwikkeling van de landaanwinning.
### Artikel 2.2.7
**1.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
**2.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
**3.** Als openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiezone wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 1.
### Artikel 2.2.8
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde bevat ten noorden van de Essendijk bestemmingen die dienstbaar zijn aan openluchtrecreatie met natuurwaarden.
**2.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde bevat ten zuiden van de Essendijk bestemmingen die dienstbaar zijn aan hoogwaardige natuur waarbij recreatief medegebruik wordt toegestaan.
**3.** Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste en tweede lid kan agrarische activiteiten mogelijk maken, voor zover deze een bijdrage leveren aan de functies, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid.
**4.** Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste of tweede lid kan een nevenfunctie bevatten ten behoeve van landschappelijke of cultuurhistorische elementen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in het gebied, bedoeld in het eerste of tweede lid, aanwezig zijn.
**5.**
In afwijking van het eerste en tweede lid kan een bestemmingsplan:
a. voor gronden waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit gebouwen rechtmatig aanwezig zijn of waarop een gebouw krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden opgericht dan wel waarvoor een aanvraag voor zodanige vergunning is ingediend die kan worden verleend, een zelfde bestemming aanwijzen als die welke gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit;
b. een dubbelbestemming aanwijzen ten behoeve van leidingen voor telecommunicatie en het transport van gassen, vloeistoffen of elektriciteit.
**6.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder bevat voor een totale grondoppervlakte van circa 100 hectare een bestemming voor natuur en recreatie en stelt met het oog daarop regels omtrent het gebruik van die gronden.
**7.** Indien de gronden, bedoeld in het zesde lid, begrepen zijn in meer dan één bestemmingsplan, bedraagt de som van het aantal hectaren dat in die bestemmingsplannen gezamenlijk bestemd is voor natuur en recreatie en daaraan dienstbare functies circa 100 hectare.
**8.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van het openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiezone bevat voor een totale grondoppervlakte van circa 50 hectare een bestemming voor natuur en recreatie en stelt met het oog daarop regels omtrent het gebruik van die gronden.
**9.** Indien de gronden, bedoeld in het achtste lid, begrepen zijn in meer dan één bestemmingsplan, bedraagt de som van het aantal hectaren dat in die bestemmingsplannen gezamenlijk bestemd is voor natuur en recreatie en daaraan dienstbare functies circa 50 hectare.
### Titel 2.3. Kustfundament
### Artikel 2.3.1
**1.**
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *beschermingszone:* beschermingszone als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, voor zover grenzend aan een primaire waterkering;
- *kustfundament:* gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 2;
- *nieuwe bebouwing:* oprichten van bouwwerken, anders dan het vervangen van bouwwerken door bouwwerken van gelijke omvang;
- *primaire waterkering:* primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, voor zover gelegen op het kustfundament;
- *stedelijk gebied:* bij bestemmingsplan toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van dat samenstel en met uitzondering van lineaire bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken.
**2.** Deze titel is van toepassing op gronden binnen de begrenzing van het kustfundament.
### Artikel 2.3.2
In een bestemmingsplan dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die een belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met de blik op zee.
### Artikel 2.3.3
**1.** Een bestemmingsplan geeft de bestemming «waterkering» aan gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben.
**2.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone duidt die gronden aan met de gebiedsaanduiding «vrijwaringzone duin», indien de primaire waterkering een duin is, de gebiedsaanduiding «vrijwaringzone dijk», indien de primaire waterkering een dijk is en in overige gevallen de gebiedsaanduiding «vrijwaringzone waterstaatswerk».
### Artikel 2.3.4
**1.**
Met betrekking tot gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, of beschermingszones, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor:
a. de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, of
b. het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering.
**2.** Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarbij tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken kan uitsluitend verleend worden voor zover deze in overeenstemming is met het eerste lid.
### Artikel 2.3.5
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten het stedelijk gebied maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande geldende bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing mogelijk.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of seizoensgebonden activiteiten;
b. herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk waarbij een eenmalige uitbreiding van het grondoppervlak met ten hoogste tien procent is toegestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit;
c. bouwwerken voor het openbaar belang voor zover deze bouwwerken niet buiten de gronden, bedoeld in het eerste lid, tot stand gebracht kunnen worden. Tot deze bouwwerken behoren in elk geval:
1°. bouwwerken voor telecommunicatievoorzieningen, opsporing, winning, opslag en transport van olie, gas en water, transport van elektriciteit en kleinschalige opwekking van elektriciteit door middel van windturbines;
2°. bouwwerken voor het operationeel beheer van natuur of van hulpdiensten;
3°. bouwwerken voor de waterstaatkundige functie van het kustfundament.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover nieuwe bebouwing bijdraagt aan versterking van het zandige deel van het kustfundament.
### Artikel 2.3.6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Titel 2.4. Grote rivieren
### Artikel 2.4.1
**1.**
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *rivierbed:* gebied dat begrensd is overeenkomstig artikel 3.1, tweede lid, van de Waterwet, en waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 3a;
- *stroomvoerend deel van het rivierbed:* gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 3a.
**2.** Deze titel is van toepassing op gronden binnen de begrenzing van het rivierbed.
### Artikel 2.4.2
De artikelen 2.4.1 tot en met 2.4.5 hebben uitsluitend betrekking op activiteiten in het rivierbed waarop artikel 6.12, eerste lid, of de bij of krachtens artikel 6.15 van het Waterbesluit gestelde regels van toepassing zijn.
### Artikel 2.4.3
**1.**
Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van:
a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft;
b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier;
c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en
d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.
**2.** Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd.
**3.** In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd.
### Artikel 2.4.4
Onverminderd artikel 2.4.3 kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan uitsluitend een wijziging mogelijk maken, voor zover daarbij een of meer van de volgende activiteiten worden mogelijk gemaakt:
a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken;
b. de verwezenlijking van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart;
c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;
d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier;
e. de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen;
f. de verwezenlijking en het beheer van natuurterreinen;
g. de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken;
h. de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden;
i. de winning van oppervlaktedelfstoffen;
j. de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
k. activiteiten van een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
l. een functieverandering binnen de bestaande bebouwing;
m. activiteiten die onderdeel uitmaken van de lijst van maatregelen opgenomen in de Bijlage bij de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en waarvan de uitvoering wordt gefinancierd door Onze Minister.
### Artikel 2.4.5
**1.** Onverminderd artikel 2.4.3 maakt een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen wijziging mogelijk, die andere bestemmingen dan bedoeld in artikel 2.4.4, onder j tot en met m, toestaat tenzij daarbij activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een vanuit rivierkundig oogpunt bezien zo gunstig mogelijke locatie.
**2.** Aan het eerste lid wordt slechts toepassing gegeven voor zover in het bestemmingsplan is vastgelegd welke maatregelen die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren worden genomen.
### Artikel 2.4.6
Als gebiedsreservering voor de lange termijn voor de Rijntakken worden aangewezen de gebieden waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 3a.
### Artikel 2.4.7
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op reservering van een gebied voor de lange termijn bevat geen wijziging van de bestemming die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan kan leiden tot grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren.
### Titel 2.5. Waddenzee en waddengebied
### Artikel 2.5.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *jachthaven:* haven die naar zijn aard en inrichting bedoeld en geschikt is voor het in hoofdzaak aanleggen of aangelegd houden van pleziervaartuigen;
- *nieuwe bebouwing:* oprichten van bouwwerken, anders dan het vervangen van bouwwerken door bouwwerken van gelijke aard, omvang en karakter;
- *stedelijk gebied:* bij bestemmingsplan toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur, met uitzondering van lineaire bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken;
- *vliegveld:* terrein dat naar zijn aard en inrichting bedoeld en geschikt is voor het doen opstijgen en landen van gemotoriseerde burgerluchtvaartuigen, met uitzondering van de daartoe behorende bouwwerken;
- *waddengebied:* gebied als bedoeld in artikel 2.5.3, eerste lid;
- *Waddenzee:* gebied als bedoeld in artikel 2.5.3, tweede lid.
### Artikel 2.5.2
**1.** Als landschappelijke kwaliteiten van de Waddenzee worden aangemerkt de rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid met inbegrip van de duisternis.
**2.**
Als cultuurhistorische kwaliteiten van de Waddenzee worden aangemerkt:
a. de in de bodem aanwezige archeologische waarden, en
b. de overige voor het gebied kenmerkende cultuurhistorische structuren en elementen, bestaande uit:
1°. historische scheepswrakken;
2°. verdronken en onderslibde nederzettingen en ontginningssporen, waaronder de dam Ameland-Holwerd;
3°. zeedijken en de daaraan verbonden historische sluizen, waaronder het ensemble Afsluitdijk;
4°. landaanwinningswerken;
5°. systeem van stuifdijken;
6°. systeem van historische vaar- en uitwateringsgeulen, en
7°. kapen.
### Artikel 2.5.3
**1.** Als waddengebied wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 4.
**2.** Als Waddenzee wordt aangewezen het gebied binnen het waddengebied, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op kaart 4.
### Artikel 2.5.4
**1.** Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee en dat gebruik of bebouwing mogelijk maakt, die afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2, wordt een beoordeling gemaakt van de gevolgen voor die kwaliteiten van het gebied.
**2.** De beoordeling kan onderdeel uitmaken van een voor dat bestemmingsplan voorgeschreven milieueffectrapportage of van een passende beoordeling als bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien voor het gebruik of de bebouwing waarop dat voorgenomen bestemmingsplan betrekking heeft, reeds eerder een beoordeling is gemaakt en voor zover een nieuwe beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren omtrent de desbetreffende significante gevolgen.
### Artikel 2.5.5
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2.
**2.** Als gebruik of bebouwing met significante negatieve gevolgen wordt in ieder geval aangemerkt gebruik dat of bebouwing die de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten aantast of bedreigt.
**3.**
Het eerste lid is niet van toepassing indien verzekerd is dat:
a. sprake is van zwaarwegende redenen van groot openbaar belang, waaronder worden begrepen redenen van sociale of economische aard, argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of bereikbaarheid of sprake is van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;
b. geen reële alternatieven voor handen zijn voor de noodzakelijk geachte activiteiten, en
c. de optredende schade of andere negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt.
### Artikel 2.5.6
Op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied, dat nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel een wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk maakt en daardoor afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2, zijn de artikelen 2.5.4 en 2.5.5 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.5.7
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee regelt voor de aan die gronden te geven bestemming dat het verboden is die gronden in te polderen, te bedijken of in te dijken.
### Artikel 2.5.8
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied maakt geen de aanleg van een nieuw vliegveld mogelijk.
**2.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op vliegvelden in de gemeenten Texel en Ameland, maakt uitbreiding van die vliegvelden slechts mogelijk, voor zover die uitbreiding noodzakelijk is voor het waarborgen van de vliegveiligheid.
### Artikel 2.5.9
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee regelt voor de aan die gronden te geven bestemming dat het verboden is booreilanden en andere offshore-installaties te parkeren.
### Artikel 2.5.10
**1.**
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee of direct aan de Waddenzee grenzende gronden, bevat geen bestemmingen die:
a. aanleg van een nieuwe haven of nieuw bedrijventerrein, of
b. zeewaartse uitbreiding van een direct aan de Waddenzee grenzende bestaande haven of bestaand bedrijventerrein mogelijk maken.
**2.** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op het bestemmingsplan dat de verlegging van de TESO-veerhaven in de gemeente Den Helder mogelijk maakt.
**3.**
Onze Minister of Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister, kan op verzoek van burgemeester en wethouders van Harlingen toestemming verlenen om af te wijken van het eerste lid, onderdeel b, voor een zeewaartse uitbreiding van de haven van Harlingen indien:
a. een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is;
b. een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 voor die uitbreiding kan worden verkregen, en
c. de uitbreiding afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten geen significante negatieve effecten heeft op de landschappelijke of
d. cultuurhistorische kwaliteiten als bedoeld in artikel 2.5.2 op de Waddenzee en het binnendijks gelegen gebied.
### Artikel 2.5.11
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bouwwerken, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer in de Waddenzee;
b. bouwwerken voor alternatieve mosselzaadbronnen;
c. bouwwerken voor een adequate afwatering van het vasteland;
d. wadwachtposten, voor zover het een locatie betreft die niet vanaf het vaste land of een Waddeneiland bewaakt kan worden.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het bestemmingsplan, bedoeld in artikel 2.5.10, tweede lid, of een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.5.16, derde lid.
### Artikel 2.5.12
**1.**
Onverminderd hetgeen elders in dit besluit is bepaald ter zake van bebouwing, stelt een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied, dat het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk maakt:
a. in het stedelijk gebied: regels die ertoe strekken dat de maximaal toelaatbare bouwhoogten aansluiten bij de hoogte van de bestaande bebouwing, en
b. buiten het stedelijk gebied: regels die ertoe strekken dat de maximaal toelaatbare bouwhoogten alsmede de aard of de functie van nieuwe bebouwing passen bij de aard van het omringende landschap.
**2.** Een bestemmingsplan voor zover het betrekking heeft op havengerelateerde en stedelijke bebouwing in Den Helder, Harlingen, Delfzijl en de Eemshaven kan afwijken van het eerste lid, aanhef, en onder a, met dien verstande dat de nieuwe bebouwing blijft binnen de verticale bebouwingscontour.
### Artikel 2.5.13
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee regelt voor de aan die gronden te geven bestemming dat nieuwe opsporing of winning van diepe delfstoffen door middel van opsporings- of winningsinstallaties in de Waddenzee verboden is.
**2.**
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten de Waddenzee kan nieuwe opsporing of winning van gas onder de Waddenzee mogelijk maken indien:
a. er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur- en landschapswaarden van de Waddenzee, en
b. de benodigde op te richten bouwwerken, waaronder de tijdelijke plaatsing van boorinstallaties, zorgvuldig worden ingepast in het landschap ter bescherming van de unieke openheid daarvan, met behulp van de best beschikbare technieken.
**3.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten de Waddenzee kan geen bestemmingen bevatten die nieuwe opsporing of winning onder de Waddenzee van andere diepe delfstoffen dan gas toestaan tot het moment waarop wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur- en landschapswaarden van de Waddenzee.
### Artikel 2.5.14
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee maakt geen plaatsing van nieuwe windturbines mogelijk.
### Artikel 2.5.15
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee regelt voor de aan die gronden te geven bestemming dat het verboden is oppervlaktedelfstoffen te winnen met uitzondering van
a. het winnen van zand ten behoeve van het regulier onderhoud van vaargeulen of ten behoeve van bij of krachtens dit besluit toegestane bebouwing in de Waddenzee, en
b. het winnen van schelpen beneden het peil van NAP 5 meter.
### Artikel 2.5.16
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee of gronden die direct grenzen aan de Waddenzee bevat geen bestemmingen die de aanleg van een nieuwe jachthaven toestaan.
**2.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee bevat geen bestemmingen die zeewaartse uitbreiding van bestaande jachthavens toestaan.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaande jachthaven op een Waddeneiland, voor zover het een beperkte zeewaartse uitbreiding van die haven betreft, die noodzakelijk is voor de veiligheid, en voor zover er geen andere passende oplossing mogelijk is.
### Artikel 2.5.17
**1.** Van een bestemmingsplan als bedoeld in de artikelen 2.5.7 tot en met 2.5.16, wordt niet met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgeweken.
**2.** Een bestemmingsplan als bedoeld in de artikelen 2.5.7 tot en met 2.5.16 kan regelen dat burgemeester en wethouders in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen verlenen waarbij tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken ten behoeve van tijdelijke bebouwing voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring.
**3.** Een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.5.15 kan regelen dat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen verlenen waarbij tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken ten behoeve van een incidentele verdere verdieping van een hoofdvaargeul.
### Artikel 2.5.18
Artikel 2.3.4 is niet van toepassing wanneer toepassing van deze bepaling zou leiden tot strijdigheid met de regels die bij of krachtens deze titel zijn gesteld.
### Titel 2.6. Defensie
#### Afdeling 2.6.1. Algemene regels militaire objecten en civiele inrichtingen voor activiteiten met explosieven
### Artikel 2.6.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bouwbeperkingengebied rondom een zend- en ontvangstinstallatie buiten militair luchtvaartterrein:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.8, tweede lid;
- *geluidzones voor militair luchtvaartterrein:* gebieden als bedoeld in artikel 2.6.4, tweede lid;
- *inrichting voor activiteiten met explosieven:* inrichting als bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid;
- *laagvliegroute voor jachtvliegtuigen en transportvliegtuigen:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.10;
- *militair luchtvaartterrein:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.4, eerste lid;
- *militair terrein:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid;
- *munitieopslagplaats:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.5, eerste lid;
- *obstakelbeheergebied:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.4, vierde lid;
- *onveilig gebied:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid;
- *radarstation:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.9, eerste lid;
- *radarverstoringsgebied voor een radarstation:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.9, tweede lid;
- *zend- en ontvangstinstallatie buiten militair luchtvaartterrein:* gebied als bedoeld in artikel 2.6.8, eerste lid.
### Artikel 2.6.2
**1.** Als militair terrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde militaire terreinen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**2.** Als onveilig gebied buiten militair terrein van schietterreinen worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde gebieden waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**3.** Als militair luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde militaire luchtvaartterreinen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**4.** Als geluidzones voor het militaire luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde geluidzones waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**5.** Als obstakelbeheergebied voor het militaire luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde obstakelbeheergebieden waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**6.** Als zend- en ontvangstinstallatie buiten militair luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde zend- en ontvangstinstallaties waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**7.** Als bouwbeperkingengebied rondom een zend- en ontvangstinstallatie buiten militair luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde gebieden zend- en ontvangstinstallaties, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**8.** Als radarstations worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde radarstations waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**9.** Als radarverstoringsgebieden worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde radarverstoringsgebieden, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**10.** De begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen zijn opgenomen in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en vervat in het GML-bestand en verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**11.** Als munitieopslagplaats worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde munitieopslagplaatsen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
**12.** Als inrichting voor activiteiten met explosieven worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister genoemde inrichtingen waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GML-bestand en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart.
### Artikel 2.6.3
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een militair terrein wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk militair terrein» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat terrein.
**2.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een onveilig gebied buiten militair terrein, wordt voor die gronden de dubbelbestemming onveilig gebied opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die het gebruik als onveilig gebied belemmeren.
### Artikel 2.6.4
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een militair luchtvaartterrein wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk militaire luchthaven» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat terrein.
**2.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan ter zake van gronden gelegen in het beperkingengebied van een militair luchtvaartterrein worden de voor het betrokken militaire luchtvaartterrein op grond van de Luchtvaartwet en de Wet geluidhinder vastgestelde geluidzones en de beperkingen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, in acht genomen.
**3.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan ter zake van gronden gelegen in het beperkingengebied van de buitenlandse militaire luchtvaartterreinen Geilenkirchen en Brüggen worden de voor het betrokken militaire luchtvaartterrein vastgestelde geluidzone en de beperkingen, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, in acht genomen.
**4.** De maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond in een obstakelbeheergebied is in overeenstemming met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens.
**5.** Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ten behoeve van het oprichten van bouwwerken waarbij tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken kan uitsluitend verleend worden voor zover deze in overeenstemming is met het tweede tot en met vierde lid.
### Artikel 2.6.5
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een munitieopslagplaats wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk militair munitiedepot» opgenomen, voor zover die munitieopslagplaats niet ligt op gronden als bedoeld in de artikelen 2.6.3 en 2.6.4, en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van de munitieopslagplaats.
**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden voor elke munitieopslagplaats drie veiligheidszones aangewezen, aan te duiden als A-zone, B-zone en C-zone, waarbij de A-zone de kleinste afstand tot de munitieopslagplaats heeft en de C-zone de grootste afstand.
**3.** In afwijking van het tweede lid kan afhankelijk van de aard van de opgeslagen munitie, sprake zijn van minder dan drie veiligheidszones.
### Artikel 2.6.6
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een inrichting voor activiteiten met explosieven wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk Explosieven en munitie» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van de inrichting.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden voor elke inrichting voor activiteiten met explosieven drie veiligheidszones aangewezen, aan te duiden als A-zone, B-zone en C-zone, waarbij de A-zone de kleinste afstand tot de inrichting voor activiteiten met explosieven heeft en de C-zone de grootste afstand.
**3.** In afwijking van het tweede lid kan, afhankelijk van de aard van de opgeslagen munitie, sprake zijn van minder dan drie veiligheidszones.
### Artikel 2.6.7
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden, gelegen binnen de veiligheidszonering van een militaire munitieopslagplaats of een civiele inrichting voor activiteiten met explosieven wordt de gebiedsaanduiding van de veiligheidszones opgenomen.
**2.**
Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van de A-zone worden:
a. geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk maken, of de aanleg van autowegen, autosnelwegen, spoorwegen of druk bevaren waterwegen, parkeerterreinen of recreatieve voorzieningen toestaan, en
b. geen agrarische bestemmingen opgenomen die niet kunnen worden gerealiseerd zonder een meer dan incidentele aanwezigheid van enkele personen.
**3.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen begrenzing van de B-zone worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen toestaan.
**4.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van de C-zone worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken met vlies- of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt.
**5.** Een omgevingsvergunning als bedoeld in van artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarbij ten behoeve van het oprichten van bouwwerken tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken, staat geen afwijking van het tweede tot en met vijfde lid toe.
**6.** Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan regels stellen voor de beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van voorgenomen activiteiten in de veiligheidszones.
### Artikel 2.6.8
**1.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een zend- en ontvangstinstallatie buiten een militair luchtvaartterrein, wordt voor die gronden de bestemming «Maatschappelijk militaire zend- en ontvangstinstallatie» opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van die zend- en ontvangstinstallatie.
**2.** Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bouwbeperkingengebied rondom een zend- en ontvangstinstallatie buiten een militair luchtvaartterrein, worden geen bestemmingen opgenomen die een wijziging bewerkstelligen die het oprichten van bouwwerken hoger dan 22 meter gemeten vanaf het maaiveld mogelijk maken.
**3.** Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarbij ten behoeve van het oprichten van bouwwerken tijdelijk van het bestemmingsplan wordt afgeweken, staat geen overschrijding van de maximale hoogte, bedoeld in het tweede lid, toe.
### Artikel 2.6.9
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.6.10
Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken.
### Titel 2.7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen
### Titel 2.8. Elektriciteitsvoorziening
### Titel 2.9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen
### Titel 2.10. Ecologische hoofdstructuur
### Titel 2.11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
### Titel 2.12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte)
### Titel 2.13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
## Hoofdstuk 3. Overige bepalingen
### Artikel 3.1
Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit.
### Artikel 3.2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.3
Indien in dit besluit geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van dit besluit nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij ministeriële regeling.
### Artikel 3.4
Indien er sprake is van strijdigheid van het bepaalde bij of krachtens titel 2.3, 2.4 of 2.5 met het bepaalde bij of krachtens titel 2.6, geldt het bepaalde bij of krachtens titel 2.6.
### Artikel 3.5
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.6
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
### Artikel 3.7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
## Bijlage . bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Bijlage / kaart 1 Project Mainportontwikkeling Rotterdam
Bijlage / kaart 2 Kustfundament
Bijlage / kaart 3a Grote rivieren
Bijlage / kaart 3b gereserveerd
Bijlage / kaart 3c gereserveerd
Bijlage / kaart 3d gereserveerd
Bijlage / kaart 4 Waddenzee en waddengebied
Bijlage / kaart 5 gereserveerd
Bijlage / kaart 6 gereserveerd
Bijlage / kaart 7 gereserveerd
Bijlage / kaart 8 gereserveerd
Bijlage / kaart 9 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
## Bijlage 1. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 2. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 3a. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 3b. gereserveerd
## Bijlage 3c. gereserveerd
## Bijlage 3d. gereserveerd
## Bijlage 4. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 5. gereserveerd
## Bijlage 6. gereserveerd
## Bijlage 7. gereserveerd
## Bijlage 8. gereserveerd
## Bijlage 9. bij Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
## Bijlage 10
Vervallen