2015-12-01 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2015-12-01 12:00:00 +00:00
parent 1f76cc4059
commit ab7eb8dce1

View file

@ -626,6 +626,10 @@ De bij of krachtens de artikelen 3.78 tot en met 3.83 gestelde regels zijn niet
In afwijking van de artikelen 1, 1.9b, 1.22, 2.1a, 2.3a, 2.8a, 2.11a, 2.14c, 2.15a, 2.16b, 2.22a, 2.23a, 2.27a, 3, 4 en 5, voldoet degene die een stookinstallatie binnen de Nederlandse exclusieve economische zone in werking heeft, uitsluitend aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels en voorschriften in hoofdstuk 1, met uitzondering van artikel 1.4, en in paragraaf 3.2.1, met uitzondering van de artikelen 3.10k, 3.10n en 3.10o, en hoofdstuk 6.
### Artikel 1.5b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.6
**1.**
@ -908,6 +912,10 @@ a. de naam en het adres van degene die het systeem in werking heeft;
b. een beschrijving van de kenmerken van het systeem;
c. de in het eerste lid, onderdelen b tot en met d, en g, bedoelde gegevens.
### Artikel 1.21b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 2. Algemene regels ten aanzien van alle activiteiten
### Afdeling 2.1. Zorgplicht
@ -1305,15 +1313,17 @@ Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inric
### Artikel 2.15
**1.** Degene die de inrichting drijft neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder of alle energiebesparende maatregelen die een positieve netto contante waarde hebben bij een interne rentevoet van 15%.
**1.** Degene die de inrichting drijft neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder.
**2.** Indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft waarvan het energieverbruik in enig kalenderjaar groter is dan 200.000 kilowatt uur aan elektriciteit of groter is dan 75.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen, verplichten om binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn, onderzoek te verrichten of te laten verrichten waaruit blijkt of aan het eerste lid wordt voldaan.
**2.** Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift een gefaseerde uitvoering van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, toestaan waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfseconomische omstandigheden van de inrichting. Hierbij stelt het bevoegd gezag per maatregel een redelijke termijn vast waarbinnen die maatregel moet zijn uitgevoerd.
**3.** Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, neemt degene die de inrichting drijft de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn.
**3.** Indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft waarvan het energieverbruik in enig kalenderjaar groter is dan 200.000 kilowatt uur aan elektriciteit of groter is dan 75.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen, verplichten om binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn, onderzoek te verrichten of te laten verrichten waaruit blijkt of aan het eerste lid wordt voldaan.
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het energiegebruik in de inrichting in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit en kleiner is dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen.
**4.** Indien uit het onderzoek, bedoeld in het derde lid, blijkt dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, neemt degene die de inrichting drijft de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn.
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting waarop de verboden, bedoeld in artikel 16.5 van de wet, betrekking hebben en op een inrichting als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de wet.
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het energiegebruik in de inrichting in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit en kleiner is dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen.
**6.** Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting waarop de verboden, bedoeld in artikel 16.5 van de wet, betrekking hebben en op een inrichting als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de wet.
### Afdeling 2.7. Verkeer en vervoer
@ -1325,6 +1335,10 @@ Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inric
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.16a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.8. Geluidhinder
### Artikel 2.16b
@ -1427,6 +1441,10 @@ g. de in tabel 2.17g aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zi
**9.** Bij vaststelling van de waarden, bedoeld in het zevende lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met het in het gebied heersende referentieniveau. Indien voor inrichtingen als bedoeld in het zesde lid, waarden worden vastgelegd die hoger zijn dan de waarden in tabel 2.17g, wordt daarmee het in het gebied heersende referentieniveau niet overschreden.
### Artikel 2.17a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.18
**1.**
@ -1484,6 +1502,10 @@ c. het aanbrengen van geluidreducerende voorzieningen binnen de inrichting.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.19a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.20
**1.** In afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 dan wel 6.12, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L_Ar,LT) en het maximaal geluidsniveau L_Amax vaststellen.
@ -1998,6 +2020,10 @@ c. de warmtecapaciteit van het koelwater hetgeen gelijk is aan 4190 Kilojoule pe
#### Paragraaf 3.1.6. Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten
### Artikel 3.6.1
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.6a
**1.** Bij het lozen ten gevolge van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan vaste objecten wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid.
@ -2018,6 +2044,12 @@ c. de warmtecapaciteit van het koelwater hetgeen gelijk is aan 4190 Kilojoule pe
**3.** Bij de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden maatregelen getroffen om het lozen te voorkomen dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken. De maatregelen worden beschreven in een werkplan.
#### Paragraaf 3.1.7. Handelingen in een oppervlaktewaterlichaam
#### Paragraaf 3.1.8. Lozen ten gevolge van schoonmaken drinkwaterleidingen
#### Paragraaf 3.1.9. Lozen van afvalwater ten gevolge van calamiteitenoefeningen
### Afdeling 3.2. Installaties
#### Paragraaf 3.2.1. Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie
@ -2170,6 +2202,26 @@ Een stookinstallatie waarin vloeibare brandstof wordt verbrand, voldoet ten beho
Een stookinstallatie voldoet ten behoeve van het veilig functioneren, een optimale verbranding en energiezuinigheid van deze stookinstallatie aan de bij ministeriële regeling inzake keuring en onderhoud gestelde eisen.
### Artikel 3.10q
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.10r
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.10s
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.10t
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.10u
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 3.2.2. In werking hebben van een installatie voor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelen van aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit
### Artikel 3.11
@ -2303,7 +2355,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op:
a. het in werking hebben van een koelinstallatie met een inhoud van minimaal 12 kilogram aan natuurlijk koudemiddel, of
b. een koelinstallatie met een inhoud van maximaal 1500 kilogram ammoniak.
**2.** In deze paragraaf wordt verstaan onder «natuurlijk koudemiddel»: de toepassing als koudemiddel van koolstofdioxide, ammoniak of koolwaterstoffen niet zijnde een gereguleerde stof of een preparaat dat een zodanige stof bevat als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen dan wel een gefluoreerd broeikasgas of een preparaat dat een zodanig gas bevat als bedoeld in het Besluit gefluoreerde broeikasgassen milieubeheer.
**2.** In deze paragraaf wordt verstaan onder «natuurlijk koudemiddel»: koolstofdioxide, ammoniak of koolwaterstoffen niet zijnde een gefluoreerd broeikasgas als bedoeld in Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 april 2014 dan wel een gereguleerde stof als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009, voor zover toegepast als koudemiddel.
### Artikel 3.16d
@ -2412,6 +2464,10 @@ Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het in werking hebben van een geslote
a. de circulatievloeistof uit de buizen verwijderd, en
b. het systeem, zonder daarbij het ondergrondse deel te verwijderen, zodanig opgevuld dat de werking van de oorspronkelijke waterscheidende lagen wordt hersteld.
### Artikel 3.16q
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 3.3. Activiteiten met voer- of vaartuigen
#### Paragraaf 3.3.1. Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen
@ -2750,6 +2806,8 @@ d. Indien een jachthaven beschikt over meer dan 50 ligplaatsen, daaronder niet b
Ten aanzien van een jachthaven die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen en is aangewezen krachtens artikel 6 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, zijn de artikelen 3.26i en 3.26j niet van toepassing.
#### Paragraaf 3.3.6. Het gebruik van hefschroefvliegtuigen bij ziekenhuizen
### Afdeling 3.4. Opslaan van stoffen of het vullen van gasflessen
#### Paragraaf 3.4.1. Opslaan van propaan
@ -3115,6 +3173,10 @@ c. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk bep
voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
#### Paragraaf 3.4.10. Opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensie-inrichtingen
#### Paragraaf 3.4.11. Op- en overslaan van verwijderd asbest
### Afdeling 3.5. Agrarische activiteiten
#### Paragraaf 3.5.1. Telen of kweken van gewassen in een kas
@ -3398,6 +3460,10 @@ c. de berekende hoeveelheid totaal stikstof en totaal fosfor in het drainagewate
In afwijking van de artikelen 3.72 en 3.73 kan het bevoegd gezag, indien het meten, berekenen, registreren of rapporteren, bedoeld in die artikelen niet doelmatig is, bij maatwerkvoorschrift een andere wijze van meten, berekenen, registreren of rapporteren bepalen.
### Artikel 3.74a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 3.5.2. Telen en kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas
### Artikel 3.75
@ -3920,6 +3986,10 @@ e. de uitbreiding dieren betreft die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak
**3.** Voor het bepalen van de ammoniakemissie uit de dierenverblijven die de inrichting voorafgaand aan de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, zou mogen veroorzaken, worden de ammoniakemissie van de dieren waarvoor eerder een vergunning is verleend met toepassing van artikel 5, eerste lid, onderdelen c tot en met f, dan wel artikel 7, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet ammoniak en veehouderij, en de ammoniakemissie van de dieren waarmee de inrichting op grond van het eerste lid, onderdelen b, c, d of e, is uitgebreid, niet meegerekend.
### Artikel 3.114a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.115
**1.**
@ -4007,6 +4077,10 @@ a. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.115 het aantal dieren per die
b. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.116 het aantal dieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toeneemt, de geurbelasting die de inrichting op enig geurgevoelig object veroorzaakt niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet afneemt, indien die kleiner is dan de afstand, genoemd in artikel 3.116, eerste lid, of
c. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.117 het aantal dieren per diercategorie zonder geuremissiefactor niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet afneemt, indien die kleiner is dan de afstand, genoemd in artikel 3.117, eerste lid.
### Artikel 3.119a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.120
Het aantal aanwezige dieren per diersoort wordt ten minste een keer per maand geregistreerd, waarbij de perioden tussen de registraties van een vergelijkbare tijdsduur zijn. De registraties zijn binnen de inrichting aanwezig en worden gedurende tien jaren bewaard.
@ -4047,6 +4121,10 @@ Indien landbouwhuisdieren worden gehouden in een huisvestingssysteem dat is voor
**7.** Ten aanzien van het gebruik en onderhoud van een luchtwassysteem, worden gedragsvoorschriften opgesteld, die ten minste voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
### Artikel 3.125a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.126
**1.** Bij het lozen van spuiwater van een luchtwassysteem wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met vierde lid.
@ -4087,6 +4165,8 @@ Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van brijvoer met plantaardige b
Bij het bereiden van brijvoer wordt ten behoeve van het voorkomen dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder, ten minste voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
#### Paragraaf 3.5.10. Kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen
### Afdeling 3.6. Voedingsmiddelen
#### Paragraaf 3.6.1. Bereiden van voedingsmiddelen
@ -4393,6 +4473,12 @@ Deze paragraaf is van toepassing op inrichtingen waar een gemeente ter uitvoerin
**2.** In afwijking van artikel 2.12 is het bij een inrichting die voldoet aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen toegestaan om deze grove huishoudelijke afvalstoffen te mengen met andere grove huishoudelijke afvalstoffen die wat betreft aard, samenstelling of concentraties niet vergelijkbaar zijn, mits de afvalstoffen geen gevaarlijke afvalstoffen zijn.
#### Paragraaf 3.8.3. Buitenschietbanen
#### Paragraaf 3.8.4. Coaten of lijmen van planten of onderdelen van planten
#### Paragraaf 3.8.5. Fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren
## Hoofdstuk 4. Bepalingen met betrekking tot overige activiteiten geldend voor een inrichting type A of een inrichting type B
### Afdeling 4.0. Reikwijdte hoofdstuk 4
@ -5257,6 +5343,12 @@ b. aannemelijk is dat de som van de vrachten van de metalen chroom, koper, nikke
**3.** Het te lozen afvalwater, bedoeld in het tweede lid, kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.
### Artikel 4.74.0
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 4.5.13. Smelten en gieten van metalen
### Afdeling 4.5a. Activiteiten met betrekking tot steen
#### Paragraaf 4.5a.1. Mechanische bewerkingen van steen
@ -5403,10 +5495,6 @@ Onverminderd artikel 2.12 kan het bevoegd gezag in afwijking van het tweede lid
a. de nuttige toepassing van de afvalstof is toegestaan, en
b. de toepassing van de afvalstof bijdraagt aan de fysische of bouwtechnische eigenschappen van de bouwstof en daarmee de inzet van primaire grondstoffen uitspaart.
### Artikel 4.74la
In afwijking van artikel 6.1, eerste lid, worden voor inrichtingen als bedoeld in categorie 11.3, onderdeel c, onder 2°, van bijlage I, bij het Besluit omgevingsrecht waarvoor tot de inwerkingtreding van deze paragraaf een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, de voorschriften van die vergunning voor onbepaalde tijd aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van de vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.20.
#### Paragraaf 4.5a.5. Het vormgeven van betonproducten
### Artikel 4.74m
@ -5438,6 +5526,10 @@ b. het gehalte aan chemisch zuurstofverbruik in enig steekmonster niet meer dan
Bij het op bekisting aanbrengen van ontkistingsmiddelen en het uitwassen van beton wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
### Artikel 4.74p1
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 4.5a.6. Het breken van steenachtig materiaal
### Artikel 4.74q