2002-01-01 | BWBR0006535 | Rechtspositiebesluit wethouders
This commit is contained in:
parent
dc4f1688a7
commit
abaf7de51e
1 changed files with 105 additions and 144 deletions
|
|
@ -16,24 +16,26 @@ citeertitel: Rechtspositiebesluit wethouders
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
b. bezoldiging: de bezoldiging, bedoeld in artikel 3, eerste en vijfde lid;
|
||||
c. inwonertal: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari;
|
||||
d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
e. tabel: de tabel, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage;
|
||||
f. tijdstip van beëindiging van het wethouderschap: het tijdstip van aftreden, bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 43, tweede lid en artikel 47, eerste lid, van de Gemeentewet, de dag van ingang van het ontslag bedoeld in artikel 49 van de Gemeentewet of de dag volgende op die van het overlijden;
|
||||
f. tijdstip van beëindiging van het wethouderschap: het tijdstip van aftreden, bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in artikel 43, tweede lid en artikel 47, eerste lid, van de Gemeentewet, de dag van ingang van het verlies van het lidmaatschap van de raad, bedoeld in artikel 48, van de Gemeentewet, de dag van ingang van het ontslag bedoeld in artikel 49 van de Gemeentewet of de dag volgende op die van het overlijden;
|
||||
g. voormalig wethouder: de wethouder, die is afgetreden of ontslagen of die het lidmaatschap van de raad heeft verloren, dan wel is overleden;
|
||||
h. tijdsbestedingsnorm: het deel van de werkweek, dat de wethouder in staat dient te worden gesteld aan het wethouderschap te besteden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op het raadslid dat gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken een wethouder ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet heeft vervangen, tenzij anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op de wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de betrekking in deeltijd uitoefent, tenzij anders is bepaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De bezoldiging
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De wethouder geniet een bezoldiging volgens tabel I.
|
||||
**1.** De wethouder geniet een bezoldiging volgens de tabel.
|
||||
|
||||
**2.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de in de tabel genoemde bedragen overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,11 +43,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de wethouder een uitkering op gelijke voet.
|
||||
|
||||
**5.** De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**5.** De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het erste lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -53,43 +51,23 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De bezoldiging eindigt op het tijdstip van beëindiging van het wethouderschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Indien een wethouder naast zijn bezoldiging als wethouder, tevens aanspraak heeft op een vergoeding voor werkzaamheden als raadslid gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, onder a of b, van de Gemeentewet, dan vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor werkzaamheden als raadslid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de wethouder aan Onze Minister dan wel aan een door hem aangewezen instantie:
|
||||
|
||||
een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
|
||||
|
||||
een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van wethouder vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
|
||||
|
||||
een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, vermindert het college van burgemeester en wethouders op verzoek van de wethouder diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de wethouder.
|
||||
|
||||
**4.** Het college van burgemeester en wethouders vordert, indien Onze Minister dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de wethouder.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de wethouder geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De wethouder meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de wethouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stelt het college van burgemeester en wethouders de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden.
|
||||
|
||||
**7.** Op verzoek van de wethouder kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
|
||||
**3.** De bezoldiging wordt door het raadslid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, genoten met ingang van de dag van de aanwijzing door de raad, voor de periode van vervanging.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overlijden van de wethouder wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering, welke de wethouder laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de wethouder.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden wethouder ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande levenspartner met wie de overleden niet-gehuwde wethouder samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het gemeentebestuur kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing in geval van overlijden van het raadslid, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten, de gemeenteraad gehoord, de in de tabel genoemde tijdsbestedingsnorm voor de gemeenten in de klasse 1 tot en met 5A, voor een bepaald tijdvak, verhogen tot maximaal 100%.
|
||||
|
||||
**2.** Verhoging van de tijdsbestedingsnorm leidt in evenredige mate tot verhoging van de bezoldiging.
|
||||
|
||||
**3.** Van het tot verhoging strekkende besluit doen gedeputeerde staten onverwijld schriftelijke mededeling aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,127 +98,140 @@ De overgang van een gemeente naar een lagere klasse, is niet van invloed op de b
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Vergoeding bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Vergoedingen in verband met de tijdelijke vervanging in verband met zwangerschap en bevalling of ziekte
|
||||
### Paragraaf 1
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De tijdelijke vervanger van de wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt per maand voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden het bij zijn gemeentegrootte behorende bedrag, bedoeld in de onderstaande tabel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ter hoogte van de helft van het in artikel 25 bedoelde bedrag.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel XI van het Besluit van 12 juni 2013 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Waterschapsbesluit en het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES in verband met een wijziging in de regeling inzake ambtswoningen en enkele andere wijzigingen (Stb. 2013, 222) werkt het eerste lid niet terug tot en met 3 augustus 2011.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Voorzieningen in verband met ziekte, een dienstongeval of een functionele beperking
|
||||
### Paragraaf 2. Tegemoetkoming in ziektekosten
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De wethouder ontvangt ten laste van de gemeentekas een tegemoetkoming ter zake van gemaakte ziektekosten en kosten, verbonden aan de verzekering tegen ziektekosten, met inachtneming van de artikelen 13 tot en met 16.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien de wethouder deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling, ontvangt hij het bedrag van de tegemoetkoming overeenkomstig het bedrag van de bijdrage van de gemeente ten behoeve van deelnemend gemeentelijk personeel.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien de wethouder niet deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling, wordt het bedrag van de tegemoetkoming aan hem in de kosten, verbonden aan verzekering tegen ziektekosten, vastgesteld overeenkomstig de gemeentelijke regeling ten behoeve van niet-deelnemend gemeentelijk personeel.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ontbreken van een gemeentelijke regeling als bedoeld in het eerste lid dan wel indien geen ziektekostenverzekering is afgesloten, wordt het bedrag van de tegemoetkoming aan de wethouder vastgesteld op de voet van de regeling ter zake voor het burgerlijk rijkspersoneel.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Aan de wethouder die deelneemt aan de in artikel 13 bedoelde publiekrechtelijke ziektekostenregeling, en over het werkgeversaandeel in de bijdrage aan deze ziektekostenregeling premie voor de Algemene ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet (premie AOW/Anw) is verschuldigd, terwijl hij niet reeds op grond van zijn inkomen uit zijn wethouderschap de maximaal verschuldigde premie AOW/Anw betaalt, wordt een compensatie verleend.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde compensatie is gelijk aan het bedrag dat aan de premie AOW/Anw is verschuldigd over het werkgeversaandeel, bedoeld in het eerste lid, en waarmee het op grond van het eigen inkomen, bedoeld in het vorige lid, verschuldigde bedrag aan premie AOW/Anw wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag van de compensatie wordt aan het eind van het kalenderjaar vastgesteld en in de maand januari van het daaropvolgende kalenderjaar uitbetaald. Bij benoeming tot wethouder en bij ontslag, aftreden, verlies van het lidmaatschap van de raad of overlijden van de wethouder in de loop van een kalenderjaar, wordt de compensatie berekend naar rato van het aantal maanden dat betrokkene in dat jaar wethouder is geweest. Bij ontslag en aftreden als wethouder, bij verlies van het lidmaatschap van de raad en bij overlijden van de wethouder vindt de uitbetaling plaats in de maand volgend op de maand, waarin het wethouderschap is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien een gemeentelijke regeling aanwezig is ten behoeve van gemeentelijk personeel ter tegemoetkoming in gemaakte, voor eigen rekening blijvende ziektekosten, is deze van overeenkomstige toepassing op wethouders mits de betrokken wethouder zich in voldoende mate tegen ziektekosten heeft verzekerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De artikelen 12 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing op voormalige wethouders, nabestaanden van wethouders en nabestaanden van voormalige wethouders gedurende de periode dat zij een uitkering, dan wel een pensioen genieten op basis van de gemeentelijke verordening krachtens de vijfde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Bij de toepassing van de artikelen 13 tot en met 17 wordt ervan uitgegaan dat de wethoudersfuncties de in de tabel genoemde percentages van een volledige betrekking vormen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in een gemeente voor de bezoldiging een hoger percentage geldt dan vermeld in de tabel, is dit hogere percentage van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
In bijzondere gevallen kan door burgemeester en wethouders ten laste van de gemeente aan de wethouder een tegemoetkoming worden toegekend in noodzakelijk gemaakte kosten, verband houdende met ziekte, welke de wethouder voor zichzelf en degenen die behoren tot zijn huishouden heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien en deze kosten redelijkerwijs niet te zijnen laste kunnen blijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
In geval van ziekte welke in overwegende mate haar oorzaak vindt:
|
||||
|
||||
a. *een ziekte:* een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;
|
||||
b. *een dienstongeval:* een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.
|
||||
a. in de aard van de aan de functie van wethouder verbonden werkzaamheden, of
|
||||
b. in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en
|
||||
c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging, voor zover deze kosten ten laste van de wethouder blijven, aan de wethouder voor rekening van de gemeente worden vergoed.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De wethouder ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval als bedoeld in het eerste en tweede lid:
|
||||
|
||||
a. voor zover deze kosten ten laste van de wethouder blijven en
|
||||
b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
|
||||
|
||||
**3.** In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in de raad.
|
||||
|
||||
**4.** Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
|
||||
|
||||
**5.** Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen wethouder.
|
||||
**2.** Ter zake van andere schade, voortvloeiende uit de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden of omstandigheden, kunnen de nadere voorschriften, zoals deze door het gemeentebestuur ten aanzien van haar ambtelijk personeel eventueel zijn vastgesteld, van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de wethouder in die gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders kent een wethouder die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de gemeente een tegemoetkoming toe voor de bekostiging van een voorziening als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het gestelde bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt.
|
||||
Aan de voormalig wethouder, wiens recht op uitkering op grond van een verordening, bedoeld in de vijfde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, is voortgezet wegens algemene invaliditeit, wordt, indien zijn invaliditeit het gevolg is van ziekten of gebreken die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan het ambt van wethouder verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze werden verricht, en deze niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten, een aanvulling op de uitkering verleend. Deze aanvulling is gelijk aan een bedrag dat nodig is om de uitkering te verhogen tot een van de mate van algemene invaliditeit afhankelijk percentage van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, bedoeld in artikel 133 van de eerdergenoemde wet. Dit percentage is bij een invaliditeitsgraad van
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2a. Voorzieningen in verband met bewaken en beveiligen
|
||||
80% of meer: 90,02%;
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
65 tot 80%: 73,31%;
|
||||
55 tot 65%: 56,59%;
|
||||
45 tot 55%; 45,01%;
|
||||
35 tot 45%: 34,08%;
|
||||
25 tot 35%: 22,50% van de wedde.
|
||||
|
||||
Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een wethouder kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente.
|
||||
Het recht op de aanvulling op de uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de voormalig wethouder de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het overlijden van een wethouder, dan wel van een voor een uitkering als bedoeld in het eerste lid in aanmerking gekomen voormalig wethouder, het rechtstreeks gevolg is van ziekten of gebreken als bedoeld in het eerste lid, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens een verordening als bedoeld in het eerste lid een pensioen geniet, een uitkering verleend ten bedrage van 18% van dit pensioen. De uitkering eindigt met ingang van de maand, waarin de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel - indien de weduwe of weduwnaar of achtergebleven geregistreerde partner aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt of zich als partner laat registreren - met ingang van de maand volgende op die van het hertrouwen of de partnerschapsregistratie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vergoeding onkosten
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat aan de wethouder een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling wordt verstrekt, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat indien de wethouder bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, hij ten laste van de gemeente aanspraak heeft op:
|
||||
|
||||
a. een vergoeding van reis- en pensionkosten;
|
||||
b. een vergoeding van verhuiskosten in verband met de benoeming in de gemeente.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
a. geen tegemoetkoming wordt verstrekt indien de afstand tussen woning en plaats van tewerkstelling van de wethouder tien kilometer of minder bedraagt;
|
||||
b. de tegemoetkoming niet hoger wordt gesteld dan de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan de wethouder naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 22, vergoeding wordt verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 22 bedoelde reizen, ten behoeve van de gemeente gemaakt, met dien verstande dat voor het gebruik van een eigen motorvoertuig de vergoeding niet hoger wordt gesteld dan het bedrag dat bij of krachtens artikel 7 van het Reisbesluit binnenland is vastgesteld.
|
||||
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat de wethouder aanspraak heeft op een vergoeding van:
|
||||
|
||||
a. kosten voor woon-werkverkeer;
|
||||
b. reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Indien aan de wethouder een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de wethouder wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto.
|
||||
**2.** De raad kan bij verordening bepalen dat aan de wethouder vergoeding wordt verleend voor werkelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat een wethouder, naar in de verordening te stellen regels, ten laste van de gemeente een tegemoetkoming ontvangt ter zake van kosten voor in verband met de vervulling van het wethouderschap noodzakelijke kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De wethouder ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ten bedrage van € 355,80 per maand.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat aan een wethouder een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten wordt toegekend tot de maximumbedragen genoemd in volgende tabel:
|
||||
|
||||
**Tabel I**
|
||||
|
||||
| Aantal inwoners gemeente | Maximum onkostenvergoeding per maand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| – 8 000 | € 105,73 |
|
||||
| 8 001–14 000 | € 173,80 |
|
||||
| 14 001–18 000 | € 224,62 |
|
||||
| 18 001– | € 245,04 |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, gelden in afwijking van het eerste lid voor de onkostenvergoeding de maximumbedragen genoemd in de volgende tabel:
|
||||
|
||||
**Tabel II**
|
||||
|
||||
| Aantal inwoners gemeente | Maximum onkostenvergoeding per maand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| –8 000 | € 220,08 |
|
||||
| 8 001–14 000 | € 361,66 |
|
||||
| 14 001–18 000 | € 467,85 |
|
||||
| 18 001– | € 510,50 |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,26 +241,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gemeente op grond van artikel 7 in een andere klasse is geplaatst, wordt voor de toepassing van artikel 25 uitgegaan van het bij die klasse behorende inwonertal.
|
||||
**1.** Indien de tijdsbestedingsnorm op grond van artikel 6 is verhoogd, wordt voor de toepassing van artikel 25 uitgegaan van het bij die tijdsbestedingsnorm behorende bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 25 zijn de artikelen 8 en 9 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Indien verhoging van de tijdsbestedingsnorm op grond van artikel 6 leidt tot een tijdsbestedingsnorm gelegen tussen de bedragen van artikel 25 dan wordt het bedrag voor de onkostenvergoeding berekend naar evenredigheid met het verschil tussen het naasthogere en naastlagere bedrag. Het bedrag wordt op hele euro's afgerond.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een gemeente op grond van artikel 7 in een andere klasse is geplaatst, wordt voor de toepassing van artikel 25 uitgegaan van het bij die klasse behorende inwonertal.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van artikel 25 zijn de artikelen 8 en 9 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt, een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door de raad aan de wethouder op aanvraag,voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor:
|
||||
|
||||
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of,
|
||||
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Op aanvraag wordt door de raad een vergoeding aan de wethouder verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur.
|
||||
|
||||
**5.** De raad kan bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
De gemeente kan, naar bij verordening te stellen regels, aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt benodigde computer- en communicatieapparatuur ter beschikking stellen. Het ter beschikking stellen van computerapparatuur kan geschieden door het bieden van een mogelijkheid tot deelname aan een voor het gemeentepersoneel geldende pc-privéregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -277,53 +259,32 @@ b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
|
|||
|
||||
**2.** De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen eindigt op het tijdstip van beëindiging van het wethouderschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de vergoedingen, bedoeld in artikel 23, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
b. de vergoeding, bedoeld in artikel 23a;
|
||||
c. de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 25, eerste lid;
|
||||
d. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 27a, eerste en derde lid;
|
||||
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 27a, vierde lid;
|
||||
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 28b, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 28b
|
||||
|
||||
**1.** Indien een wethouder in verband met de uitoefening van het ambt lid is van een beroepsvereniging, vergoedt de gemeente de contributie van die beroepsvereniging.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het ambt van wethouder komen ten laste van de gemeente.
|
||||
|
||||
**3.** Het college van burgemeester en wethouders kan over de in het tweede lid bedoelde scholing nadere regels stellen.
|
||||
**3.** De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen wordt door het raadslid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, genoten met ingang van de dag van de aanwijzing door de raad, voor de periode van vervanging.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Artikel 21 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, blijft van toepassing op de voormalig wethouder, indien de in dat artikel bedoelde invaliditeit op die dag reeds bestond of, indien de invaliditeit op een later tijdstip is ontstaan, kan worden vastgesteld dat de oorzaak van deze invaliditeit voor de datum van bovengenoemd besluit 22 december 2005 is gelegen.
|
||||
**1.** Ten behoeve van de wethouder die uitsluitend ten gevolge van de invoering van dit besluit in inkomen zou achteruitgaan, wordt zolang hij ononderbroken wethouder is, de bezoldiging gehandhaafd op het niveau als ware voor hem de provinciale verordening op basis van artikel 100 gemeentewet nog van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
Voor wethouders in gemeenten ingedeeld in de inwonersklassen 1 en 2 geldt met ingang van 1 januari 2009 tot de dag waarop het Besluit houdende wijziging van enkele rechtspositiebesluiten politieke ambtsdragers in verband met de samenvoeging van inwonersklassen en enkele technische aanpassingen in werking treedt de bezoldiging behorende bij inwonersklasse 3.
|
||||
|
||||
### Artikel 29b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**2.** Het eerste lid laat onverlet een inkomensvermindering ten gevolge van een vermindering van het inwonertal. In dat geval vindt bezoldiging conform dit besluit plaats, indien bezoldiging conform de voorheen geldende regelingen nadeliger uitvalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit wethouders.
|
||||
Het koninklijk besluit van 3 juli 1986, tot uitvoering van artikel 100, derde lid, van de gemeentewet, houdende regels betreffende andere financiële voorzieningen die verband houden met de vervulling van het wethoudersambt (*Stb.* 406) en het Besluit regels kostenvergoedingen wethouders worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De intrekking van de in artikel 30 genoemde besluiten heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit geldende beslissingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beslissingen van gedeputeerde staten inzake de klassificatie van gemeenten en de verhoging van de tijdsbestedingsnorm.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1994.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit wethouders.
|
||||
|
||||
## Bijlage
|
||||
## Bijlage . Tabel bezoldiging wethouders
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue