2005-12-30 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
efc9952421
commit
abb01823a0
1 changed files with 17 additions and 31 deletions
|
|
@ -52,7 +52,7 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon
|
|||
|
||||
**IB-Groep**: Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank,
|
||||
|
||||
**lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd de herkansing, bedoeld in artikel 5.14, en de omzetting, bedoeld in artikel 10.8,
|
||||
**lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd omzetting, bedoeld in artikel 10.8,
|
||||
|
||||
**masteropleiding**: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan,
|
||||
|
||||
|
|
@ -215,7 +215,7 @@ b. 18 jaren is of ouder: met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij ho
|
|||
|
||||
Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven aan:
|
||||
|
||||
a. een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de WEB, voor zover het een uit 's Rijks kas bekostigde beroepsopleiding betreft, of
|
||||
a. een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB, voor zover het een uit 's Rijks kas bekostigde beroepsopleiding betreft, of
|
||||
b. een instelling die ten aanzien van de beroepsopleiding het in artikel 1.4.1 van de WEB bedoelde recht heeft verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
|
@ -327,7 +327,7 @@ De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, va
|
|||
|
||||
### Artikel 2.16
|
||||
|
||||
**1.** De deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding op niveau 1 of 2, indien hij reeds 4 jaren prestatiebeurs voor het volgen van een opleiding beroepsonderwijs heeft genoten.
|
||||
**1.** De deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2, indien hij reeds 4 jaren prestatiebeurs voor het volgen van een opleiding beroepsonderwijs heeft genoten.
|
||||
|
||||
**2.** De studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs indien hij reeds 4 jaren studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -905,7 +905,7 @@ b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdien
|
|||
|
||||
**1.** Indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding waarvan de studielast is gebaseerd op een periode van minder dan 4 jaren overeenkomstig artikel 5.2, eerste lid, wordt het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs met dit verschil verminderd.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs wordt met 12 verminderd, indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding ten aanzien waarvan artikel 7.31a van de WHW is toegepast
|
||||
**2.** Het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs wordt met 12 verminderd, indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding ten aanzien waarvan artikel 7.31a van de WHW is toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een student een aanvraag als bedoeld in artikel 5.7, vierde lid, heeft ingediend, wordt het aantal maanden, bedoeld in het eerste lid, van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
|
||||
|
||||
|
|
@ -977,7 +977,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder lening mede verstaan de prestatiebeurs.
|
|||
|
||||
**1.** Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in artikel 6.19, verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente.
|
||||
|
||||
**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge de hoofdstukken 4 of 5 toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden.
|
||||
**2.** De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge de hoofdstukken 4 of 5 toegekende en niet in een gift omgezette aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -997,7 +997,7 @@ c. tot welk tijdstip een aanvraag kan worden ingediend.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk in december een rentepercentage vast dat gelijk is aan het over de maand oktober van dat jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte gemiddeld effectief rendement van openbare leningen, uitgegeven door de Staat der Nederlanden en toegelaten tot de notering aan de officiële markt ter beurze van Amsterdam, met een gemiddelde resterende looptijd van 3 tot 5 jaren.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk in december een rentepercentage vast dat gelijk is aan het over de maand oktober van dat jaar gemiddeld effectief rendement van openbare leningen, uitgegeven door de Staat der Nederlanden en toegelaten tot de notering aan de officiële markt ter beurze van Amsterdam, met een gemiddelde resterende looptijd van 3 tot 5 jaren.
|
||||
|
||||
**2.** Het rentepercentage voor leningen aangegaan voor 1 januari 1992 is in afwijking van het eerste lid, 1,65 procentpunt lager dan het in het eerste lid bedoelde rentepercentage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1171,8 +1171,9 @@ a. studiefinanciering is toegekend,
|
|||
b. de vorm van de studiefinanciering is vastgelegd,
|
||||
c. de termijn wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
d. de draagkracht van de debiteur wordt vastgesteld,
|
||||
e. de hoogte van de lening wordt vastgesteld of gewijzigd, of
|
||||
f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewijzigd.
|
||||
e. de hoogte van de lening wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewijzigd, of
|
||||
g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, wordt vastgesteld of gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1180,7 +1181,7 @@ Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:
|
|||
|
||||
a. een beschikking genomen is waarvan de studerende of de debiteur onderscheidenlijk zijn ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,
|
||||
b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, zich niet heeft voorgedaan,
|
||||
c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van artikel 10.6, zevende lid, opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld of de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
|
||||
c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van artikel 10.6, zevende lid, opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld , de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, te hoog of te laag is vastgesteld, of de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
|
||||
d. betrokkene heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
|
||||
e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van artikel 3.10 of de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.10, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, aanhef alsmede de onderdelen a en b,
|
||||
f. gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van artikel 3.10 of de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.10, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, aanhef alsmede de onderdelen a en b, of
|
||||
|
|
@ -1314,7 +1315,7 @@ De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het gecorrig
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7
|
||||
|
||||
Indien een instelling als bedoeld in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.11, niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a of 7.9b van de WHW, of in de artikelen 9.5, vijfde lid, of 10.6, vierde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de artikelen 10a.3, vijfde lid, of 10.7, dat aan de studenten aan die instelling is toegekend.
|
||||
Indien een instelling als bedoeld in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.11, niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in artikel 7.9a van de WHW, of in de artikelen 9.5, vijfde lid, of 10.6, vierde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de artikelen 10a.3, vijfde lid, of 10.7, dat aan de studenten aan die instelling is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1330,7 +1331,7 @@ Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, op enig moment in
|
|||
|
||||
### Artikel 9.10
|
||||
|
||||
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.2, 9.4 en 9.5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9.4 en 9.5, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,44 +1469,29 @@ b. een voltijdse opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.4, zesde lid, van de
|
|||
|
||||
### Artikel 10a.1
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die voor 1 september 2004 voor het volgen van hoger onderwijs studiefinanciering ontvingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10a.2. Omzettingsprocedure bij overstappen voor 1 februari in eerste studiejaar (voorheen paragraaf 5.4)
|
||||
|
||||
### Artikel 10a.2
|
||||
|
||||
Indien een student in het eerste studiejaar waarvoor hij op enig moment studiefinanciering geniet voor het volgen van een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 of 2.10, vóór 1 februari een opleiding gaat volgen aan een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.14, wordt op zijn aanvraag, indien hij binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Artikel 5.7, derde lid, is van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10a.3. Omzettingsprocedure eerste 12 maanden (voorheen paragraaf 5.5)
|
||||
|
||||
### Artikel 10a.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien een student voor een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 of 2.10, ten minste 30 studiepunten heeft behaald in een studiejaar waarin hij op enig moment voor het eerst studiefinanciering heeft genoten, worden de eerste 12 maanden van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Voor een student die zich heeft ingeschreven na 31 januari van een studiejaar, geldt, in afwijking van de eerste volzin, een norm van 20 studiepunten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen studiepunten mee die zijn behaald voor al dan niet voltijdse opleidingen aan een instelling als bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 of 2.10. Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen niet mee de studiepunten die zijn behaald als gevolg van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 7.13, tweede lid, onderdeel r, en 7.31a, van de WHW.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de student reeds in het studiejaar, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 5.7, voldoet hij tevens aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste en tweede lid, kan Onze Minister op aanvraag van een instelling toestaan dat in plaats van studiepunten een andere norm voor de beoordeling van studievoortgang wordt gehanteerd. Deze andere norm is gelijkwaardig aan de norm uitgedrukt in studiepunten. De opleiding is zodanig ingericht dat een student in redelijkheid kan voldoen aan de in de vorige volzin bedoelde norm. Deze aanvraag kan uitsluitend worden gedaan door een instelling als bedoeld in:
|
||||
|
||||
a. artikel 2.10, en
|
||||
b. de artikelen 2.8 en 2.9, voor zover het betreft van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of van een zodanige instelling uitgaande opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt.
|
||||
|
||||
**5.** De prestatiebeurs, bedoeld in het eerste lid, van de student voor wie de IB-Groep niet een mededeling als bedoeld in artikel 9.5, vierde lid, of bedoeld in artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW, heeft ontvangen, wordt op 1 januari van het kalenderjaar volgend op het desbetreffende studiejaar van rechtswege omgezet in een gift. De IB-Groep maakt de omzetting zo spoedig mogelijk aan de student bekend.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10a.4
|
||||
|
||||
Indien de student onvoldoende studieprestaties heeft behaald blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in artikel 9.5, vierde lid, of bedoeld in artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW, wordt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het eerste studiejaar de prestatiebeurs, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, met uitzondering van de aanvullende beurs, van rechtswege als een lening vastgesteld. In afwijking van de eerste volzin wordt voor de student die zich na 31 januari heeft ingeschreven de in dat studiejaar toegekende studiefinanciering met uitzondering van de aanvullende beurs van rechtswege als een lening vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10a.4. Herkansing voor omzetting eerste 12 maanden (voorheen paragraaf 5.6)
|
||||
|
||||
### Artikel 10a.5
|
||||
|
||||
**1.** Indien een student als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, niet de daar vereiste 30, onderscheidenlijk 20 studiepunten heeft behaald, maar wel binnen de diplomatermijn met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald, wordt de omgezette prestatiebeurs over de in artikel 5.12, eerste lid, bedoelde maanden alsnog omgezet in een gift. Artikel 5.7, derde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De omzetting vindt op aanvraag van de student plaats, gelijktijdig met de omzetting, bedoeld in artikel 5.9, tweede lid. De in dat lid bedoelde bekendmaking door de IB-Groep heeft betrekking op beide omzettingen tezamen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue