2011-07-01 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995
This commit is contained in:
parent
9d6cb90427
commit
ac436ee813
1 changed files with 32 additions and 28 deletions
|
|
@ -42,8 +42,8 @@ p. *varend schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting:* een schip, een dri
|
|||
q. *op radar varend schip:* een schip dat gebruik maakt van radar voor het varen bij slecht zicht;
|
||||
r. *des nachts:* de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang;
|
||||
s. *des daags:* de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;
|
||||
t. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht:* een licht waarvan de kleur voldoet aan de eisen van tabel 2 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
u. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht:* een licht waarvan de sterkte voldoet aan de eisen van tabel 1 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
t. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht:* een licht waarvan de kleur voldoet aan de eisen van tabel 2 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
u. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht:* een licht waarvan de sterkte voldoet aan de eisen van tabel 1 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
v. *flikkerlicht, snel flikkerlicht:* een periodelicht waarvan het aantal regelmatige lichtverschijningen als flikkerlicht voldoet aan de eisen van regel 1 en als snel licht aan de eisen van regel 2 of regel 3 van tabel 3 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
w. *korte stoot:* een geluidssein, durende ongeveer 1 seconde; *lange stoot:* een geluidssein, durende ongeveer 4 seconden en waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer 1 seconde bedraagt;
|
||||
x. *reeks zeer korte stoten:* een reeks van ten minste 6 stoten, elk durende ongeveer 1/4 seconde en waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer 1/4 seconde bedraagt;
|
||||
|
|
@ -59,10 +59,10 @@ ab. *snel schip:* een motorschip, met uitzondering van een klein schip, dat met
|
|||
Een schip alsmede een drijvend voorwerp moeten zijn gesteld onder het gezag van een persoon die daartoe de vereiste bekwaamheid bezit. Deze persoon wordt hierna aangeduid als «schipper». De schipper wordt geacht deze bekwaamheid te hebben, indien hij houder is van:
|
||||
|
||||
a. een Rijnpatent voor het riviergedeelte waarop hij vaart en voor het soort schip dat hij voert,
|
||||
b. een ander bewijs van vaarbekwaamheid, erkend volgens het Patentreglement Rijn of
|
||||
c. een als gelijkwaardig erkend bewijs volgens het Patentreglement Rijn,
|
||||
b. een ander bewijs van vaarbekwaamheid, erkend volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of
|
||||
c. een als gelijkwaardig erkend bewijs volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn,
|
||||
|
||||
voor het soort schip dat hij voert. Bij als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen moet hij bovendien het volgens het Patentreglement Rijn vereiste bewijs voor riviergedeelten bezitten.
|
||||
voor het soort schip dat hij voert. Bij als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen moet hij bovendien het volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn vereiste bewijs voor riviergedeelten bezitten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,9 +104,9 @@ Indien hij een alcoholconcentratie in het bloed heeft van 0,5 promille of meer,
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een lid van de dienstdoende minimum bemanning in de zin van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, en ieder andere persoon die zich aan boord bevindt, die tijdelijk zelfstandig de koers en de snelheid van het schip bepaalt, mogen in hun functioneren niet worden belemmerd door oververmoeidheid of de gevolgen van het gebruik van alcohol, van medicijnen of van drugs, dan wel door enige andere oorzaak.
|
||||
De dienstdoende leden van de minimumbemanning in de zin van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, en andere personen aan boord die tijdelijk zelfstandig de koers en de snelheid van het schip bepalen, mogen in hun functioneren niet worden belemmerd door oververmoeidheid of de gevolgen van het gebruik van alcohol, medicijnen of drugs, dan wel door enige andere oorzaak.
|
||||
|
||||
Indien zij een alcoholconcentratie in het bloed hebben van 0,5 promille of meer, dan wel zij een hoeveelheid alcohol in het lichaam hebben die een zodanige alcoholconcentratie in het bloed oplevert, is het de in de eerste alinea genoemde personen verboden de koers en de snelheid van het schip te bepalen.
|
||||
Indien zij een alcoholconcentratie in het bloed hebben van 0,5 promille of meer, dan wel een hoeveelheid alcohol in het lichaam hebben die een dienovereenkomstige alcoholconcentratie in het bloed dan wel een daarmee overeenkomende alcoholconcentratie in uitgeademde lucht oplevert, is het deze personen verboden de koers en de snelheid van het schip te bepalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.04
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,9 +152,9 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer,
|
|||
|
||||
**2.** Ieder schip moet een bemanning hebben, voldoende in aantal en geschiktheid om de veiligheid van de opvarenden en die van de scheepvaart te verzekeren.
|
||||
|
||||
**3.** Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer krachtens het Reglement onderzoek schepen op de Rijn een schip is voorzien van een certificaat of van een als gelijkwaardig erkend certificaat, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsuitoefening in overeenstemming zijn met de voorschriften van eerdergenoemd Reglement van onderzoek.
|
||||
**3.** Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer het schip krachtens het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn van een certificaat of van een volgens dit reglement als gelijkwaardig erkend certificaat is voorzien, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsuitoefening in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
|
||||
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.09
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,7 +166,11 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer,
|
|||
|
||||
**4.** Indien bijzondere omstandigheden dit vorderen, moet een uitkijk of luisterpost die de roerganger inlicht aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Op ieder snel schip moet tijdens de vaart het roer worden bediend door een persoon die houder is van het voor het te bevaren riviergedeelte vereiste patent volgens het Reglement Rijnpatenten 1998, alsmede van het radarpatent. Een tweede persoon die eveneens houder is van het voor het te bevaren riviergedeelte vereiste patent volgens het Reglement Rijnpatenten 1998 en van het radarpatent moet zich in de stuurhut bevinden, behoudens tijdens het aanleggen en het afvaren, alsmede in de voorhavens van de sluizen en in de sluizen.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Op ieder snel schip moet tijdens de vaart het roer worden bediend door een persoon die houder is van een Rijnpatent of een vaarbevoegdheidsbewijs dat volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn als gelijkwaardig erkend of toegelaten is en vereist is voor het te bevaren riviergedeelte, alsmede een radargetuigschrift dat is afgegeven of als gelijkwaardig erkend volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn.
|
||||
|
||||
Een tweede persoon die eveneens houder is van de twee bovengenoemde bewijzen, moet zich in de stuurhut bevinden, behalve tijdens het aanleggen en afvaren, in de sluizen of in de voorhavens van de sluizen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -175,13 +179,13 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer,
|
|||
Aan boord van een schip moeten de volgende bescheiden en andere documenten, voor zover deze door de daartoe gestelde bijzondere bepalingen voorgeschreven worden, aanwezig zijn:
|
||||
|
||||
a. het certificaat van onderzoek voor het schip of het document dat hiervoor in de plaats treedt, of een krachtens het Reglement onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat;
|
||||
b. het Rijnpatent dan wel een ander bewijs van vaarbekwaamheid erkend volgens het Patentreglement Rijn of een krachtens het Patentreglement Rijn als gelijkwaardig erkend vaarbewijs voor de schipper en, voor de overige leden van de bemanning het behoorlijk bijgehouden dienstboekje of het Patentreglement Rijn dan wel een ander krachtens het Patentreglement Rijn als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid; bij de als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen moet de schipper bovendien het volgens het Patentreglement Rijn vereiste bewijs voor riviergedeelten bezitten;
|
||||
c. het behoorlijk bijgehouden vaartijdenboek met inbegrip van de verklaring overeenkomstig bijlage K van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn;
|
||||
b. een Rijnpatent of een volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn als gelijkwaardig erkend of toegelaten vaarbevoegdheidsbewijs voor het te bevaren riviergedeelte, en voor de overige leden van de bemanning het naar behoren bijgehouden dienstboekje of een volgens dit reglement afgegeven groot patent of als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs; bij de als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijzen moet de schipper bovendien voor bepaalde riviergedeelten het volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn vereiste bewijs voor riviergedeelten bezitten;
|
||||
c. het naar behoren bijgehouden vaartijdenboek met inbegrip van de verklaring overeenkomstig bijlage A4 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of een kopie van de bladzijde met de aantekeningen van de vaar- en rusttijden uit het vaartijdenboek van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden;
|
||||
d. de verklaring inzake de afgifte van het vaartijdenboek;
|
||||
e. de verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart;
|
||||
f. de meetbrief van het schip;
|
||||
g. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de tachograaf, alsmede de voorgeschreven registratiebladen van de tachograaf;
|
||||
h. Het radarpatent dan wel een ander bevoegdheidsbewijs dat krachtens het Patentreglement Rijn is toegelaten; deze documenten hoeven niet aan boord te zijn indien het Rijnpatent de vermelding «RADAR» bevat of een ander krachtens het Patentreglement Rijn toegelaten vaarbevoegdheidsbewijs de overeenkomstige vermelding bevat. Indien de Centrale Commissie voor de Rijnvaart het vaarbevoegdheidsbewijs en het radargetuigschrift van een staat als gelijkwaardig heeft erkend, is het radargetuigschrift niet vereist, wanneer het vaarbevoegdheidsbewijs een overeenkomstige vermelding bevat;
|
||||
h. een radargetuigschrift dat is afgegeven of als gelijkwaardig erkend volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn; dit document hoeft niet aan boord te zijn, indien de patentkaart de vermelding «radar» bevat of een ander volgens dit reglement toegelaten vaarbevoegdheidsbewijs de overeenkomstige vermelding bevat. Indien de Centrale Commissie voor de Rijnvaart het vaarbevoegdheidsbewijs en het radargetuigschrift van een staat als gelijkwaardig heeft erkend, is het radargetuigschrift niet vereist, wanneer het vaarbevoegdheidsbewijs een overeenkomstige vermelding bevat;
|
||||
i. de volgens artikel 7.06, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de radarinstallatie en de bochtaanwijzer;
|
||||
k. het marifoon bedieningscertificaat, bedoeld in de bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart;
|
||||
l. de vergunning voor het gebruik van de frequentieruimte;
|
||||
|
|
@ -199,7 +203,7 @@ w. op het riviergedeelte tussen Basel en Mannheim voor schepen met een lengte va
|
|||
x. de overeenkomstig artikel 8a.02, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste kopieën van het certificaat van typegoedkeuring en van het proces-verbaal van de motorkenmerken van iedere motor;
|
||||
y. de verklaring voor de volgens artikel 10.02, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voorgeschreven stalen trossen;
|
||||
z. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS-apparaat;
|
||||
aa. de verklaringen die volgens de artikelen 4.01, tweede lid, 4.04, tweede lid, en 4.04, derde lid, van het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven.
|
||||
aa. de verklaringen die volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -217,9 +221,9 @@ waarbij uit een hoofdletter R, aangebracht achter het uniek Europees scheepsiden
|
|||
|
||||
Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en het officiële scheepsnummer op de metalen plaat worden aangebracht.
|
||||
|
||||
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
|
||||
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
|
||||
|
||||
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
|
||||
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
|
||||
|
||||
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat, met uitzondering van de letter R, met die in het certificaat van onderzoek van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -361,7 +365,7 @@ b. indien het is bestemd voor het vervoer van passagiers, het ten hoogste toegel
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam, het uniek Europees identificatienummer en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
|
||||
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam, het uniek Europees identificatienummer en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -436,10 +440,10 @@ b. een gekoppeld samenstel, waarvan de grootste lengte meer dan 140 m bedraagt,
|
|||
|
||||
Een schip mag slechts de navigatielantaarns gebruiken,
|
||||
|
||||
a. waarvan de lantaarnhuizen en toebehoren het keurmerk dragen, voorgeschreven in de richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996, inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG L 46), zoals gewijzigd door richtlijn nr. 2008/67/EG van de Commissie van 30 juni 2008 (PbEU L 171), en
|
||||
a. waarvan de lantaarnhuizen en toebehoren het keurmerk dragen, voorgeschreven in de richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996, inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG L 46), zoals gewijzigd door richtlijn nr. 2008/67/EG van de Commissie van 30 juni 2008 (PbEU L 171), en
|
||||
b. waarvan de lichten voor wat betreft hun horizontale uitstraling, kleur en sterkte in overeenstemming zijn met dit reglement.
|
||||
|
||||
Navigatielantaarns, waarvan de lantaarnhuizen, toebehoren en lichtbronnen voldoen aan de eisen van het op 30 november 2009 geldende Rijnvaartpolitiereglement of van richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714 van de Raad, kunnen nog steeds worden gebruikt.
|
||||
Navigatielantaarns, waarvan de lantaarnhuizen, toebehoren en lichtbronnen voldoen aan de eisen van het op 30 november 2009 geldende Rijnvaartpolitiereglement of van richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714 van de Raad, kunnen nog steeds worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**3.** De lichten van stilliggende schepen die niet zijn uitgerust met een motor behoeven niet aan het gestelde in het tweede lid te voldoen. Bij goed zicht en tegen een donkere achtergrond dient de zichtbaarheid daarvan echter ongeveer 1000 m te bedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1096,7 +1100,7 @@ Het moet de kanalen voor het schip - - schip verkeer en voor de nautische inform
|
|||
Een schip mag slechts gebruik maken van radar indien:
|
||||
|
||||
a. het is uitgerust met een radarinstallatie en een aanwijzer van de snelheid van de draaiing van het schip overeenkomstig artikel 7.06, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
|
||||
b. zich aan boord een persoon bevindt, die houder is van het radarpatent dan wel van een ander overeenkomstig het Reglement radarpatenten erkend diploma. Bij goed zicht mag echter van radar gebruik worden gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
|
||||
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radargetuigschrift, dan wel van een ander volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn afgegeven of als gelijkwaardig erkend diploma. Bij goed zicht mag echter van radar gebruik worden gemaakt teneinde hiermede te oefenen, ook zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
|
||||
|
||||
Een klein schip moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor het schip--schip verkeer, die goed functioneert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1613,7 +1617,7 @@ b. schepen waaraan de bevoegde autoriteit dat recht uitdrukkelijk heeft verleend
|
|||
|
||||
### Artikel 6.32
|
||||
|
||||
**1.** Een schip mag slechts op radar varen indien zowel een persoon die houder is van het Rijnpatent dan wel een ander bewijs van vaarbekwaamheid erkend volgens het Reglement Rijnpatenten voor het te bevaren riviergedeelte, alsmede van het radarpatent, bedoeld in het Reglement radarpatenten, als een tweede persoon die met deze wijze van varen voldoende op de hoogte is, zich voortdurend in de stuurhut bevinden. Indien in het certificaat van onderzoek is aangetekend dat het schip is uitgerust met een éénmansstuurstelling voor het varen op radar, behoeft de tweede persoon zich niet voortdurend in de stuurhut te bevinden.
|
||||
**1.** Een schip mag slechts op radar varen indien een persoon die houder is van een Rijnpatent of een vaarbevoegdheidsbewijs dat volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn is afgegeven, toegelaten of als gelijkwaardig erkend en dit geldt voor het te bevaren riviergedeelte, alsmede van een radargetuigschrift dat is afgegeven of als gelijkwaardig erkend volgens dit reglement, en een tweede persoon die met deze wijze van varen voldoende op de hoogte is, zich voortdurend in de stuurhut bevinden. Indien in het certificaat van onderzoek is aangetekend dat het schip is uitgerust met een éénmansstuurstelling voor het varen op radar, behoeft de tweede persoon zich niet voortdurend in de stuurhut te bevinden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2028,7 +2032,7 @@ Lorch – St. Goar
|
|||
|
||||
a. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip de linkeroever en een afvarend schip de rechteroever houden.
|
||||
b. Een opvarend schip of een afvarend schip als bedoeld in artikel 9.04, vierde lid, mag onder de in artikel 9.04, derde of vierde lid, genoemde voorwaarden verlangen, dat het voorbijvaren stuurboord op stuurboord plaatsvindt. In dat geval moeten geluidsseinen worden gegeven en dagtekens worden getoond overeenkomstig artikel 9.04, vijfde lid. Artikel 6.05 is niet van toepassing.
|
||||
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
|
||||
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2097,10 +2101,10 @@ c. wanneer een opvarend duwstel, een opvarend gekoppeld samenstel of een opvaren
|
|||
|
||||
Een varend multifunctioneel schip:
|
||||
|
||||
a. van het Franse leger tussen Basel (km 168,450) en Lauterburg (km 352,00), en
|
||||
a. van het Franse leger tussen Basel (km 168,450) en Lauterburg (km 352,00), en
|
||||
b. van het Duitse leger tussen de sluizen te Iffezheim (km 334,00) en het Spijksche Veer (km 857,40);
|
||||
|
||||
moet des nachts de lichten, bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook overdag moet worden gevoerd: een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
|
||||
moet des nachts de lichten, bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook overdag moet worden gevoerd: een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid wordt als klein schip aangemerkt. De artikelen 6.02 en 6.02*a*, eerste en derde lid, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2202,7 +2206,7 @@ De in het eerste en tweede lid bedoelde hoogwaterpeilen die gelden voor de op- e
|
|||
| Rees-Spijksche Veer | 7,00 | 8,70 |
|
||||
| Spijksche Veer (km 857,40) ______________________________________________ | | |
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 8,50 m aan de peilschaal te Basel-Rheinhalle toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 8,20 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
|
||||
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 8,50 m aan de peilschaal te Basel-Rheinhalle toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 8,20 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2232,7 +2236,7 @@ Een sleep die uit niet meer dan twee schepen bestaat mag tussen Bingen (km 529,1
|
|||
|
||||
**1.** De grootste lengte van een schip mag niet meer bedragen dan 135 m. De grootste lengte mag echter in de afvaart tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) niet meer bedragen dan 110 m.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 meter, kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen, indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 meter kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Basel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 en 135 meter, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn op het betreffende riviergedeelte van kracht.
|
||||
**2.** Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 meter, kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen, indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 meter kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Basel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 en 135 meter, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn op het betreffende riviergedeelte van kracht.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegde autoriteit voor het riviergedeelte tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) kan bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en van meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) voor een schip met een lengte van meer dan 110 m in afvaart een vergunning verlenen. Zij stelt daarbij de voorwaarden die in verband met de veiligheid noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2280,7 +2284,7 @@ Een duwstel mag de hierna genoemde afmetingen niet overschrijden:
|
|||
| | hetzij .............................................................. | 140 | 17,70 |
|
||||
| | dan wel met een kopbesturing van voldoende | | |
|
||||
| | vermogen ........................................................ | 186,50 | 12,00** |
|
||||
| | * De bevoegde autoriteit kan een lengte tot 185 m toelaten. In dat geval is art. 6.28, zevende lid onder a en e, niet van toepassing. | | |
|
||||
| | * De bevoegde autoriteit kan een lengte tot 185 m toelaten. In dat geval is art. 6.28, zevende lid onder a en e, niet van toepassing. | | |
|
||||
| | ** De bevoegde autoriteit kan duwstellen met grotere afmetingen toelaten. | | |
|
||||
| | *** De langszij van de duwboot gekoppelde duwbakken mogen niet geladen zijn. | | |
|
||||
|
||||
|
|
@ -2582,7 +2586,7 @@ c. ligplaats «Rheinquai-Dreiländereck» van km 169,60 tot km 169,71. Deze ligp
|
|||
|
||||
**4.** Schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid te voeren, mogen slechts ligplaats nemen met toestemming van de Zwitserse Rijnhavens. De ligplaatsen worden van geval tot geval door de havenmeester aangewezen.
|
||||
|
||||
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Basel-Rheinhalle van minder dan 7 m.
|
||||
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Basel-Rheinhalle van minder dan 7 m.
|
||||
|
||||
### Artikel 14.03
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue