2010-12-31 | BWBR0009124 | Zeevaartbemanningswet

This commit is contained in:
Coornhert 2010-12-31 12:00:00 +00:00
parent b1733bd8a9
commit ac8a1285b8

View file

@ -28,19 +28,18 @@ i. scheepsofficier: een lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan b
j. opvarende: een ieder die zich gedurende de vaart aan boord van het schip bevindt;
k. bemanning: de kapitein, de scheepsofficieren, de scheepsgezellen, en de overige opvarenden die in de monsterrol worden genoemd;
l. scheepsbeheerder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die, vanuit een vestiging van een zeescheepvaartonderneming in Nederland, de dagelijkse leiding heeft over het beheer van het schip, alsmede de personen die als lid van een maatschap het beheer voeren over het vissersvaartuig;
m. inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
n. divisie Scheepvaart: de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
o. vaarbevoegdheid: de bevoegdheid om in een of meer functies aan boord van een schip dienst te doen;
p. vaarbevoegdheidsbewijs: een door de inspecteur-generaal afgegeven document waaruit de vaarbevoegdheid blijkt;
q. bemanningsplan: een voorstel van de scheepsbeheerder, houdende het aantal bemanningsleden met hun functies aan boord waarmee de scheepsbeheerder het betrokken schip minimaal wenst te bemannen;
r. bemanningscertificaat: een door de inspecteur-generaal afgegeven certificaat, houdende het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip;
s. beroepsvereisten: de krachtens deze wet gestelde vereisten ten aanzien van de kennis, het inzicht en de vaardigheden voor een functie aan boord of voor werkzaamheden waarop deze wet van toepassing is;
t. geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart: een verklaring als bedoeld in artikel 40;
u. tuchtcollege: het tuchtcollege voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 55a, tweede lid;
v. verwerking van persoonsgegevens: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
w. verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
x. bewijs van beroepsbekwaamheid: elk geldig document dat is afgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, in overeenstemming met artikel 5 van de bemanningsrichtlijn en de in de daarbij behorende bijlage I vastgestelde vereisten;
y. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323).
m. de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat: de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
n. vaarbevoegdheid: de bevoegdheid om in een of meer functies aan boord van een schip dienst te doen;
o. vaarbevoegdheidsbewijs: een door Onze Minister afgegeven document waaruit de vaarbevoegdheid blijkt;
p. bemanningsplan: een voorstel van de scheepsbeheerder, houdende het aantal bemanningsleden met hun functies aan boord waarmee de scheepsbeheerder het betrokken schip minimaal wenst te bemannen;
q. bemanningscertificaat: een door Onze Minister afgegeven certificaat, houdende het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip;
r. beroepsvereisten: de krachtens deze wet gestelde vereisten ten aanzien van de kennis, het inzicht en de vaardigheden voor een functie aan boord of voor werkzaamheden waarop deze wet van toepassing is;
s. geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart: een verklaring als bedoeld in artikel 40;
t. tuchtcollege: het tuchtcollege voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 55a, tweede lid;
u. verwerking van persoonsgegevens: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
v. verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
w. bewijs van beroepsbekwaamheid: elk geldig document dat is afgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, in overeenstemming met artikel 5 van de bemanningsrichtlijn en de in de daarbij behorende bijlage I vastgestelde vereisten;
x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323).
### Artikel 2
@ -93,7 +92,7 @@ d. de medische geschiktheid.
### Artikel 5
**1.** Een schip is voorzien van een geldig bemanningscertificaat, afgegeven door de inspecteur-generaal.
**1.** Een schip is voorzien van een geldig bemanningscertificaat, afgegeven door Onze Minister.
**2.** Een schip is ten minste bemand overeenkomstig het bemanningscertificaat.
@ -107,7 +106,7 @@ d. de medische geschiktheid.
### Artikel 7
**1.** De scheepsbeheerder dient voor elk schip afzonderlijk een aanvraag voor een bemanningscertificaat in bij de inspecteur-generaal, en voegt daarbij een bemanningsplan voor het betrokken schip.
**1.** De scheepsbeheerder dient voor elk schip afzonderlijk een aanvraag voor een bemanningscertificaat in bij Onze Minister, en voegt daarbij een bemanningsplan voor het betrokken schip.
**2.** De scheepsbeheerder kan voor een schip meer dan een bemanningssamenstelling voorstellen.
@ -115,11 +114,11 @@ d. de medische geschiktheid.
### Artikel 8
**1.** De inspecteur-generaal neemt een besluit over elk van de ingediende bemanningssamenstellingen.
**1.** Onze Minister neemt een besluit over elk van de ingediende bemanningssamenstellingen.
**2.**
De inspecteur-generaal besluit tot afgifte van een bemanningscertificaat voor het betrokken schip, indien naar zijn oordeel met de voorgestelde bemanningssamenstelling
Onze Minister besluit tot afgifte van een bemanningscertificaat voor het betrokken schip, indien naar zijn oordeel met de voorgestelde bemanningssamenstelling
a. de veiligheid van het schip en de veilige en milieuverantwoorde vaart zijn gewaarborgd;
b. de voor de bemanning geldende normen voor arbeids- en rusttijden niet worden overschreden;
@ -128,9 +127,9 @@ d. wordt voldaan aan het krachtens artikel 64 bepaalde.
**3.** De scheepsbeheerder verstrekt desgevraagd nadere inlichtingen over het bemanningsplan.
**4.** De inspecteur-generaal kan de kapitein raadplegen alvorens te besluiten omtrent de afgifte van een bemanningscertificaat.
**4.** Onze Minister kan de kapitein raadplegen alvorens te besluiten omtrent de afgifte van een bemanningscertificaat.
**5.** De inspecteur-generaal stelt ambtshalve de bemanningssamenstelling van het betrokken schip vast en geeft dienovereenkomstig een bemanningscertificaat af, indien hij van oordeel is, dat met de bemanningssamenstelling die door de scheepsbeheerder wordt voorgesteld niet of niet geheel kan worden voldaan aan het tweede lid, onderdelen a tot en met d.
**5.** Onze Minister stelt ambtshalve de bemanningssamenstelling van het betrokken schip vast en geeft dienovereenkomstig een bemanningscertificaat af, indien hij van oordeel is, dat met de bemanningssamenstelling die door de scheepsbeheerder wordt voorgesteld niet of niet geheel kan worden voldaan aan het tweede lid, onderdelen a tot en met d.
**6.** De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een afschrift van het bemanningsplan, dat is voorzien van de eventuele aanvullende gegevens die zijn verstrekt op grond van het derde lid, en dat behoort bij het geldige bemanningscertificaat.
@ -147,38 +146,38 @@ b. de feiten of omstandigheden die niet in overeenstemming zijn met de gegevens
### Artikel 11
**1.** De scheepsbeheerder meldt aan de inspecteur-generaal alle wijzigingen van de gegevens van het bemanningsplan die hij voornemens is door te voeren.
**1.** De scheepsbeheerder meldt aan Onze Minister alle wijzigingen van de gegevens van het bemanningsplan die hij voornemens is door te voeren.
**2.** Op grond van de nieuwe gegevens beslist de inspecteur-generaal of de bemanningssamenstelling overeenkomstig het geldige bemanningscertificaat kan worden gehandhaafd. Zo nodig geeft hij een nieuw bemanningscertificaat af.
**2.** Op grond van de nieuwe gegevens beslist Onze Minister of de bemanningssamenstelling overeenkomstig het geldige bemanningscertificaat kan worden gehandhaafd. Zo nodig geeft hij een nieuw bemanningscertificaat af.
### Artikel 12
**1.** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven bij de toepassing van artikel 4, derde lid, verzoekt de kapitein de scheepsbeheerder gemotiveerd hem voor een bepaald tijdstip de benodigde aanvullende middelen te verschaffen. Een mondeling verzoek wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.
**2.** Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, stelt de kapitein de inspecteur-generaal daarvan schriftelijk in kennis.
**2.** Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, stelt de kapitein Onze Minister daarvan schriftelijk in kennis.
### Artikel 13
De inspecteur-generaal trekt het bemanningscertificaat in, indien is gebleken dat
Onze Minister trekt het bemanningscertificaat in, indien is gebleken dat
a. het bemanningsplan onjuiste of onvolledige gegevens bevat, zodanig dat op grond van de juiste of volledige gegevens dit bemanningscertificaat niet zou zijn afgegeven, dan wel
b. het schip in strijd met de gegevens in het bemanningscertificaat wordt gebruikt en dit afwijkende gebruik naar zijn redelijk oordeel een andere bemanningssamenstelling noodzakelijk maakt.
### Artikel 14
**1.** Onverminderd artikel 8, vijfde lid, geeft de inspecteur-generaal voor het schip ambtshalve een nieuw bemanningscertificaat af voor een andere bemanningssamenstelling dan waarmee het schip op grond van het laatst afgegeven bemanningscertificaat is bemand, indien hem is gebleken dat het voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 8, tweede lid, met dat certificaat niet langer gewaarborgd is.
**1.** Onverminderd artikel 8, vijfde lid, geeft Onze Minister voor het schip ambtshalve een nieuw bemanningscertificaat af voor een andere bemanningssamenstelling dan waarmee het schip op grond van het laatst afgegeven bemanningscertificaat is bemand, indien hem is gebleken dat het voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 8, tweede lid, met dat certificaat niet langer gewaarborgd is.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, nodigt de inspecteur-generaal de scheepsbeheerder uit een nieuw bemanningsplan in te dienen.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, nodigt Onze Minister de scheepsbeheerder uit een nieuw bemanningsplan in te dienen.
### Artikel 15
**1.** Nadat een nieuw bemanningscertificaat voor een schip is afgegeven wordt het oude bemanningscertificaat zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal gezonden.
**1.** Nadat een nieuw bemanningscertificaat voor een schip is afgegeven wordt het oude bemanningscertificaat zo spoedig mogelijk aan Onze Minister gezonden.
**2.** De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat aan het eerste lid wordt voldaan.
### Artikel 16
De inspecteur-generaal kan, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, voor een bepaald schip en voor een periode van ten hoogste zes maanden, ontheffing verlenen van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde verplichting om het schip overeenkomstig het bemanningscertificaat te bemannen.
Onze Minister kan, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, voor een bepaald schip en voor een periode van ten hoogste zes maanden, ontheffing verlenen van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde verplichting om het schip overeenkomstig het bemanningscertificaat te bemannen.
### Artikel 17
@ -186,7 +185,7 @@ De inspecteur-generaal kan, met inachtneming van bij algemene maatregel van best
**2.** Deze paragraaf is niet van toepassing op vissersvaartuigen met een scheepslengte van minder dan 45 meter, met uitzondering van de artikelen 5, 6, 13, aanhef en onderdeel b, 15, 16 en 17.
**3.** De scheepsbeheerder dient per vissersvaartuig een aanvraag in voor een bemanningscertificaat bij de inspecteur-generaal.
**3.** De scheepsbeheerder dient per vissersvaartuig een aanvraag in voor een bemanningscertificaat bij Onze Minister.
**4.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens bij de aanvraag worden ingediend.
@ -285,11 +284,11 @@ b. de intrekking van de erkenning.
### Artikel 20
**1.** De inspecteur-generaal besluit tot afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten 1°, ten 2° en ten 3°.
**1.** Onze Minister besluit tot afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten 1°, ten 2° en ten 3°.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bescheiden worden overgelegd bij de aanvraag van een vaarbevoegdheidsbewijs.
**3.** De inspecteur-generaal vergewist zich ervan dat een persoon de Nederlandse nationaliteit bezit, dan wel de nationaliteit van een van de staten, bedoeld in artikel 30, alvorens aan deze een van de vaarbevoegdheden als kapitein, onderscheidenlijk schipper, af te geven die zijn genoemd in artikel 18, tweede lid.
**3.** Onze Minister vergewist zich ervan dat een persoon de Nederlandse nationaliteit bezit, dan wel de nationaliteit van een van de staten, bedoeld in artikel 30, alvorens aan deze een van de vaarbevoegdheden als kapitein, onderscheidenlijk schipper, af te geven die zijn genoemd in artikel 18, tweede lid.
### Artikel 21
@ -303,7 +302,7 @@ Bij ministeriële regeling kan worden bepaald voor welke bij internationale rege
**3.** Een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties voor een beroep waarvoor de vaarbevoegdheden genoemd in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, geldig zijn, wordt met een erkend vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat als bedoeld in het tweede lid gelijkgesteld.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met inachtneming waarvan de inspecteur-generaal een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in het tweede lid afgeeft.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de afgifte van het vaarbevoegdheidsbewijs.
**5.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bescheiden worden overgelegd bij de aanvraag voor een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in het tweede lid.
@ -329,45 +328,45 @@ Bij ministeriële regeling kan worden bepaald voor welke bij internationale rege
**4.** Bij gegrond vermoeden van onbekwaamheid tot het uitoefenen van een functie aan boord wordt het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, ingesteld door een door Onze Minister aangewezen deskundige op de voet van het bepaalde krachtens artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten 1°.
**5.** Indien bij een periodiek onderzoek of bij een in het tweede lid bedoeld onderzoek blijkt dat de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs niet voldoet aan de krachtens deze wet gestelde eisen voor de algemene lichamelijke geschiktheid of aan de eisen voor de geschiktheid van het gezichts- of gehoororgaan, weigert de geneeskundige of medisch specialist een nieuwe geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart af te geven. De inspecteur-generaal kan de desbetreffende geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart ongeldig verklaren.
**5.** Indien bij een periodiek onderzoek of bij een in het tweede lid bedoeld onderzoek blijkt dat de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs niet voldoet aan de krachtens deze wet gestelde eisen voor de algemene lichamelijke geschiktheid of aan de eisen voor de geschiktheid van het gezichts- of gehoororgaan, weigert de geneeskundige of medisch specialist een nieuwe geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart af te geven. Onze Minister kan de desbetreffende geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart ongeldig verklaren.
**6.** De artikelen 42, 43 en 44 zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** Indien de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs niet aan de in het tweede lid bedoelde verplichting voldoet zonder dat van een geldige reden daartoe blijkt, kan de inspecteur-generaal zonder nader onderzoek het afgegeven vaarbevoegdheidsbewijs ongeldig verklaren.
**7.** Indien de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs niet aan de in het tweede lid bedoelde verplichting voldoet zonder dat van een geldige reden daartoe blijkt, kan Onze Minister zonder nader onderzoek het afgegeven vaarbevoegdheidsbewijs ongeldig verklaren.
### Artikel 24
**1.**
De inspecteur-generaal trekt een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 18 of 22 in, indien:
Onze Minister trekt een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 18 of 22 in, indien:
a. uit een onderzoek naar de bekwaamheid, bedoeld in artikel 23, vierde lid, blijkt dat de houder niet meer voldoet aan de in artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten 1°, bedoelde beroepsvereisten;
b. een van de voor de houder voorgeschreven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart ingevolge artikel 23 ongeldig is verklaard, of indien de houder blijvend medisch ongeschikt voor de zeevaart is verklaard.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan door de inspecteur-generaal voorts worden ingetrokken indien is gebleken dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn opgegeven dan wel dat valse of vervalste documenten zijn overgelegd.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan door Onze Minister voorts worden ingetrokken indien is gebleken dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn opgegeven dan wel dat valse of vervalste documenten zijn overgelegd.
**3.** De inspecteur-generaal kan, ter voorkoming van een noodsituatie of gevaar voor het scheepvaartverkeer, de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs voor ten hoogste 24 uur een verbod opleggen aan boord van een schip een functie uit te oefenen of werkzaamheden te verrichten.
**3.** Onze Minister kan, ter voorkoming van een noodsituatie of gevaar voor het scheepvaartverkeer, de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs voor ten hoogste 24 uur een verbod opleggen aan boord van een schip een functie uit te oefenen of werkzaamheden te verrichten.
**4.** De inspecteur-generaal trekt een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 22 in, indien de geldigheid van het buitenlandse diploma, certificaat of bevoegdheidsbewijs op grond waarvan dat vaarbevoegdheidsbewijs is afgegeven, door of vanwege de bevoegde buitenlandse autoriteit is geschorst of ingetrokken.
**4.** Onze Minister trekt een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 22 in, indien de geldigheid van het buitenlandse diploma, certificaat of bevoegdheidsbewijs op grond waarvan dat vaarbevoegdheidsbewijs is afgegeven, door of vanwege de bevoegde buitenlandse autoriteit is geschorst of ingetrokken.
**5.** De inspecteur-generaal stelt de bevoegde buitenlandse autoriteit in kennis van de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel ten aanzien van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 22.
**5.** Onze Minister stelt de bevoegde buitenlandse autoriteit in kennis van de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel ten aanzien van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 22.
### Artikel 25
**1.** De inspecteur-generaal kan ten aanzien van een bemanningslid, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, voor een bepaald schip, en voor een periode van ten hoogste zes maanden, ontheffing verlenen van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs.
**1.** Onze Minister kan ten aanzien van een bemanningslid, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, voor een bepaald schip, en voor een periode van ten hoogste zes maanden, ontheffing verlenen van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs.
**2.**
De inspecteur-generaal kan aan de houder van een vaarbevoegdheid, geldig op kleine schepen, ontheffing geven van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, voorzover die bevoegdheid wordt gebruikt aan boord van een schip, dat als gevolg van een verbouwing niet meer als klein schip is aan te merken, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Onze Minister kan aan de houder van een vaarbevoegdheid, geldig op kleine schepen, ontheffing geven van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichting om in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, voorzover die bevoegdheid wordt gebruikt aan boord van een schip, dat als gevolg van een verbouwing niet meer als klein schip is aan te merken, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de ontheffing geldt voor de duur van de opleiding van de houder ten behoeve van een bevoegdheid geldig op alle schepen, met een maximum van twee jaren, en
b. de houder heeft in de vijf jaren, voorafgaand aan de aanvraag, twee jaren aan boord van dit schip, of aan boord van een naar het oordeel van de inspecteur-generaal identiek schip, dienst gedaan.
b. de houder heeft in de vijf jaren, voorafgaand aan de aanvraag, twee jaren aan boord van dit schip, of aan boord van een naar het oordeel van Onze Minister identiek schip, dienst gedaan.
### Artikel 25a
**1.** Ter uitvoering van de artikelen 20 tot en met 24 worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of degene die aan boord van een schip werkzaamheden verricht waarvoor het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs is vereist, voldoet of niet meer voldoet aan de wettelijke vereisten betreffende de medische geschiktheid in verband met de afgifte of het behoud van een vaarbevoegdheidsbewijs. Onze Minister is verantwoordelijke voor deze verwerking.
**2.** Ter uitvoering van artikel 25 worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of aan een bemanningslid, onderscheidenlijk aan de houder van een vaarbevoegdheid, ontheffing kan worden verleend van de verplichting in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. De inspecteur-generaal is verantwoordelijke voor deze verwerking.
**2.** Ter uitvoering van artikel 25 worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of aan een bemanningslid, onderscheidenlijk aan de houder van een vaarbevoegdheid, ontheffing kan worden verleend van de verplichting in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Onze Minister is verantwoordelijke voor deze verwerking.
## Hoofdstuk 3. De kapitein
@ -440,11 +439,9 @@ c. het aantal beschikbare stageplaatsen;
d. het aantal Nederlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, en
e. het aantal buitenlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, alsmede de nationaliteit van deze stagiairs.
**9.** Onze Minister kan, indien de informatie als bedoeld in het achtste lid, hem daartoe gerede aanleiding geeft, alsmede op een daartoe strekkend verzoek van een of van beide Commissies als bedoeld in het zesde lid, aan de inspecteur-generaal aanwijzing geven de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als kapitein, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk op te schorten.
**9.** Voorafgaand aan de vaststelling van een regeling als bedoeld in het tweede lid pleegt Onze Minister overleg over het ontwerp van een regeling met de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw.
**10.** Voorafgaand aan de vaststelling van een regeling als bedoeld in het tweede lid pleegt Onze Minister overleg over het ontwerp van een regeling met de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw.
**11.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de vrijstelling van de eisen neergelegd in artikel 29, eerste lid, voor de gevallen waarin de privaatrechtelijke regeling, bedoeld in het vijfde lid, niet binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dat vijfde lid tot stand is gekomen, dan wel vervallen is zonder dat door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de desbetreffende sector is voorzien in vervanging van die regeling.
**10.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de vrijstelling van de eisen neergelegd in artikel 29, eerste lid, voor de gevallen waarin de privaatrechtelijke regeling, bedoeld in het vijfde lid, niet binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dat vijfde lid tot stand is gekomen, dan wel vervallen is zonder dat door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de desbetreffende sector is voorzien in vervanging van die regeling.
### Artikel 31
@ -472,7 +469,7 @@ e. het aantal buitenlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, alsmede de n
**3.** De monsterrol heeft een geldigheidsduur van niet meer dan twaalf maanden.
**4.** De kapitein stelt de inspecteur-generaal binnen een week dan wel in de eerstvolgende haven in kennis van een door hem opgemaakte monsterrol of van wijzigingen in de monsterrol.
**4.** De kapitein stelt Onze Minister binnen een week dan wel in de eerstvolgende haven in kennis van een door hem opgemaakte monsterrol of van wijzigingen in de monsterrol.
### Artikel 34
@ -483,11 +480,11 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt bepaald welke gegevens van de bemanning voorts worden opgenomen in de monsterrol;
b. wordt het model van de monsterrol vastgesteld;
c. worden de wijze en frequentie van opmaken en wijzigen van de monsterrol bepaald;
d. kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de de inspecteur-generaal van een opgemaakte of gewijzigde monsterrol in kennis wordt gesteld.
d. kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de Onze Minister van een opgemaakte of gewijzigde monsterrol in kennis wordt gesteld.
**2.** Bij ministeriële regeling kan van de verplichting, genoemd in artikel 33, eerste lid, en van de bepalingen krachtens het eerste lid van dit artikel ten behoeve van bepaalde categorieën van schepen vrijstelling worden verleend.
**3.** De inspecteur-generaal kan in bijzondere gevallen van de verplichting, genoemd in artikel 33, eerste lid, en van de bepalingen krachtens het eerste lid van dit artikel ontheffing verlenen ten behoeve van een bepaald schip en gedurende een bepaalde periode. Aan deze ontheffing kunnen beperkingen en voorwaarden worden verbonden.
**3.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen van de verplichting, genoemd in artikel 33, eerste lid, en van de bepalingen krachtens het eerste lid van dit artikel ontheffing verlenen ten behoeve van een bepaald schip en gedurende een bepaalde periode. Aan deze ontheffing kunnen beperkingen en voorwaarden worden verbonden.
### Artikel 35
@ -522,7 +519,7 @@ d. de naam en de roepletters van het schip.
### Artikel 39
**1.** Indien het bemanningslid van mening is, dat de kapitein of de ander, bedoeld in artikel 36, aanhef en onderdeel c, in zijn monsterboekje vermeldingen in strijd met artikel 38 heeft gedaan of nagelaten, kan hij daarover een klacht indienen bij de inspecteur-generaal. Deze beslist, zo nodig na verhoor of behoorlijke oproeping van belanghebbenden, en brengt de door hem nodig geachte verbetering in het boekje aan.
**1.** Indien het bemanningslid van mening is, dat de kapitein of de ander, bedoeld in artikel 36, aanhef en onderdeel c, in zijn monsterboekje vermeldingen in strijd met artikel 38 heeft gedaan of nagelaten, kan hij daarover een klacht indienen bij Onze Minister. Deze beslist, zo nodig na verhoor of behoorlijke oproeping van belanghebbenden, en brengt de door hem nodig geachte verbetering in het boekje aan.
**2.** De bevoegdheid van het bemanningslid tot het indienen van een klacht als bedoeld in het eerste lid vervalt door verloop van vier weken na de dag van afmonstering in een Nederlandse haven en van zes maanden na de dag van afmonstering buiten Nederland.
@ -575,11 +572,11 @@ b. de herkeuring door als scheidsrechters aangewezen geneeskundigen of medisch s
c. de aanwijzing van geneeskundigen, medisch specialisten en scheidsrechters, alsmede de intrekking van deze aanwijzing;
d. de geldigheidsduur van de geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart.
**2.** De inspecteur-generaal kan voor een bepaalde periode van de verplichting te voldoen aan de geldende medische normen ontheffing verlenen, indien een als scheidsrechter aangewezen geneeskundige of medisch specialist daartoe gemotiveerd adviseert.
**2.** Onze Minister kan voor een bepaalde periode van de verplichting te voldoen aan de geldende medische normen ontheffing verlenen, indien een als scheidsrechter aangewezen geneeskundige of medisch specialist daartoe gemotiveerd adviseert.
### Artikel 45
Indien korte tijd voor vertrek van een schip de bemanning moet worden aangevuld, kan, indien dringende omstandigheden nopen tot het aanmonsteren van personen die niet in het bezit zijn van een of meer geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart, door de inspecteur-generaal ontheffing worden verleend van de in artikel 40, eerste lid, bedoelde verplichting.
Indien korte tijd voor vertrek van een schip de bemanning moet worden aangevuld, kan, indien dringende omstandigheden nopen tot het aanmonsteren van personen die niet in het bezit zijn van een of meer geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart, door Onze Minister ontheffing worden verleend van de in artikel 40, eerste lid, bedoelde verplichting.
### Artikel 46
@ -599,7 +596,7 @@ In de gevallen, bedoeld in de artikelen 45 en 46, wordt bij de eerste gelegenhei
### Artikel 49
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de divisie Scheepvaart, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@ -617,19 +614,19 @@ De in artikel 49, eerste lid, bedoelde toezichthouder is bevoegd ter uitoefening
**1.**
Een ambtenaar van de divisie Scheepvaart is bevoegd een schip aan te houden, indien er voorafgaand aan het vertrek naar zee
Een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat is bevoegd een schip aan te houden, indien er voorafgaand aan het vertrek naar zee
a. geen bemanningscertificaat voor het schip is afgegeven of het bemanningscertificaat ongeldig is;
b. de door hem aangetroffen bemanning niet ten minste in overeenstemming is met het bemanningscertificaat; of
c. van het schip kennelijk een ander gebruik wordt of zal worden gemaakt dan overeenkomstig de beperkingen of voorwaarden vermeld in het bemanningscertificaat.
**2.** De ambtenaar van de divisie Scheepvaart is eveneens bevoegd een schip aan te houden, indien de toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet de toegang tot het schip wordt geweigerd of indien geen medewerking aan diens onderzoek wordt gegeven.
**2.** De ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat is eveneens bevoegd een schip aan te houden, indien de toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet de toegang tot het schip wordt geweigerd of indien geen medewerking aan diens onderzoek wordt gegeven.
**3.** De aanhouding wordt opgeheven, zodra de reden voor de aanhouding is komen te vervallen.
### Artikel 53
**1.** De ambtenaar van de divisie Scheepvaart stelt de inspecteur-generaal onverwijld in kennis van de aanhouding en van de redenen voor de aanhouding.
**1.** De ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat stelt Onze Minister onverwijld in kennis van de aanhouding en van de redenen voor de aanhouding.
**2.** Van een besluit tot aanhouding van een schip of tot opheffing van de aanhouding wordt voorts de betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, in kennis gesteld.
@ -644,7 +641,7 @@ Onze Minister kan de aan de toezichthouder toekomende bevoegdheden beperken.
Met het opsporen van feiten, die bij of krachtens deze wet strafbaar zijn gesteld, zijn belast:
a. de bij of krachtens artikel 141 Wetboek van Strafvordering aangewezen personen;
b. de ambtenaren van de divisie Scheepvaart.
b. de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
## Hoofdstuk 5A. Tuchtrechtspraak
@ -934,7 +931,7 @@ c. het schip te gebruiken in strijd met de voorwaarden van het bemanningscertifi
### Artikel 59
Het is verboden na te laten de monsterrol op te maken, opnieuw op te maken of bij te stellen, dan wel na te laten de inspecteur-generaal ingevolge artikel 33, vierde lid, in kennis te stellen van de opgemaakte monsterrol of van een wijziging hiervan.
Het is verboden na te laten de monsterrol op te maken, opnieuw op te maken of bij te stellen, dan wel na te laten Onze Minister ingevolge artikel 33, vierde lid, in kennis te stellen van de opgemaakte monsterrol of van een wijziging hiervan.
### Artikel 60
@ -946,7 +943,7 @@ Het is verboden de verplichtingen ingevolge artikel 3, tweede en derde lid, arti
### Artikel 61
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit van de inspecteur-generaal of tegen een besluit van een ambtenaar van de divisie Scheepvaart tot aanhouding van een schip, kan iedere belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit van een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat tot aanhouding van een schip, kan iedere belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.
### Paragraaf 2. Tarieven
@ -981,7 +978,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van het o
### Artikel 65
Er is een Centraal register bemanningsgegevens, waarin de inspecteur-generaal de afgegeven monsterboekjes en voorlopige monsterboekjes, de afgegeven en ingetrokken vaarbevoegdheidsbewijzen als bedoeld in de artikelen 18 en 22, de gegeven vrijstellingen en ontheffingen, en de hem toegezonden gegevens van de monsterrollen, registreert.
Er is een Centraal register bemanningsgegevens, waarin Onze Minister de afgegeven monsterboekjes en voorlopige monsterboekjes, de afgegeven en ingetrokken vaarbevoegdheidsbewijzen als bedoeld in de artikelen 18 en 22, de gegeven vrijstellingen en ontheffingen, en de hem toegezonden gegevens van de monsterrollen, registreert.
### Artikel 65a
@ -995,7 +992,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waa
### Artikel 67
**1.** Er is een openbaar register van bemanningscertificaten, dat door de inspecteur-generaal wordt gehouden.
**1.** Er is een openbaar register van bemanningscertificaten, dat door Onze Minister wordt gehouden.
**2.** Dit register kan door eenieder kosteloos worden geraadpleegd.