2019-01-01 | BWBR0018450 | Zorgverzekeringswet

This commit is contained in:
Coornhert 2019-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2456ec11c9
commit ac98470fe5

View file

@ -180,7 +180,7 @@ d. de verzekeringsplicht van de verzekerde eindigt.
**1.** Aan een opzegging of ontbinding van de zorgverzekering wegens het niet betalen van de verschuldigde premie, wordt geen terugwerkende kracht verleend, noch wordt daaraan een verplichting verbonden tot ongedaanmaking of vergoeding van hetgeen partijen reeds ter nakoming van de zorgverzekering jegens elkaar hebben verricht.
**2.** Een zorgverzekeraar mag de zorgverzekering gedurende de periode, bedoeld in artikel 24, niet opzeggen of ontbinden.
**2.** Een zorgverzekeraar mag de zorgverzekering gedurende de periode, bedoeld in artikel 24, eerste lid, niet opzeggen of ontbinden.
**3.** Artikel 934 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is tevens van toepassing met betrekking tot de eerste premie die een verzekeringnemer voor een zorgverzekering verschuldigd is.
@ -565,9 +565,13 @@ c. waarin hij niet meer voldoet aan bij de ministeriële regeling, bedoeld in he
**3.** Indien het geïndexeerde bedrag naar beneden afgerond € 5 of een veelvoud daarvan verschilt van het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt dit bedrag bij ministeriële regeling gewijzigd, waarna het in die regeling genoemde bedrag in de plaats treedt van het in het eerste lid genoemde bedrag.
**4.** Rekeningen voor kosten van zorg of overige diensten worden slechts op het verplicht eigen risico in mindering gebracht, indien deze door de zorgverzekeraar zijn ontvangen voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking heeft.
**4.** Rekeningen voor kosten van zorg of overige diensten worden slechts op het verplicht eigen risico in mindering gebracht, indien deze door de zorgverzekeraar zijn ontvangen voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking heeft, tenzij het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor die dag is ingediend.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze het verplicht eigen risico in mindering wordt gebracht.
**5.** In afwijking van het vierde lid is de zorgverzekeraar gerechtigd het verplicht eigen risico in rekening te brengen indien het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde dag is ingediend.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze het verplicht eigen risico in mindering wordt gebracht.
**7.** Het tweede en derde lid blijven buiten toepassing voor de jaren 2019, 2020 en 2021.
### Artikel 20
@ -626,9 +630,11 @@ c. het op grond van onderdeel b berekende bedrag wordt gedeeld door het aantal d
**1.** De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn van rechtswege opgeschort gedurende de periode waarover Onze Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak verantwoordelijk is voor de verstrekking van geneeskundige zorg aan een verzekerde.
**2.** De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode waarover iemand die geen gedetineerde is in de zin van de Wet forensische zorg, forensische zorg als bedoeld in die wet geniet.
**3.** De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of tweede lid, aanvangt, waarbij hij indien het tweede lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt.
**3.** De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen.
**4.** De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of derde lid, aanvangt, waarbij hij indien het derde lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt.
## Hoofdstuk 4. De zorgverzekeraars
@ -686,7 +692,7 @@ c. sluiten iedere verplichting van de verzekeringnemers, verzekerden, gewezen ve
### Artikel 31
**1.** Indien jegens een zorgverzekeraar of een voormalige zorgverzekeraar de noodregeling is uitgesproken krachtens afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel toezicht of een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het Zorginstituut aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of artikel 13.
**1.** Indien een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het Zorginstituut aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of artikel 13.
**2.** De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het Zorginstituut over voor zover dat instituut deze heeft voldaan.
@ -838,7 +844,6 @@ Ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds komen:
a. de inkomensafhankelijke bijdragen, bedoeld in paragraaf 5.2 en de bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57, tweede lid;
b. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 54;
bb. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 54a;
c. een rijksbijdrage als bedoeld in de artikelen 55 of 56;
d. een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 70, gelijk aan:
@ -846,7 +851,7 @@ d. een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 70, gelijk aan:
2°. indien de rekening met toepassing van artikel 70, zevende lid, wordt opgeheven: het saldo van de rekening;
e. aan het Zorginstituut betaalde bedragen ter gehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid;
f. de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 69;
g. met uitzondering van het gedeelte, bedoeld in artikel 18g, vierde lid, de bestuursrechtelijke premies, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
g. met uitzondering van het gedeelte, bedoeld in artikel 18g, zesde lid, de bestuursrechtelijke premies, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
h. de inkomsten die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
i. de door de zorgautoriteit van verzekeraars op grond van artikel 83 van de Wet marktordening gezondheidszorg geïnde dwangsommen en de ingevorderde bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 86 tot en met 89 van die wet;
j. de bijdrage, bedoeld in artikel 87a van de Wet financiering sociale verzekeringen;
@ -864,7 +869,7 @@ e. de uitgaven die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overe
f. bedragen als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;
g. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel k van het tweede lid;
h. bijdragen als bedoeld in de artikelen 70a en 70b;
i. de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, vijfde lid, voor zover het zorg en andere diensten uit hoofde van deze wet betreft.
i. de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, zesde en achtste lid, voor zover het zorg en andere diensten uit hoofde van deze wet betreft.
**4.** Uit het Zorgverzekeringsfonds kunnen, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een voor de doelstelling van het fonds noodzakelijke reserve.
@ -919,7 +924,7 @@ b. vroegere arbeid als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 van de verzeke
**2.** Het loon waarover de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge het eerste lid wordt geheven, wordt ten minste gesteld op nihil en wordt bij dezelfde inhoudingsplichtige tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën, met betrekking tot een kalenderjaar vastgestelde bedrag.
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld voor loontijdvakken waarin loon als bedoeld in het eerste lid wordt genoten waarvoor Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dit nodig acht.
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt herleid en vastgesteld voor andere loontijdvakken waarin loon als bedoeld in het eerste lid wordt genoten.
**4.** Voor de herleiding naar een ander loontijdvak van het bedrag, bedoeld in het derde lid, is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing.
@ -995,7 +1000,7 @@ De rijksbelastingdienst heft de inkomensafhankelijke bijdrage.
**3.** Voor zover het bijdrage-inkomen bestaat uit andere dan de in het tweede lid bedoelde bestanddelen, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering van artikel 3 154 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**4.** Artikel 13bis, vijftiende en negentiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 50
@ -1035,13 +1040,7 @@ Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financi
### Artikel 54a
**1.** Onze Minister verleent over de kalenderjaren 2015 tot en met 2018 aan het Zorgverzekeringsfonds een bijdrage in de financiering van de verzekeringsdekking van zorg die tot 1 januari 2015 op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd was.
**2.** De bijdrage voor het jaar 2015 is gelijk aan het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting van zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan, en de bijdragen voor de jaren 2016, 2017 en 2018 bedragen respectievelijk 75, 50 en 25% van de bijdrage voor het jaar 2015.
**3.** De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.
**4.** Dit artikel en artikel 39, tweede lid, onderdeel bb, vervallen met ingang van 1 januari 2019.
Vervallen
### Artikel 55
@ -1089,16 +1088,6 @@ Indien de situatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, zich heeft voorgedaan, ve
**5.** De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op het Zorginstituut van toepassing.
### Artikel 58a
**1.** Een besluit van het Zorginstituut om andere werkzaamheden te verrichten dan de uitvoering van taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** De goedkeuring kan worden onthouden indien de beslissing in strijd is met het recht of met het algemeen belang, of indien de uitvoering van de andere werkzaamheden een goede taakuitoefening door het Zorginstituut kan belemmeren.
**3.** Onze Minister kan bij de goedkeuring verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid.
**4.** Onze Minister kan bepalen dat de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid door het Zorginstituut wordt beëindigd.
### Artikel 59
**1.** Het Zorginstituut bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
@ -1240,7 +1229,7 @@ Vervallen
### Artikel 69
**1.** In het buitenland wonende personen die met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het CAK aan.
**1.** In het buitenland wonende personen die met toepassing van een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het CAK aan.
**2.** De personen, bedoeld in het eerste, zeventiende en achttiende lid, zijn een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd.
@ -1287,17 +1276,19 @@ c. kan, voor gevallen waarin een persoon als bedoeld in het eerste lid van meer
**18.** Voor de toepassing van een in het eerste lid bedoeld verdrag wordt de in het eerste lid bedoelde persoon die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt een pensioen of uitkering ontvangt dat op grond van het verdrag is gelijkgesteld met op grond van de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen, tot aan de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet aangemerkt als een rechthebbende op een pensioen.
**19.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdelen k en l, van de Wet langdurige zorg, van het CAK.
### Artikel 69a
**1.** Het Zorginstituut bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de verordeningen, de overeenkomsten en de verdragen, bedoeld in artikel 69, eerste lid.
**1.** Het CAK bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de verordeningen, de overeenkomsten en de verdragen, bedoeld in artikel 69, eerste lid.
**2.** Het Zorginstituut kan met het oog hierop richtlijnen geven.
**2.** Het CAK kan met het oog hierop richtlijnen geven.
### Artikel 69b
**1.** Het Zorginstituut is het nationale contactpunt, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88).
**1.** Het CAK is het nationale contactpunt, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88).
**2.** Het Zorginstituut draagt zorg voor de uitvoering van de taken die bij de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld aan het nationale contactpunt.
**2.** Het CAK draagt zorg voor de uitvoering van de taken die bij de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld aan het nationale contactpunt.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid.
@ -1380,9 +1371,7 @@ b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d.
**2.** De in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarrekening van het Zorginstituut heeft betrekking op de beheerskosten van het Zorginstituut.
**3.** Het in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarverslag van het Zorginstituut heeft wat betreft de uitvoering van artikel 122a uitsluitend betrekking op de bedrijfsvoering ter zake.
**4.** Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Zorginstituut voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
**3.** Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Zorginstituut voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
### Artikel 73a
@ -1391,7 +1380,7 @@ b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d.
Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 15 april aan Onze Minister:
a. een zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ingericht financieel verslag uitvoeringstaken over het afgelopen kalenderjaar, met een financiële verantwoording over bij ministeriële regeling aan te wijzen, op die uitvoeringstaken betrekking hebbende geldstromen, alsmede het verslag van bevindingen, waarin per geldstroom de bevindingen worden aangegeven;
b. een verantwoording over de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 34, verstrekt ten behoeve van het vierde kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verantwoording wordt afgelegd, alsmede een assurance report.
b. een verantwoording over de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in artikel 34, verstrekt ten behoeve van het vierde kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verantwoording wordt afgelegd, alsmede een assurance report.
**2.** Het financieel verslag uitvoeringstaken gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid.
@ -1420,7 +1409,7 @@ d. de toestand van het Zorgverzekeringsfonds per 31 december van het voorafgaan
### Artikel 75
**1.** Het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, het financieel verslag uitvoeringstaken en de verantwoordingen, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdelen a en b, de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, en de begroting, bedoeld in artikel 122a, zevende lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
**1.** Het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, het financieel verslag uitvoeringstaken en de verantwoordingen, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdelen a en b, en de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
**2.**
@ -1434,13 +1423,13 @@ b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetre
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de inhoud en de inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, eerste lid, en de meerjarenagenda, bedoeld in artikel 71, tweede lid;
b. de inhoud en de inrichting van de begrotingen, bedoeld in artikel 122a, zevende lid, alsmede in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
b. de inhoud en de inrichting van de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
c. de inhoud en inrichting van het financieel verslag uitvoeringstaken en van de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a;
d. de inhoud en inrichting van de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel b, en van het in dat onderdeel bedoelde assurance report;
e. de inhoud en inrichting van de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, alsmede in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
f. de accountantscontrole van het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, en van de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, van het Zorginstituut;
g. de bij het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, en de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behorende verslagen van bevindingen alsmede het assurance report, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel b;
h. de inhoud en de inrichting van de jaarverslagen, bedoeld in artikel 122a, tiende lid, alsmede in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
h. de inhoud en de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
i. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 72, wordt vastgesteld.
@ -1787,6 +1776,10 @@ voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of kunnen worden bet
**10.** De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het CAK of door het CAK aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.
### Artikel 123*
De artikelen 3, eerste, derde en zesde lid, en 6, eerste lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op een verzekeraar ten aanzien waarvan de Nederlandsche Bank een besluit tot afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht heeft genomen.
### Artikel 123
**1.**
@ -1795,37 +1788,53 @@ In dit artikel wordt verstaan onder:
a. *orgaan van de woonplaats:* rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de woonplaats in de zin van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166), of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
b. *orgaan van de verblijfplaats:* rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de verblijfplaats in de zin van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166), of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
c. *verdragsrecht:* recht van een in Nederland wonende of tijdelijk verblijvende persoon op zorg of andere diensten in de zin van deze wet of de Wet langdurige zorg uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
c. *verdragsrecht:* recht van een in Nederland wonende of tijdelijk verblijvende persoon op zorg of andere diensten in de zin van deze wet of de Wet langdurige zorg uit hoofde van een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is;
d. *verdragsgerechtigde:* persoon met een verdragsrecht.
**2.**
**2.** Onze Minister wijst de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats aan.
**3.**
Voor een juiste en volledige registratie van verdragsgerechtigden ter beoordeling van het voortbestaan van het verdragsrecht:
a. doet het orgaan van de woonplaats periodiek opgave van de bij hem geregistreerde verdragsgerechtigden aan de Sociale verzekeringsbank, waarbij het orgaan gebruik kan maken van het burgerservicenummer;
b. stelt de Sociale verzekeringsbank het orgaan van de woonplaats in kennis van de verschillen tussen de opgave, bedoeld onder a, en de vermelding van deze personen in het bestand van personen die verzekerd zijn op grond van de Wet langdurige zorg.
**3.** Het orgaan van de woonplaats rapporteert aan het CAK over de uitvoering van het tweede lid.
**4.** Het orgaan van de woonplaats rapporteert aan het CAK over de uitvoering van het derde lid.
**4.** Het CAK kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het tweede en derde lid worden uitgevoerd.
**5.** Het CAK kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het derde en vierde lid worden uitgevoerd.
**5.**
**6.**
Het CAK verstrekt aan het orgaan van de woonplaats een vergoeding voor:
a. de kosten die het orgaan van de woonplaats heeft betaald voor het doen verlenen van zorg of andere diensten in de zin van deze wet of de Wet langdurige zorg ten behoeve van een persoon die geen verdragsrecht meer heeft en het orgaan van de woonplaats daar niet tijdig over heeft geïnformeerd;
b. de incassokosten voor het verhalen van de kosten, bedoeld onder a, op de persoon, bedoeld onder a.
**6.**
**7.**
Geen vergoeding wordt verstrekt voor zover:
Geen vergoeding als bedoeld in het zesde lid wordt verstrekt voor zover:
a. de kosten op de persoon, bedoeld in het vijfde lid, kunnen worden verhaald;
b. het orgaan van de woonplaats, onder meer uit hoofde van de uitvoering van het tweede lid, wist of behoorde te weten dat de persoon, bedoeld in het vijfde lid, behoorde te zijn uitgeschreven.
a. de kosten op de persoon, bedoeld in het zesde lid, kunnen worden verhaald;
b. het orgaan van de woonplaats, onder meer uit hoofde van de uitvoering van het derde lid, wist of behoorde te weten dat de persoon, bedoeld in het zesde lid, behoorde te zijn uitgeschreven.
**7.** De vergoeding wordt op aanvraag verstrekt.
**8.**
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het verstrekken van de vergoeding.
Het CAK verstrekt aan het orgaan van de verblijfplaats een vergoeding voor:
a. de kosten die het orgaan van de verblijfplaats heeft betaald voor het doen verlenen van zorg of andere diensten in de zin van deze wet of de Wet langdurige zorg ten behoeve van een persoon zonder verdragsrecht;
b. de incassokosten voor het verhalen van de kosten, bedoeld onder a.
**9.**
Geen vergoeding als bedoeld in het achtste lid wordt verstrekt voor zover:
a. de kosten, bedoeld in het achtste lid, kunnen worden verhaald;
b. de zorgaanbieder of het orgaan van de verblijfplaats er niet op mocht vertrouwen dat de persoon, bedoeld in het achtste lid, beschikte over het verdragsrecht.
**10.** De vergoedingen wordt op aanvraag verstrekt.
**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het verstrekken van de vergoedingen.
### Artikel 123a
@ -1835,7 +1844,7 @@ Vervallen
### Artikel 124
**1.** De voordracht voor een krachtens de artikelen 11, derde of vierde lid, 13a, vijfde lid of zesde lid, 18aa, eerste lid19, vierde en vijfde lid, 21 en 32, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**1.** De voordracht voor een krachtens de artikelen 11, derde of vierde lid, 13a, vijfde lid of zesde lid, 18aa, eerste lid, 19, vierde en zesde lid, 21 en 32, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**2.** Het ontwerp voor een krachtens artikel 18aa, eerste of tweede lid, of artikel 18d, tweede lid, onderdeel d, vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.