From ace3249f779faa6fe3ca0c3dedda32926a995b2e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 24 Apr 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-04-24 | BWBR0023780 | Belastingverdragen, toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) --- .../BWBR0023780/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/belastingverdragen-toepassing-van-het-zee-en-luchtvaartartikel-artikel-8-oeso-mo/BWBR0023780/README.md b/beleidsregel/belastingverdragen-toepassing-van-het-zee-en-luchtvaartartikel-artikel-8-oeso-mo/BWBR0023780/README.md index 3e36079684c..fc7255ef055 100644 --- a/beleidsregel/belastingverdragen-toepassing-van-het-zee-en-luchtvaartartikel-artikel-8-oeso-mo/BWBR0023780/README.md +++ b/beleidsregel/belastingverdragen-toepassing-van-het-zee-en-luchtvaartartikel-artikel-8-oeso-mo/BWBR0023780/README.md @@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Belastingverdragen, toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (a # Belastingverdragen, toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) -In dit besluit zijn de beleidsbesluiten met betrekking tot het zee- en luchtvaartartikel (art. 8 OESO-modelverdrag) van de belastingverdragen samengevoegd en geactualiseerd. Het betreft de besluiten van 16 september 1975, nr. 07-500 078 en 13 maart 1991, nr. IFZ91/153 inzake het begrip ‘exploitatie van schepen’ in de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en met Ierland in verband met zeetransport met behulp van containers, en het besluit van 23 april 2003, nr. IFZ2003/191M inzake de (tijdelijke) opslag van containers. Bij de aanpassing is rekening gehouden met het in 2005 gewijzigde OESO-commentaar op artikel 8 van het OESO-modelverdrag. +In dit besluit zijn de beleidsbesluiten met betrekking tot het zee- en luchtvaartartikel (art. 8 OESO-modelverdrag) van de belastingverdragen samengevoegd en geactualiseerd. Het betreft de besluiten van 16 september 1975, nr. 07-500 078 en 13 maart 1991, nr. IFZ91/153 inzake het begrip ‘exploitatie van schepen’ in de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en met Ierland in verband met zeetransport met behulp van containers, en het besluit van 23 april 2003, nr. IFZ2003/191M inzake de (tijdelijke) opslag van containers. Bij de aanpassing is rekening gehouden met het in 2005 gewijzigde OESO-commentaar op artikel 8 van het OESO-modelverdrag. ## 1. Inleiding @@ -26,17 +26,17 @@ Volgens paragraaf 4 van het OESO-commentaar op artikel 8 vallen daarnaast onder Paragrafen 7 en 9 van het OESO-commentaar op artikel 8 geven aan de hand van voorbeelden een uitwerking van de in paragrafen 4 en 4.2 genoemde beginselen. Zo geeft paragraaf 7 aan dat indien de onderneming, die de internationale vervoersprestatie levert, tevens het (lokale) transport van de vracht in het land van vertrek dan wel in het land van aankomst regelt, de voordelen van die onderneming in verband met dit transport onder artikel 8 vallen. De wijze waarop dit lokale transport plaatsvindt en door wie dit uitgevoerd wordt is van ondergeschikt belang, zelfs als de voordelen van de onderneming die het lokale transport uitvoert, niet onder artikel 8 vallen. In paragraaf 9 van het OESO-commentaar wordt als voorbeeld gegeven de verhuur van containers. Meestal is de verhuur van containers direct verbonden met dan wel ondergeschikt aan het internationale vervoer per schip of vliegtuig. De behaalde voordelen met die verhuur vallen daardoor eveneens onder artikel 8. -Verder geeft paragraaf 9 nog het voorbeeld van voordelen in verband met kortdurende opslag van containers die in een pakhuis liggen opgeslagen in afwachting van aflevering. Paragraaf 9 gaat overigens niet in op de maximale duur van de opslag. Ten slotte noemt paragraaf 9 het voorbeeld van voordelen ontvangen vanwege boeterentes voor de late retournering van containers. In beide gevallen vallen de voordelen onder artikel 8. +Verder geeft paragraaf 9 nog het voorbeeld van voordelen in verband met kortdurende opslag van containers die in een pakhuis liggen opgeslagen in afwachting van aflevering. Paragraaf 9 gaat overigens niet in op de maximale duur van de opslag. Ten slotte noemt paragraaf 9 het voorbeeld van voordelen ontvangen vanwege boeterentes voor de late retournering van containers. In beide gevallen vallen de voordelen onder artikel 8. ## 3. Begrip ‘exploitatie van schepen’ in de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en met Ierland in verband met zeetransport met behulp van containers -In het besluit van 16 september 1975, nr. 07-500 078 is de afspraak opgenomen die voor de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en Ierland zijn getroffen met betrekking tot het begrip ‘exploitatie van schepen’ in verband met containervervoer. In het besluit van 13 maart 1991, nr. IFZ91/153 is het begrip ‘exploitatie van schepen’ voor de toepassing van de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en Ierland verder aangevuld in verband met het inmiddels verschenen OESO-commentaar op artikel 8 OESO-modelverdrag. Door het in 2005 verdergaand gewijzigde commentaar op artikel 8 is het temeer duidelijk geworden dat de hiervoor genoemde besluiten hun belang hebben verloren. De in deze besluiten omschreven situaties vallen namelijk volledig onder de reikwijdte van het commentaar. Daarbij komt dat het verdrag met de Verenigde Staten van Amerika 1948 al geruime tijd zijn praktische belang heeft verloren. +In het besluit van 16 september 1975, nr. 07-500 078 is de afspraak opgenomen die voor de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en Ierland zijn getroffen met betrekking tot het begrip ‘exploitatie van schepen’ in verband met containervervoer. In het besluit van 13 maart 1991, nr. IFZ91/153 is het begrip ‘exploitatie van schepen’ voor de toepassing van de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika 1948 en Ierland verder aangevuld in verband met het inmiddels verschenen OESO-commentaar op artikel 8 OESO-modelverdrag. Door het in 2005 verdergaand gewijzigde commentaar op artikel 8 is het temeer duidelijk geworden dat de hiervoor genoemde besluiten hun belang hebben verloren. De in deze besluiten omschreven situaties vallen namelijk volledig onder de reikwijdte van het commentaar. Daarbij komt dat het verdrag met de Verenigde Staten van Amerika 1948 al geruime tijd zijn praktische belang heeft verloren. ## 4. Toepassing artikel 8 OESO-modelverdrag op opslag van containers die langer dan gebruikelijk in Nederland worden opgeslagen In het verleden zijn vragen gesteld over de (tijdelijke) opslag van containers in Nederland door of namens zeescheepvaartondernemingen of luchtvaartondernemingen, waarvan de werkelijke leiding in het andere verdragsland is gelegen. Het gaat dan om de situatie waarin buitenlandse vervoersondernemingen een inrichting in Nederland hebben, waarvan de werkzaamheden o.m. bestaan uit het logistieke beheer van de containers (opslag, voor- en natransport), en de containers als onderdeel van de internationale vervoersprestatie, na per schip of vliegtuig te zijn gearriveerd, tijdelijk op de kade of op het vliegveld worden opgeslagen in afwachting van het natransport over land of per binnenschip naar de klant. De vraag is in hoeverre nog sprake is van de ‘exploitatie van schepen of luchtvaartuigen’ indien de containers langer dan gebruikelijk in Nederland worden opgeslagen. -In het navolgende wordt uitsluitend ingegaan op de toepassing van de zee- en luchtvaartartikelen uit de (belasting)verdragen die, voorzover hier relevant, overeenstemmen met artikel 8 van het OESO-modelverdrag. Voor een overzicht van fiscale regelingen inzake de belastingheffing over voordelen uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in het internationale verkeer, zij verwezen naar de mededeling van 4 april 2008, nr. IFZ2008/100M. +In het navolgende wordt uitsluitend ingegaan op de toepassing van de zee- en luchtvaartartikelen uit de (belasting)verdragen die, voorzover hier relevant, overeenstemmen met artikel 8 van het OESO-modelverdrag. Voor een overzicht van fiscale regelingen inzake de belastingheffing over voordelen uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in het internationale verkeer, zij verwezen naar de mededeling van 4 april 2008, nr. IFZ2008/100M. Voor de beantwoording van de vraag in hoeverre nog sprake is van de ‘exploitatie van schepen of luchtvaartuigen’ in de zin van artikel 8 van het OESO-modelverdrag indien de containers langer dan gebruikelijk in Nederland worden opgeslagen, is de oorzaak van deze langer dan gebruikelijke opslag van belang. Steeds moet aan de hand van feiten en omstandigheden worden onderzocht of sprake is van opslag die direct verbonden is met dan wel van ondergeschikte aard is aan de internationale vervoersactiviteiten.