2002-10-25 | BWBR0004996 | Besluit politieregisters
This commit is contained in:
parent
9b5a07296c
commit
acf86cfe86
1 changed files with 28 additions and 11 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit politieregisters
|
|||
bwb_id: BWBR0004996
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2000-02-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-10-25'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004996
|
||||
citeertitel: Besluit politieregisters
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -21,7 +21,8 @@ b. het bevoegd gezag:
|
|||
|
||||
1°. bij de handhaving van de openbare orde en bij de hulpverlening: de burgemeester;
|
||||
2°. bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde: de officier van justitie;
|
||||
c. het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties: het meldpunt, bedoeld in artikel 2 van de Wet melding ongebruikelijke transacties.
|
||||
c. het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties: het meldpunt, bedoeld in artikel 2 van de Wet melding ongebruikelijke transacties;
|
||||
d. de criminele-inlichtingeneenheid van een bijzondere opsporingsdienst: de als zodanig door Onze Minister van Financiën, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij of van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met inachtneming van artikel 13c, tweede lid, van de wet, ingerichte eenheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -245,6 +246,10 @@ d. ten behoeve van een onderzoek naar feiten als bedoeld in artikel 552*m* van h
|
|||
|
||||
**12.** De artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -257,7 +262,7 @@ c. de Directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen voor zo
|
|||
d. personen, werkzaam bij het bureau vertrouwensartsen als bedoeld in de Bijlage onder I, onder 4, behorende bij de Wet op de jeugdhulpverlening (*Stb.* 1989, 360);
|
||||
e. personen, belast met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover het betreft gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van personen;
|
||||
f. personen die de beheerder heeft benoemd in een commissie van toezicht, voor zover zij de beheerder bijstaan bij het toezicht op het beheer en het gebruik van politieregisters;
|
||||
g. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 6 van de Beginselenwet gevangeniswezen, de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 37d van het Wetboek van Strafrecht, en directeuren van de voorzieningen, bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van beslissingen inzake hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij voor de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting respectievelijk de voorziening;
|
||||
g. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 6 van de Beginselenwet gevangeniswezen, de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 37d van het Wetboek van Strafrecht, en directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van beslissingen inzake hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij voor de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting respectievelijk de voorziening;
|
||||
h. Onze Minister van Justitie, voor zover dit in het kader van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de inrichtingen, genoemd onder g, noodzakelijk is teneinde na te gaan of er bezwaren bestaan tegen de benoeming van betrokkene;
|
||||
i. personen die optreden namens een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid op ideële grondslag die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden in het bijzonder de belangen van slachtoffers van strafbare feiten of van verkeersongevallen behartigt, voor zover de gegevens betrekking hebben op deze slachtoffers en die rechtspersoon tot het ontvangen van dergelijke gegevens is gemachtigd door de Minister van Justitie, de Registratiekamer gehoord;
|
||||
j. het bestuur van de Stichting Processen Verbaal, voor zover het betreft gegevens inzake aanrijdingen of aanvaringen;
|
||||
|
|
@ -277,7 +282,8 @@ t. de raad voor de kinderbescherming, voor zover het de strafrechtelijke uitoefe
|
|||
u. het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover zij deze behoeven voor het verrichten van een antecedentenonderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste en tweede lid, en artikel 8b, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 4a, eerste lid, en artikel 4b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, of voor het verrichten van een antecedentenonderzoek ten aanzien van personen die op basis van een arbeidsovereenkomst of anderszins werkzaamheden verrichten voor een politiekorps of het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie;
|
||||
v. Onze Minister van Justitie ten behoeve van het verwerken van deze gegevens in het Cliënt-Volgsysteem Jeugdcriminaliteit;
|
||||
w. korpschefs van een regionaal politiekorps voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 3.3.2, zevende lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
x. de Raad voor de Transportveiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Wet Raad voor de Transportveiligheid.
|
||||
x. de Raad voor de Transportveiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Wet Raad voor de Transportveiligheid;
|
||||
y. de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 26, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid worden uit een register zware criminaliteit desgevraagd gegevens verstrekt aan de personen of instanties, genoemd in artikel 14, eerste lid, onder a, f, g, h, l, p, q, r, u en w, in de in die onderdelen aangegeven gevallen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -303,13 +309,11 @@ a. Onze Minister van Financiën op grond van:
|
|||
4°. de artikelen 82, tweede lid, onder *d*, en 84, zesde lid, onder *b*, en zevende lid, onder *c*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf,
|
||||
b. Onze Minister van Financiën, dan wel de rechtspersoon of rechtspersonen waaraan op grond van artikel 40 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 taken en bevoegdheden zijn overgedragen, op grond van de artikelen 7, vierde lid, 11, eerste lid, aanhef en onder *a*, en zevende lid, 16, vierde lid, 19, eerste lid, 20, 21, vijfde lid, en 22, tweede lid, tweede volzin, van die wet,
|
||||
c. Onze Minister van Financiën, dan wel de rechtspersoon of rechtspersonen waaraan op grond van artikel 29 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen taken en bevoegdheden zijn overgedragen, op grond van de artikelen 5, eerste lid, aanhef en onder *a*, 12, eerste lid, en 15, aanhef en onder *e*, van die wet,
|
||||
d. De Nederlandsche Bank N.V. op grond van:
|
||||
d. Onze Minister van Financiën, dan wel de rechtspersoon of rechtspersonen waaraan op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren taken en bevoegdheden zijn overgedragen, op grond van de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onder a, 4, tweede lid, aanhef en onder a, en 5, tweede lid, onder c, aanhef en onder 1 van die wet.
|
||||
e. De Nederlandsche Bank N.V. op grond van:
|
||||
|
||||
1°. de
|
||||
|
||||
artikelen 9, eerste lid, onder *c* en e, 14, onder *b*, en slot, 15, eerste lid, onder *d*, 23, tweede lid, onder *c*, 24, tweede lid, onder *c*, 26, zesde en zevende lid, 39, 41, 45, eerste lid, en 47, aanhef en onder *d*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992,
|
||||
2°. de artikelen 3, tweede lid, aanhef en onder *a* en *b*, en 6, tweede lid, onder *c*, aanhef en onder 1*e* en 2*e*, van de Wet inzake de wisselkantoren,
|
||||
e. De Verzekeringskamer op grond van:
|
||||
de artikelen 9, eerste lid, onder *c* en e, 14, onder *b*, en slot, 15, eerste lid, onder *d*, 23, tweede lid, onder *c*, 24, tweede lid, onder *c*, 26, zesde en zevende lid, 39, 41, 45, eerste lid, en 47, aanhef en onder *d*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992,
|
||||
f. De Verzekeringskamer op grond van:
|
||||
|
||||
1°. de artikelen 29, tweede en vierde lid, 30, 45, zevende lid, 82, derde lid, 148, aanhef en onder *b*, 174, vierde lid, onder *a* en *b*, 175, tweede lid, onder *a* tot en met *c*, 176, zesde lid, onder *b*, en zevende lid, onder *a* tot en met *c*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993,
|
||||
2°. de artikelen 18, tweede en vierde lid, 19, 23, zevende lid, 60, aanhef en onder *b*, 82, tweede lid, onder *a* tot en met *c*, en 84, zesde lid onder *b*, en zevende lid, onder *a* tot en met *c*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf,
|
||||
|
|
@ -394,6 +398,19 @@ b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het verst
|
|||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitvoering van dit artikel, de Registratiekamer gehoord.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6a. Bijzondere opsporingsdiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De op de bijzondere politieregisters betrekking hebbende bepalingen uit de wet en dit besluit zijn, voor zover deze registers worden gehouden bij een criminele-inlichtingeneenheid van een bijzondere opsporingsdienst, van toepassing op:
|
||||
|
||||
- een register met een doelstelling als omschreven in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet, en
|
||||
- een register met een doelstelling als omschreven in artikel 1, eerste lid, onder l, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaren, bedoeld in artikel 13c, vijfde lid, van de wet, voldoen aan de eindtermen van de door Onze Ministers aan te wijzen opleidingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Kostenvergoeding bij verzoeken tot kennisneming
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
|
@ -414,7 +431,7 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit politieregisters.
|
|||
|
||||
1. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 311, eerste lid, onderdeel 3° tot en met 5°, en 416 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de feiten een schade van ten minste € 25 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, onderdelen 1° en 2°, van de wet dan wel een misdrijf als bedoeld in deze bijlage heeft begaan;
|
||||
|
||||
2. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 240b en 250a van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
2. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 240b, 247, 248a, 248b, 249, 250 en 250a van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
|
||||
3. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 178, 361 en 363 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 179 en 180 van het Wetboek van Strafrecht in verband met de artikelen 181 en 182 van dat wetboek;
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue