2014-01-06 | BWBR0034306 | Besluit basisregistratie personen

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-06 12:00:00 +00:00
parent 94fee1539b
commit ad0343b900

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit basisregistratie personen
bwb_id: BWBR0034306
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2021-09-18'
datum_inwerkingtreding: '2014-01-06'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034306
citeertitel: Besluit basisregistratie personen
---
@ -26,7 +26,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
### Artikel 2
Authentieke gegevens als bedoeld in artikel 1.6 van de wet zijn de gegevens over ingezetenen die als zodanig zijn aangeduid in de tabel die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd en, met uitzondering van de gegevens over de burgerlijke staat van ingezetenen, als actuele gegevens zijn opgenomen.
Authentieke gegevens over ingezetenen als bedoeld in artikel 1.6 van de wet zijn als zodanig aangeduid in de tabel die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
### Paragraaf 3. Inrichting, werking en beveiliging
@ -34,7 +34,7 @@ Authentieke gegevens als bedoeld in artikel 1.6 van de wet zijn de gegevens over
**1.** Onze Minister stelt een systeembeschrijving vast.
**2.** De systeembeschrijving kan een onderdeel bevatten dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude gemeentelijke voorziening als bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de wet, en een onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een nieuwe gemeentelijke voorziening als bedoeld in dat lid.
**2.** De systeembeschrijving kan een onderdeel bevatten dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude gemeentelijke voorziening als bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de wet, en een onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruik maken van een nieuwe gemeentelijke voorziening als bedoeld in dat lid.
**3.** Voor het onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude voorziening kan verwezen worden naar de systeembeschrijving zoals deze laatstelijk werd gehanteerd onder de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
@ -68,15 +68,34 @@ e. maatregelen bij calamiteiten.
### Artikel 7
Vervallen
**1.** De door een bewerker in opdracht van het college van burgemeester en wethouders te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een door het college en de bewerker te sluiten schriftelijke overeenkomst.
**2.** De bewerker verbindt zich in de overeenkomst te handelen in overeenstemming met de in de artikelen 8 en 9 gestelde eisen. Waar in die artikelen wordt gesproken over persoonsgegevens wordt daaronder verstaan de door het college van burgemeester en wethouders aan de bewerker voor het verrichten van de werkzaamheden ter beschikking gestelde persoonsgegevens en de door de bewerker daaruit afgeleide persoonsgegevens.
### Artikel 8
Vervallen
De bewerker voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. de bewerker maakt de persoonsgegevens uitsluitend dienstbaar aan de in de overeenkomst vastgelegde werkzaamheden;
b. bij het verrichten van de werkzaamheden handelt de bewerker in overeenstemming met de bij en krachtens de wet gegeven voorschriften zoals die voor het college van burgemeester en wethouders zouden gelden indien het college de werkzaamheden zelf had verricht;
c. de bewerker stelt het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid toezicht op het naleven van de overeenkomst uit te oefenen, waarbij hij de medewerking verleent die hem door dat college wordt verzocht;
d. op vordering van het college van burgemeester en wethouders schort de bewerker de werkzaamheden op en stelt hij de persoonsgegevens ter beschikking van dat college;
e. indien de bewerker werkzaamheden voor een college van burgemeester en wethouders verricht, besteedt hij deze slechts uit aan een andere bewerker, voor zover het college dat in de overeenkomst uitdrukkelijk toestaat.
### Artikel 9
Vervallen
**1.**
De bewerker treft passende technische en organisatorische maatregelen ter verzekering van de deugdelijke uitvoering van zijn werkzaamheden, de beveiliging van de gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze maatregelen omvatten ten minste:
a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de bewerker;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten, in gebruik bij de bewerker, waar persoonsgegevens aanwezig zijn;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur;
d. maatregelen gericht op het beheer van persoonsgegevens;
e. maatregelen voor het geval de geheimhouding van de persoonsgegevens is geschaad;
f. maatregelen bij calamiteiten.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
### Paragraaf 4. Kosten in verband met de uitvoering van de
@ -97,7 +116,7 @@ d. *een jaar:* een kalenderjaar.
**1.** Berichten tussen een gemeente en de centrale voorziening komen ten laste van de gemeente, waarbij een bericht dat door een gemeente via de centrale voorziening wordt verzonden aan een andere gemeente, ten laste komt van de gemeente die het bericht verzendt.
**2.** Berichten aan of van een overheidsorgaan, anders dan organen van een gemeente, waaraan of een derde aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de wet gegevens worden verstrekt, komen ten laste van dat overheidsorgaan of die derde.
**2.** Berichten aan of van een overheidsorgaan, anders dan organen van een gemeente, waaraan of een derde aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de wet gegevens worden verstrekt, komen ten laste van dat overheidsorgaan of die derde, met uitzondering van berichten in verband met hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4, van de wet.
**3.**
@ -106,24 +125,13 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. berichten aan of van de centrale voorziening in verband met de bijhouding van gegevens;
b. berichten in verband met de verstrekking van gegevens door een college van burgemeester en wethouders;
c. synchronisatieberichten;
d. berichten in verband met artikel 2.34 van de wet;
e. berichten als bedoeld in de artikelen 2.37d, eerste lid, en 2.37e, eerste lid, van de wet.
**4.**
Het tweede lid is niet van toepassing op berichten in verband met:
a. hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4 en paragraaf 4a, van de wet;
b. steekproeven;
c. synchronisatie;
d. wijziging in de gemeentelijke indeling; en
e. conversie bij de invoering van een wijziging in de systeembeschrijving.
d. berichten in verband met artikel 2.34 van de wet.
### Artikel 12
**1.**
Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn de kosten in verband met:
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet zijn de kosten in verband met:
a. het beheer en het gebruik van de centrale voorzieningen;
b. de verzending en ontvangst van berichten, waaronder begrepen de kosten in verband met het stelsel van berichtuitwisseling.
@ -155,7 +163,7 @@ b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal berichten dat ten laste van d
### Artikel 15
**1.** Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de afstemming van gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisregistratie.
**1.** Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de afstemming van gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisregistratie.
**2.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke berichten voor de toepassing van dit artikel worden aangemerkt als afstemmingsberichten.
@ -181,7 +189,7 @@ c. dat als doel heeft de in het vijfde lid bedoelde verstrekking van gegevens mo
### Artikel 16
**1.** Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de verzending van berichten met behulp van alternatieve media, tenzij deze kosten vallen onder artikel 15 of de verzending verband houdt met een infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente.
**1.** Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de verzending van berichten met behulp van alternatieve media, tenzij deze kosten vallen onder artikel 15 of de verzending verband houdt met een infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente.
**2.** Onze Minister kan bij de betrokkene aan wie de berichten worden verzonden in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Deze bijdrage kan in rekening worden gebracht naast de bijdrage die op grond van de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voor de betrokkene wordt vastgesteld.
@ -189,7 +197,7 @@ c. dat als doel heeft de in het vijfde lid bedoelde verstrekking van gegevens mo
### Artikel 17
**1.** Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de schriftelijke verstrekking van gegevens.
**1.** Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met de schriftelijke verstrekking van gegevens.
**2.** Een college van burgemeester en wethouders dat schriftelijk gegevens verstrekt, kan bij de betrokkene aan wie de gegevens worden verstrekt in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Voor zover de verstrekking geschiedt door Onze Minister, kan deze bijdrage in rekening worden gebracht naast de bijdrage die op grond van de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voor de betrokkene wordt vastgesteld.
@ -199,7 +207,7 @@ c. dat als doel heeft de in het vijfde lid bedoelde verstrekking van gegevens mo
**1.**
Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met:
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met:
a. de verstrekking van gegevens op grond van artikel 3.13 van de wet;
b. de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c.
@ -210,7 +218,7 @@ b. de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c.
### Artikel 19
**1.** Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met het ter beschikking stellen van informatie op grond van artikel 3.14 van de wet.
**1.** Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn tevens de kosten in verband met het ter beschikking stellen van informatie op grond van artikel 3.14 van de wet.
**2.** De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt, in afwijking van de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14, vastgesteld op basis van de kosten van de terbeschikkingstelling.
@ -232,7 +240,7 @@ Voor inschrijving als ingezetene komen niet in aanmerking:
a. de personen die door Onze Minister van Buitenlandse Zaken zijn aangewezen in verband met hun bijzondere verblijfsrechtelijke status;
b. de in Nederland hun dienst uitoefenende militairen behorend tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
c. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld in onderdeel b, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs;
c. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld in onderdeel b, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noordatlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs;
d. de echtgenoten of geregistreerde partners van personen als bedoeld in onderdeel b of c;
e. de inwonende minderjarige kinderen van personen als bedoeld in onderdeel b, c of d;
f. vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen, gedurende de eerste zes maanden van het verblijf in Nederland.
@ -244,15 +252,10 @@ f. vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een do
Het eerste lid, aanhef en onderdelen c, d, en e, is niet van toepassing op:
a. aldaar bedoelde personen die reeds gedurende een jaar als ingezetene zijn ingeschreven;
b. aldaar bedoelde personen die geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
b. aldaar bedoelde personen die geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noordatlantische Verdragsorganisatie;
c. aldaar bedoelde personen die staatloos zijn.
**4.**
Het eerste lid, aanhef en onderdeel f, is niet van toepassing op de aldaar bedoelde personen:
a. omtrent wie een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 24a;
b. van wie het verblijf in Nederland aanvangt door geboorte en omtrent wie door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt.
**4.** Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing op de aldaar bedoelde personen van wie het verblijf in Nederland aanvangt door geboorte en omtrent wie door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt.
### Artikel 22
@ -287,12 +290,6 @@ d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsre
**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing indien de in dat lid bedoelde gegevens betrekking hebben op een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000.
### Artikel 24a
**1.** Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet een mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente inzake het niet van toepassing zijn van artikel 2.6 van de wet, als hij de identiteit van een vreemdeling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder f, deugdelijk heeft vastgesteld, de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft en naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden.
**2.** In afwijking van het eerste lid doet Onze Minister van Justitie en Veiligheid geen mededeling als bedoeld in het vorige lid omtrent de vreemdelingen, bedoeld in de artikelen 30, 30a, eerste lid, onder a, of 30b, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
### Artikel 25
**1.** Onze Minister van Buitenlandse Zaken doet van een aanwijzing als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, of van de beëindiging daarvan mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.
@ -301,11 +298,11 @@ d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsre
### Artikel 26
Bij het voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4 en paragraaf 4a, van de wet, wordt door een overheidsorgaan, indien bekend, het burgerservicenummer vermeld van de persoon of personen ten aanzien van wie gegevens, bescheiden of inlichtingen worden verstrekt of met betrekking tot wie mededelingen worden gedaan.
Bij het voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 4, van de wet, wordt door een overheidsorgaan, indien bekend, het burgerservicenummer vermeld van de persoon of personen ten aanzien van wie gegevens, bescheiden of inlichtingen worden verstrekt of met betrekking tot wie mededelingen worden gedaan.
### Artikel 27
**1.** Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de wet, alsmede een bestuursorgaan dat op grond van artikel 2.34, tweede of vierde lid, van de wet is aangewezen, doet mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede van de grond van zijn gerede twijfel.
**1.** Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de wet, alsmede een bestuursorgaan dat op grond van artikel 2.34, tweede of vierde lid, van de wet is aangewezen, doet mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede van de grond van zijn gerede twijfel als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de wet.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de gevallen waarin en regels over de wijze waarop de mededeling wordt gedaan.
@ -315,100 +312,6 @@ Bij het voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 1, parag
**2.** Indien het college van burgemeester en wethouders besluit een aantekening als bedoeld in artikel 2.26 van de wet te plaatsen, stelt het college het bestuursorgaan dat de mededeling heeft gedaan na afloop van het onderzoek ervan in kennis of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de basisregistratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd.
#### Paragraaf 3a. Ondersteuning bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie personen op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie
### Artikel 28a
De analysemethoden, bedoeld in artikel 2.37c, vierde lid, van de wet zien op:
a. de analyse van mededelingen als bedoeld in artikel 2.37b, eerste lid, van de wet;
b. de analyse aan de hand van profielen;
c. een onderzoek naar patronen.
### Artikel 28b
**1.** Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 2.37b, eerste lid, van de wet alsmede een derde als bedoeld in artikel 2.37b, derde lid, van de wet doet mededeling aan Onze Minister van door hem geconstateerde afwijkingen tussen enerzijds gegevens die hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie of waarvan de verstrekking achterwege is gebleven en anderzijds gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen, alsmede de grond van zijn gerede twijfel.
**2.**
De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan Onze Minister de volgende andere categorieën gegevens verstrekken:
a. administratieve gegevens;
b. gegevens over de samenstelling van de bewoning op een adres;
c. gegevens over de gezamenlijke huishouding op een adres;
d. gegevens over de rechtmatigheid van de bewoning op een adres.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden de gegevens, bedoeld in het tweede lid, nader bepaald.
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop de mededeling wordt gedaan.
### Artikel 28c
**1.** Een profiel als bedoeld in artikel 2.37c, tweede lid, van de wet bestaat uit een of meerdere selectiefactoren waarmee door Onze Minister uit de gegevens, bedoeld in artikel 2.37c, eerste lid, van de wet, gegevens betreffende het adres van een persoon worden geselecteerd voor een mededeling als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, van de wet.
**2.** De selectiefactoren, bedoeld in het eerste lid, geven in onderlinge samenhang aanleiding tot gerede twijfel bij Onze Minister over de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een persoon.
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke selectiefactoren een profiel vormen.
### Artikel 28d
**1.** Een onderzoek naar patronen als bedoeld in artikel 2.37c, tweede lid, van de wet draagt bij aan de totstandkoming van een profiel als bedoeld in artikel 28c. Het onderzoek leidt niet tot een mededeling als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, van de wet.
**2.** Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wordt niet gestart dan nadat daarover door Onze Minister overleg is gepleegd met representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten en de krachtens artikel 2.37b, eerste lid, van de wet aangewezen bestuursorganen, waarbij Onze Minister in ieder geval inzicht geeft in het beoogde doel van het onderzoek en de daarbij te verwerken categorieën gegevens.
### Artikel 28e
**1.**
Onze minister verwerkt bij de analyse van de mededeling als bedoeld in artikel 28b, eerste lid, bij de toepassing van profielen als bedoeld in artikel 28c, eerste lid en het onderzoek naar patronen als bedoeld in artikel 28d, eerste lid, de volgende categorieën gegevens:
a. Algemene gegevens als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, artikel 2.69, eerste lid, onderdeel a, of artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, van de wet:
1° gegevens over de burgerlijke staat;
2° gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland;
3° gegevens over het woonadres van de niet-ingezetene of het adres bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;
4° gegevens over het tijdelijk verblijfsadres;
5° gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;
6° gegevens over de burgerservicenummers van de ouders, de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of eerdere geregistreerde partners en de kinderen;
7° gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner.
b. Administratieve gegevens als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b, artikel 2.69, eerste lid, onderdeel b, en artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
c. Andere gegevens als bedoeld artikel 2.37c, eerste lid, onderdeel c, van de wet:
1° gegevens over de samenstelling van de bewoning op een adres;
2° gegevens over de gezamenlijke huishouding op een adres;
3° gegevens over de rechtmatigheid van de bewoning op een adres;
4° gegevens over het water- en energieverbruik op een adres;
5° gegevens over de resultaten van adresonderzoek;
6° gegevens over het gebruik en de bestemming van een pand of verblijfsobject;
7° kadastrale gegevens als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Kadasterwet.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden de algemene gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de administratieve gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de andere gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, nader bepaald.
### Artikel 28f
Een mededeling als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, van de wet bevat de volgende categorieën gegevens van alle personen die zijn ingeschreven op het adres waar de mededeling op ziet:
a. gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente;
b. gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam; en
c. gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene.
### Artikel 28g
**1.** De termijn, bedoeld in artikel 2.37e, eerste lid, eerste volzin, van de wet is vier weken.
**2.** De termijn, bedoeld in artikel 2.37e, eerste lid, tweede volzin, van de wet is zes maanden.
**3.**
Een kennisgeving van de resultaten als bedoeld in artikel 2.37e, eerste lid, tweede volzin, van de wet bevat de volgende categorieën gegevens van alle personen die ingeschreven zijn op het adres waar de kennisgeving op ziet:
a. gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente;
b. gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam;
c. gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene; en
d. gegevens over het resultaat van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, van de wet.
**4.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelen 2.37d en 2.37e van de wet, plaatsvindt.
#### Paragraaf 4. De verplichtingen van de burger
### Artikel 29
@ -432,8 +335,6 @@ b. verblijf in een penitentiaire instelling.
**4.** De gevallen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, zijn tevens de in artikel 2.49, vierde lid, van de wet bedoelde gevallen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**5.** De gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens de in artikel 2.43, vijfde lid, van de wet bedoelde gevallen, voor zover het betreft het vierde lid van dat artikel. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Niet-ingezetenen
#### Paragraaf 1. Algemeen
@ -446,21 +347,16 @@ a. de volgende organen binnen de Belastingdienst:
1°. de directeur, de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, wat betreft:
de heffing van rijksbelastingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van andere heffingen, premies of bijdragen van het Rijk voor zover bij of krachtens de wet opgedragen;
de invordering van belastingen, andere heffingen van het Rijk en tegemoetkomingen op grond van de Invorderingswet 1990;
de heffing van rijksbelastingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van andere heffingen, premies of bijdragen van het rijk voor zover bij of krachtens de wet opgedragen;
de invordering van belastingen, andere heffingen van het rijk en tegemoetkomingen op grond van de Invorderingswet 1990;
de heffing en invordering van invoerrechten en accijnzen op grond van de Algemene douanewet;
de toepassing van de Algemene douanewet met betrekking tot de taken, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 1:1 van de Algemene douanewet;
2°. de Belastingdienst/Toeslagen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, wat betreft de uitkering en terugvordering van tegemoetkomingen op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
b. de Sociale Verzekeringsbank wat betreft de taken op grond van hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen met uitzondering van de taken op grond van artikel 35 van die wet ten aanzien van verzekerden en bij de verzekerden behorende personen in de verzekerdenadministratie;
c. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wat betreft de taken op grond van hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen met uitzondering van de taken op grond van artikel 33 van die wet;
d. het CAK wat betreft de taken op grond van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
f. Onze Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft:
1°. de taken omtrent personen die in Nederland voorrechten en immuniteiten genieten op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer met twee protocollen (Trb. 1962, 101), het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, met twee protocollen (Trb. 1965, 40), zetelovereenkomsten met in Nederland gevestigde internationale organisaties, Europese regelgeving of volkenrechtelijk gebruik; en
2°. de taken betreffende de aanvraag, verstrekking en uitreiking van nationale paspoorten, nooddocumenten, tweede paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten op grond van onderscheidenlijk de artikelen 26, 40 en 42 van de Paspoortwet;
g. Onze Minister van Justitie en Veiligheid wat betreft de taken op grond van artikel 14, eerste tot en met vierde lid, en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap;
h. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wat betreft de taken op grond van artikel 3.19 van de Wet studiefinanciering 2000.
f. Onze Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft de taken omtrent personen die in Nederland voorrechten en immuniteiten genieten op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer met twee protocollen (Trb. 1962, 101), het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, met twee protocollen (Trb. 1965, 40), zetelovereenkomsten met in Nederland gevestigde internationale organisaties, Europese regelgeving of volkenrechtelijk gebruik.
#### Paragraaf 2. Bepalingen in verband met de inschrijving, de opneming van persoonsgegevens en overige bepalingen
@ -483,10 +379,6 @@ b. over de nationaliteit: de nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aandu
**3.** Onze Minister neemt daarnaast andere algemene gegevens op voor zover de betrokkene daarom verzoekt en de gegevens bij de inschrijving kunnen worden vastgesteld.
### Artikel 33a
De gevallen, bedoeld in artikel 2.67, derde lid, van de wet, zijn de gevallen waarin de betrokkene niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege de toestand van zijn gezondheid. Zo nodig kan de overlegging worden verlangd van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts.
### Artikel 34
**1.** Een aangewezen bestuursorgaan legt bij een verzoek om inschrijving als bedoeld in artikel 2.68 van de wet ten minste een opgave over van de volgende gegevens over de burgerlijke staat van de betrokkene: de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum en het geslacht.
@ -504,27 +396,9 @@ Degene die in persoon verschijnt in verband met een verzoek als bedoeld in artik
a. een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, of
b. een buitenlands paspoort of ander reisdocument dan wel een buitenlandse nationale identiteitskaart.
### Artikel 35a
Het college van burgemeester en wethouders van de voormalige bijhoudingsgemeente neemt met betrekking tot een ingeschrevene die geen ingezetene meer is binnen vier weken na diens schriftelijk verzoek daartoe kosteloos op de persoonslijst van de ingeschrevene de gegevens op als bedoeld in artikel 2.25 van de wet waaruit blijkt dat deze geen gebruik maakt van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner.
### Artikel 35b
**1.** Artikel 2.56a van de wet is van overeenkomstige toepassing op de ingeschrevene die geen ingezetene meer is, ouder is van een kind als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet en op het moment van de geboorte van het kind als ingezetene was ingeschreven in het persoonsregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de voormalige bijhoudingsgemeente is verantwoordelijk voor de bijhouding van de gegevens over het kind op de persoonslijst van de ouder, bedoeld in het eerste lid, op grond van het verzoek, bedoeld in artikel 2.56a van de wet.
### Artikel 36
Een persoon die, in het kader van een aan Onze Minister gericht verzoek als bedoeld in artikel 2.81, derde lid, van de wet in samenhang met artikel 2.55 van de wet, vraagt om verstrekking van een kopie van de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de verordening, waarvoor kosten in rekening kunnen worden gebracht op grond van de verordening, is een recht verschuldigd dat gelijk is aan het recht dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inschrijfvoorziening is ondergebracht heft op grond van artikel 229 van de Gemeentewet voor het uitvoeren van eenzelfde verzoek dat aan het college is gericht op grond van artikel 2.81, vierde lid, van de wet.
### Afdeling 3. Ingezetenen van een openbaar lichaam
### Artikel 36a
**1.** De in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde algemene gegevens over ingezetenen van een openbaar lichaam zijn als zodanig nader bepaald in de tabel die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
**2.** De in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de wet genoemde administratieve gegevens worden nader bepaald bij regeling van Onze Minister.
Een persoon die aan Onze Minister een verzoek richt als bedoeld in artikel 2.81, derde lid, in samenhang met artikel 2.55, derde lid, van de wet, is een recht verschuldigd dat gelijk is aan het recht dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inschrijfvoorziening is ondergebracht heft op grond van artikel 229 van de Gemeentewet voor het uitvoeren van eenzelfde verzoek dat aan het college is gericht op grond van artikel 2.81, vierde lid, van de wet.
## Hoofdstuk 3. De verstrekking
@ -546,7 +420,7 @@ c. verstrekking op basis van een zoekvraag, zijnde een verstrekking op verzoek v
### Artikel 38
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt een overheidsorgaan of een derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld aanvraagformulier.
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt een overheidsorgaan of een derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
### Artikel 39
@ -568,8 +442,8 @@ De door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang,
Ter uitvoering van artikel 3.11 van de wet wordt van systematische verstrekking van gegevens geen aantekening gehouden voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor:
a. de uitvoering van de taken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, met inbegrip van werkzaamheden die ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden verricht op grond van artikel 91 van die wet;
b. de uitvoering van de taken van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op grond van artikel 10, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, met inbegrip van werkzaamheden die ten behoeve van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden verricht op grond van artikel 92 van die wet;
a. de uitvoering van taken door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten 2002, met inbegrip van werkzaamheden die ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden verricht op grond van artikel 60 van die wet;
b. de uitvoering van taken door de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002;
c. de uitvoering van taken door de politie op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012 of door de Koninklijke marechaussee op grond van artikel 4 van die wet, die verband houden met de bestrijding van zware of georganiseerde criminaliteit;
d. de uitvoering van taken door de rijksrecherche op grond van artikel 49 van de Politiewet 2012 die verband houden met onderzoeken in opdracht van het College van Procureurs-Generaal.
@ -577,18 +451,10 @@ d. de uitvoering van taken door de rijksrecherche op grond van artikel 49 van de
**1.** Indien door een ingezetene aangifte is gedaan van vertrek naar Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, verstrekt Onze Minister de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd aan de desbetreffende verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het desbetreffende openbaar lichaam.
**2.** Onze Minister verstrekt op verzoek van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een openbaar lichaam aan deze gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn in verband met de bijhouding van de basisadministratie van de verantwoordelijke. De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd.
**2.** Een college van burgemeester en wethouders verstrekt op verzoek van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een openbaar lichaam aan deze gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn in verband met de bijhouding van de basisadministratie van de verantwoordelijke. De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd.
**3.** Onze Minister kan op verzoek van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen aan hem gegevens verstrekken, ter bevordering van de afstemming van de basisadministratie van de verantwoordelijke op de basisregistratie. De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op de gegevens over de betrokkene die daartoe zijn aangewezen in de tabel die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd.
### Artikel 43a
**1.** Onze Minister verstrekt op verzoek van een in bijlage 7 bij dit besluit aangewezen autoriteit in een van de openbare lichamen, Aruba, Curaçao of Sint Maarten aan deze gegevens uit de basisregistratie, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in bijlage 7 bij dit besluit aangewezen bij of krachtens een rijkswet aan de desbetreffende autoriteit opgedragen taak.
**2.** Onze Minister verstrekt op verzoek van autoriteiten in een van de openbare lichamen, Aruba, Curaçao of Sint Maarten aan deze gegevens uit de basisregistratie, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in bijlage 7 bij dit besluit aangewezen andere taken dan bedoeld in het eerste lid waarmee zij op grond van de voor hen geldende wetgeving zijn belast.
**3.** Verstrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid betreft systematische verstrekking van gegevens. Hoofdstuk 1, paragraaf 4, is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de kosten in verband met die verstrekking en de wijze waarop deze kosten worden vergoed.
### Artikel 44
**1.**
@ -601,7 +467,7 @@ c. de verwerking voor het betreffende onderzoek noodzakelijk is;
d. de verzoeker heeft aangetoond dat de nodige voorzieningen zijn getroffen teneinde te verzekeren dat de verdere verwerking van de verstrekte gegevens uitsluitend geschiedt ten behoeve van het onderzoek en dat ook overigens is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad, en
e. de gegevens slechts in geanonimiseerde vorm aan anderen beschikbaar worden gesteld, tenzij de ingeschrevene uitdrukkelijk met de voorgenomen openbaarmaking van de hem betreffende gegevens heeft ingestemd.
**2.** De verstrekking geschiedt door Onze Minister of door een college van burgemeester en wethouders.
**2.** De verstrekking geschiedt door Onze Minister of door een college van burgemeester en wethouders
**3.** Verstrekking door Onze Minister geschiedt overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van systematische verstrekkingen, met uitzondering van artikel 3.2, achtste lid, van de wet.
@ -611,7 +477,7 @@ Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het tweede
a. de verzoeker heeft aangetoond dat het voor een goede uitvoering van het onderzoek noodzakelijk is dat verstrekking plaatsvindt overeenkomstig hetgeen krachtens de artikelen 3.1 en 3.2 van de wet is bepaald;
b. aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is voldaan, en
c. de Autoriteit persoonsgegevens over het verzoek is gehoord.
c. het College bescherming persoonsgegevens over het verzoek is gehoord.
### Artikel 45
@ -638,14 +504,15 @@ d. de informatie tijdig op een andere manier kan worden verkregen.
### Artikel 46
Het college van burgemeester en wethouders of Onze Minister voldoet in ieder geval niet aan een verzoek van een betrokkene als bedoeld in de artikelen 3.22, eerste lid, 3.22a, eerste lid, en 3.23, derde lid, van de wet, voor zover de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie heeft plaatsgevonden voor de uitvoering van de hieronder bedoelde taken en voor zover het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie de gegevens ter uitvoering van die taken zijn verstrekt, heeft aangegeven dat aan het verzoek van de betrokkene niet kan worden voldaan:
Het college van burgemeester en wethouders of Onze Minister voldoet in ieder geval niet aan een verzoek van een betrokkene als bedoeld in artikel 3.22, eerste en tweede lid, en 3.23, eerste lid, van de wet, voor zover de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie heeft plaatsgevonden voor de uitvoering van de hieronder bedoelde taken en voor zover het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie de gegevens ter uitvoering van die taken zijn verstrekt, heeft aangegeven dat aan het verzoek van de betrokkene niet kan worden voldaan:
a. taken op grond van de artikelen 3, 4 en 49 van de Politiewet 2012 die worden uitgevoerd in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
b. taken op grond van artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
c. taken op grond van artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de Gezondheidswet;
d. taken op grond van artikel 13, aanhef en onderdeel a, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
e. taken op grond van artikel 110, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, artikel 30 van de Gerechtsdeurwaarderswet of artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
f. de taken, bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
e. taken op grond van artikel 110, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, artikel 30 van de Gerechtsdeurwaarderswet of artikel 24 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
f. de taken, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;
g. de taken, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
## Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs- en slotbepalingen
@ -653,7 +520,7 @@ f. de taken, bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke o
### Artikel 47
**1.** De onderzoeken, bedoeld in artikel 4.3 van de wet, geschieden jaarlijks, uiterlijk op een door Onze Minister vast te stellen tijdstip.
**1.** De onderzoeken, bedoeld in artikel 4.3 van de wet, geschieden jaarlijks, uiterlijk op 30 september.
**2.** De uitvoering van deze onderzoeken geschiedt met behulp van een door Onze Minister beschikbaar gesteld evaluatie-instrument.
@ -661,7 +528,7 @@ f. de taken, bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke o
**4.** De uittreksels, bedoeld in artikel 4.3 van de wet, bevatten de geaggregeerde resultaten van het onderzoek. Bij regeling van Onze Minister wordt voor de verschillende typen uittreksels het aggregatieniveau bepaald.
**5.** De uittreksels worden jaarlijks uiterlijk op een door Onze Minister vast te stellen tijdstip verzonden.
**5.** De uittreksels worden jaarlijks, uiterlijk op 31 oktober, verzonden.
**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van de onderzoeken en de inhoud van de uittreksels.
@ -738,5 +605,3 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisregistratie personen.
## Bijlage 5. Derden die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang aan wie door burgemeester en wethouders verstrekt kan worden
## Bijlage 6. Gegevens die verstrekt mogen worden op grond van
## Bijlage 7. Aanwijzing autoriteiten en taken als bedoeld in