2006-03-01 | BWBR0006535 | Rechtspositiebesluit wethouders
This commit is contained in:
parent
5a990d2d3f
commit
ad0cd20d1c
1 changed files with 26 additions and 70 deletions
|
|
@ -64,7 +64,7 @@ In gemeenten waar ingevolge artikel 36, eerste lid, van de Gemeentewet ten hoogs
|
|||
|
||||
**1.** In geval van overlijden van de wethouder wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering, welke de wethouder laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de wethouder.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande levenspartner met wie de overleden niet-gehuwde wethouder samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het gemeentebestuur kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden wethouder ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,25 +165,11 @@ a. in de aard van de aan de functie van wethouder verbonden werkzaamheden, of
|
|||
b. in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en
|
||||
c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging, voor zover deze kosten ten laste van de wethouder blijven, aan de wethouder voor rekening van de gemeente worden vergoed.
|
||||
|
||||
**2.** Ter zake van andere schade, voortvloeiende uit de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden of omstandigheden, kunnen de nadere voorschriften, zoals deze door het gemeentebestuur ten aanzien van haar ambtelijk personeel eventueel zijn vastgesteld, van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de wethouder in die gemeente.
|
||||
**2.** Ter zake van andere schade, voortvloeiende uit de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden of omstandigheden, kunnen de nadere voorschriften, zoals deze door het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van haar ambtelijk personeel eventueel zijn vastgesteld, van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de wethouder in die gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de voormalig wethouder, wiens recht op uitkering op grond van een verordening, bedoeld in de vijfde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, is voortgezet wegens algemene invaliditeit, wordt, indien zijn invaliditeit het gevolg is van ziekten of gebreken die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan het ambt van wethouder verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze werden verricht, en deze niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten, een aanvulling op de uitkering verleend. Deze aanvulling is gelijk aan een bedrag dat nodig is om de uitkering te verhogen tot een van de mate van algemene invaliditeit afhankelijk percentage van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, bedoeld in artikel 133 van de eerdergenoemde wet. Dit percentage is bij een invaliditeitsgraad van
|
||||
|
||||
80% of meer: 90,02%;
|
||||
|
||||
65 tot 80%: 73,31%;
|
||||
55 tot 65%: 56,59%;
|
||||
45 tot 55%; 45,01%;
|
||||
35 tot 45%: 34,08%;
|
||||
25 tot 35%: 22,50% van de wedde.
|
||||
|
||||
Het recht op de aanvulling op de uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de voormalig wethouder de leeftijd van 65 jaar bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het overlijden van een wethouder, dan wel van een voor een uitkering als bedoeld in het eerste lid in aanmerking gekomen voormalig wethouder, het rechtstreeks gevolg is van ziekten of gebreken als bedoeld in het eerste lid, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens een verordening als bedoeld in het eerste lid een pensioen geniet, een uitkering verleend ten bedrage van 18% van dit pensioen. De uitkering eindigt met ingang van de maand, waarin de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel - indien de weduwe of weduwnaar of achtergebleven geregistreerde partner aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt of zich als partner laat registreren - met ingang van de maand volgende op die van het hertrouwen of de partnerschapsregistratie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vergoeding onkosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,27 +186,7 @@ b. een vergoeding van verhuiskosten in verband met de benoeming in de gemeente.
|
|||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan de wethouder een dienstauto ter beschikking is gesteld, kan de raad bepalen dat de wethouder een vergoeding ontvangt ter compensatie van de belastingheffing voor het gebruik van de dienstauto voor woon-werkverkeer op grond van de artikelen 3.20 en 3 145 Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de formule:
|
||||
|
||||
C x V x T x 100 / (100 – T) = vergoeding
|
||||
|
||||
In deze formule is:
|
||||
|
||||
C de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van omzetbelasting en belasting van personenauto's en motorrijwielen;
|
||||
|
||||
V het percentage van de cataloguswaarde van de dienstauto dat, op grond van artikel 3.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001, bij het belastbaar inkomen geteld moet worden wegens als privé aangemerkte kilometers woon-werkverkeer;
|
||||
|
||||
T het voor de wethouder geldende inkomstenbelastingpercentage volgens artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de vaststelling van de vergoeding worden de met de dienstauto gemaakte reizen en de daarbij afgelegde kilometers geregistreerd.
|
||||
|
||||
**4.** Op 1 januari van elk jaar wordt aan de hand van de kilometerregistratie de vergoeding voor het voorgaande jaar vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de wethouder voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van meer dan één dienstauto wordt bij de berekening van de vergoeding uitgegaan van een gewogen gemiddelde van de catalogusprijzen van de gebruikte dienstauto's.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -233,10 +199,6 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Indien aan de wethouder een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de wethouder wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat een wethouder, naar in de verordening te stellen regels, ten laste van de gemeente een tegemoetkoming ontvangt ter zake van kosten voor in verband met de vervulling van het wethouderschap noodzakelijke kinderopvang.
|
||||
|
|
@ -247,33 +209,14 @@ De raad kan bij verordening bepalen dat een wethouder, naar in de verordening te
|
|||
|
||||
De raad kan bij verordening bepalen dat aan een wethouder een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten wordt toegekend tot de maximumbedragen genoemd in volgende tabel:
|
||||
|
||||
**Tabel I**
|
||||
|
||||
| Aantal inwoners gemeente | Maximum onkostenvergoeding per maand |
|
||||
| Aantal inwoners gemeente | maximale onkostenvergoeding per maand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| – 8 000 | € 105,73 |
|
||||
| 8 001–14 000 | € 173,80 |
|
||||
| 14 001–18 000 | € 224,62 |
|
||||
| 18 001– | € 245,04 |
|
||||
| 8.000 | € 245,45 per 1-1-2006: € 249,87 |
|
||||
| 8.001–14.000 | € 403,35 per 1-1-2006: € 410,61 |
|
||||
| 14.001–18.000 | € 521,79 per 1-1-2006: € 531,18 |
|
||||
| 18.001– | € 569,35 per 1-1-2006: € 579,60 |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, gelden in afwijking van het eerste lid voor de onkostenvergoeding de maximumbedragen genoemd in de volgende tabel:
|
||||
|
||||
**Tabel II**
|
||||
|
||||
| Aantal inwoners gemeente | Maximum onkostenvergoeding per maand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| –8 000 | € 220,08 |
|
||||
| 8 001–14 000 | € 361,66 |
|
||||
| 14 001–18 000 | € 467,85 |
|
||||
| 18 001– | € 510,50 |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,7 +236,20 @@ Ten aanzien van een wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
|
|||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
De gemeente kan, naar bij verordening te stellen regels, aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt benodigde computer- en communicatieapparatuur ter beschikking stellen. Het ter beschikking stellen van computerapparatuur kan geschieden door het bieden van een mogelijkheid tot deelname aan een voor het gemeentepersoneel geldende pc-privéregeling.
|
||||
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt, een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. De gemeenteraad verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door de raad aan de wethouder op aanvraag,voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor:
|
||||
|
||||
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of,
|
||||
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
|
||||
|
||||
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. De gemeenteraad verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
|
||||
|
||||
**4.** Op aanvraag wordt door de raad een vergoeding aan de wethouder verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur.
|
||||
|
||||
**5.** De raad kan bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -305,11 +261,11 @@ De gemeente kan, naar bij verordening te stellen regels, aan de wethouder voor d
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit wethouders.
|
||||
Artikel 21 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, blijft van toepassing op de voormalig wethouder, indien de in dat artikel bedoelde invaliditeit op die dag reeds bestond of, indien de invaliditeit op een later tijdstip is ontstaan, kan worden vastgesteld dat de oorzaak van deze invaliditeit voor de datum van bovengenoemd besluit 22 december 2005 is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue