2022-01-29 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2022-01-29 12:00:00 +00:00
parent 145957f1f1
commit ad1c5078f6

View file

@ -20,6 +20,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Beneluxgebied: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;
- Benelux-onderdanen: de onderdanen van de staten die partij zijn bij het op 3 februari 1958 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (Trb. 1958, 18);
- Besluit inburgering: het Besluit inburgering, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het Besluit inburgering 2021 in werking treedt;
- continentaal plat: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel c, van de Mijnbouwwet;
- cruiseschip: hetgeen daaronder in de Schengengrenscode wordt verstaan;
- de Wet: de Vreemdelingenwet 2000;
@ -43,8 +44,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet;
- verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd: de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 20 van de Wet;
- vliegtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Luchtvaartwet;
- vreemdelingenadministratie: de vreemdelingenadministratie, bedoeld in artikel 107 van de Wet.
- zeeschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, tweede lid, onder c, van de Scheepvaartverkeerswet;
- vreemdelingenadministratie: de vreemdelingenadministratie, bedoeld in artikel 107 van de Wet;
- Wet inburgering: de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt;
- zeeschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, tweede lid, onder c, van de Scheepvaartverkeerswet.
### Artikel 1.2
@ -831,7 +833,7 @@ b. een vreemdeling van 21 jaar of ouder met rechtmatig verblijf als bedoeld in a
Indien de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid in Nederland wil verblijven, houder is van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt de verblijfsvergunning aan het gezinslid niet verleend, dan nadat de hoofdpersoon ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven, tenzij:
a. de hoofdpersoon in Nederland verblijft voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering;
a. de hoofdpersoon in Nederland verblijft voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering of artikel 2.2 van het Besluit inburgering 2021;
b. de hoofdpersoon onder het toepassingsbereik valt van artikel 13 van Associatiebesluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40) of het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan (Stb. 1913, 389);
c. niet-toelating als gezinslid in strijd zou zijn met de belangen van minderjarige kinderen, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEG 2003, L 251).
@ -1260,8 +1262,9 @@ e. aan een bij ministeriële regeling aangewezen buitenlandse onderwijsinstellin
1°. een minimale score heeft behaald van 6.0 bij het International English Language Testing System,
2°. een vergelijkbare minimale score heeft behaald in een Engelse taaltest zoals opgenomen in de Gedragscode internationale student hoger onderwijs,
3°. beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit inburgering, of
4°. zijn masteropleiding of postdoctorale opleiding heeft genoten in het Engels of het Nederlands;
3°. beschikt over een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021,
4°. beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit inburgering, of
5°. zijn masteropleiding of postdoctorale opleiding heeft genoten in het Engels of het Nederlands;
f. een bij ministeriële regeling aangewezen hoger onderwijsopleiding heeft afgerond.
**2.** De verblijfsvergunning wordt niet opnieuw verleend indien de vreemdeling op grond van het afronden van diezelfde opleiding of het verrichten van datzelfde onderzoek eerder houder is geweest van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
@ -1716,21 +1719,28 @@ Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.77, kan de aanvraag tot het verlenen va
### Artikel 3.80a
**1.** Een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, en tweede lid, die het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald.
**1.** Een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, en tweede lid, die niet beschikt over een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering 2021 dan wel een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 of indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet niet heeft behaald.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling:
a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering 2021 of artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 of artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit;
e. op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven;
e. op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven;
f. verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld;
g. niet inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 en 5 van de Wet inburgering en het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering niet heeft afgerond maar wel de overige examenonderdelen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van die wet, heeft behaald.
g. niet inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 en 4 van de Wet inburgering 2021 of de artikelen 3 en 5 van de Wet inburgering en het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering niet heeft afgerond maar wel de overige examenonderdelen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van die wet, heeft behaald.
**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen.
**3.**
Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegde deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 of een overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking of handicap blijvend niet in staat is:
a. te voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021;
b. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 te behalen;
c. het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering te behalen; of
d. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inburgering, te behalen.
**4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
@ -2037,25 +2047,32 @@ De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaald
### Artikel 3.96a
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt afgewezen, indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald.
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt afgewezen, indien de vreemdeling niet beschikt over een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 dan wel indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet niet heeft behaald.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling:
a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6. van het Besluit inburgering 2021 of artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 of artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit;
e. op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven;
e. op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven;
f. meerderjarig is en:
1°. voor het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, voor zover diens aanvraag is ontvangen voor het negenentwintigste levensjaar, of
2°. voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en voor wie Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is;
g. oud-Nederlander is, die het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, dan wel door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend op de grond dat hij heeft nagelaten na de totstandkoming van zijn naturalisatie al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, en die voorafgaand aan de naturalisatie ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft gehad;
h. niet inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 en 5 van de Wet inburgering en het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering niet heeft afgerond maar wel de overige examenonderdelen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van die wet, heeft behaald.
h. niet inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 en 4 van de Wet inburgering 2021 of de artikelen 3 en 5 van de Wet inburgering en het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering niet heeft afgerond maar wel de overige examenonderdelen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van die wet, heeft behaald.
**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen.
**3.**
Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegde deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 of een overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking of handicap blijvend niet in staat is:
a. te voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021;
b. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering 2021 te behalen;
c. het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering te behalen; of
d. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inburgering, te behalen.
**4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
@ -2429,19 +2446,26 @@ b. niet heeft onderbouwd dat het land in zijn specifieke omstandigheden niet als
### Artikel 3.107a
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder d, van de Wet, wordt afgewezen indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald.
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, aanhef, onderdeel d, van de Wet wordt afgewezen, indien de vreemdeling niet beschikt over een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 dan wel indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet niet heeft behaald.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling:
a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering 2021 of artikel 2.6 van het Besluit inburgering;
c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021 of artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met k, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit;
d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit;
e. op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven.
e. op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 of artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven.
**3.** Onze Minister kan het eerste lid buiten toepassing laten, voor zover de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen.
**3.**
Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegde deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 of een overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking of handicap blijvend niet in staat is:
a. te voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021;
b. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering 2021 te behalen;
c. het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering te behalen; of
d. een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inburgering, te behalen.
**4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
@ -4111,7 +4135,7 @@ c. de beoordeling of een vreemdeling als gemeenschapsonderdaan rechtmatig verbli
Gegevens en inlichtingen ten behoeve van de vreemdelingenadministratie kunnen in ieder geval worden verstrekt door:
a. de colleges van burgemeester en wethouders, voor zover deze zijn belast met de uitvoering van de Wet basisregistratie personen, de Participatiewet en aanverwante inkomensvoorzieningswetten en de Wet inburgering;
a. de colleges van burgemeester en wethouders, voor zover deze zijn belast met de uitvoering van de Wet basisregistratie personen, de Participatiewet en aanverwante inkomensvoorzieningswetten, de Wet inburgering en de Wet inburgering 2021;
b. de Sociale Verzekeringsbank;
c. het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;
d. de Rijksbelastingdienst;