2005-01-01 | BWBR0007402 | Wet vergoedingen leden Eerste Kamer
This commit is contained in:
parent
59d6e810f7
commit
ad58a7dbfa
1 changed files with 2 additions and 2 deletions
|
|
@ -70,7 +70,7 @@ Het bedrag, genoemd in artikel 4, wordt door Onze Minister herzien overeenkomsti
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Kamerleden ontvangen een bedrag van € 1 659,93 per 1 januari 2003: € 1.773,55 per jaar waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
|
||||
**1.** Kamerleden ontvangen een bedrag van € 1 659,93 per 1 januari 2005: € 2.033,- per jaar waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks door Onze Minister opnieuw vastgesteld met inachtneming van de procentuele wijzigingen, bedoeld in artikel 9, in het voorafgaande jaar en van wijzigingen in dat jaar van berekeningselementen van de bedragen, die op grond van artikel 106, eerste lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers worden ingehouden, ter zake van aanspraken bij arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden, op de schadeloosstelling van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
|
|
@ -116,7 +116,7 @@ Naast de toelage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en de eindejaarsuitkering,
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1902,70 per 1 januari 2004: € 2.101,06 per jaar bedraagt.
|
||||
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1902,70 per 1 januari 2005: € 2.122,07 per jaar bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, geldt in afwijking van het eerste lid een vergoeding van beroepskosten ter grootte van het bedrag, genoemd in het eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue