From ad798884bdab1790f46dbee2983e68ebb08ba106 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 28 Aug 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-08-28 | BWBR0003229 | Ambtenarenreglement Staten-Generaal --- .../BWBR0003229/README.md | 201 +++++++++--------- 1 file changed, 101 insertions(+), 100 deletions(-) diff --git a/amvb/ambtenarenreglement-staten-generaal/BWBR0003229/README.md b/amvb/ambtenarenreglement-staten-generaal/BWBR0003229/README.md index 9151ba864ae..6e66f0ee5c6 100644 --- a/amvb/ambtenarenreglement-staten-generaal/BWBR0003229/README.md +++ b/amvb/ambtenarenreglement-staten-generaal/BWBR0003229/README.md @@ -94,7 +94,7 @@ f. voor een andere reden. **3.** -In het geval een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd is voorafgegaan door een andere aanstelling in tijdelijke dienst krachtens het eerste lid, onder b tot en met f, wordt de maximale duur van de proeftijd verminderd met de duur van die andere aanstelling, indien: +In het geval een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd is voorafgegaan door een andere aanstelling in tijdelijke dienst krachtens het tweede lid, onder b tot en met f, wordt de maximale duur van de proeftijd verminderd met de duur van die andere aanstelling, indien: a. beide aanstellingen in tijdelijke dienst zijn verleend door het tot aanstelling bevoegd gezag; b. de andere aanstelling in tijdelijke dienst is beëindigd binnen een periode van drie maanden direct voorafgaande aan de aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd; en @@ -119,7 +119,7 @@ b. meer dan drie door het tot aanstelling bevoegd gezag verleende aanstellingen **1.** In zeer bijzondere gevallen kan op verzoek van betrokkene een aanstelling in tijdelijke dienst worden verleend waarin ten aanzien van hem dit besluit gedeeltelijk of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid. ### Artikel 6b @@ -160,7 +160,7 @@ b. een geneeskundig onderzoek, indien dit op grond van een wettelijk voorschrift **11.** Een antecedentenonderzoek of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie. -**12.** Onze Minister kan omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, nadere regels vaststellen. +**12.** het tot aanstelling bevoegde gezag kan omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, nadere regels vaststellen. ### Artikel 8 @@ -182,7 +182,7 @@ Vervallen **3.** De betrokkene kan binnen twee weken nadat hem de uitslag van het geneeskundig onderzoek is meegedeeld, een hernieuwd geneeskundig onderzoek aanvragen. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt omtrent het hernieuwd geneeskundig onderzoek nadere regels vast. Dit hernieuwd geneeskundig onderzoek mag niet worden verricht door de arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt omtrent het hernieuwd geneeskundig onderzoek nadere regels vast. Dit hernieuwd geneeskundig onderzoek mag niet worden verricht door de arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. **5.** Bij wijziging van een tijdelijk in een vast dienstverband vindt niet opnieuw een geneeskundig onderzoek plaats, tenzij ten aanzien van de geschiktheid van de betrokkene ernstige twijfel is gerezen. @@ -202,7 +202,7 @@ Vervallen **6.** De kosten van het onderzoek en van het nagesprek komen voor rekening van het Rijk. De betrokkene ontvangt voor ten behoeve van het onderzoek gemaakte reis- en verblijfkosten een vergoeding op de voet van de bepalingen van het Reisbesluit binnenland. -**7.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op vergelijkende vooronderzoeken in de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen gevallen. +**7.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op vergelijkende vooronderzoeken in de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen gevallen. ### Paragraaf 3. De akte van aanstelling en andere bescheiden @@ -234,7 +234,7 @@ c. de specifieke reden, indien sprake is van een aanstelling op grond van artike Voor zover deze gegevens op hem betrekking hebben en niet reeds in de acte van aanstelling zijn vermeld, worden aan de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld: a. de afdeling of het dienstvak waarbij en de betrekking waarin hij is tewerkgesteld, zomede de hem dienovereenkomstig aangewezen standplaats; -b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regelen; +b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels; c. het salaris dat hem is toegekend, zomede het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal worden verhoogd; d. andere hem mogelijk toegekende voordelen, onder verwijzing naar de desbetreffende kortingsregeling. @@ -288,11 +288,18 @@ Vervallen ### Artikel 24 -**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van zijn waarneming van zijn ambt, wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend op de voet van de artikelen 4, eerste lid, onder *b*, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5, eerste lid, onder *b*, en tweede lid van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. +**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend. De non-activiteitswedde is het bedrag waarmee de laatstelijk door hem in zijn ambt genoten bezoldiging het bedrag van de inkomsten die de ambtenaar in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college geniet, overschrijdt. -**2.** Onder "schadeloosstelling" als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder *b*., van genoemde wet, worden voor de toepassing van dit artikel verstaan alle inkomsten, aan de in het vorige lid bedoelde functie verbonden. +**2.** -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functies gelijkgesteld. +Voor de toepassing van het eerste lid geldt voorts dat: + +a. toekenning van de non-activiteitswedde plaatsvindt op de voet van het bepaalde in de artikelen 4, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement; +b. onder inkomsten die in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college worden genoten wordt verstaan: alle inkomsten die aan die werkzaamheden zijn verbonden. + +**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functie gelijkgesteld. + +**4.** Dit artikel is niet van toepassing op degenen die een non-acitiviteitswedde geniet uit hoofde van artikel 4, eerste lid, van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. ### Artikel 25 @@ -316,7 +323,7 @@ Vervallen **4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de militaire beloning verminderd met een eventuele aftrek wegens genot van voeding en huisvesting. -**5.** Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën stellen bij gemeenschappelijke ministeriële regeling vast hetgeen voor de toepassing van dit artikel onder militaire beloning wordt verstaan. +**5.** Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën stellen bij gemeenschappelijke ministeriële regeling vast hetgeen voor de toepassing van dit artikel onder militaire beloning wordt verstaan. ### Artikel 27 @@ -364,7 +371,7 @@ b. de ambtenaar, die in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij he c. de ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij het reservepersoneel der krijgsmacht; d. de ambtenaar, die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke militaire of daarmede gelijk te stellen dienst is, ter zake waarvan Wij zulks hebben bepaald. -**2.** Wij behouden Ons voor met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid nader regelen te stellen. +**2.** Wij behouden Ons voor met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid nader regels te stellen. ### Artikel 31 @@ -372,7 +379,7 @@ Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, ver ### Artikel 32 -**1.** De ambtenaar, die op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder *a* of *b*, van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie (*Stb*. 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is, wordt geacht met verlof te zijn. +**1.** De ambtenaar, die op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder *a* of *b*, van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is, wordt geacht met verlof te zijn. **2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar blijft gedurende het aldaar bedoelde verlof, onverminderd het bepaalde in artikel 122, in het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, met dien verstande, dat deze bezoldiging indien het verlof langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur van het verlof wordt verminderd met de beloning, waarop de ambtenaar als vrijwilliger aanspraak heeft. @@ -420,7 +427,7 @@ b. Van onderdeel a van dit artikellid kan slechts worden afgeweken indien het di c. De onderdelen a en b vinden ten aanzien van de zondag voor de ambtenaar die aan het hoofd van dienst heeft medegedeeld dat hij, in verband met zijn godsdienstige opvattingen, de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, overeenkomstige toepassing voor die dag in plaats van ten aanzien van de zondag. d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe aanleiding geven. -**8.** a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uur, tenzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 9 maal 24 uren welke rusttijd éénmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. +**8.** a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, tenzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 9 maal 24 uren welke rusttijd éénmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren. **9.** @@ -431,9 +438,9 @@ Van de voor de ambtenaar vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgewe **10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt in het tweede tot en met zevende lid overeenkomstige toepassing. -**11.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet. +**11.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet. -**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen. +**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen. ### Artikel 34a @@ -588,7 +595,7 @@ f. het minder werken op basis van artikel 34d van dit besluit. **11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 34a gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak. -**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het tot aanstelling bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn op grond van het vierde en vijfde lid geldende aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. +**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het tot aanstelling bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. **13.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het twaalfde lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen. @@ -610,7 +617,7 @@ f. het minder werken op basis van artikel 34d van dit besluit. **6.** Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan het bevoegde gezag aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen intrekken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. -**7.** Niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de ambtenaar over een vol kalenderjaar berekend volgens artikel 35, verminderd met de in het derde lid van dit artikel bedoelde vakantie. +**7.** Niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de ambtenaar over een vol kalenderjaar berekend volgens artikel 35, verminderd met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vakantie. **8.** Het bevoegd gezag kan toestaan dat in individuele gevallen in een bepaald jaar wordt afgeweken van de overeenkomstig het zevende lid maximaal naar een volgend kalenderjaar over te boeken vakantie-aanspraken. @@ -696,7 +703,7 @@ Vervallen Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken III. en IV. geniet verlof: -a. de ambtenaar, die als militair dan wel op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid, onder *a.* of *b.* van de Rechtstoestandregeling reservepolitie (*Stb.* 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is; +a. de ambtenaar, die als militair dan wel op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid, onder *a.* of *b.* van de Rechtstoestandregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is; b. de ambtenaar, die zich bevindt in een der omstandigheden, genoemd in artikel 30; c. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten. @@ -723,7 +730,7 @@ b. voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, een en ander voor zover dit **1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in artikel 125*c*, tweede lid, van de Ambtenarenwet bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij het verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen. ### Artikel 58 @@ -741,7 +748,7 @@ c. voor zover betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie **4.** -Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 161, tweede en vijfde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend: +Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de Ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend: a. aan leden van de hoofdbesturen van de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, en de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten; b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales; @@ -776,7 +783,7 @@ indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nal e. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen; f. bij zijn 25-, 40-, en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders of grootouders: één dag. -**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 1, vierde lid of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 1, vierde lid, of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. **3.** Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn echtgenote wordt op gelijke wijze verleend aan de ambtenaar die ongehuwd samenwoont als bedoeld in artikel 1, vierde lid, of aan de ambtenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner of van zijn geregistreerde partner. @@ -900,28 +907,6 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat **4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen. -### Artikel 62d - -**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 62c, eerste lid, behoudt haar aanspraak op bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 62c, derde lid, een aanvang heeft genomen. - -**2.** - -De gewezen ambtenaar, wier bevalling waarschijnlijk is binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. - -**3.** De periode, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen. - -**4.** - -De gewezen ambtenaar wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. - -**5.** De artikelen 62c, vijfde en zesde lid, 75, tweede lid, en 83a, zijn van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 63 **1.** Buitengewoon verlof van lange duur kan aan de ambtenaar op zijn aanvraag worden verleend, al dan niet met behoud van bezoldiging en al dan niet onder bepaalde voorwaarden. @@ -1027,12 +1012,11 @@ a) voor zover dit noodzakelijk is om te beoordelen of de ambtenaar van 55 jaar e b) indien het tot aanstelling bevoegd gezag gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; c) indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; d) ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; -e) voor zover dit noodzakelijk is ter voorbereiding van een beslissing naar aanleiding van de aanvraag om een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 71b; -f) indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken, een nominatieve aangifteplicht geldt; -g) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 129, zesde lid; -h) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; -i) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; -j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b. +e) indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Infectieziektenwet, een nominatieve aangifteplicht geldt; +f) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 129, zesde lid; +g) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; +h) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; +i) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b. **2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 dan wel een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. @@ -1040,13 +1024,31 @@ j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder ### Artikel 71b -**1.** Het medisch advies dat door de Arbo-dienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 71a, wordt zo spoedig mogelijk door de Arbo-dienst aan de ambtenaar en het tot aanstelling bevoegd gezag medegedeeld. +**1.** In geval van een geschil over het wel of niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voorziet artikel 38, eerste lid, onder g, Osv 1997 in het instellen van een onderzoek en het geven van een oordeel. -**2.** De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onder g, Osv 1997 komen voor rekening van het tot aanstelling bevoegd gezag. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen. +**2.** Het medisch advies dat door de Arbo-dienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 71a, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en het tot aanstelling bevoegde gezag medegedeeld. + +**3.** De ambtenaar kan de Arbo-dienst binnen drie dagen na ontvangst van het medisch advies, schriftelijk een hernieuwd onderzoek vragen indien hij het niet eens is met het medisch advies. De Arbo-dienst stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in kennis van een ingediend verzoek om een hernieuwd onderzoek. + +**4.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het schriftelijk verzoek om een hernieuwd onderzoek, doch uiterlijk binnen vier weken, vindt het hernieuwd onderzoek door een commissie van drie geneeskundigen plaats. + +**5.** Op verzoek van de ambtenaar wordt zijn behandelend arts in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk zijn mening aan de commissie van drie geneeskundigen kenbaar te maken. ### Artikel 71c -Vervallen +**1.** De leden van de commissie bedoeld in artikel 71b, vierde en vijfde lid, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door het tot aanstelling bevoegde gezag. De geneeskundige die het medisch advies heeft uitgebracht waarvan herziening wordt gevraagd, heeft in de commissie geen zitting. + +**2.** + +De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan: + +- a) de ambtenaar; +- b) het tot aanstelling bevoegde gezag; +- c) de behandelend arts, bedoeld in artikel 71b, vijfde lid. + +### Artikel 71d + +De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 71b, eerste lid, respectievelijk het hernieuwd onderzoek, bedoeld in het artikel 71b, derde lid, komen voor rekening van het tot aanstelling bevoegde gezag. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen. ### Paragraaf 3. Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid @@ -1056,40 +1058,44 @@ Vervallen **1.** De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging. -**2.** De ambtenaar die na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. +**2.** + +De ambtenaar die na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn dienstbetrekking + +a. aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft: + +I) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en +II) in de periode daarna aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. +b. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, heeft: + +I) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging; en +II) in de periode daarna aanspraak op doorbetaling van 80% van zijn bezoldiging. **3.** -De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt: - -a) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en -b) daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. - -**4.** - De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering: a) voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; dan wel b) indien hij in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur; danwel c) indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. -**5.** +**4.** De ambtenaar die op grond van artikel 92a, eerste lid, is herplaatst, voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 129, derde lid, onderdeel a, is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen: a) het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere betrekking zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidsduur zijn eigen betrekking; en b) zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage. -**6.** +**5.** De ambtenaar die is herplaatst op grond van artikel 92a, eerste lid, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen: a) een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en -b) zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage. +b) zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage. -**7.** +**6.** -Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: +Het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: | 80% of meer: | 90,02%; | | --- | --- | @@ -1108,11 +1114,14 @@ Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mat De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van artikel 129, eerste lid, aanhef en onderdeel f, nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft: -a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -b) indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen: +a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering. +b. De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onderdeel f, nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft: -i) zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -ii) de WAO-uitkering. +a. zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering; en +b. indien hij na het tijdvak van 52 weken, zolang hij ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, + +I) op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, en de WAO-uitkering; of +II) op grond van zijn arbeidsongeschiktheid geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering. **2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest. @@ -1178,12 +1187,6 @@ c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zic Vervallen -### Artikel 75b - -**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van het tot aanstelling bevoegd gezag geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert het bevoegd gezag de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van het tot aanstelling bevoegd gezag. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - #### Paragraaf . Begin en einde van de tijdvakken van 52 en 26 weken ### Artikel 76 @@ -1204,16 +1207,16 @@ d) het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn gestaakt. Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd. Het tijdvak van 26 weken eindigt na 26 weken, vermeerderd met de tijdvakken waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag: a) zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht; -b) in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur. +b) in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur, verminderd met de dagen waarop de ambtenaar gedurende de termijn van 52 weken, als bedoeld in het tweede lid, volledig geschikt is geweest zijn arbeid te verrichten. **4.** Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het tijdvak bedoeld in het eerste lid aan op de dag volgende op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd. **5.** -Indien Onze Minister de aangifte bedoeld in artikel 38, eerste lid van de ZW doet na de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, wordt: +Indien het tot aanstelling bevoegde gezag de aangifte bedoeld in artikel 38, eerste lid van de ZW doet na de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, wordt: -a) het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging, vermeerderd met een tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop Onze Minister de aangifte heeft gedaan; en -b) het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering, verminderd met het tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop Onze Minister de aangifte heeft gedaan. +a) het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging, vermeerderd met een tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop het tot aanstelling bevoegde gezag de aangifte heeft gedaan; en +b) het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering, verminderd met het tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop het tot aanstelling bevoegde gezag de aangifte heeft gedaan. ### Artikel 76a @@ -1378,13 +1381,13 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden toegekend a) indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien; en b) deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. ### Artikel 83 **1.** Indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, voortvloeit uit een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, worden hem vergoed de naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging die ten laste van de ambtenaar blijven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan omtrent het nadere regels vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. ### Paragraaf 6. Overige bepalingen @@ -1394,7 +1397,7 @@ b) deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. **2.** -Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18, of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan: +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan: a) de kalendermaand waarin de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; of b) de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen. @@ -1406,7 +1409,7 @@ Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan a) de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen. -**4.** Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt voor de toepassing van het derde lid gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard en omvang soortgelijke betrekking. +**4.** Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt voor de toepassing van het tweede en derde lid gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard en omvang soortgelijke betrekking. ### Artikel 83b @@ -1426,7 +1429,7 @@ b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om ### Artikel 84a -**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan regels vaststellen omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. +**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels vaststellen omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. **2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag kan nadere procedures en regels vaststellen omtrent reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. @@ -1521,7 +1524,7 @@ Het tot aanstelling bevoegd gezag kan de naar zijn oordeel meest geschikte herpl ### Artikel 84k -De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Artikel 94, tweede lid, eerste volzin, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Artikel 94, tweede lid, eerste volzin, derde, zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing. #### Paragraaf . - Sanctie @@ -1591,7 +1594,7 @@ Het tot aanstellen bevoegd gezag kan de artikelen 84*j*, tweede lid, 84*k*, 84*m **2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt regels inzake het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. -**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken wordt het formulier vastgesteld dat wordt gebruikt voor het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt het formulier vastgesteld dat wordt gebruikt voor het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. ### Artikel 87 @@ -1662,7 +1665,7 @@ b. overeenkomstig het bepaalde in artikel 84*h*, eerste lid in de overige gevall **3.** De vast te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan het in het tweede lid genoemde bedrag aanpassen overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan het in het tweede lid genoemde bedrag aanpassen overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel. ### Artikel 94 @@ -1752,17 +1755,17 @@ Vervallen **1.** De ambtenaar heeft recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen. -**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regelen. +**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regels. ### Artikel 104 **1.** Het tot aanstelling bevoegd gezag kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen. -**2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken nadere regels te geven. +**2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels te geven. ### Artikel 105 -**1.** De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na positief medisch advies van de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. +**1.** De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na positief medisch advies van de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. **2.** De ambtenaar, die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek. @@ -1832,9 +1835,9 @@ Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd alcoholhoudende dranken te ge ### Artikel 114 -**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels. +**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels. -**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 126 of 129, eerste lid, onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het derde lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. +**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 126 of 129, eerste lid, onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. ## Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen @@ -1891,7 +1894,7 @@ De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd ### Artikel 120 -De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Krankzinnigenwet, genomen in het belang van de volksgezondheid. +De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid. ### Artikel 121 @@ -2023,9 +2026,9 @@ Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *f*, kan slechts plaatsvind a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel *a* genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en -c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. +c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar binnen het gezagsbereik van het aanstelling bevoegd gezag andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. -**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder *c*, wordt gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan, als bedoeld in artikel 69*a*. +**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder c, wordt verstaan gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende arbeid, als bedoeld in artikel 70, onder l, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid, als bedoeld in artikel 70, onderdeel e. **5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar als bedoeld in het derde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een vrouwelijke ambtenaar wegens door de zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof. @@ -2055,7 +2058,7 @@ Daarbij wijst het bevoegd gezag de ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van ### Artikel 130 -Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld of een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966, een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. +Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld, een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966 of een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. ### Artikel 131 @@ -2149,7 +2152,7 @@ Indien door de ambtenaar voor het gebruik der ambts- of dienstwoning een vergoed ### Artikel 138 -Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken overleg is gepleegd met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel. +Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overleg is gepleegd met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel. ### Paragraaf 2. Het overleg bij de Staten-Generaal met de centrales van verenigingen van ambtenaren @@ -2217,12 +2220,10 @@ Vervallen ### Artikel 149a -**1.** - Voor de toepassing van de artikelen 149b tot en met 149g wordt verstaan onder: a. deelnemers aan het overleg: de voorzitter en de tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren; -b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110*g* van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (*Stb.* 1931, 248). +b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110*g* van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. ### Artikel 149b