diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 5fbea8a354d..b87a423692f 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -756,64 +756,27 @@ Op het salaris van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar wordt een inhouding t ### Artikel 40 -**1.** De ambtenaar met een volledige arbeidsduur kan een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar maximaal 100 uren meer te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 37, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar met een onvolledige arbeidsduur geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum. Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit lid toegewezen aantal meer te werken uren, bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per week. - -**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. - -**3.** Per meer te werken uur ontvangt de ambtenaar een vergoeding ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 40b, tweede lid, vastgestelde datum. +Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie krachtens artikel 21c van het ARAR gestelde regels ten aanzien van individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld. ### Artikel 40a -**1.** De ambtenaar kan een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 37, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar die een volledige arbeidsduur heeft, bedraagt het aantal uren dat minder gewerkt mag worden maximaal 80 uren per kalenderjaar. Voor de ambtenaar met een onvolledige arbeidsduur geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum. - -**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. - -**3.** Per minder te werken uur wordt een inhouding op het salaris van de ambtenaar toegepast ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 40b, tweede lid, vastgestelde datum. - -**4.** De ambtenaar voor wie de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur is vastgesteld, kan een aanvraag als bedoeld in het eerste lid eerst indienen nadat op zijn aanvraag zijn arbeidsduur is vastgesteld op ten hoogste gemiddeld 36 uur. +Vervallen ### Artikel 40b -**1.** De ambtenaar kan een keer per kalenderjaar een aanvraag indienen als bedoeld in de artikelen 40 en 40a. - -**2.** Onze Minister stelt vast voor welke datum een aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a moet worden ingediend. - -**3.** Over het voornemen om een aanvraag geheel of gedeeltelijk niet toe te wijzen wordt overleg met de ambtenaar gevoerd. - -**4.** Op of na de datum, bedoeld in het tweede lid, worden gelijktijdig beschikkingen afgegeven op alle voor die datum ingediende aanvragen. - -**5.** Een toegewezen aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a dient binnen het desbetreffende kalenderjaar te worden uitgevoerd. - -**6.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat de ambtenaar meer dan een keer per jaar een aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a kan indienen. +Vervallen ### Artikel 40c -Artikel 40 is niet van toepassing op: - -a. de ambtenaar van 57 jaar of ouder wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 38 is teruggebracht; -b. de ambtenaar die op basis van artikel 45b betaald ouderschapsverlof geniet; -c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur geniet; -d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 97, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend. +Vervallen ### Artikel 40d -De ambtenaar kan een aanvraag indienen om ten behoeve van de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 21h, tweede lid, van het ARAR vastgestelde bestedingsmogelijkheden af te zien van zijn aanspraken op: - -a. een vergoeding als bedoeld in artikel 40, derde lid; -b. een vergoeding als bedoeld in artikel 41, veertiende lid; -c. een uitkering als bedoeld in artikel 20a van het BBRA 1984; -d. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 21 van het BBRA 1984; -e. een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA 1984; -f. een eenmalige mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 34, derde lid; -g. een vergoeding voor overwerk als bedoeld in artikel 34, vierde lid, dan wel als bedoeld in artikel 23 van het BBRA 1984; - -h. een tegemoetkoming op grond van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel. +Vervallen ### Artikel 40e -**1.** Onze Minister kan voor de uitvoering van de artikelen 40 tot en met 40b nadere regels stellen. - -**2.** Onze Minister stelt voor de uitvoering van artikel 40d nadere regels. +Vervallen ## Hoofdstuk IX. Vakantie en verlof @@ -862,7 +825,7 @@ b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 45a, derde en vierde lid; d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45c of 45d; -f. het minder uren werken op basis van artikel 40a. +f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. **11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar van 57 jaar of ouder op grond van artikel 38 gedeeltelijk geen dienst verricht, vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak. @@ -1051,28 +1014,6 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki **4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen. -### Artikel 45aa - -**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, behoudt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, een aanvang heeft genomen. - -**2.** - -De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar aanspraak op haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum van bevalling. - -**3.** De periode, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen. - -**4.** - -De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die periode bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. - -**5.** De artikelen 45a, vijfde en zesde lid, 54c, tweede lid, en 57, zijn van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 45b **1.** De ambtenaar die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof. @@ -1438,12 +1379,6 @@ c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zic **2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering. -### Artikel 54cb - -**1.** Onze Minister zal zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen treffen en voorschriften geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, wordt de inschakeling van de ambtenaar bevorderd in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister. - -**2.** In overeenstemming met de ambtenaar wordt een plan van aanpak opgesteld als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - ### Artikel 54d **1.** @@ -1572,31 +1507,6 @@ d. geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van ar **5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -### Artikel 54h - -**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 56 of 56a betreft. - -**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. - -**3.** Indien ten aanzien van de ZW-uitkering, die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk waarop de ZW-uitkering in mindering is gebracht. - -**4.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar tevens een ZW-uitkering of een WAO-uitkering ontvangt uit een dienstbetrekking buiten het gezagsbereik van Onze Minister, wordt voor de vermeerdering of vermindering van de aanspraken op grond van dit hoofdstuk slechts rekening gehouden met de ZW-uitkering of de WAO-uitkering, die voortvloeit uit de dienstbetrekking bij Onze Minister. - -**5.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging te boven gaan. - -**6.** - -Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden op het bedrag, waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit hoofdstuk recht heeft, in mindering gebracht, tenzij: - -a. de gewezen ambtenaar deze inkomsten reeds vóór het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte genoot, en -b. de omvang van die arbeid niet is toegenomen. - -### Artikel 55 - -**1.** Indien de gewezen vrouwelijke ambtenaar na de datum waarop de periode afloopt gedurende welke zij ingevolge artikel 45aa, eerste, tweede of vierde lid, haar bezoldiging en vakantie-uitkering ontvangt, wegens ziekte ongeschikt is tot werken, dan wel binnen een maand na die datum wegens ziekte ongeschikt wordt tot werken, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op doorbetaling van haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering overeenkomstig artikel 54a, zolang zij wegens ziekte ongeschikt is tot werken. De termijn van 52 weken vangt aan na beëindiging van voornoemde periode respectievelijk met ingang van de eerste dag waarop zij ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen. - -**2.** Ongeschikt tot werken wegens ziekte in de zin van het eerste lid is de vrouwelijke gewezen ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen als zij vervulde. - ### Paragraaf 5. Bijzondere situaties ### Artikel 54h @@ -1758,7 +1668,7 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar kan worden vastgesteld dat er geen m **3.** De herplaatsingskandidaat kan worden geplaatst in een functie waarvan de geldende salarisschaal meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die geldt voor de herplaatsingskandidaat indien er bijzondere omstandigheden zijn die zulks rechtvaardigen en indien de herplaatsingskandidaat daarmee instemt. -**4.** Bij een herplaatsing met toepassing van het derde lid zijn de artikelen 58j, 58l en 58m van overeenkomstige toepassing. +**4.** Bij een herplaatsing met toepassing van het derde lid zijn de artikelen 58j en 58m van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 58h @@ -1782,11 +1692,7 @@ De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worde ### Artikel 58l -**1.** De in Nederland geplaatste ambtenaar voor wie in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie de afstand tussen de woning en het werk toeneemt zonder dat hij behoeft te verhuizen, wordt voor een termijn van ten hoogste zes jaar een extra tegemoetkoming in de reiskosten toegekend. - -**2.** De extra tegemoetkoming bedraagt de eerste drie jaar het verschil tussen de ingaande de eerste dag van zijn herplaatsing aan de herplaatsingskandidaat toegekende tegemoetkoming op grond van artikel 12, tweede lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en de tegemoetkoming die aan de herplaatsingskandidaat zou zijn toegekend op grond van artikel 12, derde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en bedraagt in het vierde, vijfde en zesde jaar respectievelijk 75, 50 en 25% daarvan. - -**3.** Onder door Onze Minister te stellen voorwaarden kan het recht op de extra tegemoetkoming in de reiskosten op aanvraag van de herplaatsingskandidaat worden afgekocht. +Vervallen ### Artikel 58m @@ -1815,7 +1721,7 @@ Onze Minister kan de herplaatsingskandidaat een premie in het vooruitzicht stell ### Artikel 58p -De artikelen 58i, tweede lid, 58j, 58l, 58m, 58n en 58o kunnen worden toegepast op de ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of die als overtollig zal worden aangemerkt. +De artikelen 58i, tweede lid, 58j, 58m, 58n en 58o kunnen worden toegepast op de ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of die als overtollig zal worden aangemerkt. ## Hoofdstuk XII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar