diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 8d4b7a0b74b..ea2c9d7112e 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -1311,8 +1311,6 @@ c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. **7.** Gedurende een plaatsing buiten Nederland kan Onze Minister een ambtenaar, indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte naar verwachting langer dan drie maanden zal voortduren, opdracht geven tot terugkeer met zijn gezinsleden naar Nederland. -**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar, die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. - ### Artikel 54a **1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is verplicht een andere functie te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid. @@ -1636,6 +1634,8 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar kan worden vastgesteld dat er geen m **5.** De herplaatsingskandidaat wordt geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid. +**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering, de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen werkloosheid voor de sector Rijk. + ### Artikel 58g **1.** Van een passende functie als bedoeld in artikel 58f is sprake indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen dan wel indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en deze functie hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen.