diff --git a/wet/aanpassingswet-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018471/README.md b/wet/aanpassingswet-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018471/README.md index 91bc3a4a525..829ef2d02a8 100644 --- a/wet/aanpassingswet-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018471/README.md +++ b/wet/aanpassingswet-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018471/README.md @@ -88,7 +88,7 @@ o. subsidietijdvak: c. in artikel 15, eerste lid, voor «de laatste dag van het subsidiejaar» telkens gelezen: 30 juni 2006; d. in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, en artikel 26d, vierde lid, voor «subsidiejaar» gelezen: tijdvak dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005; e. in artikel 26c, vierde lid, voor «30 juni» gelezen: 31 december 2005; -f. artikel 26f, derde lid, eerste volzin, als volgt gelezen: Burgemeester en wethouders declareren de in een tijdvak dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 gemaakte kosten uiterlijk 30 september volgend op dat tijdvak; +f. artikel 26f, derde lid, eerste volzin, als volgt gelezen: Burgemeester en wethouders declareren de in een tijdvak dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 of daaraan voorafgaande tijdvakken gemaakte kosten uiterlijk 30 september volgend op hetzij dat tijdvak, hetzij het jaar waarin de beschikking tot het verstrekken van een bijzondere bijdrage in de huurlasten, bedoeld in artikel 26b, eerste lid, van de Huursubsidiewet, over dat tijdvak of die tijdvakken onherroepelijk is geworden, hetzij het jaar waarin na een herziening van de beschikking tot het verstrekken van een bijzondere bijdrage in de huurlasten, bedoeld in artikel 26b, eerste lid, van de Huursubsidiewet, de daarop volgende beschikking onherroepelijk is geworden, doch uiterlijk tot vijf jaar na het betrokken tijdvak; g. in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, voor «1 juli van elk jaar» gelezen: 1 juli 2005. **4.** Alle vóór de inwerkingtreding van deze wet door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen onzelfstandige woonruimten als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Huursubsidiewet, zoals dat laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, zijn aangewezen krachtens dat artikellid, zoals dat komt te luiden nadat deze wet in werking is getreden. @@ -105,7 +105,7 @@ g. in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, voor «1 juli van elk jaar» geleze **10.** Alle vóór de inwerkingtreding van deze wet in het kader van de uitvoering van de Huursubsidiewet aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verstrekte informatie alsmede alle vóór de inwerkingtreding van deze wet gedane verklaringen van medebewoners tot instemming met het inwinnen van inlichtingen bij, en informatieverschaffing aan de huurder, worden tevens geacht aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekte informatie ten behoeve van de uitvoering van de Huursubsidiewet te zijn onderscheidenlijk aan de Belastingdienst/Toeslagen gedane verklaringen tot instemming te zijn. -**11.** Ten aanzien van de huurder die jonger is dan 65 jaar, aan wie over het subsidiejaar dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 huursubsidie is verstrekt en die in het daarvoor geldende peiljaar een rekenvermogen heeft van meer dan € 20 300,–, wordt, indien hij in een berekeningsjaar recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting als bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen toegepast alsof hij in dat jaar recht zou hebben op tweemaal het heffingvrije vermogen als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van die wet. De vorige volzin is niet van toepassing in berekeningsjaren die volgen op een berekeningsjaar waarin met inachtneming van het in die volzin bepaalde, als gevolg van de toepassing van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen geen huursubsidie is toegekend. +**11.** Ten aanzien van de huurder die jonger is dan 65 jaar, aan wie over het subsidiejaar dat loopt van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 huursubsidie is verstrekt en die in het daarvoor geldende peiljaar een rekenvermogen heeft van meer dan € 20 300,–, wordt, indien hij in een berekeningsjaar recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting als bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen toegepast alsof hij in dat jaar recht zou hebben op tweemaal het heffingvrije vermogen als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van die wet. De vorige volzin is niet van toepassing in berekeningsjaren die volgen op een berekeningsjaar waarin met inachtneming van het in die volzin bepaalde, als gevolg van de toepassing van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen geen huurtoeslag is toegekend. ### Artikel II @@ -129,4 +129,4 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel V -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.