2002-01-01 | BWBR0002408 | In- en uitvoerbesluit strategische goederen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4a984208c4
commit adabfc20e4

View file

@ -32,7 +32,7 @@ c. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.
### Artikel 3
**1.** De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn met betrekking tot de goederen, aangewezen in bijlage IV bij verordening nr. 1334/2000, en de goederen, aangewezen in de bijlage van dit besluit, van overeenkomstige toepassing op het doen uitgaan van die goederen uit Nederland met als bestemming een andere lidstaat van de Europese Unie, uitgezonderd België en Luxemburg.
**1.** De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn met betrekking tot de goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit en de goederen, aangewezen in bijlage IV bij verordening nr. 1334/2000, van overeenkomstige toepassing op het doen uitgaan van die goederen uit Nederland met als bestemming een andere lidstaat van de Europese Unie, uitgezonderd België en Luxemburg.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het doen uitgaan van goederen als bedoeld in artikel 2, derde lid.
@ -44,16 +44,14 @@ c. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.
Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment van de aangifte tot wederuitvoer:
- de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
- korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, als bedoeld in artikel 525 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
a. de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
b. korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, bedoeld in artikel 504 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
**3.** Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000.
**3.** Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die afkomstig zijn van het vrije verkeer van de Europese Unie of afkomstig zijn van of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
### Artikel 4
Onze Minister kan vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen van de artikelen 2, eerste lid en 3a.
Onze Minister kan vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen van de artikelen 2, eerste lid, 3 en 3a.
### Artikel 5
@ -61,33 +59,33 @@ Als categorie van strategische goederen, bedoeld in artikel 2a, vijfde lid, onde
### Artikel 6
**1.** Indien de wapens, genoemd in de bijlage bij het Gemeenschappelijk optreden van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van gemeenschappelijk optreden 1999/34/GBVB (2002/589/GBVB, PbEG 2002 L 191) naar de tekst zoals deze bij dat gemeenschappelijk optreden is vastgesteld, dan wel de goederen aangewezen in de bijlage van dit besluit, Nederland worden binnen gebracht en vervolgens, zonder dat daartoe ingevolge dit besluit een vergunning benodigd is, weer uitgaan, vindt een melding plaats bij de Belastingdienst/Douane.
**1.** Indien de wapens, genoemd in de bijlage bij het Gemeenschappelijk optreden van 17 december 1998 door de Raad aangenomen op basis van artikel J.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens (1999/34/GBVB; PbEG 1999 L 009), naar de tekst zoals deze bij dat gemeenschappelijk optreden is vastgesteld, Nederland worden binnengebracht en vervolgens, zonder dat daartoe ingevolge dit besluit een vergunning benodigd is, weer uitgaan, vindt een melding plaats bij de Belastingdienst/Douane.
**2.**
Indien geen summiere aangifte behoeft te worden gedaan als bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
- bij het binnenbrengen van de goederen,
- door middel van het doen van de aanvraag om een consent tot binnenkomen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en
- door degene die verplicht is de onder b bedoelde aanvraag te doen.
a. bij het binnenbrengen van de goederen,
b. door middel van het doen van de aanvraag om een consent tot binnenkomen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en
c. door degene die verplicht is de onder b bedoelde aanvraag te doen.
**3.**
In de gevallen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
- op het tijdstip van de aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182, derde lid, van het Communautair douanewetboek, of de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer als bedoeld in artikel 91 van dat wetboek,
- op een tijdstip dat ten minste 12 kantooruren is gelegen voor het moment waarop de wederuitvoer dan wel het douanevervoer aanvangt, en
- door degene die op grond van het Communautair douanewetboek verplicht is tot het doen van de aangifte, bedoeld onder a.
a. op het tijdstip van de aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182, derde lid, van het Communautair douanewetboek, of de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer als bedoeld in artikel 91 van dat wetboek,
b. op een tijdstip dat ten minste 12 kantooruren is gelegen voor het moment waarop de wederuitvoer dan wel het douanevervoer aanvangt, en
c. door degene die op grond van het Communautair douanewetboek verplicht is tot het doen van de aangifte, bedoeld onder a.
**4.**
In de situatie, bedoeld in het derde lid, geschiedt de melding schriftelijk en omvat deze een omschrijving van de goederen alsmede de vermelding van:
- de hoeveelheid goederen;
- de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming van de goederen;
- het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden;
- de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en
- de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en, indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon.
a. de hoeveelheid goederen;
b. de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming van de goederen;
c. het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden;
d. de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en
e. de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en, indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon.
### Artikel 7