2018-01-01 | BWBR0008222 | Besluit aanwijzing aantal arbeidsverhoudingen die als dienstbetrekking ex artikel 2 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden beschouwd

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9f702091fd
commit adad4abcfc

View file

@ -16,21 +16,26 @@ citeertitel: Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
### Paragraaf 2. Gelijkgestelde arbeidsverhoudingen
### Paragraaf 2. Gelijkgestelde en uitgezonderde arbeidsverhoudingen
### Artikel 1a
**1.** Voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde wordt onder dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet mede verstaan de arbeidsverhouding van degene die, anders dan krachtens een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, arbeid tegen beloning verricht, tenzij deze arbeid wordt verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt onder werkgever verstaan de wederpartij met wie de overeenkomst, die ten grondslag ligt aan de arbeidsverhouding, is aangegaan.
### Artikel 2
**1.** Voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde wordt onder dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van die wet mede verstaan de arbeidsverhouding van degene die krachtens een overeenkomst tegen beloning arbeid verricht voor ten hoogste twee anderen, tenzij deze overeenkomst is aangegaan in beroep en bedrijf.
Voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde wordt onder dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet niet verstaan de arbeidsverhouding van degene die krachtens een overeenkomst tegen beloning kinderen opvangt in het kader van gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, waarbij de opvang plaatsvindt op het woonadres van de gastouder.
**2.** De in het eerste lid bedoelde persoon verricht de aldaar bedoelde arbeid persoonlijk dan wel uitsluitend met behulp van zijn echtgenoot of bij hem inwonende bloedverwanten of aanverwanten of pleegkinderen.
### Artikel 2aa
**3.** In dit besluit wordt als echtgenoot mede aangemerkt degene met wie de in het eerste lid bedoelde persoon een gezamenlijke huishouding voert.
Voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde wordt onder dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet niet verstaan de arbeidsverhouding van degene:
**4.** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
**5.** De duur van de in het eerste lid bedoelde arbeidsverhouding bedraagt ten minste drie maanden, waarbij de periode gedurende welke geen arbeid wordt verricht, minder dan 31 dagen bedraagt.
**6.** De duur van de in het eerste lid bedoelde arbeid bedraagt gemiddeld ten minste vijf uren per week.
a. die krachtens een overeenkomst van opdracht tegen beloning maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg of zorg of een andere dienst als bedoeld in de Zorgverzekeringswet verleent, indien zijn beloning door de opdrachtgever bekostigd wordt met een persoonsgebonden budget, onderscheidenlijk een Zvw-pgb als bedoeld in die wetten;
b. die een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, de echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel is van degene met wie die overeenkomst is gesloten;
c. van wie deze overeenkomst is goedgekeurd door de Sociale verzekeringsbank voor 1 januari 2018 of voor die datum voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet door de Sociale verzekeringsbank is geadministreerd; en
d. die met zijn opdrachtgever een tarief is overeengekomen voor de verleende zorg dat zo nodig omgerekend lager dan € 10,93 per gewerkt uur ligt.
### Paragraaf 3. Bevoegdheid tot volmachtverlening