From adb93ad1fa77b9085ee96ceaefb100b96ca449c9 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0017745 | Wet financiering sociale verzekeringen --- .../BWBR0017745/README.md | 202 ++++++------------ 1 file changed, 69 insertions(+), 133 deletions(-) diff --git a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md index 96d208a42bb..53c5978b46c 100644 --- a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md +++ b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md @@ -26,7 +26,7 @@ g. Nabestaandenfonds: het Nabestaandenfonds, genoemd in artikel 82, tweede lid; h. vervallen; i. Fonds langdurige zorg: het Fonds langdurige zorg, genoemd in artikel 89; j. Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 93; -k. sectorfonds: een sectorfonds als bedoeld in artikel 94; +k. vervallen; l. Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 106; m. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 112; n. vervallen; @@ -95,7 +95,7 @@ De maatstaf voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen is het prem **2.** Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 met uitzondering van de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen d tot en met g, van die wet. -**3.** Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. In afwijking van de eerste volzin wordt het premie-inkomen van een premieplichtige die is geboren vóór 1 januari 1946 tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**3.** Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. In afwijking van de eerste volzin wordt het premie-inkomen van een premieplichtige die is geboren vóór 1 januari 1946 tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. #### Paragraaf 3. Tarief en heffingskorting @@ -231,15 +231,13 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt in afwijking in zoverre van artikel 8 **3.** Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen in een geval als bedoeld in dit artikel regels stellen omtrent de wijze van berekening van de premie over het gehele kalenderjaar. -### Afdeling 2. Algemeen Werkloosheidsfonds en sectorfondsen +### Afdeling 2. Algemeen Werkloosheidsfonds -#### Paragraaf 1. Premies ten gunste van de fondsen +#### Paragraaf 1. Premie ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds ### Artikel 23 -**1.** De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds en de sectorfondsen worden verkregen door het heffen van premie. - -**2.** De premie wordt onderscheiden in een deel dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds en een deel dat ten gunste komt van het sectorfonds dat het UWV voor de betrokken sector afzonderlijk administreert. +De financiële middelen tot dekking van de uitgaven van het Algemeen Werkloosheidsfonds worden verkregen door het heffen van premie. #### Paragraaf 2. Uitzondering overheid @@ -265,21 +263,28 @@ De maatstaf voor de heffing van de premie is het loon. ### Artikel 27 -Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds wordt bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werkgevers en werknemers kan verschillen en mede kan worden bepaald door de mate waarin door werkgevers maatregelen zijn getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van de werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld. +**1.** De premie, bedoeld in artikel 23, wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werknemers naar de aard van hun arbeidsovereenkomst verschilt, waarbij onderscheid wordt gemaakt in een lage premie voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet zijnde een oproepovereenkomst als bedoeld in artikel 628a, negende en tiende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en een hoge premie voor overige werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verschil tussen de hoge en de lage premie en over de gevallen waarin in afwijking van de eerste zin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de lage premie en over de wijze waarop de premie wordt herzien in de gevallen waarin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. + +**2.** + +De premie, bedoeld in artikel 23, over een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, en over een toeslag op grond van de Toeslagenwet wordt vastgesteld op het percentage van de lage premie, bedoeld in het eerste lid. + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de eerste zin. + +**3.** + +In afwijking van het eerste lid is het percentage van de lage premie, bedoeld in het eerste lid, van toepassing indien het een werknemer betreft die + +a. de beroepspraktijkopleiding volgt van de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, op de grondslag van een schriftelijke, in de administratie van de werkgever opgenomen overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8 van die wet, gesloten door de partijen, genoemd in artikel 7.2.9 van die wet; of +b. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, mits het aantal verloonde uren in het aangiftetijdvak van vier weken niet meer bedraagt dan 48 uur, dan wel in het aangiftetijdvak van een maand niet meer bedraagt dan 52 uur. + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de toepassing van de eerste zin. + +**4.** Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen een besluit dat met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is, als bedoeld in het eerste lid, kan niet zijn gegrond op de grief dat een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. ### Artikel 28 -**1.** Het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds wordt door het UWV vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werkgevers en werknemers die behoren tot verschillende sectoren en sectoronderdelen als bedoeld in artikel 95 kan verschillen, en mede kan worden bepaald door de mate waarin door die werkgevers maatregelen zijn getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van de werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld, waaronder het stellen van voorwaarden ter afbakening van de verschillende categorieën van werkgevers en werknemers. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het deel van de premie dat ten gunste komt van het desbetreffende sectorfonds in bijzondere gevallen voor één of meerdere sectoren aan de hand van het gemiddelde van de premie van een aantal sectoren jaarlijks kan worden vastgesteld op een door Onze Minister te bepalen wijze. - -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels over een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, over een toeslag op grond van de Toeslagenwet en over loon op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening voor het deel van de premie dat ten gunste komt van een sectorfonds door het UWV een gemiddeld premiepercentage vastgesteld. Dit wordt bepaald op een gemiddelde van de percentages die zijn vastgesteld op grond van het eerste lid. - -**3.** Het deel van de premie dat met toepassing van het tweede lid ten gunste komt van het sectorfonds, bedraagt ten hoogste de premie die op grond van het eerste lid is vastgesteld. Het resterende deel van deze premie komt ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. - -**4.** Het tweede lid wordt niet toegepast ingeval het UWV de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12 van de Werkloosheidswet en de Ziektewet, artikel 11 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en in artikel 8, 9 of 11 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever, tenzij die werkgever een werkgever is van degene die loon ontvangt uit een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening. - -**5.** Het tweede lid wordt eveneens niet toegepast ingeval een eigenrisicodrager de uitkering, bedoeld in artikel 63a Ziektewet, betaalt of de uitkering, bedoeld in artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, betaalt, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager. - -**6.** Een door het UWV bepaald percentage als bedoeld in het eerste en tweede lid behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt stelt hij het percentage zelf vast. +Vervallen ### Afdeling 3. Uitvoeringsfonds voor de overheid @@ -360,14 +365,9 @@ In dit artikel wordt onder *categorie werkgevers* verstaan: - werkgevers ten laste van wie, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, loon waarover de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, is gekomen dat gelijk is aan, meer of minder bedraagt dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen omvang van het gemiddelde van dit loon, bedoeld in paragraaf 1 van afdeling 1 van dit hoofdstuk, per werknemer in dat kalenderjaar. -**2.** +**2.** Het UWV stelt voor de berekening van de gedifferentieerde premie een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage vast. -Het UWV stelt vast: - -a. voor de berekening van de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage; -b. voor de berekening van het rekenpercentage, bedoeld in onderdeel a, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage. - -**3.** Elk jaar wordt met ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de opslag of korting naar categorie werkgevers voor de werkgever afzonderlijk of per sector als bedoeld in artikel 95, wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor werkgevers per sector of sectoronderdelen kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld. Indien een werkgever met toepassing van de artikelen 96 of 97 is aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever voor wie de korting of opslag afzonderlijk wordt vastgesteld, stelt de inspecteur de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Ten aanzien van werkgevers voor wie de opslag of korting per sector wordt vastgesteld kan in bijzondere gevallen bij regeling van Onze Minister worden bepaald dat de opslag of korting op een door Onze Minister te bepalen wijze wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van de opslag of korting van een aantal sectoren. +**3.** Elk jaar wordt met ingang van 1 januari een opslag of korting vastgesteld waarmee het in het tweede lid bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de opslag of korting naar categorie werkgevers voor de werkgever afzonderlijk of per sector als bedoeld in artikel 95, wordt vastgesteld, waarbij de korting of opslag voor werkgevers per sector of sectoronderdelen kan verschillen of op nihil kan worden vastgesteld. Indien een werkgever met toepassing van de artikelen 96 of 97 is aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de opslag of korting toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever. Voor de werkgever voor wie de korting of opslag afzonderlijk wordt vastgesteld, stelt de inspecteur de korting of opslag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Ten aanzien van werkgevers voor wie de opslag of korting per sector wordt vastgesteld kan in bijzondere gevallen bij regeling van Onze Minister worden bepaald dat de opslag of korting op een door Onze Minister te bepalen wijze wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde van de opslag of korting van een aantal sectoren. **4.** De inspecteur stelt in geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw bij voor bezwaar vatbare beschikking vast voor de werkgever die een onderneming of een deel daarvan verkrijgt en voor de werkgever die een deel van zijn onderneming overdraagt. @@ -386,7 +386,7 @@ Het bepaalde bij of krachtens het zevende lid, inzake de in het derde, vierde en Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: -a. de wijze waarop het rekenpercentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en het gemiddelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden vastgesteld, rekening houdend met de verschillende lasten voor de Werkhervattingskas; +a. de wijze waarop het gemiddelde percentage, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld, rekening houdend met de verschillende lasten voor de Werkhervattingskas; b. de wijze waarop de in het derde en het vierde lid, bedoelde opslag en korting worden berekend; c. de percentages die op grond van dit artikel ten hoogste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel mogen gelden en omtrent de percentages die op grond van dit artikel ten minste voor categorieën van werkgevers, sector of sectoronderdeel gelden. @@ -753,9 +753,9 @@ De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies ### Artikel 59 -**1.** De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. Artikel 32d van de Wet op de loonbelasting 1964 is slechts van overeenkomstige toepassing indien degene aan wie het loon wordt afgestaan, werkgever van de werknemer is. +**1.** De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. Artikel 32d van de Wet op de loonbelasting 1964 is slechts van overeenkomstige toepassing indien degene aan wie het loon wordt afgestaan, werkgever van de werknemer is. De werkgever is tevens gehouden, al dan niet op verzoek van de inspecteur, door middel van een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van het premiepercentage, bedoeld in artikel 27, eerste lid, te verstrekken indien er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 27, eerste lid, waarin met terugwerkende kracht de hoge premie van toepassing is. Bij de toepassing van de derde zin is artikel 28a, derde tot en met zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing. -**2.** In de uitnodiging tot het doen van aangifte, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, kan mede opgave worden verlangd van gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de artikelen 27, 28, 31, 36 en 38, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn. +**2.** In de uitnodiging tot het doen van aangifte, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, kan mede opgave worden verlangd van gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de artikelen 27, 31, 36 en 38, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn. **3.** De inspecteur beslist ambtshalve of op verzoek van de werkgever bij voor bezwaar vatbare beschikking over het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen. @@ -785,7 +785,7 @@ De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies ### Artikel 61 -**1.** Indien een premieplichtige heeft nagelaten over een bepaald jaar de op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te betalen, beslist de SVB dat sprake is van schuldig nalaten als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet, behoudens voorzover de premieplichtige aantoont dat er omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan het niet betalen van de premie hem niet toegerekend kan worden. +**1.** Indien een premieplichtige heeft nagelaten over een bepaald jaar de op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te betalen, beslist de SVB dat sprake is van schuldig nalaten als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet voor zover de over dat jaar verschuldigde premie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, niet is betaald, behoudens voorzover de premieplichtige aantoont dat er omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan het niet betalen van de premie hem niet toegerekend kan worden. **2.** @@ -802,19 +802,16 @@ Nadat de betalingen op een belastingaanslag zijn toegerekend overeenkomstig arti a. de premie, verschuldigd gebleven voor de verzekering langdurige zorg en de nabestaandenverzekering; b. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, waarbij de betaling eerst wordt toegerekend aan het oudste tijdvak. -**4.** Indien de premieplichtige ten aanzien van wie een beslissing als bedoeld in het eerste lid is genomen binnen vijf jaren na de dagtekening van de aanslag het op aanslag verschuldigde bedrag alsnog geheel of gedeeltelijk betaalt, is hij een opslag verschuldigd van 5% op de verschuldigd gebleven premie voor de algemene ouderdomsverzekering. Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid meer dan vier jaren en achtenveertig weken na de dagtekening van de aanslag wordt genomen, wordt de termijn van vijf jaren verlengd tot vier weken na de datum van die beslissing. +**4.** Indien een premieplichtige ten aanzien van wie een beslissing als bedoeld in het eerste lid is genomen, binnen vijf jaren na dagtekening van de aanslag het op aanslag verschuldigde bedrag alsnog geheel of gedeeltelijk betaalt en deze betaling op grond van het vijfde lid geheel of gedeeltelijk wordt toegerekend aan de verschuldigd gebleven premie voor de algemene ouderdomsverzekering, wordt de beslissing op grond van het eerste lid in zoverre gewijzigd of ingetrokken. Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid meer dan vier jaren en achtenveertig weken na de dagtekening van de aanslag wordt genomen, wordt de termijn van vijf jaren verlengd tot vier weken na de datum van die beslissing. **5.** Ingeval van een gehele of gedeeltelijke betaling van het op aanslag verschuldigde bedrag, bedoeld in het vierde lid, worden, nadat deze betalingen zijn toegerekend overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, de premies volksverzekeringen toegerekend aan: a. de premie, verschuldigd gebleven voor de verzekering langdurige zorg en de nabestaandenverzekering; -b. de opslag, bedoeld in het vierde lid; -c. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, waarbij de betaling eerst wordt toegerekend aan het oudste tijdvak of de oudste tijdvakken binnen de termijn van vijf jaren, bedoeld in het vierde lid. +b. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, waarbij de betaling eerst wordt toegerekend aan het oudste tijdvak of de oudste tijdvakken binnen de termijn van vijf jaren, bedoeld in het vierde lid. -**6.** In geval van gehele of gedeeltelijke toerekening van een betaling als bedoeld in het vierde lid aan de premie verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering, wordt de beslissing op grond van het eerste lid in zoverre gewijzigd of ingetrokken. - -**7.** De SVB registreert de schuldige nalatigheid van de premieplichtige. Indien bij de SVB ten tijde van de registratie geen actueel adres van de premieplichtige bekend is, gaat de termijn van vier weken, genoemd in het vierde lid, in op de datum van registratie. De premieplichtige ten aanzien van wie de schuldige nalatigheid is geregistreerd is een opslag van 5% als bedoeld in het vierde lid, verschuldigd als hij het op aanslag verschuldigde bedrag alsnog geheel of gedeeltelijk betaalt. +**6.** De SVB registreert de schuldige nalatigheid van de premieplichtige. Indien bij de SVB ten tijde van de registratie geen actueel adres van de premieplichtige bekend is, gaat de termijn van vier weken, genoemd in het vierde lid, in op de datum van registratie. ### Artikel 62 @@ -922,7 +919,7 @@ De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige werkneme **1.** De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van de Werkloosheidswet wordt berekend over het dagloon, bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Werkloosheidswet. -**2.** De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan het deel van de premie, bedoeld in artikel 27, dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, vermeerderd met de premie, bedoeld in artikel 28, tweede lid. +**2.** De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan de hoge premie, bedoeld in artikel 27, eerste lid. #### Paragraaf 4 @@ -946,7 +943,7 @@ De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige werkneme **1.** De premie voor de vrijwillige verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt berekend over het dagloon, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. -**2.** De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan de in artikel 36 bedoelde basispremie, vermeerderd met een premieopslag die wordt berekend op grond van het in artikel 38, tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage. +**2.** De premie bedraagt een door het UWV te bepalen percentage van het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt dan de in artikel 36 bedoelde basispremie, vermeerderd met een premieopslag die wordt berekend op grond van het in artikel 38, tweede lid, bedoelde percentage. ### Afdeling 3. Aanvullende bepalingen @@ -994,9 +991,8 @@ Ten gunste van het Ouderdomsfonds komen: a. de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering; b. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 14; -c. de opslag, bedoeld in artikel 61, derde lid; -d. de bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 17c van de Algemene Ouderdomswet; -e. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15. +c. de bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 17c van de Algemene Ouderdomswet; +d. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15. **2.** @@ -1100,7 +1096,7 @@ Vervallen ### Afdeling 3. Werknemersverzekeringen -#### Paragraaf 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid +#### Paragraaf 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, Uitvoeringsfonds voor de overheid en sectorindeling ### Artikel 93 @@ -1108,9 +1104,7 @@ Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 99 bedoelde middelen ### Artikel 94 -**1.** Het UWV stelt voor een sector als bedoeld in artikel 95, met uitzondering van de sectoren waartoe alleen overheidswerkgevers behoren, een sectorfonds in. - -**2.** Het UWV beheert de middelen, bedoeld in artikel 103, en de uitgaven, bedoeld in artikel 104, eerste lid, gezamenlijk en administreert deze middelen en uitgaven met betrekking tot elk sectorfonds afzonderlijk. +Vervallen ### Artikel 95 @@ -1140,37 +1134,30 @@ Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 99 bedoelde middelen ### Artikel 98 -**1.** Indien één of meer werkgevers van een sector overgaan naar een andere sector, kan het UWV besluiten dat tevens een deel van het vermogen van dit instituut, dat betrekking heeft op het door dit instituut voor die sector afzonderlijk beheerde en geadministreerde sectorfonds, overgaat naar het vermogen dat betrekking heeft op een door dit instituut voor een andere sector afzonderlijk beheerd en geadministreerd sectorfonds. - -**2.** - -Met betrekking tot het eerste lid stelt het UWV regels omtrent: - -a. de gevallen waarin vermogen overgaat; -b. de wijze van berekening van vermogensbestanddelen; -c. de termijnen waarin en de wijze waarop vermogen overgaat. - -**3.** De door het UWV op grond van het tweede lid gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. +Vervallen ### Artikel 99 Ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen: -a. de premies op grond van de artikelen 27, 28, derde lid, en 74; -b. de bedragen, die het UWV ontvangt door de toepassing van artikel 36 van de Werkloosheidswet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht; +a. de premie op grond van artikel 27 en de premie op grond van artikel 74; +b. de bedragen, die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 27a en 36 van de Werkloosheidswet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht; c. de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Werkloosheidswet; d. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze verband houden met te betalen uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet; -e. de bedragen die het UWV ontvangt van de werkgever in het kader van de toepassing van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945. +e. de bedragen die het UWV ontvangt van de werkgever in het kader van de toepassing van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945; +f. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +h. in afwijking van artikel 23 de rijksbijdrage in de uitvoeringskosten van het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor zover dit bij regeling van Onze Minister is bepaald. ### Artikel 100 Ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen: -a. de op grond van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen, met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in artikel 104, eerste lid; -b. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet te betalen uitkeringen; -c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen; +a. de op grond van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen, met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel a; +b. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet te betalen uitkeringen, met uitzondering van de uitkeringen, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel b; +c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen en voor zover deze betrekking hebben op de bij regeling van Onze Minister bepaalde uitvoeringskosten waarvoor op grond van artikel 99, onderdeel h, een deel van de rijksbijdrage in de uitvoeringskosten van het UWV ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komt; d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; -e. de bedragen, die op grond van artikel 104, vierde lid, door het UWV ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds zijn gebracht; +e. vervallen; f. vervallen; g. vervallen; h. vervallen; @@ -1190,55 +1177,15 @@ Vervallen ### Artikel 103 -**1.** - -Ten gunste van een sectorfonds komen: - -a. de premies op grond van artikel 28, met uitzondering van de premies die op grond van het derde lid van dat artikel ten gunste komen van het Algemeen Werkloosheidsfonds; -b. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 27a en 36 van de Werkloosheidswet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dit fonds zijn gebracht; -c. de bedragen, die het UWV op grond van artikel 100, onderdeel d, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt. - -**2.** Bij ministeriële regeling wordt een jaarlijkse bijdrage vastgesteld die in een kalenderjaar ten gunste komt van het sectorfonds waarin werkgevers op grond van artikel 95 zijn ingedeeld, die zich in het kader van de uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde, waarbij die werknemers werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin tevens een beding als bedoeld in artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen. +Vervallen ### Artikel 104 -**1.** - -Ten laste van een sectorfonds komen: - -a. de op grond van de Werkloosheidswet over de eerste zes maanden vanaf de eerste werkloosheidsdag te betalen uitkering aan de werknemer, met uitzondering van de uitkering op grond van hoofdstuk III van de Werkloosheidswet, die in de kalenderweek onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies in de sector werkzaam is geweest waarvoor het sectorfonds is ingesteld, waarbij, voor de bepaling van de periode van zes maanden, perioden waarin de werknemer geen recht op uitkering heeft, buiten beschouwing worden gelaten; -b. de op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen; -c. vervallen; -d. vervallen; -e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen; -f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht. - -**2.** Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, werkzaamheden in de ene sector gelijk te stellen met werkzaamheden in een andere sector. - -**3.** Artikel 21 van de Werkloosheidswet is met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode waarover de uitkering ten laste van een sectorfonds komt, van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Het UWV brengt hetgeen ten laste van het sectorfonds komt, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds voor zoveel dit meer bedraagt dan het voor het sectorfonds op grond van artikel 105, eerste lid, vastgestelde maximum. - -**5.** - -Ten laste van het sectorfonds kunnen voorts komen, indien dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald: - -a. de door het UWV te betalen WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel h; -b. uitkeringen op grond van de Ziektewet als bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel g; -c. uitkeringen als bedoeld in artikel 122f; -d. de uitvoeringskosten, die betrekking hebben op deze uitkeringen op grond van de Ziektewet en op deze WGA-uitkeringen. - -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld voor de uitkeringen, die op grond van het vijfde lid, ten laste van het sectorfonds komen. - -**7.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, komen de uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet die worden betaald gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, niet ten laste van een sectorfonds. Perioden van ongeschiktheid worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. - -**8.** Voor de bepaling van de periode van zes maanden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden perioden waarin de werknemer uitkering ontvangt als bedoeld in het zevende lid, buiten aanmerking gelaten. +Vervallen ### Artikel 105 -**1.** Het UWV stelt elk jaar voor elk sectorfonds afzonderlijk een maximum vast dat in een kalenderjaar op grond van artikel 104 ten laste van dat sectorfonds komt. - -**2.** Het door het UWV vastgestelde maximum, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan het door het UWV vastgestelde maximum, stelt hij dat zelf vast. +Vervallen ### Artikel 106 @@ -1279,15 +1226,6 @@ p. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artik **2.** Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het UWV deze uitkering met toepassing van artikel 79 van de Werkloosheidswet niet kan verhalen op de overheidswerkgever. -**3.** - -Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid kunnen tevens komen, indien dit bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: - -a. de door het UWV te betalen WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel h, aan de personen, bedoeld in artikel 24; -b. uitkeringen op grond van de Ziektewet als bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel g, te betalen aan de personen, bedoeld in artikel 24; -c. uitkeringen als bedoeld in artikel 122f, te betalen aan de personen, bedoeld in artikel 24; -d. de uitvoeringskosten, die betrekking hebben op deze uitkeringen op grond van de Ziektewet en op deze WGA-uitkeringen. - ### Artikel 109 Vervallen @@ -1298,7 +1236,7 @@ Vervallen ### Artikel 111 -Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan een bedrag worden vastgesteld dat op grond van artikel 24 met toepassing van de artikelen 27 en 28, tweede en derde lid, op uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan overheidswerknemers, volgens een bij die regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel de sectorfondsen en het Algemeen Werkloosheidsfonds. +Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan een bedrag worden vastgesteld dat op grond van artikel 24 met toepassing van artikel 27 op uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan overheidswerknemers, volgens een bij die regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel het Algemeen Werkloosheidsfonds. #### Paragraaf 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas @@ -1323,7 +1261,7 @@ b. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 29a en 91i va c. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 57 en 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel a; d. de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h; e. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; -f. een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan lasten als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel c en onderdeel e voor zover de uitvoeringskosten, bedoeld in dat laatste onderdeel betrekking hebben op de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, en de op grond van artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen; +f. een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan lasten en uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdelen c en r, voor zover deze lasten en uitvoeringskosten betrekking hebben op de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, en de op grond van artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen; g. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 86 en 91 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; h. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76 en 99 van de van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; i. de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; @@ -1333,7 +1271,7 @@ j. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 38, derde l **1.** -Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van de artikelen 56, 100, 104, 108 en 117b en artikel 5:3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten: +Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van de artikelen 56, 100, 108 en 117b en artikel 5:3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten: a. de door het UWV op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te betalen uitkeringen; b. de door het UWV op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen te betalen uitkeringen; @@ -1356,7 +1294,7 @@ r. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in de o s. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld in het zevende lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; t. de kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; u. de uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, en c, van de Ziektewet, die op grond van artikel 63a, derde lid, van die wet door het UWV worden betaald en niet kunnen worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; -v. de bijdrage, bedoeld in artikel 103, tweede lid; +v. vervallen; w. de uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, of c van de Ziektewet, bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel j. **2.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze Minister. @@ -1409,7 +1347,7 @@ c. het een WGA-uitkering betreft, toegekend aan een werknemer die uit de dienstb d. het een WGA uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, wiens WGA uitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende uitkering, danwel het op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende recht op arbeidsondersteuning; e. het een vervolguitkering als bedoeld in artikel 62, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen betreft, die door het UWV wordt betaald voorzover die uitkering meer bedraagt dan hetgeen berekend op grond van het eerste en tweede lid van dat artikel; f. het een loonaanvullingsuitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen betreft, die door het UWV wordt betaald voorzover die uitkering meer bedraagt dan een bedrag overeenkomende met het bedrag van de vervolguitkering, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van die wet waar de verzekerde, zonder toepassing van artikel 62, derde lid, recht op zou hebben indien hij geen recht zou hebben gehad op de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van die wet, vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht; -g. het uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft toegekend aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in dienstbetrekking stonden van eigenrisicodragers als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, voor de betaling van die uitkering de eigenrisicodrager op grond van artikel 63b, eerste lid, van de Ziektewet niet het risico draagt; +g. vervallen; h. het uitkeringen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die op grond van artikel 133l, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet ten laste komen van de eigenrisicodragers, met dien verstande dat het eerste lid van toepassing is op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald deel van die uitkeringen; i. het ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a,b of c, betreft dat op grond van artikel 63a, derde lid, van de Ziektewet door het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a; j. het een WGA-uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, die naar de dienstbetrekking waaruit de WGA uitkering is ontstaan, is toegeleid door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en waarbij bij ziekte van die werknemer de mogelijkheid tot vergoeding als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van die wet, zoals dat luidde op 31 december 2015, van toepassing was of het ziekengeld betreft als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, dat aan die werknemer is toegekend direct aansluitend op een hiervoor bedoelde dienstbetrekking; @@ -1456,38 +1394,36 @@ e. ten gunste van welk fonds, bedoeld in deze afdeling, de vergoedingen komen. ### Artikel 119 -**1.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB beheren en administreren elk fonds, met uitzondering van het Uitvoeringsfonds voor de overheid en de sectorfondsen, afzonderlijk. +**1.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB beheren en administreren elk fonds afzonderlijk. -**2.** Het UWV beheert het Uitvoeringsfonds voor de overheid en de sectorfondsen gezamenlijk en administreert het Uitvoeringsfonds voor de overheid en elk sectorfonds afzonderlijk. +**2.** Indien met betrekking tot een fonds de lasten de baten blijken te overtreffen, wordt het tekort niet gedekt uit een ander fonds. -**3.** Indien met betrekking tot een fonds de lasten de baten blijken te overtreffen, wordt het tekort niet gedekt uit een ander fonds. +**3.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB houden, elk afzonderlijk, de financiële middelen die deel uitmaken van hun fondsen aan in een of meer rekeningen-courant bij Onze Minister van Financiën. -**4.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB houden, elk afzonderlijk, de financiële middelen die deel uitmaken van hun fondsen aan in een of meer rekeningen-courant bij Onze Minister van Financiën. +**4.** In afwijking van het derde lid kunnen het Zorginstituut, het UWV en de SVB een deel van de in het derde lid bedoelde financiële middelen buiten de in het derde lid bedoelde rekeningen-courant houden. -**5.** In afwijking van het vierde lid kunnen het Zorginstituut, het UWV en de SVB een deel van de in het vierde lid bedoelde financiële middelen buiten de in het vierde lid bedoelde rekeningen-courant houden. +**5.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de SVB en het UWV, regels gesteld betreffende de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen. -**6.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de SVB en het UWV, regels gesteld betreffende de omvang van het in het vijfde lid bedoelde deel van de financiële middelen. - -**7.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld omtrent het vierde lid. +**6.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld omtrent het derde lid. ### Artikel 120 **1.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB kunnen, voor de uitvoering van hun wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die zij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhouden. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. -**3.** Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening. +**3.** Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening. **4.** Bij een tekort aan financiële middelen maken het Zorginstituut, het UWV en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend of lenen het UWV en de SVB uit een door hen beheerd fonds. **5.** -Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut, het UWV en de SVB ten aanzien van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot: +Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut, het UWV en de SVB ten aanzien van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot: a. de slotstanden per dag; b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de desbetreffende rekening-courant. -**6.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB informeren Onze Minister van Financiën ten aanzien van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de desbetreffende rekening-courant. +**6.** Het Zorginstituut, het UWV en de SVB informeren Onze Minister van Financiën ten aanzien van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de desbetreffende rekening-courant. **7.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, nadere regels worden gesteld omtrent het vierde, vijfde en zesde lid. @@ -1516,7 +1452,7 @@ Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en ### Artikel 122a -Vervallen +Alle vermogensbestanddelen die door het UWV afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van een sectorfonds als bedoeld in artikel 94, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel III, onderdeel I, van de Wet arbeidsmarkt in balans, gaan over op het Algemeen Werkloosheidsfonds. ### Artikel 122ab