From adc865109ccebca4d3bd9569773893f6052153b8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Dec 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-12-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- .../BWBR0005682/README.md | 193 ++++++++++-------- 1 file changed, 103 insertions(+), 90 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md index 7b8108cabe0..caa2a7a963f 100644 --- a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md +++ b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bwb_id: BWBR0005682 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-08-01' +datum_inwerkingtreding: '2002-12-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005682 citeertitel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- @@ -424,7 +424,7 @@ Met betrekking tot de educatieve voorziening, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid ### Artikel 3.2 -Onze minister neemt besluiten als bedoeld in de artikelen 1.9, zesde lid, 2.9, vierde lid, 2.13, tweede en vierde lid, 4.2, tweede lid, 7.56, eerste lid, onder b, en 7.56a, eerste lid, onder b, niet dan na het betrokken instellingsbestuur in de gelegenheid te hebben gesteld met hem te overleggen over zijn desbetreffend voornemen. +Onze minister neemt besluiten als bedoeld in de artikelen 1.9, zesde lid, 2.9, vierde lid, 2.13, tweede en vierde lid, 4.2, tweede lid, en 7.56, eerste lid, onder b, niet dan na het betrokken instellingsbestuur in de gelegenheid te hebben gesteld met hem te overleggen over zijn desbetreffend voornemen. ### Artikel 3.3 @@ -719,7 +719,7 @@ Het instellingsbestuur neemt bij de instelling van nieuwe opleidingen en de beë **1.** Onze minister stelt een adviescommissie onderwijsaanbod in, belast met de beoordeling van de doelmatigheid van de opleidingen die de instellingen voornemens zijn te verzorgen. De commissie betrekt daarbij de behoeften aan hoger onderwijs en onderzoek, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs en mede gelet op de spreiding van de voorzieningen. De commissie houdt daarbij rekening met het profiel van de instellingen. -**2.** De commissie is tevens belast met de beoordeling of al dan niet sprake is van een nieuwe opleiding in de zin van het eerste lid, indien het instellingsbestuur voornemens is een wijziging aan te brengen in de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder *d*. +**2.** Vervallen. **3.** De commissie bestaat uit vijf leden. De leden worden door Onze minister benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een termijn van vier jaar. @@ -830,7 +830,7 @@ Het Centraal register opleidingen hoger onderwijs bevat van elke opleiding als b a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, b. of het hoger beroepsonderwijs dan wel wetenschappelijk onderwijs betreft, c. of de opleiding is geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan alsmede de geldigheidsduur daarvan, -d. de indeling in het register, +d. Vervallen. e. de hoofdlijnen van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.15, daaronder ten minste begrepen afstudeerrichtingen binnen opleidingen en differentiaties binnen opleidingen op het gebied van de kunst en binnen lerarenopleidingen op het gebied van de kunst, f. het voltijdse, deeltijdse of duale karakter, g. de studielast, @@ -840,7 +840,7 @@ j. of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, k. of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden, l. de gemeente waar de opleiding wordt verzorgd; m. de door de instelling op grond van artikel 5a.12, eerste lid, tweede volzin, vastgestelde termijn, -n. de door de minister op grond van de artikelen 5a.12, vijfde lid, of 5a.15, tweede lid, vastgestelde termijn, +n. de door de minister op grond van de artikelen 5a.12, vijfde lid, of 5a.15, tweede lid, vastgestelde termijn, o. het door een instelling op grond van artikel 5a.12a, eerste lid, genomen besluit, p. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop. @@ -857,15 +857,15 @@ b. de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen c, m en n. **1.** Het instellingsbestuur meldt elke nieuwe opleiding die de instelling voornemens is te verzorgen aan voor registratie. -**2.** De aanmelding geschiedt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarin een aanvang gemaakt zal worden met het onderwijs, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. Bij de aanmelding van een nieuwe opleiding of van een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder *d*, voegt het bestuur van een bekostigde instelling het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onderscheidenlijk bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, alsmede de schriftelijke bewijsstukken waaruit de juistheid van de overgelegde gegevens blijkt. Indien de indeling van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van het instellingsbestuur niet voldoet, volstaat het instellingsbestuur met een aanduiding van het onderdeel dat naar zijn oordeel het gebied van de opleiding het best omschrijft. +**2.** De aanmelding geschiedt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarin een aanvang gemaakt zal worden met het onderwijs, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. Bij de aanmelding van een nieuwe opleiding voegt het bestuur van een bekostigde instelling het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, alsmede de schriftelijke bewijsstukken waaruit de juistheid van de overgelegde gegevens blijkt. Indien de indeling van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van het instellingsbestuur niet voldoet, volstaat het instellingsbestuur met een aanduiding van het onderdeel dat naar zijn oordeel het gebied van de opleiding het best omschrijft. **3.** De Informatie Beheer Groep registreert de opleiding overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en maakt dit aan de commissie, bedoeld in artikel 6.3 bekend. -**4.** Indien de gegevens niet volledig zijn of de indeling in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van Onze minister in redelijkheid niet passend kan worden geacht voor de opleiding, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om, binnen een door de Informatie Beheer Groep te bepalen termijn, te voorzien in de ontbrekende gegevens onderscheidenlijk de indeling te herzien. Onverminderd artikel 6.15 weigert de Informatie Beheer Groep registratie in het register uitsluitend, indien de Informatie Beheer Groep de gegevens, daaronder begrepen het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 6.3, binnen deze termijn niet of niet volledig heeft ontvangen, indien Onze minister, in afwijking van het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, in redelijkheid van oordeel is dat een nieuwe opleiding wordt ingesteld, of indien de herziene indeling naar het oordeel van Onze minister evenmin in redelijkheid passend geoordeeld kan worden voor de opleiding. +**4.** Indien de gegevens niet volledig zijn of de indeling in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van Onze minister in redelijkheid niet passend kan worden geacht voor de opleiding, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om, binnen een door de Informatie Beheer Groep te bepalen termijn, te voorzien in de ontbrekende gegevens onderscheidenlijk de indeling te herzien. Onverminderd artikel 6.15 weigert de Informatie Beheer Groep registratie in het register uitsluitend, indien de Informatie Beheer Groep de gegevens, daaronder begrepen het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 6.3, binnen deze termijn niet of niet volledig heeft ontvangen of indien de herziene indeling naar het oordeel van Onze minister evenmin in redelijkheid passend geoordeeld kan worden voor de opleiding. **5.** De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van registratie als bedoeld in het vierde lid en maakt dit aan de commissie, bedoeld in artikel 6.3, bekend. Indien de weigering gegrond is op de indeling van de opleiding, maakt Onze minister het besluit houdende weigering van de registratie bekend en doet daarvan mededeling in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. -**6.** Onverminderd het in dit artikel bepaalde ten aanzien van gegevens als bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder *d*, is dit artikel van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. +**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. ### Artikel 6.15 @@ -1130,11 +1130,11 @@ Vervallen ### Artikel 7.9c -Indien het instellingsbestuur niet kan vaststellen welke studenten onder de artikelen 5.12 of 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000 vallen, verstrekt het tevens de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a, eerste lid, of 7.9b, eerste lid, over alle studenten. In dat geval vermeldt het dit feit in de mededeling, bedoeld in de artikelen 7.9a, tweede lid, of 7.9b, tweede lid. +Indien het instellingsbestuur niet kan vaststellen welke studenten onder de artikelen 5.12 of 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000 vallen, verstrekt het tevens de gegevens, bedoeld in de artikelen 7.9a, eerste lid, of 7.9b, eerste lid, over alle studenten. In dat geval vermeldt het dit feit in de mededeling, bedoeld in de artikelen 7.9a, tweede lid, of 7.9b, tweede lid. ### Artikel 7.9d -Het instellingsbestuur doet voor het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin een student, bedoeld in de artikelen 5.5 of 5.7 van de Wet studiefinanciering 2000, het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling aan de Informatie Beheer Groep. Het stuurt gelijktijdig met die mededeling bericht van het verzenden daarvan aan de betrokkene. +Het instellingsbestuur doet voor het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin een student, bedoeld in de artikelen 5.5 of 5.7 van de Wet studiefinanciering 2000, het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling aan de Informatie Beheer Groep. Het stuurt gelijktijdig met die mededeling bericht van het verzenden daarvan aan de betrokkene. ### Artikel 7.9e @@ -1197,7 +1197,7 @@ e. op welk tijdstip de opleiding voor het laatst is geaccrediteerd dan wel op we In de onderwijs- en examenregeling worden, onverminderd het overigens in deze wet terzake bepaalde, ten minste geregeld: a. de inhoud van de opleiding en van de daaraan verbonden examens, -b. de inhoud van de afstudeerrichtingen binnen een opleiding en, wat de opleidingen op het gebied van de kunst en de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst betreft, de inhoud van de binnen een opleiding voorkomende differentiaties, +b. de inhoud van de afstudeerrichtingen binnen een opleiding, c. de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student zich bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven, d. waar nodig, de inrichting van praktische oefeningen, e. de studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden, @@ -1330,9 +1330,9 @@ Vervallen ### Artikel 7.22a -**1.** Degenen die op grond van de artikelen 7.20 en 7.22, zoals die bepalingen op 31 augustus 2002 luidden, gerechtigd waren tot het voeren van een in de desbetreffende bepalingen genoemde titel, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig die artikelen. +**1.** Degenen die op grond van de artikelen 7.20 en 7.22, zoals die bepalingen op 31 augustus 2002 luidden, gerechtigd waren tot het voeren van een in de desbetreffende bepalingen genoemde titel, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig die artikelen. -**2.** Degenen die op grond van artikel 7.21, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel Master of de titel Bachelor, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. +**2.** Degenen die op grond van artikel 7.21, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel Master of de titel Bachelor, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. ### Artikel 7.23 @@ -1388,11 +1388,11 @@ c. in bijzondere gevallen, een opleiding waarop geen enkel profiel zonder meer e ### Artikel 7.26a -**1.** Bij ministeriële regeling worden voor de opleidingen op het gebied van de kunst en voor de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst dan wel voor de differentiaties binnen die opleidingen in verband met de organisatie en inrichting van het onderwijs dan wel de kennis of vaardigheden van de aanstaande studenten en extraneï specifieke eisen gesteld in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 7.24. Voor de inschrijving voor deze opleidingen geldt als eis het bezit van een bewijs van toelating als bedoeld in het vierde lid. +**1.** Bij ministeriële regeling worden voor de opleidingen op het gebied van de kunst en voor de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst in verband met de organisatie en inrichting van het onderwijs dan wel de kennis of vaardigheden van de aanstaande studenten en extraneï specifieke eisen gesteld in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 7.24. Voor de inschrijving voor deze opleidingen geldt als eis het bezit van een bewijs van toelating als bedoeld in het vierde lid. -**2.** Met betrekking tot de opleidingen en de differentiaties waarop het eerste lid van toepassing is, stelt het instellingsbestuur van een hogeschool ter uitwerking van de in het eerste lid bedoelde specifieke eisen voor een opleiding of een differentiatie binnen een opleiding criteria vast met betrekking tot selectie en toelating van de studenten en extraneï. Met betrekking tot de inhoud en de wijze van toepassing van deze criteria wordt een oordeel gegeven door een door het instellingsbestuur voor elke opleiding of differentiatie binnen een opleiding als bedoeld in het eerste lid, aan te wijzen deskundige op het desbetreffende gebied van de arbeidsmarkt. Deze deskundige is niet aan de desbetreffende hogeschool verbonden. Het oordeel wordt jaarlijks ter kennis gebracht van het instellingsbestuur. +**2.** Met betrekking tot de opleidingen waarop het eerste lid van toepassing is, stelt het instellingsbestuur van een hogeschool ter uitwerking van de in het eerste lid bedoelde specifieke eisen voor een opleiding criteria vast betreffende selectie en toelating van studenten en extraneï. -**3.** Voor elke opleiding of differentiatie binnen een opleiding stelt het instellingsbestuur een commissie in, die is belast met het onderzoek of aanstaande studenten of extraneï voldoen aan de in het eerste lid bedoelde eisen en de in het tweede lid bedoelde criteria. Van deze commissie maakt deel uit de deskundige, bedoeld in het tweede lid. De commissie brengt het instellingsbestuur een gemotiveerd advies uit. +**3.** Voor elke opleiding stelt het instellingsbestuur een commissie in, die is belast met het onderzoek of aanstaande studenten of extraneï voldoen aan de in het eerste lid bedoelde eisen en de in het tweede lid bedoelde criteria. De commissie brengt het instellingsbestuur een gemotiveerd advies uit. **4.** Het instellingsbestuur neemt ten aanzien van elke aanstaande student of extraneus een beslissing of deze voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen en de in het tweede lid bedoelde criteria. Het instellingsbestuur bericht de student of extraneus over de uitslag van het desbetreffende onderzoek en reikt hem, indien het resultaat van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, ten bewijze daarvan een bewijs van toelating uit. @@ -1524,7 +1524,7 @@ e. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b De inschrijving als student geeft het recht: -a. aan het initieel onderwijs van de instelling deel te nemen, behoudens de bevoegdheid van het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool in geval van toepassing van de artikelen 7.9, eerste lid, 7.30a, derde lid, en 7.30b, eerste lid, 7.53, derde lid, 7.56 of 7.56a anders te beslissen, +a. aan het initieel onderwijs van de instelling deel te nemen, behoudens de bevoegdheid van het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool in geval van toepassing van de artikelen 7.9, eerste lid, 7.30a, derde lid, en 7.30b, eerste lid, 7.53, derde lid, of 7.56 anders te beslissen, b. de tentamens af te leggen van de onderwijseenheden behorend tot de opleiding, alsmede de examens af te leggen van die opleiding, c. van toegang tot de bij de instelling behorende inrichtingen en verzamelingen, tenzij naar het oordeel van het instellingsbestuur de aard of het belang van het onderwijs of het onderzoek zich daartegen verzet, d. gebruik te maken van andere ten behoeve van de studenten getroffen voorzieningen, daaronder begrepen, behoudens wat de Open Universiteit betreft, de diensten van een studentendecaan, en @@ -1550,7 +1550,7 @@ De inschrijving als extraneus geeft uitsluitend de rechten, vermeld in artikel 7 **2.** Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is overgelegd dat het verschuldigde collegegeld wordt voldaan, het verschuldigde examengeld is voldaan dan wel, in geval van inschrijving aan de Open Universiteit, het verschuldigde cursusgeld is voldaan. -**3.** Tot de inschrijving als student voor de eerste maal voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding aan een bepaalde instelling of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt niet overgegaan dan nadat de betrokkene zich te voren, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard, bij de Informatie Beheer Groep heeft aangemeld, onder vermelding van de instelling en de bacheloropleiding waarop de inschrijving betrekking heeft en wat de opleidingen op het gebied van de kunst en de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst betreft, de gekozen differentiatie binnen die opleiding. +**3.** Tot de inschrijving als student voor de eerste maal voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding aan een bepaalde instelling of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt niet overgegaan dan nadat de betrokkene zich te voren, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard, bij de Informatie Beheer Groep heeft aangemeld, onder vermelding van de instelling en de bacheloropleiding waarop de inschrijving betrekking heeft. **4.** Het bestuur van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De weigering dan wel de intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. @@ -1756,9 +1756,9 @@ b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is inges **3.** Indien ook na toepassing van het tweede lid bij een of meer instellingen die de desbetreffende opleiding verzorgen, het aantal aanmeldingen op 1 mei het aantal plaatsen overtreft, stelt de Informatie Beheer Groep vast dat een toelatingsbeperking van kracht is, waarna paragraaf 4a van deze titel wordt toegepast. -**4.** Indien het instellingsbestuur in de verwachting verkeert dat het aantal inschrijvingen voor een opleiding meer zal bedragen dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, is, in afwijking van de procedure van het tweede en derde lid, eveneens een toelatingsbeperking op die opleiding van kracht en wordt vervolgens paragraaf 4a van deze titel toegepast, mits het instellingsbestuur die opleiding daartoe voor 1 mei heeft aangemeld bij de Informatie Beheer Groep. +**4.** Indien het instellingsbestuur in de verwachting verkeert dat het aantal inschrijvingen voor een opleiding meer zal bedragen dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, is, in afwijking van de procedure van het tweede en derde lid, eveneens een toelatingsbeperking op die opleiding van kracht en wordt vervolgens paragraaf 4a van deze titel toegepast, mits het instellingsbestuur die opleiding daartoe voor 1 mei heeft aangemeld bij de Informatie Beheer Groep. -**5.** Indien een besluit ingevolge artikel 7.56 of artikel 7.56a van toepassing is op de opleiding, blijft dit artikel buiten toepassing. +**5.** Indien een besluit ingevolge artikel 7.56 van toepassing is op de opleiding, blijft dit artikel buiten toepassing. ### Artikel 7.54 @@ -1787,26 +1787,13 @@ b. de verdeling van dat aantal over elk van de onder *a* bedoelde instellingen, **3.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk vastgesteld op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het studiejaar waarin deze regeling voor het eerst van toepassing is. -**4.** Dit artikel is niet van toepassing op opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst. - ### Artikel 7.56a -**1.** - -Indien het aanbod van afgestudeerden van een bepaalde opleiding op het gebied van de kunst of van een differentiatie daarbinnen dan wel van een bepaalde lerarenopleiding op het gebied van de kunst of van een differentiatie daarbinnen de behoefte aan afgestudeerden op de arbeidsmarkt in aanmerkelijke mate dreigt te overtreffen of daadwerkelijk overtreft en dit naar verwachting gedurende een reeks van jaren het geval zal zijn, kan bij ministeriële regeling worden vastgesteld: - -a. het aantal personen dat voor de twee daaropvolgende studiejaren ten hoogste voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van een opleiding dan wel voor de propedeutische fase wat een bepaalde differentiatie betreft, aan alle hogescholen waaraan deze opleiding is verbonden, en -b. de verdeling van dat aantal over elk van de in onderdeel a bedoelde hogescholen. - -**2.** In geval van toepassing van het eerste lid reikt het instellingsbestuur een zodanig aantal bewijzen, bedoeld in artikel 7.26a, vierde lid, uit dat het aantal ingeschreven studenten het aantal, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet overschrijdt. Inschrijving voor de eerste maal voor de propedeutische fase van een opleiding of voor de propedeutische fase wat een bepaalde differentiatie betreft, vindt slechts plaats onder overlegging van een door het instellingsbestuur afgegeven bewijs als bedoeld in artikel 7.26a, vierde lid, onverminderd het bepaalde bij of krachtens titel 2 van dit hoofdstuk. - -**3.** Artikel 7.56, derde lid, is van toepassing. +Vervallen ### Artikel 7.57 -**1.** Voor de toepassing van deze paragraaf en de artikelen 7.57d, 7.57f, derde lid, en 16.9a, vierde lid, gelden door universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verzorgde opleidingen met dezelfde naam als dezelfde opleidingen. Voor de toepassing van de artikelen 7.56, 7.57d, 7.57f, derde lid, en 16.9a, vierde lid, gelden bovendien door universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verzorgde groepen van verwante opleidingen als dezelfde opleidingen. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de opleidingen of differentiaties, bedoeld in artikel 7.56a. +Voor de toepassing van deze paragraaf en de artikelen 7.57d, 7.57f, derde lid, en 16.9a, vierde lid, gelden door universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verzorgde opleidingen met dezelfde naam als dezelfde opleidingen. Voor de toepassing van de artikelen 7.56, 7.57d, 7.57f, derde lid, en 16.9a, vierde lid, gelden bovendien door universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verzorgde groepen van verwante opleidingen als dezelfde opleidingen. #### Paragraaf 4a. Regels voor de selectie van studenten voor opleidingen met een toelatingsbeperking @@ -3757,9 +3744,8 @@ a. artikel 1.9, zesde lid, b. artikel 2.9, vierde lid, c. artikel 6.4, d. artikel 6.5, -e. artikel 6.8, -f. artikel 6.16, en -g. artikel 15.1, eerste lid. +e. artikel 6.8, en +f. artikel 15.1, eerste lid. ### Artikel 14.2 @@ -3843,7 +3829,7 @@ j. de ter uitvoering van de onder *a* tot en met *i* genoemde wetten en besluite **2.** De op grond van de titels 1 tot en met 3 en 4, eerste en tweede paragraaf, van dit hoofdstuk gehandhaafde bepalingen van de bij of krachtens de in het eerste lid genoemde wetten en besluiten vastgestelde regelingen kunnen worden gewijzigd. -### Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd +### Titel 2. Voorzieningen voor bepaalde en onbepaalde tijd ### Artikel 16.2 @@ -3853,7 +3839,7 @@ j. de ter uitvoering van de onder *a* tot en met *i* genoemde wetten en besluite ### Artikel 16.3 -In afwijking van artikel 7.24, tweede lid, gelden de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht zijnde, afwijkende vooropleidingseisen ten aanzien van de tot opleidingen omgezette studierichtingen, bedoeld in bijlage 1, onderdeel F, nummers 17 en 18, en onderdeel H.3, nummer 15, van de Tijdelijke regeling h.b.o.-opleidingen. +Vervallen ### Artikel 16.4 @@ -3879,9 +3865,22 @@ Personeel van niet bekostigde ingevolge deze wet aangewezen bijzondere instellin ### Artikel 16.7 -**1.** Het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bepaalde bij of krachtens de artikelen 101, 133, 134, 135, 165 en 169 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs en artikel D.14 van de Invoeringswet W.H.B.O. blijft van toepassing op hogescholen met opleidingen die voortkomen uit studierichtingen dan wel samengestelde studierichtingen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs. +**1.** Tot 1 januari 2005 verleent Onze minister aan hogescholen waaraan een opleiding muziek of een opleiding dans is verbonden, een rijksbijdrage ten behoeve van de aan die hogescholen verbonden voorbereidende periode voor die opleiding. -**2.** Het in deze wet bepaalde met betrekking tot planning en bekostiging is van overeenkomstige toepassing. +**2.** + +In de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende opleiding wordt voor een voorbereidende periode geregeld: + +- de inhoud van de voorbereidende periode, +- de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een deelnemer aan de voorbereidende periode zich bij beëindiging daarvan moet hebben verworven, +- de inrichting van de praktische oefeningen, en +- de wijze waarop de deelnemers worden voorbereid om te kunnen voldoen aan de eisen en criteria, bedoeld in artikel 7.26a, eerste en tweede lid. + +**3.** Een voorbereidende periode wordt in deeltijdse vorm gegeven. + +**4.** Voor de inschrijving voor een voorbereidende periode is verschuldigd de helft van het bedrag, vastgesteld krachtens artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet. + +**5.** De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere geldelijke bijdrage dan het in het vierde lid bedoelde bedrag. ### Artikel 16.8 @@ -3901,7 +3900,7 @@ Personeel van niet bekostigde ingevolge deze wet aangewezen bijzondere instellin ### Artikel 16.9 -**1.** Onverminderd artikel 16.3, tweede lid, blijft het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens artikel E.20 van de Invoeringswet W.H.B.O. met betrekking tot afwijkende vooropleidingseisen bepaalde van toepassing tot uiterlijk het derde studiejaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. +**1.** Het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens artikel E.20 van de Invoeringswet W.H.B.O. met betrekking tot afwijkende vooropleidingseisen bepaalde blijft van toepassing tot uiterlijk het derde studiejaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. **2.** Voorzover de in het eerste lid bedoelde vooropleidingseisen betrekking hebben op een verklaring van een middelbare technische school dat met goed gevolg eindexamen is afgelegd, zonder dat het praktijkjaar is doorlopen, blijft, in afwijking van het eerste lid, het krachtens artikel E.20 van de Invoeringswet W.H.B.O. bepaalde van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Onder een verklaring van een middelbare technische school wordt tevens verstaan een verklaring van een school of instelling die een opleiding middelbaar beroepsonderwijs of een opleiding deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector techniek in stand houdt, voorzover deze opleidingen uitsluitend of mede gericht zijn op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs. @@ -3924,7 +3923,7 @@ b. deelname aan de loting voor een opleiding in 1998 of eerdere jaren niet meete ### Artikel 16.9b -**1.** Onverminderd artikel 7.51 treft het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool een financiële voorziening ten aanzien van een student die op grond van een van de artikelen 10.7 of 10.8 van de Wet studiefinanciering 2000 geen aanspraak kan maken op studiefinanciering op de voet van hoofdstuk 3 van die wet, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur door bijzondere omstandigheden het bij of krachtens de artikelen 10.6 tot en met 10.8 van die wet bepaalde resultaat niet heeft behaald. Deze financiële voorziening is zodanig dat de betrokkene niet in een slechtere financiële situatie wordt gebracht dan wanneer hij studiefinanciering zou hebben genoten zonder toepassing van artikel 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000. +**1.** Onverminderd artikel 7.51 treft het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool een financiële voorziening ten aanzien van een student die op grond van een van de artikelen 10.7 of 10.8 van de Wet studiefinanciering 2000 geen aanspraak kan maken op studiefinanciering op de voet van hoofdstuk 3 van die wet, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur door bijzondere omstandigheden het bij of krachtens de artikelen 10.6 tot en met 10.8 van die wet bepaalde resultaat niet heeft behaald. Deze financiële voorziening is zodanig dat de betrokkene niet in een slechtere financiële situatie wordt gebracht dan wanneer hij studiefinanciering zou hebben genoten zonder toepassing van artikel 10.6 van de Wet studiefinanciering 2000. **2.** De bijzondere omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, zijn de bijzondere omstandigheden, genoemd in artikel 7.51, tweede lid. Bij de toepassing van het eerste lid betrekt het instellingsbestuur als bijzondere omstandigheid tevens de omstandigheid dat de opleiding zodanig is ingericht dat de student redelijkerwijs niet in staat is geweest het in dat lid bedoelde resultaat te behalen. @@ -4106,7 +4105,7 @@ Aan artikel 2.4 wordt voor de eerste maal toepassing gegeven twee jaren na de ge **2.** Voor het begrotingsjaar voorafgaand aan het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar blijven de op de datum voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van kracht met betrekking tot de berekening en vaststelling van de rijksbijdrage alsmede ten aanzien van het afleggen van rekening en verantwoording. -**3.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, worden tot en met het begrotingsjaar 2002 de opleidingen op het gebied van de kunst, de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en de voortgezette kunstopleidingen en de voortgezette opleidingen bouwkunst, bedoeld in de artikel 7.4, vijfde lid, eerste en derde volzin, in verband met de aard van deze onderwijsvoorzieningen bekostigd op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. De eerste volzin is niet van toepassing op de opleiding expressie door woord en gebaar en op de opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen. +**3.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, worden tot en met het begrotingsjaar 2007 de opleidingen op het gebied van de kunst, de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en de voortgezette kunstopleidingen en de voortgezette opleidingen bouwkunst, bedoeld in de artikel 7.4, vijfde lid, eerste en derde volzin, in verband met de aard van deze onderwijsvoorzieningen bekostigd op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. **4.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, wordt de rijksbijdrage ten behoeve van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en ten behoeve van de Koninklijke Bibliotheek tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip berekend op een door Onze minister te bepalen wijze. @@ -4454,7 +4453,7 @@ Verzoeken die voor de datum van de eerste plaatsing van de toetsingskaders in de ### Artikel 17a.1 -Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit geen nieuwe opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, meer worden ingesteld. +Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit geen nieuwe opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, meer worden ingesteld. #### Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw @@ -4462,9 +4461,9 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 **1.** Met ingang van het studiejaar 2002–2003 kan aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit onderwijs worden verzorgd in bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en in masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b. -**2.** Indien het instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in heteerste lid met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is geregistreerd, in een bepaald studiejaar voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, stelt hij een bacheloropleiding in en zonodig een of meer daarop aansluitende masteropleidingen. Het aantal in te stellen masteropleidingen is gelijk aan ten hoogste het aantal afstudeerrichtingen dat op 31 augustus 2002 in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, was beschreven. De in te stellen bachelor- en masteropleidingen zijn samengesteld uit programmaonderdelen die in het studiejaar voorafgaand aan de instelling van die opleidingen door de instelling werden verzorgd. +**2.** Indien het instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in heteerste lid met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is geregistreerd, in een bepaald studiejaar voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, stelt hij een bacheloropleiding in en zonodig een of meer daarop aansluitende masteropleidingen. Het aantal in te stellen masteropleidingen is gelijk aan ten hoogste het aantal afstudeerrichtingen dat op 31 augustus 2002 in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, was beschreven. De in te stellen bachelor- en masteropleidingen zijn samengesteld uit programmaonderdelen die in het studiejaar voorafgaand aan de instelling van die opleidingen door de instelling werden verzorgd. -**3.** Artikel 7.4a, zevende lid, blijft ten aanzien van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.13, derde lid, op het moment van instelling van die opleiding buiten toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding ten aanzien waarvan het instellingsbestuur uiterlijk op 1 september 2001 met toepassing van artikel 7.4, zevende lid, zoals die bepaling op die datum luidde, heeft bepaald dat de desbetreffende opleiding een grotere studielast had dan 168 studiepunten. +**3.** Artikel 7.4a, zevende lid, blijft ten aanzien van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.13, derde lid, op het moment van instelling van die opleiding buiten toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding ten aanzien waarvan het instellingsbestuur uiterlijk op 1 september 2001 met toepassing van artikel 7.4, zevende lid, zoals die bepaling op die datum luidde, heeft bepaald dat de desbetreffende opleiding een grotere studielast had dan 168 studiepunten. **4.** De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in artikel 17a.7, eerste lid, bedoelde koninklijk besluit. @@ -4478,9 +4477,9 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 ### Artikel 17a.2b -**1.** Het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs waaraan een afstudeerrichting is verbonden als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder b, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, is bevoegd in een bepaald studiejaar in plaats van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 17a.2, tweede lid, een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. +**1.** Het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs waaraan een afstudeerrichting is verbonden als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder b, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, is bevoegd in een bepaald studiejaar in plaats van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 17a.2, tweede lid, een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. -**2.** Het instellingsbestuur van een universiteit waaraan een opleiding als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, is verbonden, is bevoegd in een bepaald studiejaar een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. +**2.** Het instellingsbestuur van een universiteit waaraan een opleiding als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, is verbonden, is bevoegd in een bepaald studiejaar een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen. **3.** Artikel 17a.2, derde tot en met vijfde lid, is van toepassing. @@ -4494,39 +4493,39 @@ Onverminderd artikel 17a.7, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 **4.** Indien het college van bestuur van de Open Universiteit de vereiste instemming niet verwerft en hij zijn voorgenomen besluit wenst te handhaven, legt hij het geschil onverwijld voor aan de raad van toezicht van die instelling. Artikel 11.16, tweede lid, is van toepassing. De raad van toezicht neemt een besluit binnen uiterlijk vier weken, nadat het geschil door het college van bestuur aan de raad is voorgelegd. -**5.** Indien 1 september 2002 geldt als de voorgenomen datum van invoering van de bachelor-masterstructuur, wordt het verzoek om instemming als bedoeld in het eerste lid voor 25 juni 2002 door het instellingsbestuur van een universiteit bij de faculteitsraad of door het college van bestuur van de Open Universiteit bij de studentenraad ingediend. In afwijking van het tweede lid wordt de mededeling, bedoeld in die volzin, binnen drie weken gedaan. In afwijking van het derde lid doet de commissie voor geschillen binnen twee weken een uitspraak. In afwijking van het vierde lid neemt de raad van toezicht van de Open Universiteit binnen twee weken een besluit. +**5.** Indien 1 september 2002 geldt als de voorgenomen datum van invoering van de bachelor-masterstructuur, wordt het verzoek om instemming als bedoeld in het eerste lid voor 25 juni 2002 door het instellingsbestuur van een universiteit bij de faculteitsraad of door het college van bestuur van de Open Universiteit bij de studentenraad ingediend. In afwijking van het tweede lid wordt de mededeling, bedoeld in die volzin, binnen drie weken gedaan. In afwijking van het derde lid doet de commissie voor geschillen binnen twee weken een uitspraak. In afwijking van het vierde lid neemt de raad van toezicht van de Open Universiteit binnen twee weken een besluit. -**6.** Dit artikel is voor het studiejaar 2002–2003 niet van toepassing, indien het Staatsblad waarin de wet van 6 juni 2002 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs wordt geplaatst, niet is uitgegeven voor 21 juni 2002. +**6.** Dit artikel is voor het studiejaar 2002–2003 niet van toepassing, indien het Staatsblad waarin de wet van 6 juni 2002 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs wordt geplaatst, niet is uitgegeven voor 21 juni 2002. **7.** Indien de universiteitsraad van een universiteit reeds betrokken is geweest bij de voorbereiding van de gehele of gedeeltelijke invoering van de bachelor-masterstructuur in die universiteit, kan het instellingsbestuur, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot een besluit als bedoeld in het eerste lid in plaats van de faculteitsraad de universiteitsraad om instemming als bedoeld in dat lid verzoeken. In het geval dat de eerste volzin toepassing heeft gevonden, wordt in het eerste, tweede, derde en vijfde lid «faculteitsraad» vervangen door: universiteitsraad. ### Artikel 17a.3 -**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2002–2003 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 1 augustus 2002 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. +**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2002–2003 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 1 augustus 2002 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. **2.** De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003. Onverminderd artikel 6.13, vierde lid, bevat het register van elke opleiding het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving voor de opleiding mogelijk is. -**3.** Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 15 augustus 2002 te voorzien in de ontbrekende gegevens. +**3.** Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 15 augustus 2002 te voorzien in de ontbrekende gegevens. -**4.** De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 15 augustus 2002 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie. +**4.** De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 15 augustus 2002 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie. **5.** De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 september 2002 het Centraal register opleidingen hoger onderwijs in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.4 -**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2 , artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van een studiejaar 2003–2004 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 28 februari 2003 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. +**1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2 , artikel 17a.2a of artikel 17a.2b dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van een studiejaar 2003–2004 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 28 februari 2003 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. **2.** Artikel 17a.3, tweede lid, is van toepassing met dien verstande dat de registratie betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004. -**3.** Artikel 17a.3, derde en vierde lid, is van toepassing met dien verstande dat het uiterste tijdstip 31 mei 2003 is. +**3.** Artikel 17a.3, derde en vierde lid, is van toepassing met dien verstande dat het uiterste tijdstip 31 mei 2003 is. **4.** -De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 juli 2003 met betrekking tot het Centraal register opleidingen hoger onderwijs de volgende wijzigingen bekend: +De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 juli 2003 met betrekking tot het Centraal register opleidingen hoger onderwijs de volgende wijzigingen bekend: a. de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen, en -b. de verschillen tussen het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003, en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004 zoals bekendgemaakt voor 1 juli 2002. +b. de verschillen tussen het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003, en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004 zoals bekendgemaakt voor 1 juli 2002. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. @@ -4538,7 +4537,7 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. **3.** Artikel 6.14, vierde lid, eerste en tweede volzin, en vijfde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. -**4.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend voor 1 juli van het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +**4.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend voor 1 juli van het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.6 @@ -4546,13 +4545,13 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. **2.** Met ingang van het in artikel 17a.2, tweede lid, bedoelde studiejaar worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs ingeschreven. -**3.** Op een in dit artikel bedoelde opleiding en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. +**3.** Op een in dit artikel bedoelde opleiding en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. #### Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs ### Artikel 17a.7 -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit. **2.** Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld. @@ -4560,7 +4559,7 @@ Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 17a.7a -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. **2.** Artikel 17a.7, tweede en derde lid, is van toepassing. @@ -4570,25 +4569,33 @@ Indien het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a, tot s ### Artikel 17a.9 -Op de in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a bedoelde opleidingen en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. +**1.** Op de in artikel 17a.7 of artikel 17a.7a bedoelde opleidingen en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing. + +**2.** + +De studielast van de volgende opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, bedraagt 300 studiepunten: + +- life science and technology aan de openbare universiteit te Delft, +- telematica aan de openbare universiteit te Enschede, en +- voeding en gezondheid aan de openbare universiteit te Wageningen. #### Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen ### Artikel 17a.10 -**1.** De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a. +**1.** De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a. **2.** Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld. ### Artikel 17a.10a -**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. +**1.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 17a.7, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing. **2.** Artikel 17a.7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor de onderscheiden opleidingen verschillend worden bepaald. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, wordt dat besluit niet eerder genomen dan nadat voor de desbetreffende opleiding een besluit als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, is genomen, waarbij een masteropleiding is aangemerkt die een voortzetting vormt van eerstbedoelde opleiding. -**4.** Indien een besluit als bedoeld artikel 7.3a, tweede lid, betrekking heeft op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, bedraagt de studielast van die opleiding het aantal studiepunten, genoemd in die artikelleden, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. +**4.** Indien een besluit als bedoeld artikel 7.3a, tweede lid, betrekking heeft op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, bedraagt de studielast van die opleiding het aantal studiepunten, genoemd in die artikelleden, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. ### Artikel 17a.10b @@ -4598,7 +4605,7 @@ De artikelen 17a.8 en 17a.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de opleidinge **1.** De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10, in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003. -**2.** De Informatie Beheer Groep beëindigt de registratie van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, eerste lid, met ingang van 1 september 2002. +**2.** De Informatie Beheer Groep beëindigt de registratie van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, eerste lid, met ingang van 1 september 2002. **3.** De Informatie Beheer Groep maakt de uit het eerste en tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 17a.3, vijfde lid. @@ -4610,7 +4617,7 @@ De artikelen 17a.8 en 17a.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de opleidinge **2.** Met betrekking tot de bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en de masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder b, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4b. -**3.** Met betrekking tot de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.6, de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, en de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4, tweede tot en met zesde lid, zoals die artikelleden luidden op 31 augustus 2002, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. +**3.** Met betrekking tot de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.6, de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, en de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4, tweede tot en met zesde lid, zoals die artikelleden luidden op 31 augustus 2002, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond. ### Artikel 17a.11b @@ -4618,58 +4625,58 @@ Het instellingsbestuur wijzigt voor 1 september 2004 van de onderwijs- en examen ### Artikel 17a.11c -**1.** De omrekenfactor voor de omzetting van studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, in studiepunten als bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b is het getal 1,43. +**1.** De omrekenfactor voor de omzetting van studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, in studiepunten als bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b is het getal 1,43. **2.** De uitkomst van de omzetting van studiepunten wordt rekenkundig afgerond op een decimaal achter de komma. ### Artikel 17a.11d -Het instellingsbestuur deelt een student of extraneus desgevraagd mee het aantal studiepunten, bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b, dat hij tot en met 31 augustus 2002 heeft behaald. Het instellingsbestuur waarborgt daarbij dat de rechten die een student of extraneus kan ontlenen aan de voor 1 september 2002 behaalde studiepunten, door deze omrekening niet minder kunnen worden. +Het instellingsbestuur deelt een student of extraneus desgevraagd mee het aantal studiepunten, bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b, dat hij tot en met 31 augustus 2002 heeft behaald. Het instellingsbestuur waarborgt daarbij dat de rechten die een student of extraneus kan ontlenen aan de voor 1 september 2002 behaalde studiepunten, door deze omrekening niet minder kunnen worden. #### Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht ### Artikel 17a.12 -De bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en de masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b, die met ingang van enig studiejaar worden verzorgd en in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn opgenomen en zijn geaccrediteerd als bedoeld in artikel 5a.9 tot en met 31 december 2007. +De bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en de masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b, die met ingang van enig studiejaar worden verzorgd en in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn opgenomen en zijn geaccrediteerd als bedoeld in artikel 5a.9 tot en met 31 december 2007. ### Artikel 17a.13 -**1.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. +**1.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. **2.** -Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: +Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of -b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. +b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. -**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart met ingang van het studiejaar 2000–2001 of het studiejaar 2001–2002, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. +**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.7, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart met ingang van het studiejaar 2000–2001 of het studiejaar 2001–2002, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. ### Artikel 17a.14 -**1.** Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. +**1.** Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. **2.** -Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: +Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of -b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. +b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. -**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. +**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. ### Artikel 17a.15 -**1.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. +**1.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005. **2.** -Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: +Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden: a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of -b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. +b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant. -**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar, dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. +**3.** Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 17a.10a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, en waarop artikel 6.3 of artikel 17.5 van toepassing is, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar, dat zes jaar na de start van de opleiding ingaat. #### Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht @@ -4681,11 +4688,11 @@ Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bach **1.** Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b stelt uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het studiejaar waarin het onderwijs in de opleiding, bedoeld in dat artikel, voor het eerst wordt verzorgd, de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, voor die opleiding vast. -**2.** Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002. +**2.** Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002. ### Artikel 17a.18 -Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a. +Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a. ### Artikel 17a.19 @@ -4693,9 +4700,9 @@ De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaats- o ### Artikel 17a.20 -**1.** Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. +**1.** Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.6 of van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 hebben afgelegd. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.6 of van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 hebben afgelegd. ### Artikel 17a.21 @@ -4709,18 +4716,24 @@ Voor de toepassing van de paragrafen 4 en 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 wordt o ### Artikel 17a.23 -De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7. +De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7. #### Paragraaf 8. Overige bepalingen ### Artikel 17a.24 -Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing. +Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing. ### Artikel 17a.25 Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002, houdende wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van die wet. +## Hoofdstuk 17b. Overgangsbepaling van de Wet betreffende onder meer de uitvoering van de in de nota «Zicht op kwaliteit» aangekondigde maatregelen + +### Artikel 17b.1 + +Op bezwaar en beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.16, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, voorzover ingesteld voor dat tijdstip, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 12 september 2002 (Stb. 493) geldende voorschriften van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van toepassing. + ## Bijlage . behorende bij de In deze bijlage zijn in de onderdelen *a* tot en met *h* opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel *i* opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.