2022-08-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2022-08-01 12:00:00 +00:00
parent 2a7ac443ae
commit ade3071e53

View file

@ -52,11 +52,7 @@ een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de We
*instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:*
een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra;
*school voor voortgezet onderwijs:*
een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede en derde volzin, van de Wet op de expertisecentra;
*openbare school:*
@ -110,7 +106,7 @@ een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede lid of een landelijk
*personeel*:
a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling;
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, 138 en 139, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
*schoolbegeleiding:*
@ -130,19 +126,7 @@ een beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die ext
*afdeling:*
een afdeling als bedoeld in artikel 85a;
*lerarenregister:*
lerarenregister als bedoeld in artikel 38b;
*registervoorportaal:*
registervoorportaal als bedoeld in artikel 38p;
*basisgegevens:*
gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen a tot en met d.
een afdeling als bedoeld in artikel 85a.
### Artikel 1a
@ -161,9 +145,9 @@ Schoolonderwijs mag, onverminderd het derde lid, slechts worden gegeven door deg
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
b. in het bezit is van:
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van dat onderwijs of ten aanzien van een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen daartoe behorende onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9 is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, van deze wet, of krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van dat onderwijs of ten aanzien van een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen daartoe behorende onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9 is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, van deze wet, of krachtens artikel 7.10, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of
2°. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van het onderwijs dat betrokkene zal geven, of
3°. een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 171, en
3°. een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 171, en
c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgesloten.
**2.**
@ -177,7 +161,7 @@ b. onderwijs volgt ter verkrijging van een dergelijk getuigschrift, in welk geva
**4.** Ten aanzien van studenten die een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onder b.1°, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald, kan worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 166 doch nog geen 180 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
**5.** Op de inzet van een leraar voor schoolonderwijs zijn de artikelen 31a, en 38b tot en met 38v van toepassing.
**5.** Op de inzet van een leraar voor schoolonderwijs is artikel 31a van toepassing.
### Artikel 3a
@ -411,7 +395,7 @@ d. het ontwikkelen van een positieve houding ten aanzien van het gebruik van het
**13a.** In afwijking van het dertiende lid kan een deel van het onderwijs worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage per schooljaar.
**14.** In afwijking van het dertiende lid, eerste volzin, kan het onderwijs aan een afdeling als bedoeld in artikel 85a worden gegeven in de Engelse taal, mits ten minste 10% van het aantal uren, bedoeld in artikel 8, zevende lid, wordt gegeven in het Nederlands of wordt besteed aan de Nederlandse taal.
**14.** In afwijking van het dertiende lid, eerste volzin, kan het onderwijs aan een afdeling als bedoeld in artikel 85a worden gegeven in de Engelse taal, mits ten minste 10% van het aantal uren, bedoeld in artikel 8, negende lid, wordt gegeven in het Nederlands of wordt besteed aan de Nederlandse taal.
**15.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten toe te staan dat wordt afgeweken van de voorschriften in het eerste en tweede lid. De toestemming wordt verleend voor een bepaald tijdvak; zij kan voorwaarden bevatten.
@ -466,13 +450,13 @@ Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school.
**1.** De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.
**2.** Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand.
**2.** Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vijfde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand.
**3.** De leerresultaten van de school worden jaarlijks beoordeeld op basis van de resultaten van de afgelegde centrale eindtoetsen, bedoeld in artikel 9b, op het gebied van Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. Voor de toepassing van de eerste volzin blijven centrale eindtoetsen die zijn afgelegd door zeer moeilijk lerende leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is, en leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, buiten beschouwing. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de andere eindtoetsen, bedoeld in artikel 9b, achtste lid.
**4.** Indien de leerresultaten van de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4c, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop leerresultaten worden gemeten, genormeerd en beoordeeld. Voorts wordt de normering, bedoeld in het derde lid, bepaald en wordt bepaald bij welk aantal leerlingen in het achtste schooljaar van een bepaalde school voor die school voor de periode van 3 schooljaren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt gelezen 5 schooljaren.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop leerresultaten worden gemeten, genormeerd en beoordeeld. Voorts wordt de normering, bedoeld in het derde lid, bepaald en wordt bepaald bij welk aantal leerlingen in het achtste schooljaar van een bepaalde school voor die school voor de periode van 3 schooljaren, bedoeld in het tweede lid, wordt gelezen 5 schooljaren.
**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@ -794,7 +778,7 @@ g. de wijze waarop:
1°. wordt vastgesteld of sprake is van een meer dan gemiddelde toename van het aantal ingeschreven leerlingen met een door het samenwerkingsverband afgegeven toelaatbaarheidsverklaring in de zin van artikel 40, achtste en tiende lid, van de Wet op de expertisecentra, bij de bij het samenwerkingsverband aangesloten speciale scholen voor basisonderwijs respectievelijk scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de periode na 1 februari, waarbij de leerlingen die zijn geplaatst in een inrichting, accommodatie of residentiële inrichting, genoemd in artikel 40, zestiende lid, van de Wet op de expertisecentra buiten beschouwing blijven, en
2°. deze scholen tegemoet worden gekomen in de meer dan gemiddelde toename.
**9.** Het ondersteuningsplan wordt niet vastgesteld voordat over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente of gemeenten en overleg heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met het gebied van het samenwerkingsverband. Het overleg met het college van burgemeester en wethouders vindt plaats overeenkomstig een procedure, vastgesteld door het samenwerkingsverband en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of gemeenten. De procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen.
**9.** Het ondersteuningsplan wordt niet vastgesteld voordat over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente of gemeenten en overleg heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met het gebied van het samenwerkingsverband. Het overleg met het college van burgemeester en wethouders vindt plaats overeenkomstig een procedure, vastgesteld door het samenwerkingsverband en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of gemeenten. De procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen.
**10.** Het ondersteuningsplan wordt voor 1 mei voorafgaand aan het eerste schooljaar van de periode waarop het plan betrekking heeft, toegezonden aan de inspectie.
@ -949,7 +933,7 @@ b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden
c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders;
d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team.
**4.** Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren, bedoeld in het derde lid, wordt georganiseerd. Bij het opstellen van het professioneel statuut wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.
**4.** Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren, bedoeld in het derde lid, wordt georganiseerd.
### Artikel 32
@ -1104,34 +1088,15 @@ Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsme
### Artikel 38b
**1.** Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van leraren voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid, persoonsidentificerende gegevens, en gegevens betreffende de school, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen.
**2.**
Het lerarenregister heeft tot doel:
a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid;
b. het vastleggen op welke wijze een leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen; en
c. het vastleggen of een leraar voldoet aan de herregistratiecriteria.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister.
Vervallen
### Artikel 38c
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38d
Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verwerkingsverantwoordelijke.
Vervallen
### Artikel 38e
@ -1139,209 +1104,73 @@ Vervallen
### Artikel 38f
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
Vervallen
### Artikel 38g
**1.**
Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen leraar:
a. het burgerservicenummer;
b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de leraar;
c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan;
d. gegevens betreffende de school waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de school;
e. het onderwijs waarvoor de leraar kan opgaan voor herregistratie;
f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de leraar opgaat voor herregistratie;
g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in artikel 38l, tweede lid.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd.
Vervallen
### Artikel 38h
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister.
**2.** De leraar verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met g.
**3.** Indien een leraar niet is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, kan hij ten behoeve van opname in het lerarenregister de gegevens als genoemd in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met g, verstrekken aan Onze Minister mits hij tevens de gegevens, bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen a en b, verstrekt en middels een bewijsstuk als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, of derde lid, aantoont dat hij aan de bekwaamheidseisen voldoet.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van de gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid.
Vervallen
### Artikel 38i
**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onder b, zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende leraar en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de leraar als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen.
**2.** Indien de leraar niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van artikel 38h.
Vervallen
### Artikel 38j
Nadat een leraar de gegevens, bedoeld in artikel 38h, tweede of derde lid, heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 38h en verkregen op grond van artikel 38i of 38s, tweede lid, op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen.
Vervallen
### Artikel 38k
**1.** Indien een of meer van de basisgegevens van een leraar in het lerarenregister afwijken van de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, kan de betrokkene Onze Minister elektronisch verzoeken deze gegevens te verbeteren. Onze Minister verzoekt het bevoegd gezag om hem overeenkomstig artikel 38h, eerste lid, de juiste gegevens te verstrekken.
**2.** Indien het bevoegd gezag na het verzoek van Onze Minister constateert dat de basisgegevens van de leraar in het lerarenregister overeenkomen met de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, deelt hij dit elektronisch mee aan Onze Minister en deelt Onze Minister dit elektronisch mee aan de betrokkene.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de gegevens die op grond van artikel 38i zijn overgenomen uit de basisregistratie personen.
**4.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Vervallen
### Artikel 38l
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38m
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38n
**1.**
Gegevens van een leraar als bedoeld in artikel 38g worden verwijderd uit het lerarenregister:
a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt;
b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
c. indien betrokkene is overleden.
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd.
**3.** Indien een of meerdere gegevens van een leraar op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard.
**4.** Indien op grond van artikel 38h gegevens worden verstrekt voor heropname van een leraar in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze leraar de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister.
**5.** Op verzoek van een leraar aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze leraar niet van toepassing.
**6.** Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.
Vervallen
### Artikel 38o
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming;
c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming;
d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de leraar: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
e. overige gegevens betreffende de herregistratie.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** Vervallen.
**5.** De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38n, derde lid.
**6.**
Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van:
a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
b. de beleidsvorming.
**7.** Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**8.** Bij de verstrekking, bedoeld in het zesde en zevende lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dat noodzakelijk is voor de in het zesde of zevende lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Vervallen
##### Paragraaf 3b. Registervoorportaal
### Artikel 38p
**1.** Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen.
**2.** Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal.
Vervallen
### Artikel 38q
**1.** Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen leraar de basisgegevens, die op grond van artikel 38r worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd.
Vervallen
### Artikel 38r
**1.**
Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die
zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming of onderwijs verzorgen op grond van de artikelen 32 en 3, eerste lid, onderdeel b, onder 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, en vierde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens.
Vervallen
### Artikel 38s
**1.**
De leraar blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld:
a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of
b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze leraar dit onderwijs geeft.
**2.** Het bevoegd gezag stelt een leraar die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen.
**3.** Vanaf het moment dat een leraar voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze leraar verstrekt voor opname in het lerarenregister.
**4.** Indien een leraar die opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in artikel 38r, eerste lid, genoemde bepalingen zijn gesteld aan de leraar, worden de gegevens van deze leraar verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard.
Vervallen
### Artikel 38t
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en
c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** De leraar heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38s, derde lid.
**5.** Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming.
**6.** Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**7.** Bij de verstrekking, bedoeld in het vijfde en zesde lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dat noodzakelijk is voor de in het vijfde of zesde lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Vervallen
### Artikel 38u
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38v
De artikelen 38b, vierde lid, 38d, 38f en 38i tot en met 38k, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
Vervallen
##### Paragraaf 4. Leerlingen
@ -1949,7 +1778,7 @@ b. een beschrijving van het voorgenomen beleid ten aanzien van de kwaliteit van
1° de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, derde lid;
2° leerlingen die extra ondersteuning behoeven, bedoeld in artikel 8, vierde lid;
3° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid en een leerling- en onderwijsvolgsysteem als bedoeld in artikel 8, zesde tot en met achtste lid;
3° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid en een leerling- en onderwijsvolgsysteem als bedoeld in artikel 8, zesde en zevende lid;
4° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, negende lid;
5° de inhoud van het onderwijs, die dekkend zal zijn voor de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, en de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; en
6° de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in artikel 17a en 17b en, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 30a, een beschrijving van de over te dragen taken;
@ -2040,9 +1869,9 @@ b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tuss
**5.** Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister de aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste lid, afwijzen indien de aanvraag is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, die reeds een of meer scholen in stand houdt en die een aanwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 153, eerste lid, of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke aanwijzing heeft ontvangen welke aanwijzing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 153, eerste lid.
**6.** De bekostiging vangt aan op 1 augustus. De aanspraak op bekostiging vervalt indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school wordt gegeven. Indien door het bevoegd gezag een verzoek tot bekostiging is gedaan met ingang van 1 augustus van het eerste kalenderjaar na het besluit van Onze Minister vervalt de aanspraak op bekostiging voor dat schooljaar indien op de eerste schooldag geen onderwijs wordt gegeven.
**6.** De bekostiging vangt aan op 1 augustus. De aanspraak op bekostiging vervalt indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school wordt gegeven.
**7.** In afwijking van het zesde lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven.
**7.** In afwijking van het zesde lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Indien Onze Minister daartoe besluit, vervalt de aanspraak op bekostiging, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het in het zesde lid bedoelde besluit, geen onderwijs wordt gegeven.
**8.** Dit artikel is niet van toepassing bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde openbare school of omgekeerd en bij de totstandkoming van een samenwerkingsschool.
@ -2110,7 +1939,7 @@ Vervallen
### Artikel 84a
**1.** Het bevoegd gezag kan op de wijze als aangegeven in artikel 74, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, en artikel 75, eerste lid, eerste volzin en tweede lid, bij Onze Minister een aanvraag indienen om een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging die zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school, te verzelfstandigen en als school voor bekostiging in aanmerking te brengen.
**1.** Het bevoegd gezag kan op de wijze als aangegeven in artikel 74, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, en artikel 75, eerste lid, eerste volzin en tweede lid, bij Onze Minister een aanvraag indienen om een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging die zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school, te verzelfstandigen en als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. In afwijking van artikel 75, derde lid, vangt de bekostiging aan op 1 augustus volgend op het besluit van Onze Minister. Artikel 75, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**
@ -2682,7 +2511,7 @@ De bekostiging wordt in ieder geval verstrekt voor de kosten van:
a. de salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel;
b. de bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen;
c. de schoolbegeleiding;
d. het vervanging van het personeel, de werkloosheidsuitkeringen van het personeel, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid en de uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet;
d. de vervanging van het personeel, de werkloosheidsuitkeringen van het personeel en de uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet;
e. het onderhoud van het gebouw en het terrein;
f. het energie- en waterverbruik;
g. de middelen;
@ -3080,11 +2909,9 @@ c. in de overeenkomst is in elk geval opgenomen de verplichting voor elk bevoegd
1°. werkzaam is met gebruikmaking van bekostiging, die is toegekend op grond van artikel 120, eerste lid, wegens samenvoeging van scholen, dan wel
2°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag.
**4.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, kan bepalen dat geen verplichting als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, onder 2°, bestaat in gevallen, genoemd in de ministeriële regeling bedoeld in artikel 138, vijfde lid, en in gevallen waarin Onze Minister op grond van artikel 138, zesde lid, heeft besloten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in artikel 138, eerste lid, niet zal plaatsvinden.
**4.** Indien de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, voor afloop van de termijn bedoeld in het derde lid, onder b, door een bevoegd gezag wordt beëindigd, wordt de bekostiging van een bijzondere school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 139, eerste tot en met derde lid, werd bekostigd, beëindigd, dan wel een openbare school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 139, eerste tot en met derde lid, in stand werd gehouden, opgeheven overeenkomstig artikel 139 met dien verstande dat de bekostiging niet wordt beëindigd onderscheidenlijk de school niet wordt opgeheven voor 1 augustus volgend op de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst. Bij een beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst voor afloop van de termijn, bedoeld in het derde lid, onder b, wordt op de bekostiging van het Rijk voor de school of scholen van elk bevoegd gezag dat aan de samenwerkingsovereenkomst deelnam een bedrag ingehouden, waarvan de hoogte door middel van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling wordt bepaald.
**5.** Indien de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, voor afloop van de termijn bedoeld in het derde lid, onder b, door een bevoegd gezag wordt beëindigd, wordt de bekostiging van een bijzondere school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 139, eerste tot en met derde lid, werd bekostigd, beëindigd, dan wel een openbare school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 139, eerste tot en met derde lid, in stand werd gehouden, opgeheven overeenkomstig artikel 139 met dien verstande dat de bekostiging niet wordt beëindigd onderscheidenlijk de school niet wordt opgeheven voor 1 augustus volgend op de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst. Bij een beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst voor afloop van de termijn, bedoeld in het derde lid, onder b, wordt op de bekostiging van het Rijk voor de school of scholen van elk bevoegd gezag dat aan de samenwerkingsovereenkomst deelnam een bedrag ingehouden, waarvan de hoogte door middel van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling wordt bepaald.
**6.** Een bevoegd gezag kan slechts deelnemen aan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid. Bij deelname aan meer dan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid, is voor de toepassing van dit artikel uitsluitend de eerst gesloten samenwerkingsovereenkomst van belang.
**5.** Een bevoegd gezag kan slechts deelnemen aan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid. Bij deelname aan meer dan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid, is voor de toepassing van dit artikel uitsluitend de eerst gesloten samenwerkingsovereenkomst van belang.
### Artikel 144
@ -3545,7 +3372,7 @@ d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogd
**6.** In verband met een experiment als bedoeld in het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur eveneens bij wijze van experiment worden afgeweken van artikel 1 van de Leerplichtwet 1969.
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1 en titel IV, afdeling 4, afdeling 5, paragraaf 1 en afdeling 6, paragraaf 2 van de Wet op de expertisecentra, en titel II, afdeling I, hoofdstuk I en titel III, afdeling II van de Wet op het voortgezet onderwijs. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, en titel IV, afdeling 4, afdeling 5, paragraaf 1 en afdeling 6, paragraaf 2 van de Wet op de expertisecentra, en van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken 4, 6 en 9 van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet voortgezet onderwijs 2020 vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
**8.** De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@ -3610,7 +3437,7 @@ d. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.
Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een leraar die bevoegd is tot het geven van schoolonderwijs als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:
a. studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;
b. degene die bevoegd is het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs of op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene bedoeld in artikel 33, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of degene bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
b. degene die bevoegd is het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.
**2.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.
@ -3751,48 +3578,62 @@ e. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
### Artikel 190
**1.** Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst onderscheidenlijk het samenwerkingsverband is aangesloten bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet ten behoeve van gewezen personeel.
**1.** Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 191, 191a, 214a en 214b wordt onder participatiefonds verstaan de door Onze Minister aangewezen rechtspersoon, bedoeld in het tweede lid. Het tweede tot en met vijfde lid en artikel 191 zijn van overeenkomstige toepassing op het bestuur van een centrale dienst en op het samenwerkingsverband.
**2.** Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst onderscheidenlijk het samenwerkingsverband voldoet aan de rechtspersoon jaarlijks een door het bestuur van die rechtspersoon vast te stellen bijdrage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.
**2.** Het bevoegd gezag is aangesloten bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich het uitoefenen van de taken, genoemd in het derde lid, ten doel stelt.
**3.** Van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze Minister verleent de ontheffing slechts, indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag.
**3.**
**4.** Het bestuur van de rechtspersoon stelt regels vast voor de behandeling, beoordeling en beantwoording van een aanvraag van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst onderscheidenlijk het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 115, tweede lid. Indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst zich beroept op overwegingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, betrekt het bestuur van de rechtspersoon die overwegingen bij de beoordeling van de aanvraag.
Het participatiefonds heeft tot taak:
**5.** Indien het bestuur van de rechtspersoon de aanvraag heeft ingewilligd, vergoedt hij aan de instantie die de werkloosheidsuitkeringen, de suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede de uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet verstrekt of heeft verstrekt, de kosten van die uitkeringen of suppleties.
a. het bieden van waarborgen ten behoeve van het bevoegd gezag voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen van gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de Ziektewet;
b. het namens het bevoegd gezag voldoen van de werkloosheidsuitkeringen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en het voldoen van de kosten van bovenwettelijke uitkeringen aan de instanties die de uitkeringen verstrekken, hebben verstrekt of zullen verstrekken;
c. het namens het bevoegd gezag voeren van de administratie van de werkloosheidsuitkeringen die zijn vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
d. het namens het bevoegd gezag uitvoeren van de in artikel 72a, onder a, van de Werkloosheidswet opgedragen taak;
e. het ondersteunen van het bevoegd gezag bij het beleid gericht op het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van werkloosheid;
f. het bij het bevoegd gezag in rekening brengen van de kosten van werkloosheidsuitkeringen van gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de Ziektewet welke niet voor vergoeding van het participatiefonds in aanmerking komen.
**6.** Indien een werkloosheidsuitkering, een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet van gewezen personeel van een school of een centrale dienst voortvloeit uit de inzet of een wijziging van de inzet van de in artikel 122, eerste lid, en artikel 124 bedoelde bekostiging ten opzichte van voorafgaande schooljaren, zijn de bevoegde gezagsorganen van alle scholen van het desbetreffende samenwerkingsverband hoofdelijk aansprakelijk voor het aan de rechtspersoon vergoeden van de kosten van de werkloosheidsuitkering, de suppletie inzake arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk de uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.
**4.** Het bevoegd gezag voldoet aan het participatiefonds een door het bestuur van het participatiefonds vast te stellen premie in verband met de uitoefening van de in het derde lid genoemde taken.
**7.** Tegen een besluit van de rechtspersoon kan beroep worden ingesteld door het bevoegd gezag, het bestuur van de centrale dienst onderscheidenlijk het samenwerkingsverband.
**5.** Het bestuur van het participatiefonds stelt regels vast voor de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de uitkeringskosten bij het bevoegd gezag in rekening worden gebracht. Als onderdeel daarvan stelt het bestuur van het participatiefonds de hoogte van de eigen bijdrage in deze kosten vast.
**8.** Op de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.
**6.** Van de in het tweede lid bedoelde aansluiting kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag of het bestuur van een centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, met dien verstande dat het participatiefonds na ontheffing in ieder geval de taken, bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c, d en f uitvoert, met inachtneming van het vierde en vijfde lid. Het participatiefonds kan na ontheffing de taak, bedoeld in het derde lid, onderdeel e uitvoeren. Onze Minister verleent de ontheffing slechts, indien de aanvrager aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag.
### Artikel 190a
**7.** Het bestuur van het participatiefonds kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van de taken, genoemd in het derde lid. Het bestuur van het participatiefonds stelt regels vast voor de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verstrekt. Daarbij kan een subsidieplafond worden vastgesteld.
**1.**
Op de bekostiging worden in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is uitsluitend van toepassing indien het participatiefonds:
a. voor 1 augustus 2022 niet heeft ingestemd met het voor zijn rekening nemen van de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel; en
b. de gegevensbestanden met betrekking tot de te verrekenen uitkeringskosten in de maanden maart 2022 tot en met juli 2022 aan Onze Minister heeft aangeleverd dan wel kenbaar gemaakt heeft om de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel in mindering te willen laten brengen op de bekostiging.
**2.** Dit artikel vervalt een jaar nadat het in werking is getreden.
**8.** Op het participatiefonds is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.
### Artikel 191
**1.**
De rechtspersoon, bedoeld in artikel 190, kan het burgerservicenummer van het gewezen personeelslid, uitsluitend in het kader van het doel, bedoeld in artikel 190, eerste lid, gebruiken in het verkeer met:
Het participatiefonds kan het burgerservicenummer van het personeelslid of het gewezen personeelslid van het bevoegd gezag uitsluitend in het kader van de toepassing van artikel 190 gebruiken in het verkeer met:
a. het gewezen personeelslid,
b. het bevoegd gezag van de school, het bestuur van de centrale dienst dan wel het samenwerkingsverband waar de in onderdeel a bedoelde persoon werkzaam was,
c. Onze Minister, of
d. de instantie, bedoeld in artikel 190, vijfde lid.
a. het personeelslid of het gewezen personeelslid;
b. het bevoegd gezag waar de in onderdeel a bedoelde persoon werkzaam is of was;
c. de instanties, bedoeld in artikel 190, derde lid, onderdeel b; en
d. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**2.** Het burgerservicenummer wordt op een daartoe strekkend verzoek van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon aan die rechtspersoon verstrekt door het bevoegd gezag van de school, het bestuur van de centrale dienst dan wel het samenwerkingsverband waar het gewezen personeelslid werkzaam was.
**2.** Het burgerservicenummer wordt op een daartoe strekkend verzoek aan het participatiefonds verstrekt door het bevoegd gezag waar het personeelslid werkzaam is of was.
**3.** Indien dat ten behoeve van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, noodzakelijk is, worden gegevens daarin slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon kunnen worden ontleend, tenzij het betreft de controle op de juistheid van de gegevens in het kader van de controle op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van door de rechtspersoon gedane uitgaven. Daarbij kunnen de burgerservicenummers worden vergeleken met de burgerservicenummers die door andere daartoe bij of krachtens de wet bevoegde instanties zijn verstrekt.
### Artikel 191a
**1.** Instemming van Onze Minister is vereist ten aanzien van de statuten van het participatiefonds.
**2.** Onze Minister is bevoegd tot intrekking van de in artikel 190, tweede lid, bedoelde aanwijzing.
**3.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
a. nadere taakomschrijving van het participatiefonds;
b. de voorwaarden voor instemming door Onze Minister met de statuten van het participatiefonds en wijziging van deze statuten; en
c. de gevolgen van intrekking van de aanwijzing van het participatiefonds.
**4.** Onze Minister kan subsidie verlenen aan het participatiefonds, ten behoeve van de bedrijfsvoering. De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag dat door de begrotingswetgever ter beschikking wordt gesteld.
### Artikel 192
**1.** Onze Minister verstrekt bekostiging voor het geven van het onderwijs, bedoeld in artikel 50, eerste en tweede volzin, aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens zijn statuten ten doel stelt het geven van onderwijs als bedoeld in artikel 50, eerste lid, eerste en tweede volzin, voor zover dit wordt gegeven door leraren als bedoeld in artikel 51.
@ -3811,7 +3652,7 @@ d. de instantie, bedoeld in artikel 190, vijfde lid.
**3.** De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Als dan wordt een daartoe strekkend wetsontwerp zo spoedig mogelijk ingediend.
## Hoofdstuk III. Bevoegdheden t.a.v. de rechtspersoon, bedoeld in de
## Hoofdstuk III. Evaluatie
### Artikel 194
@ -3843,9 +3684,7 @@ c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader
### Artikel 195
**1.** Artikel 194 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 190.
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 190, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de werkzaamheden van die rechtspersoon.
Vervallen.
### Artikel 196
@ -3946,13 +3785,7 @@ Op geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de
### Artikel 210
**1.** Een school voor bijzonder onderwijs die op of na 1 juni 2006 is samengevoegd met een school voor openbaar onderwijs dan wel een school voor openbaar onderwijs die op of na 1 juni 2006 is samengevoegd met een school voor bijzonder onderwijs kan voor bekostiging in aanmerking worden gebracht als samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 17d.
**2.** Een verzoek om voor bekostiging in aanmerking te worden gebracht als samenwerkingsschool wordt uiterlijk twee volledige schooljaren na inwerkingtreding van de wet van ......... tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool) ingediend bij Onze Minister.
**3.** Onze Minister willigt het verzoek in indien ten tijde van de samenvoeging werd voldaan aan artikel 17d, eerste tot en met derde lid, zoals dat artikel luidt na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van de in het tweede lid genoemde wet.
**4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus van het vijfde schooljaar na inwerkingtreding van de in het tweede lid genoemde wet.
Vervallen
### Artikel 211
@ -4015,6 +3848,16 @@ Dit artikel is niet van toepassing op het bevoegd gezag van een school:
a. indien de school in het schooljaar dat eindigt in het jaar waarin dit artikel in werking is getreden op grond van de destijds geldende regelgeving niet voor bekostiging in aanmerking kwam en;
b. vanaf het kalenderjaar dat er voor de school gedurende de eerste drie jaren na de inwerkingtreding van dit artikel sprake is van een samenvoeging met een andere school als bedoeld in artikel 117.
### Artikel 214a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 214b
**1.** Verzoeken tot vergoeding als bedoeld in de artikelen 138, tweede lid, en 184, vierde en vijfde lid, zoals deze artikelen luidden op 31 maart 2022, kunnen tot zes maanden na inwerkingtreding van artikel II, onderdelen C, E, F, G, I en J van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met de kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en hervorming participatiefonds) (Stb. 2021, 538) worden ingediend bij het participatiefonds.
**2.** Op de afwikkeling van de aanvragen, alsmede op geschillen daarover in bezwaar en beroep of hoger beroep, zijn de artikelen 138, tweede lid, en 184, vierde en vijfde lid, en de daarop gebaseerde regelingen, zoals deze luidden op 31 maart 2022, van toepassing, met dien verstande dat vanaf de inwerkingtreding van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met de kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en hervorming participatiefonds) (Stb. 2021, 538) de financiële afwikkeling bij het participatiefonds ligt.
## Hoofdstuk V. Slotbepalingen
### Artikel 215