From ade40e4c1e3d67b6bb8e3ab75b053482ddcc4a34 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 4 Jan 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-01-04 | BWBR0035948 | Besluit langdurige zorg --- .../BWBR0035948/README.md | 75 ++++--------------- 1 file changed, 16 insertions(+), 59 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md index 341961b15c7..f25e3925fab 100644 --- a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md +++ b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md @@ -21,6 +21,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1°. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen; 2°. in de overige gevallen: in dat jaar ingehouden loonbelasting, bedoeld in artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, vermeerderd met de in dat jaar ingehouden premie voor de volksverzekeringen bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen; +- *beschermd wonen:* beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - *budgetplan:* overzicht van de door de verzekerde of diens wettelijk vertegenwoordiger voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget; - *dag:* kalenderdag; - *eigen bijdrage:* bijdrage van de verzekerde in de kosten van zorg; @@ -229,7 +230,7 @@ met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt. **3.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen van het bijdrageplichtig inkomen, genoemd in artikel 3.3.3.1, tweede lid, jaarlijks gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. -### Paragraaf 3.2. Eigen bijdrage voor zorg met verblijf in een instelling, volledig pakket thuis en persoonsgebonden budget +### Paragraaf 3.2. De berekening van de eigen bijdragen ### Artikel 3.3.2.1 @@ -258,23 +259,22 @@ d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvo **2.** -De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde gedeelte van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: +De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: -a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt; -b. de gehuwde verzekerden tezamen van wie één in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en de ander een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; -c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; -d. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een volledig pakket thuis of beiden een persoonsgebonden budget ontvangen; -e. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn. +a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt; +b. de gehuwde verzekerden tezamen van wie één in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en de ander een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; +c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; +d. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn. **3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 159,80 en niet meer dan € 838,60 per maand. **4.** -De eigen bijdrage wordt verminderd met € 136,80 per maand voor: +De eigen bijdrage wordt verminderd met € 136,– per maand voor: -a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget ontvangt; -b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie de één een persoonsgebonden budget en de ander een modulair pakket thuis ontvangt; -c. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget ontvangt indien hij of zijn echtgenoot een maatwerkvoorziening, anders dan voor beschermd wonen, dan wel een persoonsgebonden budget, anders dan voor beschermd wonen, als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontvangt. +a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget of een modulair pakket thuis ontvangt; +b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie één een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt; +c. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde die een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt indien hij of zijn echtgenoot een maatwerkvoorziening, anders dan voor beschermd wonen, dan wel een persoonsgebonden budget, anders dan voor beschermd wonen, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontvangt. **5.** @@ -312,7 +312,7 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% ### Artikel 3.3.2.4 -**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. +**1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.000, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt. **2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.559 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt. @@ -360,56 +360,19 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% ### Artikel 3.3.3.1 -**1.** De eigen bijdrage bedraagt € 14,20 per uur of, indien de zorg wordt verleend in groepsverband, per dagdeel van maximaal vier uur, voor de verzekerde die een modulair pakket thuis ontvangt. Indien er sprake is van zorgverlening, niet zijnde zorg in groepsverband, gedurende een deel van een uur, wordt de eigen bijdrage naar evenredigheid berekend. - -**2.** - -De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: - -a. voor de ongehuwde verzekerde, niet meer dan € 19,40 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.3.2: - -1°. meer bedraagt dan € 22.331 en hij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 22.331; -2°. meer bedraagt dan € 16.634 en hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16.634; -b. voor de gehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen, niet meer dan € 27,60 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.3.2: - -1°. meer bedraagt dan € 27.917 en een van beiden of beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of nog niet hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 27.917; -2°. meer bedraagt dan € 23.046 en beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 23.046. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt overeenkomstig de weeknummers volgens de internationale standaard ISO 8601 uitgegaan van twaalf bijdrageperioden van vier weken en een bijdrageperiode die vier of vijf weken bedraagt. - -**4.** De eigen bijdrage, berekend op grond van het eerste en tweede lid, wordt verminderd met de bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 die verzekerde of zijn echtgenoot in dezelfde bijdrageperiode verschuldigd zijn, tenzij de bijdrage betrekking heeft op verblijf in een instelling voor beschermd wonen. - -**5.** - -De eigen bijdrage is niet verschuldigd: - -a. indien de verzekerde of de echtgenoot van de verzekerde een eigen bijdrage als bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 verschuldigd is dan wel de echtgenoot een bijdrage voor verblijf in een instelling voor beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verschuldigd is; -b. door de verzekerde over de bijdrageperiode waarin hij of zijn echtgenoot twee of meer nachten aaneengesloten verblijft in een voorziening voor opvang als bedoeld inde Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; -c. inden de zorgverzekeraar, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding of ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet. +Vervallen ### Artikel 3.3.3.2 -**1.** Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 3.3.3.1, tweede lid, bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. - -**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen en 8% van het te verwachten vermogen in het lopende jaar, indien het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid. - -**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld. - -**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. - -**5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht. +Vervallen ### Artikel 3.3.3.3 -**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het bedrag per bijdrageperiode, genoemd in artikel 3.3.3.2, tweede lid. - -**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen, of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging. +Vervallen ### Artikel 3.3.3.4 -**1.** De hoogte van de maximale eigen bijdrage per bijdrageperiode welke op grond van artikel 3.3.3.1, tweede lid, verschuldigd is, wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december. - -**2.** In afwijking van artikel 3.3.3.3, eerste lid, geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was. +Vervallen ### Paragraaf 4. Wachttijd @@ -962,12 +925,6 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2017. -### Artikel 10.10a - -**1.** Op aanvraag van de verzekerde wordt, onverminderd artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, op het met toepassing van het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel berekende bedrag de in het peiljaar geldende uitkering op grond van de overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Conference on Jewish Material Claims Against Germany, gebaseerd op artikel 2 van de Vereinbarung vom 18 September 1990 über die Herstellung der Einheit Deutschlands zwischen der Bundesrepublik Deutschland und der Deutschen Demokratischen Republik zur Durchführung und Auslegung des am 31. August 1990 in Berlin unterzeichneten Einigungvertrages in mindering gebracht. - -**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2018. - ### Artikel 10.11 Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.