diff --git a/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md b/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md index 6f94f2d5fb7..bb43e32fbcb 100644 --- a/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md +++ b/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md @@ -140,9 +140,10 @@ j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; -n. lid van een deelraad; -o. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; -p. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. +n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +o. lid van een deelraad; +p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; +q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. **2.** @@ -153,7 +154,7 @@ b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het t **3.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een lid van de raad tevens zijn: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; @@ -416,11 +417,12 @@ k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder l. lid van de raad van een gemeente; m. burgemeester; n. lid van de rekenkamer; -o. lid van een deelraad; -p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; -q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; -r. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; -s. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. +o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +p. lid van een deelraad; +q. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; +r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; +s. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; +t. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. **2.** @@ -431,7 +433,7 @@ b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het t **3.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een wethouder tevens zijn: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een wethouder tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; @@ -783,13 +785,14 @@ k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij burgemeest l. lid van een raad; m. wethouder; n. lid van de rekenkamer; -o. lid van een deelraad; -p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; -q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; -r. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; -s. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. +o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +p. lid van een deelraad; +q. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; +r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; +s. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; +t. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. -**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn. +**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn. ### Artikel 69 @@ -951,16 +954,17 @@ j. griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer i k. lid van de raad; l. burgemeester van de betrokken gemeente; m. wethouder van de betrokken gemeente; -n. lid van een deelraad van de betrokken gemeente; -o. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente van de betrokken gemeente; -p. lid van een commissie van de betrokken gemeente; -q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; -r. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; -s. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. +n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +o. lid van een deelraad van de betrokken gemeente; +p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente van de betrokken gemeente; +q. lid van een commissie van de betrokken gemeente; +r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; +s. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; +t. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. **2.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; @@ -1060,6 +1064,109 @@ b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen ### Hoofdstuk IVc. De ombudsman +#### Paragraaf 1. Algemene bepaling + +### Artikel 81p + +**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk kan de raad de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, opdragen aan een gemeentelijke ombudsman of ombudscommissie, dan wel een gezamenlijke ombudsman of ombudscommissie. + +**2.** Een ombudsman of ombudscommissie als bedoeld in het eerste lid kan slechts per 1 januari van enig jaar worden ingesteld. Indien de raad hiertoe besluit, zendt hij het besluit tot instelling aan de Nationale ombudsman voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de instelling ingaat. + +**3.** De instelling van een ombudsman of ombudscommissie als bedoeld in het eerste lid kan slechts per 1 januari van enig jaar worden beëindigd. Indien de raad hiertoe besluit, zendt hij het besluit tot beëindiging van de instelling aan de Nationale ombudsman voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de instelling eindigt. + +#### Paragraaf 2. De gemeentelijke ombudsman + +### Artikel 81q + +**1.** Indien de raad de behandeling van verzoekschriften opdraagt aan een gemeentelijke ombudsman, benoemt hij deze voor de duur van zes jaar. + +**2.** De raad benoemt een plaatsvervangend ombudsman. Deze paragraaf is op de plaatsvervangend ombudsman van overeenkomstige toepassing. + +**3.** + +De ombudsman wordt door de raad ontslagen: + +a. op eigen verzoek; +b. wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; +c. bij de aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel 81r, eerste lid; +d. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; +e. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; +f. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. + +**4.** + +De raad stelt de ombudsman op non-activiteit indien hij: + +a. zich in voorlopige hechtenis bevindt; +b. bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; +c. onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. + +### Artikel 81r + +**1.** De ombudsman vervult geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. + +**2.** Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing op de ombudsman. + +### Artikel 81s + +Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de ombudsman in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot ombudsman benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. + +Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. + +Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als ombudsman naar eer en geweten zal vervullen. + +Zo waarlijk helpe mij God almachtig!» + +(«Dat verklaar en beloof ik!») + +### Artikel 81t + +**1.** Op voordracht van de ombudsman benoemt het college het personeel van de ombudsman dat nodig is voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden. + +**2.** De ombudsman ontvangt ter zake van de uitoefening van zijn werkzaamheden geen instructies, noch in het algemeen, noch voor een enkel geval. + +**3.** Het personeel van de ombudsman verricht geen werkzaamheden voor een bestuursorgaan naar wiens gedraging de ombudsman een onderzoek kan instellen. + +**4.** Het personeel van de ombudsman is ter zake van de werkzaamheden die het voor de ombudsman verricht, uitsluitend aan hem verantwoording schuldig. + +### Artikel 81u + +De ombudsman zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de raad. + +### Artikel 81v + +De ombudsman ontvangt een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor zijn werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. + +#### Paragraaf 3. De gemeentelijke ombudscommissie + +### Artikel 81w + +**1.** Indien de raad de behandeling van verzoekschriften opdraagt aan een gemeentelijke ombudscommissie, stelt de raad het aantal leden van de ombudscommissie vast. + +**2.** De raad benoemt de leden van de ombudscommissie voor de duur van zes jaar. + +**3.** De raad benoemt uit de leden de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de ombudscommissie. + +### Artikel 81x + +**1.** De ombudscommissie zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de raad. + +**2.** Op de ombudscommissie en op ieder lid afzonderlijk zijn de artikelen 81q, derde en vierde lid, 81r, 81s, 81t en 81v van overeenkomstige toepassing. + +#### Paragraaf 4. De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke ombudscommissie + +### Artikel 81y + +**1.** De raad kan voor de behandeling van verzoekschriften een gezamenlijke ombudsman of een gezamenlijke ombudscommissie instellen met de raad of raden van een of meer andere gemeenten, dan wel met provinciale staten van een of meer provincies, dan wel met het algemeen bestuur van een of meer waterschappen, dan wel met het algemeen bestuur van een of meer openbare lichamen of gemeenschappelijke organen ingesteld bij gemeenschappelijke regeling. + +**2.** De ombudsman of de ombudscommissie zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemende rechtspersonen. + +**3.** Op de ombudsman en op ieder afzonderlijk lid van de ombudscommissie zijn de artikelen 81q tot en met 81t, 81v en 81w van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 81z + +Indien de raad een ombudsman of een ombudscommissie instelt met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijn de in die wet ten aanzien van gemeenschappelijke organen opgenomen bepalingen slechts van toepassing voor zover de aard van de aan de ombudsman of de ombudscommissie opgedragen taken zich daartegen niet verzet. + ### Hoofdstuk V. De commissies #### Paragraaf 1. Commissies @@ -1163,12 +1270,13 @@ l. lid van de raad; m. burgemeester; n. wethouder; o. lid van de rekenkamer; -p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; -q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. +p. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +q. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; +r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. **2.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van een deelraad tevens zijn: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een lid van een deelraad tevens zijn: a. ambtenaar, aangesteld of ondergeschikt aan het deelgemeentebestuur van een andere deelgemeente; b. ambtenaar van de burgerlijke stand; @@ -1177,7 +1285,7 @@ d. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. **3.** -In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat: +In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op het tijdstip waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is. @@ -1207,12 +1315,13 @@ l. lid van de raad; m. burgemeester; n. wethouder; o. lid van de rekenkamer; -p. lid van een deelraad; -q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. +p. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; +q. lid van een deelraad; +r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. **2.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van het dagelijks bestuur tevens zijn: +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een lid van het dagelijks bestuur tevens zijn: a. ambtenaar, aangesteld of ondergeschikt aan een deelgemeentebestuur van een andere deelgemeente; b. ambtenaar van de burgerlijke stand; @@ -1221,7 +1330,7 @@ d. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. **3.** -In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van een deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat: +In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van een deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op het tijdstip waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is. @@ -2395,12 +2504,14 @@ Vervallen Ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen onder de naam onroerende-zaakbelastingen worden geheven: -a. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken; +a. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken; b. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. ### Artikel 220a -Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen wordt als onroerende zaak aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. +**1.** Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen wordt als onroerende zaak aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. + +**2.** Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. ### Artikel 220b @@ -2408,9 +2519,8 @@ Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen wordt als onroerende zaak aange Voor de toepassing van artikel 220, onderdeel a, wordt: -a. gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden; -b. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; -c. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. +a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; +b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. **2.** Voor de toepassing van artikel 220, onderdeel b, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. @@ -2447,50 +2557,54 @@ Vervallen ### Artikel 220f -**1.** Het tarief van de belasting is voor elke volle € 2 268 van de heffingsmaatstaf gelijk. +**1.** -**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf dient een onroerende zaak in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. +Het tarief wordt per volle € 2 500 van de heffingsmaatstaf niet hoger vastgesteld dan: -**3.** +a. € 6,68 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a; +b. € 6,62 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die in hoofdzaak tot woning dienen; +c. € 8,29 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die niet in hoofdzaak tot woning dienen. -In dit artikel wordt verstaan onder: +**2.** Indien in de belastingverordening een tarief is bepaald boven het maximumtarief genoemd in het eerste lid, is het tarief gelijk aan het maximumtarief. -a. woningen: onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen; -b. niet-woningen: onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen; -c. tijdvak: een tijdvak als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken; -d. vastgestelde waarde: de heffingsmaatstaf, bedoeld in de artikelen 220c en 220d, eerste tot en met derde lid; -e. waarde: de heffingsmaatstaf, bedoeld in artikel 220d, vierde lid; -f. percentage terzake van het kalenderjaar 2000: het percentage berekend volgens de formule: +**3.** In afwijking van het eerste lid geldt voor de gemeente die een tarief hanteert dat lager is dan het in het eerste lid genoemde maximumtarief maar hoger dan € 2,45, € 2,43 onderscheidenlijk € 3,04 voor de onder de letters a, b en c van het eerste lid genoemde belasting, dit tarief jaarlijks mag worden verhoogd met maximaal het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. De gemeente die voor een in het eerste lid genoemde belasting een tarief hanteert dat lager is dan het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, mag dit tarief verhogen tot maximaal het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, met dien verstande dat het in de belastingverordening opgenomen tarief ten minste verhoogd mag worden met het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. -waarbij +**4.** Indien wijziging van de heffingsmaatstaf voor de in het eerste lid bedoelde belastingen in combinatie met het door de gemeente gehanteerde tarief tot een hogere opbrengst leidt dan, behoudens de areaalontwikkeling en de verhoging van het tarief met inachtneming van het derde lid, zonder die wijziging het geval zou zijn, wordt het tarief in het daarop volgende jaar zodanig gecorrigeerd dat ten minste de meeropbrengst wordt gecompenseerd. -A voorstelt: de som van de tarieven ter zake van de onroerende-zaakbelastingen, ingevolge artikel 220, onderdelen a en b, zoals vastgesteld ter zake van het kalenderjaar 2000 voor niet-woningen; +**5.** De in het eerste lid genoemde tarieven kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. -B voorstelt: de som van de tarieven ter zake van de onroerende-zaakbelastingen, ingevolge artikel 220, onderdelen a en b, zoals vastgesteld ter zake van het kalenderjaar 2000 voor woningen; +**6.** De in het derde lid genoemde tarieven kunnen jaarlijks bij ministeriële regeling worden gewijzigd aan de hand van de gemiddelde waardeontwikkeling van de onroerende zaken terzake waarvan de in het eerste lid bedoelde belastingen worden geheven. -**4.** +**7.** Een krachtens het vijfde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken. -Het tarief van de belasting voor niet-woningen kan binnen een bepaalde marge op een ander bedrag worden vastgesteld dan het tarief voor woningen. De marge waarbinnen het tarief voor niet-woningen mag afwijken van dat voor woningen wordt voor een tijdvak begrensd door enerzijds het percentage ter zake van het kalenderjaar 2000 en anderzijds het tijdvakpercentage verhoogd met tien procentpunten. Het tijdvakpercentage wordt berekend volgens de formule: - -waarbij - -E voorstelt: het tijdvakpercentage voor het voorafgaande tijdvak; - -F voorstelt: de waarde-index woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van woningen terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, en de totale vastgestelde waarde van woningen ter zake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak; - -G voorstelt: de waarde-index niet-woningen, zijnde de verhouding tussen de totale waarde van niet-woningen ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, zoals geraamd ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening terzake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak, en de totale vastgestelde waarde van niet-woningen terzake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak, zoals die bekend is ten tijde van het vaststellen van de belastingverordening ter zake van het eerste kalenderjaar van een tijdvak. - -**5.** Indien als gevolg van een latere wijziging van de gemeentelijke indeling in het kalenderjaar 2000 op het grondgebied van een gemeente in verschillende gebieden verschillende belastingverordeningen golden, wordt bij de berekening van de onderdelen A en B van de formule, bedoeld in het derde lid onder f, het gewogen gemiddelde genomen van de tarieven voor woningen respectievelijk niet-woningen, waarbij de wegingsfactor voor elk van beide onderdelen wordt gevormd door het aandeel dat de totale waarde van woningen respectievelijk niet-woningen van een gebied heeft in de totale waarden van deze beide categorieën van de gemeente. +**8.** De aanslag van de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a, kan worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak dienen tot woning dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Een aanvraag tot een vermindering als hier bedoeld moet worden ingediend binnen zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag. ### Artikel 220g -Het tarief van de in artikel 220, onderdeel * b*, bedoelde belasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, gaat niet uit boven 125 percent van het tarief van de in artikel 220, onderdeel *a*, bedoelde belasting voor die onroerende zaken. Het tarief van de in artikel 220, onderdeel *b*, bedoelde belasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, gaat niet uit boven 125 percent van het tarief van de in artikel 220, onderdeel *a*, bedoelde belasting voor die onroerende zaken. +**1.** De raad kan hogere tarieven vaststellen dan is toegestaan op grond van artikel 220f als dat nodig is om te voorkomen dat de begroting voor het eerstvolgende jaar niet in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming, bedoeld in artikel 190, niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht tot stand zal worden gebracht. + +**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt niet in werking dan nadat gedeputeerde staten ontheffing hebben verleend van de maximumtarieven, genoemd in artikel 220f, eerste lid, of zoals die zijn gewijzigd op grond van artikel 220f, vijfde lid, of van het maximum voor de tariefstijging, bedoeld in artikel 220f, derde lid. + +**3.** Het college zendt het besluit samen met de begroting aan gedeputeerde staten. + +**4.** + +De ontheffing kan slechts worden geweigerd omdat + +a. het besluit naar het oordeel van gedeputeerde staten niet voldoet aan het criterium, genoemd in het eerste lid; +b. het besluit niet binnen de termijn, genoemd in artikel 191, tweede lid, aan gedeputeerde staten is gezonden. + +**5.** De ontheffing wordt verleend voor het eerstvolgende kalenderjaar. Voor het jaar na het kalenderjaar waarvoor de ontheffing is verleend, gelden de tarieven zoals die in het jaar van ontheffing op grond van artikel 220f zonder de verleende ontheffing maximaal waren toegestaan, onverminderd de bevoegdheid die tarieven binnen de grenzen van artikel 220f opnieuw te verhogen en opnieuw een ontheffing aan te vragen als bedoeld in het tweede lid. + +**6.** De ontheffing wordt geacht te zijn geweigerd als gedeputeerde staten niet voor 16 december van het jaar, voorafgaand aan het eerste jaar waarvoor ontheffing wordt gevraagd, een beslissing aan de raad bekend hebben gemaakt. + +**7.** Indien op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet aan de gemeente een aanvullende uitkering wordt verleend, kunnen bij dit besluit tevens hogere maximumtarieven worden vastgesteld. In dat geval is het tweede tot en met zesde lid niet van toepassing. ### Artikel 220h -**1.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat geen belasting wordt geheven indien de heffingsmaatstaf blijft beneden € 11 344,51 dan wel een in de belastingverordening te bepalen lager bedrag. +**1.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat geen belasting wordt geheven indien de heffingsmaatstaf blijft beneden € 12 000 dan wel een in de belastingverordening te bepalen lager bedrag. -**2.** In de belastingverordening kunnen belastingbedragen tot maximaal € 9,08 worden opgenomen waarvoor geen invordering zal plaatsvinden. Voor de toepassing van de vorige volzin kan in de belastingverordening worden bepaald dat het totaal van op één aanslagbiljet of kennisgeving verenigde verschuldigde bedragen wordt aangemerkt als één belastingbedrag. +**2.** In de belastingverordening kunnen belastingbedragen tot maximaal € 10 worden opgenomen waarvoor geen invordering zal plaatsvinden. Voor de toepassing van de vorige volzin kan in de belastingverordening worden bepaald dat het totaal van op één aanslagbiljet of kennisgeving verenigde verschuldigde bedragen wordt aangemerkt als één belastingbedrag. ### Artikel 220i @@ -2512,14 +2626,14 @@ Het tarief van de in artikel 220, onderdeel * b*, bedoelde belasting voor onroer **1.** -Ter zake van binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten, welke duurzaam aan een plaats gebonden en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, doch niet onroerend zijn, kunnen twee belastingen worden geheven, te weten: +Ter zake van binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten, welke duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, doch niet onroerend zijn, kunnen de volgende belastingen worden geheven, te weten: -a. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar de ruimten, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken; +a. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar de ruimten die niet in hoofdzaak tot woning dienen, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken; b. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van de ruimten het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. -**2.** Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 220b , 220d tot en met 220i alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en c, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. +**2.** Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 220a, tweede lid, 220b, 220d tot en met 220f en 220h alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en c, en artikel 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. -**3.** Het tarief van de in het eerste lid genoemde belastingen is gelijk aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerende-zaakbelastingen. +**3.** Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen is gelijk aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelastingen. ### Artikel 222