2021-01-01 | BWBR0008690 | Reglement verpleging ter beschikking gestelden
This commit is contained in:
parent
9b36ba1c29
commit
ae158108fc
1 changed files with 25 additions and 13 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Reglement verpleging ter beschikking gestelden
|
|||
bwb_id: BWBR0008690
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-09-23'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-10-30'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008690
|
||||
citeertitel: Reglement verpleging ter beschikking gestelden
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -147,6 +147,24 @@ d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernst
|
|||
|
||||
**3.** Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5a. Commissie van toezicht en beklagcommissie voor het vervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer, genoemd in artikel 15b, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 7, derde lid, 8, 11, 13, 15, 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor benoeming als lid eveneens niet in aanmerking komen ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen waar en de vervoersmiddelen waarmee handelingen betreffende het vervoer worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**2.** De leden van de commissie van toezicht ontvangen van Onze Minister en het hoofd van de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van het vervoer van verpleegden en kunnen alle op het vervoer betreffende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister en het hoofd van de inrichting brengen alle voor de uitoefening van de taak van de commissie van toezicht belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie van toezicht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Plaatsing en overplaatsing
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
|
@ -405,27 +423,21 @@ d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond.
|
||||
**1.** Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn een hoofd boeddhistische geestelijke verzorging, een hoofd hindoeïstische geestelijke verzorging, een hoofd islamitische geestelijke verzorging, een hoofdrabbijn, een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistische geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** De hoofden zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijk verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging werkzaam. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van verzoeken tot indienstneming van geestelijke verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging.
|
||||
Aan een inrichting zijn geestelijk verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijk verzorgers van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijk verzorgers van het humanistisch verbond.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De indienstneming van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op verzoek van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De indienstneming van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid.
|
||||
De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 36, eerste lid. De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 36, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Een geestelijke verzorger van een andere dan de in artikel 36 genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een indienstneming. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een geestelijke verzorger die aan een rijksinrichting is verbonden anders dan bij wijze van indienstneming, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten.
|
||||
Een andere geestelijk verzorger dan de in artikel 37 genoemde kan door de directeur toegang worden verleend tot de inrichting. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met Onze Minister.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. EIGEN GELD EN ARBEIDSLOON
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue