2001-01-01 | BWBR0002537 | Uitkeringsregeling 1966

This commit is contained in:
Coornhert 2001-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6e9eff2e12
commit ae17b1d10e

View file

@ -14,13 +14,13 @@ citeertitel: Uitkeringsregeling 1966
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
c. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
d. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement;
e. arbeidsongeschiktheidspensioen: invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement zoals dat luidde op 31 december 2006 dan wel ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen krachtens het pensioenreglement;
f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in de zin van artikel 5 van laatstgenoemde wet.
g. arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen respectievelijk werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van laatstgenoemde wet;
e. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;
f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. WAO-uitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. suppletie: een suppletie krachtens de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk;
i. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen.
@ -32,12 +32,15 @@ Dit besluit verstaat onder betrokkene, hij die in burgerlijke Rijksdienst werkza
a. als ambtenaar in vaste dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
b. als ambtenaar in tijdelijke dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
c. krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
en als zodanig deelnemer is in de zin van het pensioenreglement.
**2.** Tenzij het tegendeel blijkt wordt onder betrokkene gewezen betrokkene begrepen.
**3.** Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49d of 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84d of 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
**3.** Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49*d* of 49*e* van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84*d* of 84*e* van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
**4.** Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
**4.** Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.
### Artikel 3
@ -67,21 +70,23 @@ e. in een aangehouden betrekking.
**1.** Dit besluit verstaat onder dienstbetrekking iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij in dienst van een natuurlijke persoon of een lichaam werkzaamheden tegen bezoldiging of loon worden verricht.
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1987, 93) is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 4
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
**1.** Dit besluit verstaat onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 571) vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
**2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14 en 18, eerste lid, van voornoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging.
**3.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen overeenkomt met het eerste en tweede lid.
**3.** Als bezoldiging gelden mede de aanspraken die de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag ontleende aan de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 572), indien en voor zover de betrokkene die aanspraken eveneens zou hebben ontleend aan het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 (*Stb.* J 261) indien dat besluit, zoals dat laatstelijk luidde, op dat tijdstip nog zou hebben gegolden.
**4.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraken daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het tweede en derde lid, het gemiddelde van die inkomsten.
**4.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste tot en met het derde lid daaromtrent bepaalde overeenkomt.
**5.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vierde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantie-uitkering en van de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt.
**5.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraken daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het in het tweede, derde en vierde lid bepaalde, het gemiddelde van die inkomsten.
**6.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
**6.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vijfde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris en van de vakantie-uitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering van kracht wordt.
**7.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
### Artikel 5
@ -102,9 +107,9 @@ Voor de toepassing van dit besluit wordt onder ontslag mede verstaan: beëindigi
Met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat, bestaat recht op een uitkering waarvan de duur wordt vastgesteld:
a. voor de betrokkene die in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag in ten minste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest, ingevolge artikel 8;
b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, ingevolge artikel 8, dan wel - wanneer het bepaalde in artikel 8*a*, eerste lid, daartoe aanleiding geeft - ingevolge artikel 8a, tweede lid, en, indien van toepassing, artikel 8a, vierde lid.
b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, ingevolge artikel 8, dan wel - wanneer het bepaalde in artikel 8*a*, eerste lid, daartoe aanleiding geeft - ingevolge artikel 8*a*, tweede lid, en, indien van toepassing, artikel 8*a*, vierde lid.
**2.** Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van perioden waarin de betrokkene ten gevolge van arbeidsongeschiktheid verhinderd was werkzaamheden te verrichten, of werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur van de perioden van de bedoelde verhindering.
**2.** Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van perioden waarin de betrokkene ten gevolge van arbeidsongeschiktheid verhinderd was werkzaamheden te verrichten, of werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste lid, onder *a*, bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur van de perioden van de bedoelde verhindering.
**3.** De in een week verrichte werkzaamheden worden slechts in aanmerking genomen, voor zover zij betrekking hebben op de dienstbetrekking waaruit de betrokkene is ontslagen en op een of meer dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking in de plaats is gekomen, en voor zover deze niet reeds eerder in aanmerking zijn genomen voor een recht op uitkering.
@ -118,7 +123,7 @@ b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddel
Geen recht op uitkering bestaat:
a. indien de betrokkene ter zake van het ontslag recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
a. indien de betrokkene ter zake van het ontslag recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
b. indien de betrokkene op grond van het ontslag recht heeft op een suppletie;
c. indien de betrokkene op de dag van het ontslag de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
d. indien het ontslag aan eigen schuld of toedoen is te wijten;
@ -127,10 +132,10 @@ f. voor de betrokkene, die de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt, aan w
**8.**
De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, heeft recht op uitkering met ingang van de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Ter bepaling van de duur van de uitkering wordt:
De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onderdeel *a*, heeft recht op uitkering met ingang van de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Ter bepaling van de duur van de uitkering wordt:
a. voor de toepassing van artikel 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van het vierde lid tevens een arbeidsongeschiktheidsuitkering eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen;
b. voor de toepassing van artikel 8a als uitgangsdatum uitgegaan van de datum op grond waarvan het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, is ontstaan.
a. voor de toepassing van artikel 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen;
b. voor de toepassing van artikel 8*a* als uitgangsdatum uitgegaan van de datum op grond waarvan het recht op WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, is ontstaan.
**9.** Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op schriftelijke aanvraag door de betrokkene. De stukken die Onze Minister nodig acht voor de behandeling van de aanvraag dienen door of vanwege de betrokkene te worden overgelegd.
@ -165,11 +170,11 @@ b. de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de betrokkene en de dag, gele
Perioden, waarin een betrokkene:
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;
b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk arbeidsongeschiktheidspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d;
a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1987, 89), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;
b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder *a*, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (*Stb.* 1972, 313), berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet (*Stb.* 1987, 88) over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder *a* of d;
worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag bedoeld in het derde lid.
@ -241,7 +246,7 @@ b. voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel *a* of
**1.** Het bedrag van de vervolguitkering is gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag bedoeld in artikel 15 van die wet.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657), of, indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarvoor berekende vakantiebijslag bedoeld in artikel 15 van die wet.
### Artikel 9
@ -305,7 +310,7 @@ Vervallen
**1.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend, en die uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn bezoldiging, wordt de verdere uitvoering van dit besluit opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak bestaat.
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
**2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
**3.** Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend en die zich ingevolge wettelijke verplichting in militaire dienst bevindt of moet begeven, wordt de verdere uitvoering van dit besluit voor de duur van de militaire dienst opgeschort.
@ -313,7 +318,7 @@ Vervallen
### Artikel 17
**1.** De betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan Onze Minister onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten, die hij uit die werkzaamheden zal trekken. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Onze Minister geeft nadere regels aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**1.** De betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan Onze Minister onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten, die hij uit die werkzaamheden zal trekken. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Onze Minister geeft nadere voorschriften aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
**2.** Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mede, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op de uitkering een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de evenbedoelde termijn. Ten aanzien van deze verrekening is artikel 9 van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in de vorige volzin bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand van die termijn afzonderlijk.
@ -321,7 +326,7 @@ Vervallen
**4.** Het in de voorgaande leden bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid.
**5.** Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt is hij verplicht zich te gedragen naar de regels, welke hem door Onze Minister worden gegeven om tot het verkrijgen van een ambt of betrekking of andere bron van inkomsten te geraken.
**5.** Zolang de betrokkene de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt is hij verplicht zich te gedragen naar de voorschriften, welke hem door Onze Minister worden gegeven om tot het verkrijgen van een ambt of betrekking of andere bron van inkomsten te geraken.
**6.** De betrokkene, aan wie uitkering is toegekend, wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht er in toe te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.
@ -331,9 +336,9 @@ Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte,
### Artikel 19
**1.** De betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en die, onvrijwillig werkloos zijnde, binnen de termijn gedurende welke hij daaraan aanspraken kan ontlenen, dan wel binnen een maand na afloop van deze termijn, langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten, ontvangt van de derde dag af gedurende de tijd van bedoelde verhindering, doch hoogstens gedurende een tijdvak van 52 weken een uitkering ten bedrage van 80% van de bezoldiging. Het bepaalde in artikel 42, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**1.** De betrokkene aan wie een uitkering is toegekend en die, onvrijwillig werkloos zijnde, binnen de termijn gedurende welke hij daaraan aanspraken kan ontlenen, dan wel binnen een maand na afloop van deze termijn, langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten, ontvangt van de derde dag af gedurende de tijd van bedoelde verhindering, doch hoogstens gedurende een tijdvak van 52 weken een uitkering ten bedrage van 80% van de bezoldiging. Het bepaalde in artikel 42, vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 32*c*, vijfde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit zijn voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de uitvoering van het eerste lid is Hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de uitvoering van het eerste lid is Hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien het betreft een betrokkene als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a*, en is hoofdstuk III, paragraaf 6, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, indien het betreft een betrokkene als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *b*, voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**3.** Gedurende het tijdvak dat een uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend, vindt artikel 16, eerste en tweede lid, overeenkomstige toepassing.
@ -351,7 +356,7 @@ Vervallen
**1.**
Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
| 65% tot 80%: | 80%; |
| --- | --- |
@ -361,7 +366,7 @@ Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op e
| 25% tot 35%: | 30%; |
| 15% tot 25%: | 20%; |
**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het arbeidsongeschiktheidspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt voorts niet meer dan de onverminderde uitkering dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoelde onverminderde uitkering wordt het overschrijdende bedrag op de verminderde uitkering in mindering gebracht.
**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het invaliditeitspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt voorts niet meer dan de onverminderde uitkering dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoelde onverminderde uitkering wordt het overschrijdende bedrag op de verminderde uitkering in mindering gebracht.
### Artikel 23
@ -430,7 +435,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;
c. indien het recht op uitkering geheel wordt afgekocht;
e. op aanvraag van betrokkene.
**2.** Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 7, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van deze uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 8a, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag.
**2.** Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 7, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van deze uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 8*a*, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag.
**3.** Het eerste lid is, voor zover nodig, van overeenkomstige toepassing op een uitkering bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid.
@ -442,7 +447,7 @@ De uitkering wordt niet uitbetaald voor de duur dat de betrokkene:
a. de hem opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt;
b. metterwoon verblijf gaat houden in het buitenland tenzij Onze Minister, op een door betrokkene daartoe gedaan verzoek, anders beslist;
c. geen arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
c. geen WAO-uitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een WAO-uitkering.
d. niet als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dan wel de buitenlandse instantie van arbeidsbemiddeling staat ingeschreven, tenzij hij aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om te voldoen aan de in artikel 6, eerste en tweede lid, gestelde verplichting.
### Artikel 27