2008-06-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
eb72f83311
commit
ae25766979
1 changed files with 419 additions and 25 deletions
|
|
@ -2721,6 +2721,175 @@ De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in artikel 8.49 bedoelde zorg
|
|||
|
||||
### Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.1
|
||||
|
||||
Deze titel en de daarop berustende bepalingen zijn, met uitzondering van de regels die uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, niet van toepassing op voedingsmiddelen, genotmiddelen en diervoeders.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.2
|
||||
|
||||
Een ieder die beroepshalve een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door zijn handelingen met die stof of dat preparaat of organisme gevaren kunnen optreden voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.3
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder die beroepshalve een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens over die stof of dat preparaat of organisme waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.4
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat degene die beroepshalve stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt of verwerkt, in daarbij aangegeven categorieën van gevallen een administratie bijhoudt van de hoeveelheden die hij daarvan heeft vervaardigd, in Nederland heeft ingevoerd, heeft toegepast, bewerkt of verwerkt of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens de maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden en kunnen andere gegevens worden aangewezen die in de administratie dienen te worden opgenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1.5
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in artikel 9.2.3.1, 9.2.3.3 of 9.3.3 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens artikel 9.2.1.4, 9.2.2.1, 9.2.2.2, 9.2.2.6, 9.2.3.1, 9.2.3.2, 9.2.3.3, 9.2.3.5, tweede lid, of 9.3.3 gestelde verboden en verplichtingen.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
|
||||
|
||||
**4.** De voordracht voor een besluit krachtens het eerste of tweede lid wordt Ons niet gedaan dan op verzoek van Onze Minister van Defensie.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.2. Maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.1
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu zullen ontstaan, regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, bewerken, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen, preparaten of organismen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Hiertoe kunnen behoren regels, inhoudende:
|
||||
|
||||
a. een verbod een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen;
|
||||
b. een verbod een zodanige handeling te verrichten op een bij de maatregel aangegeven wijze, voor daarbij aangegeven doeleinden, op daarbij aangegeven plaatsen of onder daarbij aangegeven omstandigheden;
|
||||
c. een verbod een handeling als onder a of b bedoeld te verrichten zonder daartoe verleende vergunning;
|
||||
d. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien met betrekking tot de stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
|
||||
e. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien bij degene die die handeling verricht, niet de bij de maatregel aangegeven deskundigheid aanwezig is;
|
||||
f. een verbod een zodanige handeling te verrichten met betrekking tot producten, indien deze daarbij aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen bevatten, of indien deze zodanige stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen bevatten in grotere dan daarbij aangegeven hoeveelheden;
|
||||
g. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen of preparaten toe te passen in producten die niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht aan de hand van de bij de maatregel daartoe vastgestelde regels, is goedgekeurd;
|
||||
h. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen ter beschikking te stellen aan een daarbij aangewezen categorie van personen;
|
||||
i. een verplichting een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, of een voornemen tot het verrichten van die handelingen, te melden op een daarbij aangegeven wijze aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan onder overlegging van daarbij aangegeven gegevens;
|
||||
j. een verplichting met betrekking tot zodanige handelingen volgens bij de maatregel gestelde regels controleonderzoeken te verrichten en de resultaten van die onderzoeken op de bij de maatregel aangegeven wijze aan Onze Minister over te leggen;
|
||||
k. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen of preparaten voorkomen, na toepassing terug te zenden aan degene die de stoffen, preparaten of producten ter beschikking heeft gesteld;
|
||||
l. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, af te geven aan daarbij aangewezen personen of instellingen;
|
||||
m. een verplichting voor degenen die bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, vervaardigen, in Nederland invoeren of aan een ander ter beschikking stellen, voor daarbij aangewezen personen of instellingen die krachtens hoofdstuk 10 bevoegd zijn tot of vergunning hebben voor het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel voor bij de maatregel aangewezen bestuursorganen, om die stoffen, preparaten, organismen of producten in te zamelen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.2
|
||||
|
||||
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m, kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c, worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunning kan slechts in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu worden geweigerd.
|
||||
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
|
||||
|
||||
**4.** Een vergunning kan in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu voorschriften worden verbonden. Deze kunnen, voorzover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij het voorschrift zijn aangewezen, in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd artikel 18.12, eerste lid, kan een vergunning worden ingetrokken indien de handeling aanmerkelijk gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of voor het milieu en wijziging of aanvulling van de aan de vergunning verbonden voorschriften redelijkerwijs geen oplossing kan bieden.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**7.** Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het vijfde lid, respectievelijk het zesde lid, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.4
|
||||
|
||||
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g, wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.5
|
||||
|
||||
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m, kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, preparaten, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, preparaten, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, preparaten, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in artikel 9.2.2.1, eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens artikel 9.2.1.4, 9.2.2.1 of 9.2.2.6 bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen de voorschriften worden verbonden, die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Een ontheffing kan door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken, indien dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een stof of preparaat aan een ander ter beschikking stelt of in Nederland invoert, behorende tot een of meer van de in het tweede lid aangewezen categorieën, draagt er zorg voor dat die stof of dat preparaat bij de aflevering en bij het ter aflevering voorhanden hebben is verpakt en op de verpakking is aangeduid overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze paragraaf.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde categorieën zijn:
|
||||
|
||||
a. de categorie ontplofbaar;
|
||||
b. de categorie oxiderend;
|
||||
c. de categorie zeer licht ontvlambaar;
|
||||
d. de categorie licht ontvlambaar;
|
||||
e. de categorie ontvlambaar;
|
||||
f. de categorie zeer vergiftig;
|
||||
g. de categorie vergiftig;
|
||||
h. de categorie schadelijk;
|
||||
i. de categorie bijtend;
|
||||
j. de categorie irriterend;
|
||||
k. de categorie sensibiliserend;
|
||||
l. de categorie kankerverwekkend;
|
||||
m. de categorie mutageen;
|
||||
n. de categorie voor de voortplanting vergiftig;
|
||||
o. de categorie milieugevaarlijk.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de criteria en methoden aangewezen volgens welke wordt bepaald of een stof of preparaat behoort tot een categorie als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van stoffen of preparaten waarvan nog niet is bepaald in hoeverre zij behoren tot een of meer van de in het tweede lid bedoelde categorieën.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.2
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van stoffen en preparaten waarin daarbij aangewezen stoffen voorkomen, alsmede met betrekking tot de aanduiding van producten waarin daarbij aangewezen stoffen of preparaten voorkomen. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden in daarbij aangewezen gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verpakking en sluiting die een stof of preparaat als bedoeld in artikel 9.2.3.1, eerste lid, of een genetisch gemodificeerd organisme rechtstreeks omsluiten, zijn:
|
||||
|
||||
a. zodanig dat ongewild verlies van de inhoud niet kan plaatsvinden,
|
||||
b. vervaardigd van materiaal dat niet door de stof, het preparaat of het organisme kan worden aangetast, noch hiermee een gevaarlijke reactie kan aangaan of een gevaarlijke verbinding kan vormen, en
|
||||
c. zodanig dat zij niet kunnen losraken en tegen normale behandeling bestand zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verpakking is voorzien van een sluiting die meermalen kan worden gebruikt, zijn de verpakking en sluiting zodanig dat de verpakking meermalen opnieuw kan worden afgesloten zonder dat ongewild verlies van de inhoud plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onder a, mogen aan de verpakking, indien nodig, een of meer ontluchtingsventielen of andersoortige veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de verpakking en sluiting regels worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden voor daarbij aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of categorieën daarvan of in daarbij aangewezen gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Het aanbevelen of aanprijzen van een stof of preparaat, behorende tot een of meer van de in artikel 9.2.3.1, tweede lid, bedoelde categorieën, zonder vermelding van de categorie of categorieën waartoe die stof of dat preparaat behoort, is verboden.
|
||||
|
||||
**2.** Het aanduiden van een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens artikel 9.2.2.1 of 9.2.2.6 bepaalde, is verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.3 en 9.2.3.4 geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
|
||||
|
||||
a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of
|
||||
b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.3 en 9.2.3.4 geregelde onderwerpen.
|
||||
|
||||
### Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.3.1
|
||||
|
|
@ -3730,7 +3899,7 @@ a. bevoegd gezag:
|
|||
9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
|
||||
b. gevaarlijke stoffen:
|
||||
|
||||
1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
|
||||
1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die behoren tot een of meer van de in artikel 9.2.3.1, tweede lid, bedoelde categorieën, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
|
||||
2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
|
||||
c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
|
||||
d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
|
||||
|
|
@ -3964,8 +4133,6 @@ de Wet verontreiniging oppervlaktewateren,
|
|||
|
||||
de Wet verontreiniging zeewater,
|
||||
|
||||
de Wet milieugevaarlijke stoffen,
|
||||
|
||||
de Wet bodembescherming,
|
||||
|
||||
de Ontgrondingenwet,
|
||||
|
|
@ -4344,15 +4511,15 @@ Vervallen
|
|||
Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 8.1, eerste lid, onder b, 8.1, eerste lid, onder c, juncto 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is, 8.1, tweede lid, juncto 8.1, eerste lid, onder b, 8.1, eerste lid, onder c, 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is, 8.22, tweede lid, 8.23, eerste lid, 8.25, eerste lid, onder a en b, 8.34 of 8.39, tweede lid,
|
||||
b. de artikelen 10.48 of 10.52 juncto één of meer der onder *a* genoemde bepalingen,
|
||||
c. artikel 2, eerste lid, juncto 5, vijfde lid, onder b, van de Wet geluidhinder,
|
||||
d. de artikelen 13, eerste lid, onder b , juncto 16, vijfde lid, of 43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging,
|
||||
e. artikel 24, eerste lid, juncto 26, zevende lid, onder b, van de Wet milieugevaarlijke stoffen,
|
||||
b. artikel 9.2.2.1, eerste lid, juncto artikel 9.2.2.3, zevende lid,
|
||||
c. de artikelen 10.48 of 10.52 juncto één of meer der onder *a* genoemde bepalingen,
|
||||
d. artikel 2, eerste lid, juncto 5, vijfde lid, onder *b*, van de Wet geluidhinder,
|
||||
e. de artikelen 13, eerste lid, onder b, juncto 16, vijfde lid, of 43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging,
|
||||
f. de artikelen 30 of 31 van de Wet bodembescherming,
|
||||
|
||||
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in artikel 40 van de Wet milieugevaarlijke stoffen zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in artikel 17.6 zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4367,8 +4534,8 @@ zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke re
|
|||
Artikel 15.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
|
||||
|
||||
a. artikel 1.2 van deze wet,
|
||||
b. de artikelen 10.15 of 10.17, eerste lid, van deze wet;
|
||||
c. de artikelen 24 of 31 van de Wet milieugevaarlijke stoffen,
|
||||
b. de artikelen 9.2.2.1 en 9.2.2.6,
|
||||
c. de artikelen 10.15 of 10.17, eerste lid, van deze wet;
|
||||
d. de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming,
|
||||
|
||||
van toepassing worden en die zich daardoor voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven.
|
||||
|
|
@ -4425,9 +4592,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van vergoedingen voor keuringen als bedoeld in
|
||||
|
||||
a. artikel 13, tweede lid, onder *d* en *e*, van de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
b. artikel 2, tweede lid, onder *d* en *e*, van de Wet geluidhinder;
|
||||
c. artikel 27 van de Wet milieugevaarlijke stoffen;
|
||||
a. artikel 9.2.2.4;
|
||||
b. artikel 13, tweede lid, onder *d* en *e*, van de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
c. artikel 2, tweede lid, onder *d* en *e*, van de Wet geluidhinder;
|
||||
d. artikel 15, tweede lid, van de Wet bodembescherming.
|
||||
|
||||
### Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
|
||||
|
|
@ -4635,6 +4802,8 @@ c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 176,
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid, is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
|
||||
|
||||
### Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
|
||||
|
||||
### Titel 16.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -5370,6 +5539,8 @@ Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onder
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
|
||||
|
||||
### Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
|
||||
|
||||
### Artikel 17.1
|
||||
|
||||
Indien zich in een inrichting een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft degene die de inrichting drijft, onmiddellijk de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken.
|
||||
|
|
@ -5464,9 +5635,236 @@ Indien de situatie, bedoeld in artikel 17.5a, eerste lid, betrekking heeft op ee
|
|||
|
||||
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in artikel 8.49.
|
||||
|
||||
### Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
|
||||
|
||||
### Artikel 17.6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
*activiteit:* beroepshalve of bedrijfsmatig verrichte activiteit, ongeacht het openbare of particuliere, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
|
||||
|
||||
*beschermde soorten:* soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
|
||||
|
||||
*degene die de activiteit verricht:* de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de activiteit verricht of heeft verricht, regelt of heeft geregeld, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van de activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van de activiteit en de persoon die de activiteit laat of heeft laten registreren of er kennisgeving van doet of heeft gedaan;
|
||||
|
||||
*ecosysteemfuncties:* functies die natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
|
||||
|
||||
*EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid:* richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143);
|
||||
|
||||
*herstelmaatregelen:* maatregelen of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of tussentijdse maatregelen, gericht op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies als bedoeld in bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
|
||||
|
||||
*kosten:* kosten verbonden aan de toepassing van preventieve maatregelen of herstelmaatregelen, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade, onmiddellijke dreiging van zulke schade en alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht;
|
||||
|
||||
*milieuschade:*
|
||||
|
||||
1°. elke vorm van schade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats die, gelet op de referentietoestand en de criteria van bijlage I bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid, aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats;
|
||||
2°. elke vorm van schade aan wateren die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel, als omschreven in de kaderrichtlijn water, van de betrokken wateren, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 4, zevende lid, van die richtlijn van toepassing is;
|
||||
3°. elke vorm van bodemverontreiniging die een aanmerkelijk risico inhoudt voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, waarbij direct of indirect op, in of onder de bodem, stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen gebracht zijn;
|
||||
|
||||
*milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan:* milieuschade of een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
|
||||
|
||||
*natuurlijke habitats:* habitats van de soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
|
||||
|
||||
*natuurlijke regeneratie:*
|
||||
|
||||
1°. in het geval van schade aan wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats: de terugkeer van aangetaste natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties tot de referentietoestand;
|
||||
2°. in geval van bodemverontreiniging: het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid;
|
||||
|
||||
*natuurlijke rijkdommen:* beschermde soorten, natuurlijke habitats, wateren of bodem;
|
||||
|
||||
*preventieve maatregelen:* maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
|
||||
|
||||
*referentietoestand:* de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
|
||||
|
||||
*schade:* meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
|
||||
|
||||
*staat van instandhouding:* staat van instandhouding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
|
||||
|
||||
*wateren:* wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in artikel 1.1 wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder *emissie* verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.7
|
||||
|
||||
Deze titel is van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door:
|
||||
|
||||
1°. activiteiten als bedoeld in bijlage III bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
|
||||
2°. andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten;
|
||||
b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door een andere activiteit dan bedoeld onder a, onderdeel 1°, indien degene die de activiteit verricht schuld of nalatigheid kan worden verweten.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.8
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 17.7 is deze titel niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
|
||||
|
||||
1°. een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;
|
||||
2°. een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is;
|
||||
3°. een gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage IV bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen, waaraan Nederland gebonden is;
|
||||
4°. nucleaire risico’s of een activiteit waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is;
|
||||
5°. een activiteit of gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage V bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen;
|
||||
6°. een activiteit die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dient, of
|
||||
7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
|
||||
b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
|
||||
|
||||
1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, of,
|
||||
2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4 en 5 van de Flora- en faunawet of de artikelen 10 en 10a van de Natuurbeschermingswet 1998;
|
||||
c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
|
||||
|
||||
1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
|
||||
2°. die na 30 april 2007 heeft plaatsgevonden, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en is beëindigd voor die datum, of
|
||||
3°. die meer dan 30 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.9
|
||||
|
||||
**1.** Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht binnen een inrichting of in het kader van het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting, is het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 18.2, het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 95, derde en vierde lid, van de Wet bodembescherming;
|
||||
b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 112 van de Flora- en faunawet;
|
||||
c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 16, 19d of 57 van de Natuurbeschermingswet 1998;
|
||||
d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
|
||||
|
||||
**6.** Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, of artikel 17.15, eerste lid, gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
|
||||
|
||||
**7.** Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:
|
||||
|
||||
a. verplichten informatie te verstrekken over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in gevallen waarin een dergelijke dreiging vermoed wordt;
|
||||
b. verplichten aanvullende gegevens te verstrekken over elke milieuschade die zich heeft voorgedaan;
|
||||
c. verplichten de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen;
|
||||
d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in artikel 17.13, eerste lid, alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
|
||||
|
||||
**3.** Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.11
|
||||
|
||||
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of waar de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan zich voordoet, is verplicht te gedogen dat preventieve of herstelmaatregelen als bedoeld in deze titel worden getroffen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.12
|
||||
|
||||
**1.** Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Wanneer de onmiddellijke dreiging van milieuschade ondanks de in het eerste lid bedoelde preventieve maatregelen niet is beëindigd, verstrekt degene die de activiteit verricht aanvullende informatie over de situatie. Artikel 17.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, in de gelegenheid hun zienswijze, respectievelijk advies uit te brengen over het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.13
|
||||
|
||||
**1.** Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.
|
||||
|
||||
**2.** Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Artikel 17.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. Artikel 17.12, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.14
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. Artikel 17.13, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. Artikel 17.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is artikel 17.12, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.15
|
||||
|
||||
**1.** Belanghebbenden, alsmede de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het bevoegd gezag verzoeken een beschikking tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 17.10, derde lid, artikel 17.12, vierde lid, of artikel 17.13, vijfde lid, te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan artikel 17.12, vierde lid, artikel 17.13, vijfde lid, of artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid. De artikelen 18.8a, tweede en derde lid, en 18.8b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:
|
||||
|
||||
a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
|
||||
b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:
|
||||
|
||||
a. de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag, of
|
||||
b. niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat
|
||||
|
||||
a. hij niet in gebreke of nalatig is geweest, en
|
||||
b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op het tijdstip dat deze plaatsvond:
|
||||
|
||||
1°. uitdrukkelijk was toegestaan op grond van en geheel in overeenstemming was met de aan een vergunning verbonden voorschriften, of
|
||||
2°. op grond van de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.17
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen verjaart door verloop van een periode van vijf jaar na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.18
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid opgelegde verplichting tot verslaglegging. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
|
||||
|
||||
### Artikel 17.19
|
||||
|
||||
**1.** Indien stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:
|
||||
|
||||
a. het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
|
||||
b. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
|
||||
c. het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van Onze Minister worden betreden of dat dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht;
|
||||
d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebieden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister geeft van een maatregel krachtens het eerste lid en van de intrekking daarvan kennis in de Staatscourant, alsmede op zodanige wijze dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.
|
||||
|
||||
**5.** Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 18. Handhaving
|
||||
|
||||
|
|
@ -5576,7 +5974,7 @@ De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoof
|
|||
|
||||
### Artikel 18.2g*
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2g
|
||||
|
||||
|
|
@ -5739,7 +6137,7 @@ Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoo
|
|||
|
||||
### Artikel 18.10
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van artikel 13 van de Wet bodembescherming of van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of van artikel 13 van de Wet bodembescherming, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -5767,7 +6165,7 @@ In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, geeft het bevoegd gezag geen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.14a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op artikel 13 van de Wet bodembescherming of op het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of op artikel 13 van de Wet bodembescherming, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6098,8 +6496,6 @@ de Wet verontreiniging oppervlaktewateren,
|
|||
|
||||
de Wet verontreiniging zeewater,
|
||||
|
||||
de Wet milieugevaarlijke stoffen,
|
||||
|
||||
de Wet bodembescherming,
|
||||
|
||||
de Wet bescherming Antarctica,
|
||||
|
|
@ -6292,9 +6688,9 @@ Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter u
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 21.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -6304,11 +6700,11 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**1.** Bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt rekening gehouden met het geldende nationale milieubeleidsplan.
|
||||
|
||||
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, 5.3, derde lid, of 18.3 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in artikel 18.1a, eerste lid, bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie.
|
||||
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, 5.3, derde lid, of 18.3 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in artikel 18.1a, eerste lid, bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 9.2.3.1 of 9.2.3.2 wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, dan wel artikel 18.3 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6428,8 +6824,6 @@ Wet voorkoming verontreiniging door schepen
|
|||
|
||||
Wet inrichting landelijk gebied
|
||||
|
||||
Wet milieugevaarlijke stoffen
|
||||
|
||||
Wet bodembescherming
|
||||
|
||||
Meststoffenwet
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue