2025-01-01 | BWBR0049131 | Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent d0e67d1ec1
commit ae2ce09541

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinste
bwb_id: BWBR0049131
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2024-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2024-12-18'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049131
citeertitel: Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling
---
@ -14,20 +14,14 @@ citeertitel: Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde belegging
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel II
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel III
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel IV
**1.** Voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt een fonds voor gemene rekening of een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam dat als gevolg van deze wet met ingang van 1 januari 2025 niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting op grond van de artikelen 2 of 3 van die wet, geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 al zijn vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan de natuurlijk personen of lichamen die participeren in dat fonds voor gemene rekening naar rato van ieders gerechtigdheid en wordt dat fonds voor gemene rekening geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten.
@ -70,7 +64,7 @@ c. de fusie per saldo resulteert in een vermogensverschuiving van de deelgerecht
### Artikel VII
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Indien een lichaam als gevolg van de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, niet langer kwalificeert als vrijgestelde beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en het boekjaar van dat lichaam niet gelijk is aan het kalenderjaar, wordt dat lichaam, in afwijking in zoverre van artikel 6a, zesde lid, van die wet, met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, niet langer als vrijgestelde beleggingsinstelling aangemerkt.
### Artikel VIII
@ -120,11 +114,20 @@ b. het jaarlijks aan de ontvanger verstrekken van informatie over zijn actuele a
**3.** Indien de belastingschuldige niet voldoet aan de voorwaarden die de ontvanger aan het voortzetten van het uitstel van betaling heeft gesteld, kan de ontvanger het uitstel van betaling intrekken.
### Artikel IXa
De bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds worden geacht met ingang van 1 januari 2025 niet verhandelbaar te zijn indien:
a. het fonds voor gemene rekening of het lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. het fonds onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 niet belastingplichtig was op grond van artikel 2 of 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
c. uiterlijk op 31 december 2025 de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening; en
d. reeds vóór 1 januari 2025 het voornemen bestond om aan de voorwaarde in onderdeel c te voldoen.
### Artikel X
**1.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
**2.** In afwijking van het eerste lid treden de artikelen I, II, III en VII in werking met ingang van 1 januari 2025.
**2.** In afwijking van het eerste lid treden de artikelen I, II, III, VII en IXA in werking met ingang van 1 januari 2025.
### Artikel XI