2024-01-01 | BWBR0022233 | Besluit OM-afdoening

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent b26260fe12
commit ae3bf4ff3d

View file

@ -136,7 +136,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. *strafbeschikkingsbevoegdheid:* de bevoegdheid een strafbeschikking bedoeld in artikel 257ba van de wet, inhoudende een geldboete, uit te vaardigen;
b. *lichaam of persoon:* het lichaam of de persoon met een publieke taak belast, bedoeld in artikel 4.2;
c. *Regionale Uitvoeringsdienst:* een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen belast met de uitvoering van het toezicht op en de handhaving van milieuregelgeving;
c. *omgevingsdienst:* een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
d. *algemeen opsporingsambtenaar:* de ambtenaar, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b en d, van de wet;
e. *bevoegde ambtenaar:* de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van of werkzaam voor een lichaam of een persoon, voor zover hij bevoegd is tot opsporing van de zaken bedoeld in artikel 4.3 en de algemeen opsporingsambtenaar werkzaam voor een lichaam of een persoon.
@ -144,14 +144,13 @@ e. *bevoegde ambtenaar:* de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van of we
Voor zaken betreffende de in artikel 4.3 aangewezen strafbare feiten wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de volgende lichamen of personen:
a. de directeuren van de Regionale Uitvoeringsdiensten, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
a. de directeuren van de omgevingsdiensten, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
b. de dagelijkse besturen van de waterschappen voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit;
c. de hoofdingenieurs-directeur van de regionale en landelijke diensten van Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit;
d. de inspecteur-generaal van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
e. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
f. het college van gedeputeerde staten van de provincies, voor zover in de provincie of delen daarvan nog geen Regionale Uitvoeringsdienst is ingesteld, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
g. de algemeen directeur van de Belastingdienst/Douane voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit Besluit;
h. de voorzitter van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet voor de feiten vermeld in bijlage II van dit Besluit.
f. de algemeen directeur van de Belastingdienst/Douane voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit Besluit;
g. de voorzitter van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet voor de feiten vermeld in bijlage II van dit Besluit.
### Artikel 4.3