2006-04-28 | BWBR0014748 | Aanwijzingsbesluit instellingen en diensten Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties

This commit is contained in:
Coornhert 2006-04-28 12:00:00 +00:00
parent 365793f7f8
commit ae63436bd1

View file

@ -1,16 +1,18 @@
---
titel: Aanwijzingsbesluit instellingen en diensten Wet identificatie bij dienstverlening
en Wet melding ongebruikelijke transacties
titel: Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie
bij dienstverlening
bwb_id: BWBR0014748
type: KB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-03-12'
datum_inwerkingtreding: '2006-04-28'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014748
citeertitel: Aanwijzingsbesluit instellingen en diensten Wet identificatie bij dienstverlening
en Wet melding ongebruikelijke transacties
citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie
bij dienstverlening
---
# Aanwijzingsbesluit instellingen en diensten Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties
# Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening
### Paragraaf 1. Bepalingen ter uitvoering van
### Artikel 1
@ -30,23 +32,26 @@ Als instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, van
Als dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:
- het uitgeven van creditcards, met uitzondering van het uitgeven van creditcards die alleen gebruikt kunnen worden bij de onderneming of instelling die deze creditcards uitgeeft of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen mee te dingen naar prijzen en premies;
- het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de personen of instellingen bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:
a. het uitgeven van creditcards, met uitzondering van het uitgeven van creditcards die alleen gebruikt kunnen worden bij de onderneming of instelling die deze creditcards uitgeeft of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen mee te dingen naar prijzen en premies;
c. het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de personen of instellingen bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:
- het aan- of verkopen van onroerende zaken;
- het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
- het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;
- werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel e, sub 1;
- het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële of onroerende zaaktransactie;
- het door personen en instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel e:
1°. het aan- of verkopen van onroerende zaken;
2°. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
3°. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
4°. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;
5°. werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel e, sub 1;
d. het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële of onroerende zaaktransactie;
e. het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verstrekken van belastingadvies of verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden, met uitzondering van het verzorgen van belastingaangiften en het in verband daarmee verstrekken van belastingadvies in het kader van de Wet inkomstenbelasting 2001 ten behoeve van natuurlijke personen die volgens de desbetreffende aangifte:
- verstrekken van belastingadvies, alsmede verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden dan wel;
- verrichten van werkzaamheden in verband met het samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties;
- het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel optreden ter zake van het aan- of verkopen van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
- het in het kader van een geldelijke overmaking in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;
- het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van elektronisch geld als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft, alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van elektronisch geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening.
1°. geen winst uit onderneming genieten als bedoeld in afdeling 3.2. van die wet;
2°. niet meer dan € 10 000 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden genieten als bedoeld in afdeling 3.4 van die wet;
3°. geen aanmerkelijk belang hebben in de zin van afdeling 4.3 van die wet; en
4°. niet meer dan € 4000 voordeel uit sparen en beleggen hebben als bedoeld in artikel 5.2. van die wet.
f. Het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verrichten van werkzaamheden in verband met het samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties.
g. het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel optreden ter zake van het aan- of verkopen van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
h. het in het kader van een geldelijke overmaking in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;
i. het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van elektronisch geld als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft, alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van elektronisch geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening.
**2.** Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sub 1° tot en met 5°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, voor zover deze werkzaamheden worden verricht door een advocaat, notaris of kandidaat-notaris.
@ -64,7 +69,7 @@ a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c
b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;
c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 4°: de identiteit van de betrokken vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;
d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;
e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e, of f: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.
e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e, f of g: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.
### Artikel 4
@ -111,6 +116,33 @@ c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f
d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;
e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen g, h, of i: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.
### Paragraaf 2. Bepalingen ter uitvoering van
### Artikel 5a
**1.** De bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de artikelen 17c, eerste lid, 17d, eerste lid, 17e, derde lid, en 17m van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8b, eerste lid, 8c, eerste lid, 8d, derde lid en 8l van de Wet identificatie bij dienstverlening, worden overgedragen aan de ingevolge artikel 17b, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties onderscheidenlijk artikel 8a, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening aangewezen rechtspersonen.
**2.** De artikelen 17f, 17g, 17h, 17i, derde en vierde lid, 17j, tweede lid, 17l, 17n, 17o, eerste tot en met derde lid, en 17p, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8e, 8f, 8g, 8h, derde en vierde lid, 8i, tweede lid, 8k, 8m, 8n, eerste tot en met derde lid, en 8o, tweede lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden door de in het dat lid aangewezen rechtspersonen.
### Artikel 5b
Aan de overdracht van bevoegdheden, bedoeld in artikel 5a, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, verstrekken onverwijld aan Onze Minister van Financiën op zijn verzoek alle inlichtingen die van belang kunnen zijn voor:
1°. de nakoming van internationale afspraken en verplichtingen; of
2°. een onderzoek naar de toereikendheid van de Wet melding ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij dienstverlening of het toezicht op de naleving van die wetten;
b. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, dragen bij aan de totstandkoming van procedurele afspraken met betrekking tot de handhaving tussen hen en de betrokken ministeries en andere overheidsinstellingen;
c. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, en andere personen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet melding ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij dienstverlening, maken schriftelijke afspraken over de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de door dit besluit overgedragen bevoegdheden.
### Paragraaf 3. Bepaling ter uitvoering van
### Artikel 5c
De indicatoren, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties, aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie, worden vastgesteld zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
### Paragraaf 4. Slotbepalingen
### Artikel 6
Ingetrokken worden:
@ -125,3 +157,9 @@ f. het koninklijk besluit van 28 mei 2002, houdende aanwijzing van diensten in h
### Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang 1 juni 2003, met uitzondering van artikel 1, aanhef en onderdeel g, en artikel 2, aanhef en onderdeel g, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
### Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening.
## Bijlage . bij