2014-01-01 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
This commit is contained in:
parent
30bb963e6a
commit
aec5b7959d
1 changed files with 108 additions and 16 deletions
|
|
@ -27,7 +27,20 @@ h. Arbodienst: de door Onze Minister aangewezen arbodienst als bedoeld in de Arb
|
|||
i. Ministeriële regeling: Regeling van Onze Minister;
|
||||
j. Volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat;
|
||||
k. Arbeidsduurfactor: een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36;
|
||||
l. deskundige persoon: de door Onze Minister aangewezen deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet.
|
||||
l. deskundige persoon: de door Onze Minister aangewezen deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
|
||||
m. *sector Rijk:* de ambtelijke diensten van:
|
||||
|
||||
1° elk ministerie, met uitzondering van het Ministerie van Defensie;
|
||||
2° de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal;
|
||||
3° de Raad van State;
|
||||
4° de Algemene Rekenkamer;
|
||||
5° de Nationale ombudsman;
|
||||
6° de Hoge Raad van Adel;
|
||||
7° het Kabinet van de Koning;
|
||||
8° de Kanselarij der Nederlandse Orden;
|
||||
9° het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
|
||||
10° de Raad voor de rechtspraak, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en van de besturen van voornoemde gerechten daaronder begrepen, en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden;
|
||||
n. *bevoegd gezag:* Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -694,17 +707,19 @@ b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minst
|
|||
|
||||
**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een werktijdregeling waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
a. In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het tweede tot en met negende lid, alsmede van de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voor zover dat niet in strijd is met het bepaalde in of krachtens de Arbeidstijdenwet.
|
||||
|
||||
b. Ten aanzien van buiten Nederland geplaatste ambtenaren is de in onderdeel a bedoelde overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet vereist.
|
||||
|
||||
**12.** Bij de vaststelling van een werktijdregeling voor degenen die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn geplaatst wordt rekening gehouden met dienst- en werktijden die bij een overheidsdienst in het desbetreffende land gelden; daarbij worden voorzieningen getroffen die ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is.
|
||||
**13.** Bij de vaststelling van een werktijdregeling voor degenen die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn geplaatst wordt rekening gehouden met dienst- en werktijden die bij een overheidsdienst in het desbetreffende land gelden; daarbij worden voorzieningen getroffen die ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is.
|
||||
|
||||
**13.** Gedurende plaatsing in een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geldt in de regel een volledige arbeidsduur.
|
||||
**14.** Gedurende plaatsing in een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geldt in de regel een volledige arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**14.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 21, twaalfde lid, van het ARAR gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland werkzame ambtenaren. Voor de buiten Nederland werkzame ambtenaren kan Onze Minister ter zake van de uitvoering van het eerste tot en met dertiende lid nadere regels stellen.
|
||||
**15.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 21, dertiende lid, van het ARAR gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland werkzame ambtenaren. Voor de buiten Nederland werkzame ambtenaren kan Onze Minister ter zake van de uitvoering van het eerste tot en met veertiende lid nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -828,7 +843,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels.
|
|||
|
||||
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie worden verlaagd. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
|
||||
|
||||
**14.** Onze Minister stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het dertiende lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
|
||||
**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Onze Minister geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
|
||||
|
||||
**15.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens het veertiende lid vastgestelde datum.
|
||||
|
||||
|
|
@ -962,7 +977,7 @@ d. bij bevalling van zijn huwelijkspartner: ten hoogste twee dagen.
|
|||
|
||||
**3.** Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn huwelijkspartner, wordt op gelijke wijze verleend aan de ambtenaar die ongehuwd samenwoont als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of aan de ambtenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan, met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner of van zijn geregistreerde partner.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere of afwijkende regels worden gesteld, zonodig onderscheiden naar degenen die in Nederland dan wel in het buitenland zijn geplaatst.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere of afwijkende regels worden gesteld voor degenen die in het buitenland zijn geplaatst.
|
||||
|
||||
### Artikel 43f
|
||||
|
||||
|
|
@ -1800,13 +1815,29 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage.
|
||||
**1.** De ambtenaar die is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet ontvangt een vergoeding indien hij de taken in verband met bedrijfshulpverlening in voldoende omvang verricht.
|
||||
|
||||
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister te stellen regels en bedraagt ten minste € 195,35 per jaar.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** De te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage.
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
|
||||
|
||||
**4.** Indien het in artikel 58a, tweede lid, van het ARAR genoemde bedrag door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangepast, is die aanpassing van overeenkomstige toepassing op het tweede lid.
|
||||
a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 220,00;
|
||||
b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 440,00;
|
||||
c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00.
|
||||
|
||||
**3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing tot bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van:
|
||||
|
||||
a. € 360,00 na vijf jaar;
|
||||
b. € 440,00 na tien jaar;
|
||||
c. € 525,00 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de bedragen, bedoeld in in artikel 58a, tweede en vierde lid, van het ARAR door Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst worden aangepast, is die aanpassing van overeenkomstige toepassing op respectievelijk het tweede en vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -1819,14 +1850,24 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe
|
|||
De in het eerste en tweede lid bedoelde faciliteiten zijn:
|
||||
|
||||
a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten;
|
||||
b. 100% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens.
|
||||
b. 100% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met:
|
||||
|
||||
1° het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
|
||||
2° contacturen die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
|
||||
3° zelfstudie van maximaal een dag per week, en
|
||||
4° het afleggen van examens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Aan de ambtenaar, niet zijnde de ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van het bevoegd gezag aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken worden de volgende studiefaciliteiten toegekend:
|
||||
|
||||
a. een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten;
|
||||
b. 50% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens.
|
||||
b. 50% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met:
|
||||
|
||||
1° het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
|
||||
2° contacturen die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding;
|
||||
3° zelfstudie van maximaal een dag per week, en
|
||||
4° het afleggen van examens.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1844,7 +1885,11 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij
|
|||
|
||||
**7.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de ambtenaar die binnen de in artikel 58f bedoelde termijn nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d, op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie buiten de rijksdienst.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels worden gesteld.
|
||||
**8.** Onze Minister kan toestaan dat het verlof voor zelfstudie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 3°, en vierde lid, onderdeel b, onder 3°, geldt voor meer dan maximaal een dag per week.
|
||||
|
||||
**9.** De reis- en verblijfkosten, die de ambtenaar in het kader van scholing als bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid maakt, worden vergoed overeenkomstig het bepaalde in het Reisbesluit binnenland of het Reisbesluit buitenland. In afwijking van artikel 6, tweede lid, van het Reisbesluit binnenland en artikel 6, tweede lid, van het Reisbesluit buitenland, geldt dat de vergoeding van reiskosten, voor zover met de trein wordt gereisd, gelijk is aan de gemaakte kosten op basis van het tarief van de tweede klasse.
|
||||
|
||||
**10.** In deze bepaling wordt onder scholingskosten verstaan de kosten voor de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde onderwijsmiddelen, les- en examengelden en verplicht gestelde excursies of studiereizen.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -1923,6 +1968,49 @@ Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artik
|
|||
|
||||
**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regels. De vergoedingen voor de buiten Nederland geplaatste ambtenaren worden vastgesteld op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 76a
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die een functie als bedoeld in het derde lid uitoefent of ten minste drie maanden waarneemt, ontvangt een maandelijkse tegemoetkoming in verband met representatiekosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In deze bepaling wordt onder representatiekosten verstaan de door de ambtenaar gemaakte of te maken kosten in verband met de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien van het onderhouden van externe contacten en het verrichten van representatieve activiteiten, waaronder worden begrepen de kosten in verband met:
|
||||
|
||||
a. huur of aanschaf van kleding en schoeisel of andere persoonlijke attributen;
|
||||
b. aanpassing en inrichting van de eigen woning;
|
||||
c. persoonlijke verzorging;
|
||||
d. contributies en lidmaatschappen;
|
||||
e. ontvangsten van bescheiden omvang in de eigen woning;
|
||||
f. het aanbieden van lunches, diners en overige consumpties, persoonlijke attenties en geschenken, en
|
||||
g. fooien.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor de functie van directeur-generaal of secretaris-generaal: € 533,33;
|
||||
b. voor het structurele plaatsvervangerschap van een functie als bedoeld onder a: 75% van het onder a genoemde bedrag;
|
||||
c. voor de functie van directeur of daarmee door Onze Minister voor de toepassing van dit artikel gelijk te stellen functie: 50% van het onder a genoemde bedrag;
|
||||
d. voor een andere functie waaraan representatiekosten zijn verbonden, voor zover deze functie is vermeld op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde lijst: het bij die functie vermelde bedrag dat maximaal 25% van het onder a genoemde bedrag kan zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar op grond van het derde lid in aanmerking zou komen voor meer dan één tegemoetkoming ontvangt hij uitsluitend de tegemoetkoming met het hoogste bedrag.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid, aanhef en onder d, kan in bijzondere gevallen een hogere tegemoetkoming aan de betrokken ambtenaar worden toegekend, die maximaal gelijk is aan het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder c.
|
||||
|
||||
**6.** De tegemoetkoming wordt niet uitbetaald vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de ambtenaar in het geheel geen dienst heeft verricht, tenzij het niet verrichten van de dienst het gevolg is van vakantieverlof of ziekte voor zover het de eerste vier weken van de ziekte betreft. De uitbetaling wordt hervat in de kalendermaand volgend op die waarin de ambtenaar zijn dienst heeft hervat.
|
||||
|
||||
**7.** De ambtenaar die een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangt, kan geen representatiekosten declareren.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Aan de ambtenaar die geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangt, of de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die kosten voor representatieve activiteiten heeft gemaakt, die niet zijn genoemd in het tweede lid, kunnen daadwerkelijk gemaakte representatiekosten geheel of gedeeltelijk worden vergoed, indien:
|
||||
|
||||
a. het onderhouden van externe contacten en het verrichten van representatieve activiteiten plaatsvindt met voorafgaande toestemming van of in opdracht van het bevoegd gezag;
|
||||
b. de declaratie van representatiekosten is ingediend binnen zes maanden na de kalendermaand waarin de kosten zijn gemaakt, en
|
||||
c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het bedrag, bedoeld in artikel 68a, derde lid, onder a, van het ARAR, door Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst wordt aangepast, is die aanpassing van overeenkomstige toepassing op het bedrag, bedoeld in het derde lid, onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloosstellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen.
|
||||
|
|
@ -1993,7 +2081,7 @@ Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd zonder toestemming van het be
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum, overeenkomstig de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 79, eerste lid, van het ARAR te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 99 of 104, eerste lid, onder e, wordt een diensttijdgratificatie toegekend, indien binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. De diensttijdgratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. De berekeningsgrondslag van de gratificatie wordt bij een ontslag op grond van artikel 104, eerste lid, onder e, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal uren waarvoor de ambtenaar ontslag is verleend en de noemer met het aantal uren waarvoor hij voorafgaand aan het ontslag was aangesteld.
|
||||
**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 99 of 104, eerste lid, onder e, wordt een diensttijdgratificatie toegekend, indien binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. De diensttijdgratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XIIa. Melden van een misstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -2837,7 +2925,11 @@ Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de
|
|||
|
||||
### Artikel 149g
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 66, eerste lid, die voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van (...) tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met de harmonisatie van enkele secundaire arbeidsvoorwaarden Rijk en het herstel van enkele technische omissies (Stb. 2013, nr. 000) is aangewezen om tevens werkzaam te zijn als bedrijfshulpverlener, ontvangt eenmalig een compensatievergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** De compensatievergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tweemaal het positieve verschil tussen de vergoeding, bedoeld in artikel 66, eerste lid, op jaarbasis van het jaar voor inwerkingtreding en de vergoeding op jaarbasis van het jaar na inwerkingtreding van genoemd besluit.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar op het moment van inwerkingtreding van genoemd besluit, korter dan één jaar als bedrijfshulpverlener is aangewezen, wordt het verschil, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met de breuk van het aantal maanden dat hij is aangewezen als bedrijfshulpverlener in de teller en twaalf in de noemer.
|
||||
|
||||
### Artikel 150
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue