2012-01-01 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994
This commit is contained in:
parent
4bc0c99e25
commit
aed1b33655
1 changed files with 4 additions and 2 deletions
|
|
@ -570,6 +570,8 @@ c. de opleiding van verkeersbrigadiers;
|
|||
d. de aanstelling van verkeersregelaars, de verlenging en intrekking van die aanstelling, de afgifte van het bevoegdheidsbewijs aan verkeersregelaars, de schorsing van de aanstelling van verkeersregelaars in gevallen waarin het verkeer in gevaar is of kan worden gebracht, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;
|
||||
e. de uitrusting, de verzekering, de wijze en plaats van taakuitoefening, en het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers.
|
||||
|
||||
**4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot aanstelling tot verkeersregelaar en verlenging van die aanstelling als bedoeld in het derde lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld betreffende het gedrag van verkeersdeelnemers.
|
||||
|
|
@ -904,7 +906,7 @@ Voor overtreding van het eerste tot en met vijfde lid zijn aansprakelijk:
|
|||
a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder die het motorrijtuig op de weg laat staan of daarmee over de weg laat rijden, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, en
|
||||
b. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder die de aanhangwagen op de weg laat staan of deze met een motorrijtuig over de weg laat voortbewegen, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig.
|
||||
|
||||
**7.** De in het derde lid, onderdeel *a*, bedoelde eisen kunnen mede dienstbaar zijn aan de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting. Op het kentekenbewijs wordt in ieder geval het verschuldigde bedrag van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen vermeld.
|
||||
**7.** De in het derde lid, onderdeel *a*, bedoelde eisen kunnen mede dienstbaar zijn aan de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1895,7 +1897,7 @@ Indien in de bouw of inrichting van een voertuig dat ingevolge hoofdstuk III tot
|
|||
|
||||
**1.** De erkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Deze eisen betreffen onder meer de organisatie van de aanvrager alsmede het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden verricht, alsmede de voor de werkzaamheden benodigde apparatuur. Ten aanzien van de voor de werkzaamheden benodigde apparatuur kan bij die ministeriële regeling de eis worden gesteld dat die apparatuur is goedgekeurd door een door Onze Minister aan te wijzen keuringsinstelling en met de in die regeling vast te stellen periodiciteit is onderzocht door deze keuringsinstelling dan wel door een door deze keuringsinstelling erkende onderzoeksgerechtigde en kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot de erkenning van onderzoeksgerechtigden. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat middelen die worden gebruikt om deze apparatuur voor gebruik geschikt te maken zijn gecertificeerd door een door die keuringsinstelling erkende instelling en kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot die erkenning.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning.
|
||||
**2.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag tot erkenning. Bij ministeriele regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning.
|
||||
|
||||
**3.** De erkenning wordt geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning op grond van artikel 103, tweede lid, is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel van zes maanden ingeval reeds twee of meer malen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue