2011-01-01 | BWBR0026054 | Wet investeren in jongeren
This commit is contained in:
parent
3b9350e2e2
commit
aed3e34fa0
1 changed files with 55 additions and 38 deletions
|
|
@ -24,7 +24,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
2°. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is;
|
||||
– *Onze Minister:* Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
– *Sociale verzekeringsbank:* de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– *Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
– *Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– *vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,7 +85,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
2°. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
|
||||
3°. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
|
||||
– *kind:* het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 17 en 35, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
|
||||
– *ten laste komend kind:* het kind voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
|
||||
– *ten laste komend kind:* het kind voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn;
|
||||
– *zelfstandige:* de persoon die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:
|
||||
|
||||
1°. voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan;
|
||||
|
|
@ -116,16 +117,12 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *inkomen:* inkomen als bedoeld in de artikelen 32, eerste en tweede lid, en 33, eerste tot en met derde lid, van de Wet werk en bijstand;
|
||||
– *middelen:* middelen als bedoeld in artikel 31 van de Wet werk en bijstand, met dien verstande dat de onderdelen c, j, k en n, van het tweede lid van dat artikel niet van toepassing zijn.
|
||||
– *vermogen:* vermogen als bedoeld in artikel 34, eerste tot en met derde lid, van de Wet werk en bijstand.
|
||||
|
||||
**2.** In het eerste lid wordt in de definitie van «middelen» tot 1 januari 2011 in plaats van «k en n» gelezen: k en o.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
|
@ -282,9 +279,10 @@ Geen recht op een werkleeraanbod heeft de jongere, die:
|
|||
|
||||
a. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt;
|
||||
b. rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
c. zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
|
||||
d. onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet;
|
||||
e. een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand.
|
||||
c. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
d. zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
|
||||
e. onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet;
|
||||
f. een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de jongere die een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen b, c of d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,15 +320,15 @@ b. de inkomensvoorziening in natura verstrekken.
|
|||
|
||||
Voor een jongere die alleenstaande is, is de norm per kalendermaand:
|
||||
|
||||
a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 220,01per 1 juli 2010: € 225,35;
|
||||
b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 636,69 per 1 juli 2010: € 652,19.
|
||||
a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 220,01per 1 januari 2011: € 227,00;
|
||||
b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 636,69 per 1 januari 2011: € 656,93.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Voor een jongere die alleenstaande ouder is, is de norm per kalendermaand:
|
||||
|
||||
a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 474,68 per 1 juli 2010: € 486,22;
|
||||
b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 891,36 per 1 juli 2010: € 913,06.
|
||||
a. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt: € 474,68 per 1 januari 2011: € 489,77;
|
||||
b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevindt: € 891,36 per 1 januari 2011: € 919,70.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -338,17 +336,17 @@ b. indien hij zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 26 jaar bevin
|
|||
|
||||
Voor jongeren die gehuwd zijn en geen te hunnen laste komende kinderen hebben, is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 440,02 per 1 juli 2010: € 450,70;
|
||||
b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 856,70 per 1 juli 2010: € 877,53;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per 13 juli 2010 met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2010: € 1304,37..
|
||||
a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 440,02 per 1 januari 2011: € 454,00;
|
||||
b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 856,70 per 1 januari 2011: € 883,93;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per januari 2011: € 1.313,85..
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor jongeren die gehuwd zijn en een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben, is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 694,69 per 1 juli 2010: € 711,57;
|
||||
b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 1 111,37 per 1 juli 2010: € 1.138,41;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per 13 juli 2010 met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2010: € 1304,37..
|
||||
a. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevinden: € 694,69 per januari 2011: € 716,77;
|
||||
b. gehuwden waarvan een echtgenoot zich in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar bevindt en de andere zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevindt: € 1 111,37 per januari 2011: € 1.146,70;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot en met 26 jaar bevinden: € 1 273,37 per januari 2011: € 1.313,85..
|
||||
|
||||
**3.** Indien een van de gehuwden geen recht op inkomensvoorziening heeft, is voor de rechthebbende echtgenoot de norm gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of als alleenstaande ouder zou gelden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -365,15 +363,15 @@ b. de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, indien de jongste echtgenoot
|
|||
|
||||
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een jongere die alleenstaande of een alleenstaande ouder is: € 283,55 per 1 juli 2010: € 290,45;
|
||||
b. jongeren die gehuwd zijn: € 441,04 per 1 juli 2010: € 451,76.
|
||||
a. een jongere die alleenstaande of een alleenstaande ouder is: € 283,55 per 1 januari 2011: € 292,57;
|
||||
b. jongeren die gehuwd zijn: € 441,04 per 1 januari 2011: € 455,06.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder met € 54,00 per 1 januari 2010: € 44,00;
|
||||
b. voor gehuwden met € 77,00 per 1 januari 2010: € 81,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder met € 54,00 per 1 januari 2011: € 45,00;
|
||||
b. voor gehuwden met € 77,00 per 1 januari 2011: € 83,00.
|
||||
|
||||
**3.** Indien beide gehuwden recht op inkomensvoorziening hebben en een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm voor beide gehuwden de som van de norm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de op de andere echtgenoot van toepassing zijnde norm, bedoeld in de artikelen 26 en 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -381,7 +379,7 @@ b. voor gehuwden met € 77,00 per 1 januari 2010: € 81,00.
|
|||
|
||||
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in de artikelen 26, onderdeel b, en 27, onderdeel b, met een toeslag voor zover de jongere hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
|
||||
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 juli 2010: € 260,87 per kalendermaand.
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 254,67 per 1 januari 2011: € 262,77 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -533,13 +531,14 @@ d. indien de jongere wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arb
|
|||
e. indien de jongere per kalenderjaar langer dan dertien weken verblijf houdt buiten Nederland, dan wel een aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland;
|
||||
f. indien het werkleeraanbod op grond van artikel 21 is ingetrokken, tenzij het werkleeraanbod is ingetrokken uitsluitend omdat het college van oordeel is dat om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet kan worden gevergd dat de jongere uitvoering geeft aan het werkleeraanbod;
|
||||
g. indien de jongere rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
h. indien de jongere zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
|
||||
i. gedurende de periode dat het recht op een werkleeraanbod is opgeschort;
|
||||
j. indien de jongere 18, 19 of 20 jaar is en in een inrichting verblijft;
|
||||
k. indien de jongere een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of indien hij is gehuwd met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
|
||||
l. indien de jongere onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of indien de jongere gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de jongere alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
|
||||
m. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand;
|
||||
n. indien de jongere van het werkleeraanbod is uitgesloten op grond van artikel 22.
|
||||
h. indien de jongere zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
i. indien de jongere zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
|
||||
j. gedurende de periode dat het recht op een werkleeraanbod is opgeschort;
|
||||
k. indien de jongere 18, 19 of 20 jaar is en in een inrichting verblijft;
|
||||
l. indien de jongere een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of indien hij is gehuwd met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
|
||||
m. indien de jongere onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of indien de jongere gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de jongere alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
|
||||
n. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand;
|
||||
o. indien de jongere van het werkleeraanbod is uitgesloten op grond van artikel 22.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -632,12 +631,13 @@ e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, st
|
|||
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding;
|
||||
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
|
||||
i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet inburgering;
|
||||
i. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel, voor zover het betreft het onderwijs of onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
j. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende de omvang van de productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de agrarische sector;
|
||||
k. Onze Minister van Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
k. Onze Minister van Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
l. de instanties en personen die woonruimte verhuren;
|
||||
m. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren;
|
||||
n. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen.
|
||||
n. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
|
||||
o. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie betreffende de toepassing van de Wet inburgering.
|
||||
|
||||
**2.** Het vragen door het college en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen kan geschieden door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.
|
||||
|
||||
|
|
@ -655,7 +655,7 @@ b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat r
|
|||
|
||||
**5.** De in het eerste lid en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste lid, onderdeel *a* tot en met *k*, genoemde instanties treffen desgevraagd met het college en met het Inlichtingenbureau een regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
|
||||
**6.** De in het eerste lid, onderdeel a tot en met k, genoemde instanties treffen desgevraagd met het college en met het Inlichtingenbureau een regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid bedoelde regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -665,7 +665,7 @@ b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat r
|
|||
|
||||
**10.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het achtste lid, kan tevens worden bepaald dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met opsporingsbevoegdheid.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister van Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen, onverwijld en kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen, die van invloed kunnen zijn op het recht op een werkleeraanbod of een inkomensvoorziening, aan het college, of, indien het college aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake doen van een werkleeraanbod of het verstrekken van een inkomensvoorziening, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, door tussenkomst van het Inlichtingenbureau, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
**11.** Onze Minister van Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, onverwijld en kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen, die van invloed kunnen zijn op het recht op een werkleeraanbod of een inkomensvoorziening, aan het college, of, indien het college aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake doen van een werkleeraanbod of het verstrekken van een inkomensvoorziening, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, door tussenkomst van het Inlichtingenbureau, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
|
|
@ -675,12 +675,13 @@ Onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, is het college bevoegd ui
|
|||
|
||||
a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 en de Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van artikel 1, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
|
||||
f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
h. de Informatie Beheer Groep voor de uitvoering van de Wet inburgering.
|
||||
h. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie voor de uitvoering van de Wet inburgering;
|
||||
i. Onze Minister van Justitie in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Het verstrekken door het college aan de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde gegevens kan geschieden door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.
|
||||
|
||||
|
|
@ -765,6 +766,14 @@ b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van h
|
|||
|
||||
**6.** Terugvordering van kosten van de inkomensvoorziening, bedoeld in de artikelen 54 en 55, is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen omschreven in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 56a
|
||||
|
||||
**1.** Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden teruggevorderd algemene bijstand, inkomensvoorziening of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt van het college van een andere gemeente dan het college dat de kosten van inkomensvoorziening terugvordert, betaalt het college van die andere gemeente, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, het bedrag van de terugvordering uit de algemene bijstand, de inkomensvoorziening of de uitkering op verzoek aan het college dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg of de Toeslagenwet of inkomensondersteuning ontvangt op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de terugvordering uit de uitkering of de inkomensondersteuning op verzoek aan het college dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene van wie de kosten van inkomensvoorziening worden teruggevorderd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet betaalt de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de terugvordering uit de uitkering op verzoek aan het college dat de kosten van de inkomensvoorziening terugvordert.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Op verhaal van kosten van de inkomensvoorziening is paragraaf 6.5 van de Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
@ -901,6 +910,14 @@ c. op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand o
|
|||
|
||||
**4.** Artikel 7, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van het bij Koninklijke boodschap van 10 december 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de Wet investeren in jongeren en enkele andere wetten ter verduidelijking en verbetering van enige punten (Kamerstukken 32 260) nadat dat tot wet is verheven, blijft tot en met die dag van toepassing met betrekking tot inkomen uit studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten dat minder bedraagt dan het op grond van artikel 7, eerste lid, in aanmerking te nemen inkomen uit die bronnen.
|
||||
|
||||
### Artikel 86a
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de jongere wiens recht op een werkleeraanbod voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011, al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011, en eindigt het recht op een werkleeraanbod in afwijking van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de jongere wiens recht op inkomensvoorziening voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ab, van de Verzamelwet SZW 2011, al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 42, eerste lid, onderdeel h, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ab, van de Verzamelwet SZW 2011, en eindigt het recht op inkomensvoorziening in afwijking van artikel 42, eerste lid, onderdeel h, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan het college, nadat het gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met deze aanwijzing.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue