2020-10-25 | BWBR0029672 | Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

This commit is contained in:
Coornhert 2020-10-25 12:00:00 +00:00
parent 16b4801e3b
commit aee2edc877

View file

@ -21,7 +21,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
b. *energie:* alle vormen van energieproducten, brandstoffen, warmte, hernieuwbare energie, elektriciteit of elke andere vorm van energie;
c. *koudenet:* geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van koude, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een gebouw of werk van een verbruiker of van een beheerder van een koudenet en strekken tot toe- of afvoer van koude ten behoeve van dat gebouw of werk;
d. *warmte:* warm water bestemd voor ruimteverwarming en warm tapwater bestemd voor huishoudelijke doeleinden;
d. *warmte:* thermische energie die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van transport van water;
e. *koude:* koud water bestemd voor ruimtekoeling;
f. *eindafnemer:* een natuurlijke persoon of rechtspersoon die energie koopt voor eigen eindgebruik;
g. *energiegerelateerd product:* een in de Europese Unie in de handel gebrachte of in gebruik genomen zaak die tijdens het gebruik een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in onder deze wet vallende energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
@ -31,14 +31,7 @@ h. *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in
### Artikel 2
**1.**
Een beheerder van een koudenet heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan eindafnemers een individuele meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik van koude kan weergeven en die informatie kan geven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:
a. een eindafnemer hierom vraagt, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of financieel niet redelijk is;
b. een bestaande meter wordt vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of niet kostenefficiënt is in verhouding tot de geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
c. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
d. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
**1.** Een beheerder van een koudenet heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan een eindafnemer een individuele meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik van koude kan weergeven.
**2.**
@ -49,19 +42,27 @@ b. de tarieven voor de koop of het gebruik van een meetinrichting als bedoeld in
**3.** Een beheerder van een koudenet voorziet in een transparante, eenvoudige en goedkope procedure voor de behandeling van klachten van eindafnemers over de betrouwbaarheid van de meetinrichting.
**4.** Indien een meetrichting die op afstand uitleesbaar is door een beheerder van een koudenet aan een eindafnemer ter beschikking wordt gesteld, kan die eindafnemer deze meter weigeren. In dat geval wordt door een beheerder van een koudenet een niet op afstand uitleesbare meter ter beschikking gesteld.
**4.** Indien een meetinrichting wordt geïnstalleerd, is deze op afstand uitleesbaar.
**5.** Een beheerder van een koudenet leest meetgegevens van een eindafnemer, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, niet op afstand uit indien de eindafnemer hierom verzoekt.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de eisen waaraan een meetinrichting ten minste voldoet, waarbij ten aanzien van meetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn in ieder geval regels worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van meetgegevens.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een op afstand uitleesbare meetinrichting ten minste voldoet, waarbij in ieder geval regels worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van meetgegevens.
**7.** Een beheerder van een koudenet installeert een meter bij het leveringspunt.
**8.** Waar dat technisch haalbaar of kostenefficiënt is installeert een beheerder van een koudenet tevens een individuele meter om het koudeverbruik te meten in iedere eenheid in een appartementengebouw of iedere eenheid in een multifunctioneel gebouw die koude ontvangt uit een koudenet.
**8.** Waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is installeert een beheerder van een koudenet tevens een individuele meter om het koudeverbruik te meten in iedere eenheid in een appartementengebouw of iedere eenheid in een multifunctioneel gebouw die koude ontvangt uit een koudenet.
**9.** Als de installatie van een individuele meter niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is, installeert een beheerder van een koudenet waar dat kostenefficiënt is individuele kostenverdelers.
**9.**
**10.** Als de installatie van individuele kostenverdelers niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is, hanteert een beheerder van een koudenet een andere kostenefficiënte methode voor de meting van het koudeverbruik.
De installatie van een individuele meter om het koudeverbruik te meten als bedoeld in het achtste lid is in elk geval technisch haalbaar en kostenefficiënt indien:
a. een bestaande meter wordt vervangen;
b. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
c. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald in welke andere situaties de installatie van een individuele meter om het koudeverbruik te meten technisch haalbaar of kostenefficiënt is.
**10.** In een appartementengebouw of in een multifunctioneel gebouw baseert de beheerder van een koudenet de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten op het verbruik in zijn eenheid en indien van toepassing de kosten voor verbruik van gemeenschappelijke ruimten.
### Artikel 3
@ -95,15 +96,65 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de informatie die
**1.**
De artikelen 2, eerste, tweede en zesde lid, 4 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elektriciteit, gas en warmte, met dien verstande dat voor dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
De artikelen 2, tweede en zesde lid, 4 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elektriciteit en gas, met dien verstande dat voor dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *beheerder van een elektriciteitsnet:* de netbeheerder, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998;
b. *beheerder van een gasnet:* de netbeheerder, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Gaswet;
c. *eindafnemer van elektriciteit:* een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;
d. *eindafnemer van gas:* een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet;
e. *eindafnemer van warmte:* een persoon die warmte afneemt van een warmtenet en een aansluiting heeft die groter is dan 100 kW.
d. *eindafnemer van gas:* een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet.
**2.** Artikel 2, zevende tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van warmte, voor zover die aan een aansluiting wordt geleverd die groter is dan 100 kW, met dien verstande dat in artikel 2, zevende lid, in plaats van leveringspunt, warmtewisselaar wordt gelezen.
**2.**
Een beheerder van een elektriciteitsnet en een beheerder van een gasnet hebben tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan een eindafnemer van elektriciteit en een eindafnemer van gas een individuele meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik kan weergeven en die informatie kan weergeven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:
a. een eindafnemer hierom vraagt, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of financieel niet redelijk is;
b. een bestaande meter wordt vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of niet kostenefficiënt is in verhouding tot de geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
c. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
d. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
### Artikel 6a
**1.**
In dit artikel wordt verstaan onder:
a. *eindafnemer van warmte:* een eindafnemer, niet zijnde een verbruiker als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet;
b. *leverancier van warmte:* een leverancier als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet.
**2.** Een leverancier van warmte heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan een eindafnemer een individuele meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik van warmte kan weergeven.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de eisen waaraan een meetinrichting als bedoeld in het eerste lid ten minste voldoet;
b. de tarieven voor de koop of het gebruik van een meetinrichting als bedoeld in het eerste lid.
**4.** Indien een meetinrichting wordt geïnstalleerd, is deze op afstand uitleesbaar.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een op afstand uitleesbare meetinrichting ten minste voldoet, waarbij in ieder geval regels worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van meetgegevens.
**6.** Een leverancier van warmte installeert een meter bij de afleverset voor warmte.
**7.** Waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is installeert een leverancier van warmte tevens een individuele meter om het warmteverbruik te meten in iedere eenheid in een appartementengebouw of iedere eenheid in een multifunctioneel gebouw die warmte ontvangt uit een warmtenet.
**8.** Als de installatie van een individuele meter niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is, installeert een leverancier van warmte waar dat kostenefficiënt is individuele kostenverdelers.
**9.** Als de installatie van individuele kostenverdelers niet kostenefficiënt is, hanteert een leverancier van warmte een andere kostenefficiënte methode voor de meting van het warmteverbruik.
**10.**
De installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten als bedoeld in het zevende tot en met negende lid is in elk geval technisch haalbaar en kostenefficiënt indien:
a. een bestaande meter wordt vervangen;
b. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
c. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald in welke andere situaties de installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten technisch haalbaar of kostenefficiënt is, onderscheidenlijk installatie van individuele kostenverdelers kostenefficiënt is.
**11.** In een appartementengebouw of in een multifunctioneel gebouw baseert de leverancier van warmte de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten op het verbruik in zijn eenheid en indien van toepassing worden de kosten voor verbruik van gemeenschappelijke ruimten verdeeld.
**12.** Artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op eindafnemers als bedoeld in het eerste lid.
### Paragraaf 6. Monitoring
@ -261,7 +312,7 @@ Voor zover energiegerelateerde producten bij of krachtens titel 9.4 van de Wet m
### Artikel 19
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6 en 7, derde lid, is belast de Autoriteit Consument en Markt.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 6a en 7, derde lid, is belast de Autoriteit Consument en Markt.
### Artikel 20
@ -269,11 +320,11 @@ Vervallen
### Artikel 21
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen terzake van overtreding van het bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6 en 7, derde lid, bepaalde.
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen terzake van overtreding van het bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 6a en 7, derde lid, bepaalde.
### Artikel 22
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6 en 7, derde lid, bepaalde, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bij of krachtens de artikelen 2, 4, 5, 6, 6a en 7, derde lid, bepaalde, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
**2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
@ -343,6 +394,26 @@ b. de desbetreffende groep of een deel daarvan niet mag worden afgeleverd alvore
c. in de bij het besluit aangewezen gevallen er geen sprake is van een strafbaar feit wegens overtreding van het krachtens de artikelen 10 en 13 bepaalde;
d. de desbetreffende groep niet in de handel mag worden gebracht, uit de handel wordt genomen, of niet in gebruik genomen mag worden.
### Artikel 33a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 33b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 33c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 33d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 33e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
### Artikel 34
@ -377,6 +448,12 @@ Wijzigt de Wet energiebesparing toestellen.
Wijzigt deze wet.
### Artikel 39a
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komen artikelen 2, vierde lid, en 6a, vierde lid, te luiden:
Meetinrichtingen zijn op afstand uitleesbaar, tenzij dit niet kostenefficiënt is.
### Artikel 40
Na de inwerkingtreding van deze wet berust:
@ -391,7 +468,7 @@ g. het Kaderbesluit etikettering energiegebruik huishoudelijke apparatuur op de
### Artikel 41
Indien artikel IV, eerste lid, van het bij koninklijke boodschap van 9 februari 2007 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet energiebesparing toestellen en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad (Implementatiewet EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten) (Kamerstukken II 2006/07, 30 958, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt voor het tijdstip waarop artikel 10 van deze wet in werking treedt, berust op het tijdstip waarop artikel 10 van deze wet in werking treedt:
Indien artikel IV, eerste lid, van het bij koninklijke boodschap van 9 februari 2007 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet energiebesparing toestellen en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad (Implementatiewet EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten) (Kamerstukken II 2006/07, 30 958, nr. 2) tot wet wordt verheven en in werking treedt voor het tijdstip waarop artikel 10 van deze wet in werking treedt, berust op het tijdstip waarop artikel 10 van deze wet in werking treedt:
a. het Besluit energie-efficiëntienormen koel- en vriesapparatuur op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet en artikel 9.4.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
b. het Besluit energierendementseisen voorschakelapparaten voor fluorescentielampen op de artikelen 10, 13 en 18 van deze wet en artikel 9.4.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer;