diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md index b58be8307f2..fc8466ea928 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md @@ -61,8 +61,8 @@ c. de datum waarop die installatie is ingebouwd in het motorrijtuig. Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt toepassing indien: -a. de personenauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de in de achterste stand geplaatste zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm; -b. de personenauto is voorzien van: +a. de personenauto een binnenruimte heeft, gesitueerd achter de in de achterste stand geplaatste zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm; +b. de binnenruimte is voorzien van: – minimaal twee vaste zitplaatsen, eventueel in de vorm van draaibare zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder; – een vaste tafel, eventueel zodanig bevestigd dat deze eenvoudig kan worden verwijderd; @@ -76,7 +76,7 @@ c. de slaapaccommodatie, bedoeld in onderdeel b, derde aandachtsstreepje, voldoe **2.** In afwijking van het eerste lid vindt artikel 23a, eerste lid, van de wet mede toepassing, indien de binnenruimte van de personenauto geen hoogte van 170 cm maar wel van ten minste 130 cm heeft, en het dak is voorzien van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van ten minste 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm. -**3.** Indien aan de binnenkant van de in het eerste en tweede lid bedoelde ruimte materialen zijn aangebracht tegen de wanden, de vloer of het plafond, wordt voor de beoordeling van de vraag of wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid genoemde maten uitgegaan van de aldus verkleinde ruimte. +**3.** Indien aan de binnenkant van de in het eerste en tweede lid bedoelde binnenruimte materialen zijn aangebracht tegen de wanden, de vloer of het plafond, wordt voor de beoordeling van de vraag of wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid genoemde maten uitgegaan van de aldus verkleinde binnenruimte. **4.** De toepassing van artikel 23a van de wet vindt plaats op verzoek. @@ -108,7 +108,7 @@ a. bij het verzoek worden overgelegd: – een afschrift van de kentekencard of van de delen I en II, de delen I en I B of deel I A en B van het kentekenbewijs dat ingevolge artikel 36, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven voor de bestelauto; en b. de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het in artikel 24a, eerste lid, van de wet bedoelde vervoer, alsmede voor het persoonlijk gebruik, gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen, van de gehandicapte en, in geval dit een ander is, van de houder van de bestelauto. -**3.** Indien artikel 24a van de wet reeds wordt toegepast voor een andere bestelauto ten behoeve van de gehandicapte, wordt in het verzoek vermeld vanaf welke datum de bestelauto waarop het verzoek betrekking heeft die andere bestelauto vervangt voor het in artikel 24a, eerste lid, van de wet bedoelde vervoer. +**3.** Indien artikel 24a van de wet reeds wordt toegepast voor een andere bestelauto ten behoeve van de gehandicapte en die andere bestelauto wordt vervangen, wordt in het verzoek vermeld vanaf welke datum de bestelauto waarop het verzoek betrekking heeft die andere bestelauto vervangt voor het in artikel 24a, eerste lid, van de wet bedoelde vervoer. **4.** De beschikking, bedoeld in artikel 24a, zevende lid, van de wet, werkt terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend, tenzij in de beschikking anders is bepaald. @@ -116,6 +116,8 @@ b. de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het in artikel 24a, eerste lid, **6.** Indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor de toepassing van artikel 24a van de wet, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in artikel 17, tweede lid, of artikel 24a, vierde lid, van de wet, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop niet langer aan de voorwaarden en beperkingen van artikel 24a van de wet wordt voldaan. +**7.** In afwijking van het eerste lid kan artikel 24a van de wet voor twee bestelauto’s worden toegepast, indien naar het oordeel van de inspecteur in het belang van de gehandicapte redelijkerwijs niet kan worden volstaan met het toepassen van artikel 24a van de wet voor één bestelauto. + ### Artikel 5b **1.** Artikel 25*b* van de wet vindt toepassing voor een motorrijtuig dat wordt gebruikt in de uitoefening van de detailhandel en dat is voorzien van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte die blijvend is ingericht als winkel en uitsluitend als zodanig wordt gebruikt, indien met het motorrijtuig niet wordt gereden op autowegen en autosnelwegen.