2009-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet
This commit is contained in:
parent
80ba5754b1
commit
aefe01281b
1 changed files with 20 additions and 18 deletions
|
|
@ -25,8 +25,8 @@ c. huurder: persoon die zijn hoofdverblijf heeft in:
|
|||
1º. een door hem gehuurde woning, daaronder begrepen een woonwagen, tenzij de overeenkomst van huur en verhuur een gebruik van de woning betreft dat naar zijn aard slechts van korte duur is; of
|
||||
2º. een krachtens de Huisvestingswet gevorderde en toegewezen woning.
|
||||
d. huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning;
|
||||
e. huurtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder j, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het huren van een woning;
|
||||
f. onderhuurder: persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
e. huurtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het huren van een woning;
|
||||
f. onderhuurder: persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
g. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
|
||||
h. rekenhuur: de rekenhuur, bedoeld in artikel 5;
|
||||
i. rekeninkomen: de gezamenlijke toetsingsinkomens, bedoeld in artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in artikel 7 van die wet;
|
||||
|
|
@ -185,12 +185,12 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa
|
|||
|
||||
Het norminkomen bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 16 948,69 per 1 januari 2008: € 20 600 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 22 711,70 per 1 januari 2008: € € 27 950 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 15 042,81 per 1 januari 2008: € 18 331,86 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 19 625,99 per 1 januari 2008: € 24 266,93 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
a. € 16 948,69 per 1 januari 2009: € 20 975 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 22 711,70 per 1 januari 2009: € 28 475 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 15 042,81 per 1 januari 2009: € 18 678,34 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 19 625,99 per 1 januari 2009: € 24 725,58 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag.
|
||||
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,8 +221,8 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het bere
|
|||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, zoals die bedragen naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zullen luiden, verhoogd met € 313;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, verhoogd met € 251;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 1675;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 1050.
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 340;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet, per kalenderjaar, zoals die tegemoetkoming naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en verder vermeerderd met € 2 512.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 166,08 per 1 juli 2008: € 187,81.
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,14 +241,16 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
|||
|
||||
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2008: € 21 100;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2008: € 27 150;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2008: € 19 300;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2008: € 25 075.
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2009: € 21 925;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2009: € 28 400;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2009: € 20 725;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2009: € 27 825.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2008: € 381,85.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2008: € 381,85.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met:
|
||||
|
||||
|
|
@ -257,7 +259,7 @@ b. € 2,27 als sprake is van een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
|||
c. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonshuishouden en
|
||||
d. € 4,54 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
|
||||
**5.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -376,7 +378,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Met ingang van 1 juli van elk jaar worden aangepast aan de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van dat jaar tot 1 juli van het daaropvolgende jaar zal plaatsvinden:
|
||||
|
||||
a. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 17, tweede lid, (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur) en 18, tweede lid, (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij algemene maatregel van bestuur, en
|
||||
a. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 17, tweede lid, (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur) en 18, derde lid, (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij algemene maatregel van bestuur, en
|
||||
b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b, (maximale huurgrens) en 20, eerste en tweede lid, (kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens), bij ministeriële regeling.
|
||||
|
||||
Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikkeling op 1 juli van het voorafgaande jaar afweek van de verwachting waarvan werd uitgegaan bij de eerdere aanpassing van deze bedragen.
|
||||
|
|
@ -395,7 +397,7 @@ Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikke
|
|||
|
||||
**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, alsmede de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de onderscheiden typen huishouden alsdan gewijzigde factoren, bedoeld in dat artikellid, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, vierde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue