diff --git a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md index db558bd142c..388d0acc496 100644 --- a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md +++ b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md @@ -222,40 +222,15 @@ d. een opgave van referenten. ### Artikel 2a -**1.** Het dagelijks beleid van de houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet voor het als tussenpersoon verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een publiekslening, wordt bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de houder. Indien binnen de houder van de ontheffing een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht. - -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder publiekslening verstaan: het anders dan in de uitoefening van het bedrijf van bank en anders dan door het aanbieden van effecten aantrekken of ter beschikking krijgen van opvorderbare gelden van het publiek voor een specifiek bestedingsdoel dat voorafgaand aan het publiek is medegedeeld. +Vervallen ### Artikel 2b -**1.** - -De houder van een ontheffing, bedoeld in artikel 2a: - -a. voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt; -b. is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de houder; -c. richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt; en -d. draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van personen, waarvoor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, van de wet worden verricht. - -**2.** - -Het beleid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: - -a. is erop gericht dat wordt tegengegaan dat de houder of zijn werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de houder of in de financiële markten kunnen schaden; en -b. waarborgt dat de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de houder rechtstreeks bezighouden met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2a, eerste lid buiten twijfel staat, waarbij een persoon als betrouwbaar wordt gezien indien die persoon een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan overleggen, en hij niet failliet is verklaard, tenzij rehabilitatie als bedoeld in artikel 212 van de Faillissementswet heeft plaatsgevonden. - -**3.** - -Als onderdeel van de beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, stelt de houder: - -a. de Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis omtrent incidenten; en -b. procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten die in ieder geval waarborgen dat naar aanleiding van een incident passende maatregelen worden genomen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. - -**4.** Als onderdeel van de adequate behandeling van klachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, beschikt de houder over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten. +Vervallen ### Artikel 2c -De aanvrager van een ontheffing als bedoeld in artikel 2a toont aan dat zal worden voldaan aan de artikelen 2a en 2b. Artikel 38 van het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft is van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het eerste lid, onderdelen e, h, voor zover betrekking hebbend op de vakbekwaamheid van de werknemers, i en m, het tweede lid, onderdeel b, het derde lid, vierde en zesde lid van dat artikel. +Vervallen ### Artikel 3 @@ -265,17 +240,11 @@ De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet: a. informeert, alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het als tussenpersoon verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden zijn wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst; b. meldt aan de Autoriteit Financiële Markten iedere wijzing in de gegevens die eerder door hemzelf of door een financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge artikel 2 gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid. De houder meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen; -c. meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid; en -d. meldt, indien artikel 2a op de houder van toepassing is, aan de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken schriftelijk een wijziging in: - -1°. zijn naam en adres; -2°. zijn rechtsvorm; -3°. indien hij een rechtspersoon is: zijn statutaire zetel, statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen; -4°. indien hij is ingeschreven in het handelsregister: het nummer van de inschrijving. +c. meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid. **2.** -De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat en indien artikel 2a op de houder van toepassing is, deze persoon geschikt is. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid en geschiktheid: +De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid: a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding. @@ -5018,14 +4987,7 @@ c. provisies voor het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in de onderd 2°. de provisie de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten goede komt als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de gedelegeerde uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 en wordt voldaan aan artikel 11, vierde lid, van die gedelegeerde uitvoeringsrichtlijn; en 3°. de provisie niet leidt tot belangenconflicten en geen afbreuk doet aan de verplichting van de beleggingsonderneming om zich in te zetten voor de belangen van de niet-professionele belegger; d. provisies die worden verschaft door een beleggingsonderneming aan een door die beleggingsonderneming met inachtneming van artikel 2:97, vijfde lid, van de wet aangemelde verbonden agent dan wel provisies die door die verbonden agent aan de betrokken beleggingsonderneming worden verschaft; -e. kleine niet-geldelijke provisies mits de belegger hierover duidelijk is geïnformeerd voordat de desbetreffende dienst wordt verleend; -f. provisies voor het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, indien: - -1°. de beleggingsdienst betrekking heeft op een effect als bedoeld in de onderdelen a of b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, dat is uitgegeven in het kader van een publieksinvestering; -2°. het effect, bedoeld in onderdeel f, onder 1°, door een uitgevende instelling wordt aangeboden aan het publiek; -3°. wordt voldaan aan hetgeen is bepaald onder 1° en 2° van onderdeel c; -4°. er met betrekking tot het effect, bedoeld onder 1°, geen beleggingsdiensten worden verleend als bedoeld in de onderdelen b, c, en d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet; en -5°. de beleggingsonderneming de Autoriteit Financiële Markten in kennis heeft gesteld van het voornemen om beleggingsdiensten als bedoeld in dit onderdeel te verlenen. +e. kleine niet-geldelijke provisies mits de belegger hierover duidelijk is geïnformeerd voordat de desbetreffende dienst wordt verleend. **3.** @@ -5040,16 +5002,9 @@ b. een proefperiode met betrekking tot onderzoek op beleggingsgebied indien: 4°. de proefperiode niet binnen twaalf maanden aanvangt na afloop van een eerder afgesloten contract of een eerder overeengekomen proefperiode bij dezelfde aanbieder van onderzoeken op beleggingsgebied; en 5°. geen geldelijke of niet-geldelijke verplichtingen verbonden zijn aan de proefperiode. -**4.** +**4.** Indien onderzoek op beleggingsgebied voldoet aan artikel 13 van de gedelegeerde uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 kwalificeert het onderzoek niet als provisie. -Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel f, wordt onder publieksinvestering verstaan: het anders dan in de uitoefening van het bedrijf van bank aantrekken of ter beschikking krijgen van gelden van het publiek voor een specifiek bestedingsdoel dat voorafgaand aan het publiek is medegedeeld, waarbij: - -a. de gelden worden aangetrokken of ter beschikking worden gekregen in overeenstemming met het bepaalde ingevolge de prospectusverordening; en -b. het bestedingsdoel niet de financiering van lopende bedrijfsactiviteiten betreft indien de gelden worden aangetrokken door andere ondernemingen dan kleine en middelgrote ondernemingen als bedoeld in de prospectusverordening. - -**5.** Indien onderzoek op beleggingsgebied voldoet aan artikel 13 van de gedelegeerde uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 kwalificeert het onderzoek niet als provisie. - -**6.** Indien de beleggingsonderneming de niet-professionele belegger mededeling heeft gedaan van de wijze van berekening van de provisie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onder 1°, deelt de beleggingsonderneming het bedrag van de provisie mede aan de niet-professionele belegger op het moment dat het bedrag van de ontvangen provisie bekend is. +**5.** Indien de beleggingsonderneming de niet-professionele belegger mededeling heeft gedaan van de wijze van berekening van de provisie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onder 1°, deelt de beleggingsonderneming het bedrag van de provisie mede aan de niet-professionele belegger op het moment dat het bedrag van de ontvangen provisie bekend is. ### Artikel 168aa